Een mythe ontkracht?

Onderzoekers van de Technische Universiteit Eindhoven (uit mijn stadsie dus…) hebben de mythe ontkracht dat de Griekse theaters een akoestiek-tot-en-met-de-laatste-rijen zouden hebben.
Ik sloeg het Eindhovens Dagblad open en op pagina drie grijnzen mij twee voldane koppies tegemoet van de onderzoekers: nee, je kunt niet tot en met de laatste rij een speld op het toneel horen vallen en nee, een stem-met-gewoon-volume is niet op de achterste rij verstaanbaar.

Ik mopper het artikel door: ze zullen het wel niet met een vol theater nog een keer gemeten hebben en waarom hebben ze mij niet meegenomen, ik zou ze wel eens laten horen wat akoestiek-tot-en-met-de-laatste-rij is en wat nou: stem-met-gewoon-volume, je wordt toch als zanger/acteur verondersteld wat meer gas te geven dan wanneer je een gesprek met iemand hebt, of ben ik gek…?
Maar mythe en meten-is-weten zijn natuurlijk heel verschillende dingen. En verstaan en horen zijn ook twee heel verschillende dingen, net als luisteren en gehoorzamen.

Ik was in een grijs verleden in het theater in Taormina en zat op een van de achterste rijen (vooral óm en rond te kijken trouwens, want het uitzicht is daar fenomenaal) . Op en voor het toneel waren medewerkers bezig op te ruimen; er lagen steigerpijpen en planken. Al snel trok het geluid daar, vóór, mijn aandacht, weg van het uitzicht. Ik ben veel auditiever ingesteld dan de meeste mensen: beeld intrigeert mij zeer, maar geluid nog veel meer en ik ben gezegend met uitstekende oren. Ik kon ieder woord van de werkers daar beneden verstaan en de lichte klònkjes waarmee de pijpen tegen elkaar kletterden of neergelegd werden kwamen boven allemaal aan.

Toen de mannen klaar waren ben ik naar beneden gelopen en op de plek gaan staan waar zij zo-even gestaan hadden. Mijn oren spitsten zich (als u erbij was geweest had u ze wellicht zelfs zíen spitsten… grapje). Er gebeurt met een zanger als hij/zij in een akoestisch goede ruimte staat iets bijzonders, misschien is dat wel onderdeel van ‘Das Gewisse Etwas’ waar ik het in mijn stukkies over vocale klassieke muziek wel eens over heb. Er begint ergens in je iets te trillen. Het heeft niks met pedant of aandacht-trekkerij te maken, maar je krijgt de onweerstaanbare drang geluid te maken, óp te zingen, je levenslust, of verdriet, of opwinding te uiten. Dat is wat ten grondslag ligt aan een zanger (en dan bedoel ik een èchte zanger – in alle genres trouwens – niet zo modieus halfbakken tiepje dat zonder microfoon niks kan) en ook dat is een mythe en een mysterie en niet in metingen te vatten.

Ik heb geleerd (de conventie, weet u…) die trillingen te registreren, maar er niks mee te doen. En nu ik niet meer actief zing, is het makkelijker er niet aan toe te geven, maar ze zijn er nog wel: als ik een kerk inloop en de galm van mijn voetstappen hoor, in hallen van stadhuizen (de hal van het gemeentehuis in het Brabantse Gemert (waar ik ooit werkte) had een puike akoestiek; hoe het nu is weet ik niet) en sommige theaters klinken al vanaf het moment dat je de eerste stap achter op het toneel zet (het minitheatertje in Jesi bijvoorbeeld).
Ik kon het toen niet laten en jubelde een toonladder en hoorde mijn stem aantikken in alle rondingen van het theater. Een mythe was het…

Ten Oorlog

Zag u ergens de afgelopen weken Tom Lanoye (je spreekt het echt uit als Lanwà…) bij De Wereld Draait Door? En dacht u toen ook: naar die voorstelling zou ik wel eens toe willen, maar ja, er zijn vast geen kaartjes meer?
Echtgenoot keek van opzij en zag mijn breiwerk zakken, ik had alle concentratie nodig om Lanoye’s mengeling van Vlaams, Engels, Amerikaans en Frans te volgen.

Een dag later zag ik een subtiele verandering in onze gezamenlijk Google-agenda… 13 oktober: ‘Stadsschouwburg Tilburg, Tom Lanoye, ‘Ten oorlog’’ en ik ben er geweest, gisterenavond en ik zit vanochtend aan de ontbijttafel nog uit te puffen. Wat een energie van die kleine, wat onooglijke Vlaming, die je op straat gewoon voorbij zou lopen. En wat kwam Shakespeare dichtbij en wat is er veel aan vocaal geweld te beleven zonder dat er echt gezongen wordt… een ontdekkinkje van de afgelopen maanden, waarin ik meer gesproken dan gezongen woord tot mij nam. Maar dan het uitbundig gesproken woord!

Ik heb het gevreten gisteren, de voorstelling begint als een soort one man-show, sterk cabaret-achtig en aan het einde zit je ademloos te kijken naar de ondergang van ‘Risjaar Modderfokker the Thirth’, een gebochelde dégénére, die volstrekt terecht voortijdig aan zijn einde komt.

Alles komt langs, seks, liefde, wellust, kindermisbruik, machtsmisbruik, je noemt het maar op. Het is tegelijkertijd een zegen en een verschrikking dat je moet inzien dat Shakespeare tijdloos is en wellicht zal blijven… zolang er mensen rondlopen op deze geteisterde aardkloot, zul je stukken kunnen schrijven over groot menselijk vermogen tot liefhebben en zorgen en het misschien nog wel groter vermogen tot moorden en machtsmisbruik.

Ga kijken, als je langzaam in de voorstelling glijdt is het verbazend makkelijk Lanoye’s mengeling van talen en stijlen te volgen. Wat een acteur!

Op 19 oktober staat-ie in Rotterdam en op 23 oktober in Heerlen, daarna vertrekt hij naar Vlaanderen. Google hem!

In het filmpje het gesprek over de voorstelling in DWDD.

Kleine zielen in Düsseldorf

Het gaat kei-goed met de klassieke vocale muziek (laat mij ook eens populair taalgebruik plegen…).

Ik geef u een volkomen willekeurig rijtje:
Sopraan Lenneke Ruiten straalt en scoort met haar Lucia di Lammermoor.
Sopraan Eva-Maria Westbroek doet dat met Leonora in La Forza del Destino.
Mezzo-sopraan Tania Kross doet haar naam eer aan en crosst-over met de rol van Carmen en met haar bijdrage aan het programma ‘Beste zangers’.
Bastiaan Everink (de mannen blijven niet achter) fietst als een dolle door zwaar opera-repertoire, schrijft een boek over zijn carrière en staat ook in 2018 weer op de rol voor allerlei interessants.
Thomas Oliemans zong liederen van Duparc en Mahler in Het Concertgebouw en doet dat programma vast nog elders in het land.
Zo zou ik nog een eindje door kunnen gaan…

In plaats daarvan doe ik u kort verslag van een voorstelling waar ik afgelopen week met Musico was, weliswaar geen vocale, min of meer wel een klassieke. Een opmerking van een van mijn gasten zette me aan het denken: “het is net opera”, sprak iemand toen we naar buiten liepen uit de Maschinenhalle Zweckel na de voorstelling ‘Kleine Seelen’ (naar het boek van Louis Couperus) door Toneelgroep Amsterdam.

Het ging om de voorstelling daar in het kader van de Ruhrtriënnale 2017. Alleen de titel was vertaald hoor, de voorstelling was in het Nederlands, boventiteld in het Duits en Engels.

Een prachtige voorstelling, maar niet een waar je vrolijk van werd, dat had-ie al gemeen met opera. Wat-ie nog meer met opera gemeen had was het stemgebruik. Vooral de rol van Marietje raakte me. Actrice Hélène Devos is een buitengewoon frêle meissie, waar op momenten een geluid uitkwam van heb ik jou daar….
En ook Hans Kesting wist af en toe oorverdovend te wezen.

Pfoe, dacht ik, wil je dit meer avonden achter elkaar doen moet je inderdaad behoorlijk wat aan stembeheersing doen en uitkijken met je conditie. Petje af! Ook voor de pianist trouwens, die de hele avond aan de bak moest en zich uitstekend en sfeervol van zijn taak kweet.
Ga kijken als u kunt. TGA speelt deze voorstelling nog in de Stadsschouwburg Amsterdam:
13, 14, 15 okt oktober en 11, 12, 15, 16, 17, 18 november 2017.

In het filmpje de trailer van de voorstelling, waarin u trouwens meteen hoort dat er wel degelijk gezongen wordt in deze voorstelling en niet eens zo slecht ook… En dat mooie Vlaamse tintje…

Het IVC en dromen over Thomas Hampson

Het Internationaal Vocalisten Concours (IVC) is weer voorbij. Op 16 september jl. heeft de jury de namen van de prijswinnaars bekend gemaakt. Het is een hele rij. Sommige namen staan er meerdere keren in. En jong zijn, ze piepjong… tenminste dat is wat mij opvalt.

Ik surf wat door de uitstekende website van het concours en krijg zo een aardige indruk van wat het concours geweest moet zijn. Het IVC verwerft zich langzamerhand een vooraanstaande plaats in de wereld en dat is goed te merken. Het trekt zo ook grotere namen en grotere talenten aan. Het is te hopen dat de jongens en meisjes het allemaal volhouden en in de grotere en minder grote theaters overal ter wereld zich een plaats veroveren. Dan valt er voor ons toeschouwers ook (nog) meer te genieten.

Waarom ik er even op terug kom is dat ik vind dat het concours eigenlijk op onze nationale televisie zou moeten. Minstens de finale-avond en wat mij betreft ook de finale avond voor het lied. Kom op NPO 1, 2 en 3! Bel effe met Annet (Andriessen) en maak een deal voor volgen jaar en dan voor ieder jaar. Voor mijn part in de latere avonduren. Ik neem het dan wel op en kijk het later. Maakt me niet uit; ik kijk sowieso (bijna) geen live televisie meer. TV on demand, waar wij het in mijn AVRO-tijd al over hadden heeft zijn intrede gedaan. Man-lief zit vaak op de bank naast mij wat te scrollen mijn zijn IPhone en terwijl ik me al breiend afvraag wat hij daar zit te doen, blijkt hij de meest geweldige programma’s in te programmeren. Het gebeurt op lange avonden dat hij me aankijkt en zegt: “waar heb je zin in” en als ik dan zou zeggen “in het IVC” en het was uitgezonden, dan zou ik het kunnen zien.

Schrijven over het IVC levert me ook een mooi bruggetje op naar Thomas Hampson, mijn favoriete bariton. Hij zit immers vaak in de jury, geeft masterclasses en is een overtuigd promotor van het concours. Zeer tot mijn teleurstelling was hij er dit jaar niet bij. Ik fantaseer, nu ik wat ouder wordt niet meer over het tegenkomen van prinsen op witte paarden (in de vorm van Timothy Olyphant of Al Pacino), maar af en toe fantaseer ik er nog wel eens over dat ik Thomas Hampson tegen kom en dat er dan ergens een orkestje ‘La ci darem la mano’ uit Don Giovanni begint te spelen en dat hij zich omdraait en de eerste regels zingt… (het duet heeft-ie tenslotte met zo ongeveer alle sopranen ter wereld gezongen, behalve met mij, sprak zij jaloers) en dat ik dan charmant lachend aanhaak en het hele duet vlekkeloos met hem uitzing. Gun een (niet meer) zingende Vocalies haar fantasieën…

In het filmpje niet zijn masterclasses, die in overvloed te vinden zijn op YouTube. Ga ze kijken, hij zegt zulke wezenlijke dingen over zang, dat moet iedereen zien. Die filmpjes zijn te lang om hier op te laden, maar ik geef u hier een duwtje in de goede richting.
Wel opgenomen hier een deeltje uit het Prinsengrachtconcert: ‘Begin the beguine’… je zou toch zo in die lange armen glijden en meedansen…

De kracht van het noodlot en Eva-Maria Westbroek

Eva-Maria Westbroek zingt binnenkort in Nederland! Zeer binnenkort nog wel en niet zo maar in Nederland, maar bij de Nationale Opera, en niet zomaar wat, maar Verdi! En nog wel de opera met zijn mooiste muziek! De schoonheid van de muziek van La forza del destino (want die opera bedoel ik) compenseert ruimschoots de draak van het verhaal, dus ga er vooral naar toe als u in de gelukkige omstandigheid komt nog kaartjes te kunnen kopen.

Om effe terug te komen op die draak: de Nationale Opera schrijft zelf met gevoel voor understatement dat in het verhaal de tijd sprongsgewijs verloopt, waardoor het stuk niet gemakkelijk te ensceneren is. Mede daardoor is het stuk überhaupt maar weinig opgevoerd en dat is erg jammer: er zitten zulke mooie aria’s in, de ouverture is heel bekend (u weet wel, die met die stuwende werking erin, geweldig!) en mannenkoren kunnen zich heerlijk uitleven. Verdi werd wel de ‘vader van de koren’ genoemd, maar hij is voor mij wat dat betreft vooral ‘de vader van de mannenkoren’ (en de vader van de koperblazers en de baritonnen en de sopranen en…).

Affijn, u merkt het: ik ben weg van La Forza. Toen ik – eigengereide sopraan die ik ooit was – besloot nu toch echt wél klaar te zijn voor opera, begon ik met ‘Pace, pace, mio dio’ uit La Forza. Het werd een bijna lichamelijke ervaring, die aria. Alles viel op zijn plaats, adem, tekst, emotie… het voelde alsof de aria op mij had liggen wachten en ik heb ‘m misschien wel vaker dan enige andere aria gezongen.

Ik ga u niet vermoeien met een plot, is toch niet te volgen. De Nationale Opera schrijft zelf: “Al in het eerste bedrijf van het liefdesdrama La forza del destino staat de tragische heldin voor een onmogelijke opgave: de keuze tussen Don Alvaro, op wie ze smoorverliefd is, en de nagedachtenis van haar vader, die per ongeluk door Alvaro is gedood.”
Ik zou het daarbij laten als ik u was, meer hoeft u niet te weten om ervan te kunnen genieten.

Eva-Maria Westbroek lijkt de ideale stem voor Leonora. Je hebt er conditie voor nodig: 2½ grote aria, een paar finales en een paar duetten. Reden waarom veel sopranen zich niet aan de rol wagen, maar wel de aria’s los zingen. Ze krijgt tegenspel van tenor Roberto Aronica, zo’n echte Italiaanse tetter, nodig voor de rol. Bariton Alessandro Corbelli zingt de rol van Fra Melitone. Speeldata: 13, 16, 19, 22, 25, 28 september, 1 oktober

In het filmpje een opname van ‘La Vergine degli angeli’ zonder de aanloop door de vader abt. Wat een muziek! Er is trouwens op YouTube veel over dit speciale stuk te vinden, aandoenlijke opnamen met onder andere Boris Christoff en Renata Tebaldi. Even werkt het op je lachspieren, maar als de man eenmaal zingt (moordend langzaam trouwens) zit je ademloos te luisteren.
Van alle sopranen vond ik trouwens de opname met Montserrat Caballe ook erg mooi.
Veel plezier met surfen en ga naar La Forza en denk dan bij ‘Pace, pace mio dio’ even aan uw Vocalies…

La Boheme in december

De Nationale Opera gaat weer een klapper maken, wat ik u brom: op 1 december 2017 gaat daar Giacomo Puccini’s ‘La Bohème’ in première. Een vernieuwende opera in z’n tijd (de première was in 1896) omdat-ie realistisch was. Het ging nou eens even niet over koningen of ander adellijk gebroed, over bosnimfen, spoken, fabels of legendes, nee, het ging over gewone mensen, árme gewone mensen… weliswaar in een lekker vrijgevochten kunstenaarsmilieu, maar toch…

Ik was nooit zo’n fan van La Bohème (meer een Tosca-mens), tot ik Renata Scotto een keer min of meer toevallig op YouTube iets hoorde vertellen over de slotscène van La Boheme.
Puccini wilde geen uitbundige sterfaria maar een steeds zwakker wordende stem. En het is hem gelukt.

En dan komt er ná dat sterven nog een korte scène waarin de anderen al door hebben dat Mimi dood is, maar Rodolfo nog in de bubbel zit van dat het allemaal wel goed zal komen en dat ze nu tenminste rustig slaapt. Als de anderen nerveus beginnen te schuifelen vermoedt hij dat er toch iets mis is en vraagt uitleg: gesproken tekst. Zijn reactie als blijkt dat Mimi is gestorven is hartverscheurend.

Eenmaal op de peilloze diepte van al dat leed geattendeerd zie ik soms zelfs op tegen de sterfscène van de opera, omdat ik weet dat als het goed gebeurt, ik het zeker niet droog houd en iemand moet toch weer de gasten de zaal uit leiden en terug naar de bussen. Ik hoop dan maar dat het slotapplaus lang genoeg is om mijn trillende ziel weer in het gareel te krijgen…

Bij de Nationale Opera zal die ontroering er wel weer zijn: Mimì en Rodolfo worden gezongen door een nieuw vocaal koppel: Eleonora Buratto en Sergey Romanovsky. Onze ‘eigen’ Thomas Oliemans zingt (weer) Schaunard en regisseur Benedict Andrews benadert volgens de website van De Nationale Opera de personages in La Bohème van heel dichtbij en keert hen binnenstebuiten.

In filmpje 1 het verhaal van Renata Scotto…

en in filmpje 2 Rolando Villazon, die erachter komt dat Mimi echt dood is. Het is het handigste als u eerst naar Scotto kijkt, dan ziet u in de praktijk even later hoe dat dan gaat… Opera is geweldig!

Het Internationaal Vocaliesten Concours 2017. Ook in Eindhoven!

Binnenkort gaat het weer van start: het Internationaal Vocalisten Concours. Dit jaar is het van 9 – 16 september 2017 en zoals altijd in hartje Den Bosch.
De finale is echter niet in Den Bosch maar in (mijn eigen) Eindhoven, in het Muziekgebouw Frits Philips! Mooi hoor, dat ze ook eens naar hier komen. Als ik Den Bosch was had ik ze niet laten gaan, maar je weet maar nooit wat er achter zulke beslissingen zit…

De grote zaal van het Muziekgebouw heeft in ieder geval een betere akoestiek dan de grote zaal van het Theater aan de Parade, dus da’s voor de zangers mooi meegenomen. Ik spreek uit ervaring trouwens, heb in beide zalen gezongen. “Akoestiek zit in jezelf”, sprak mijn zangdocent ooit, toen ik klaagde dat het soms wel erg hard werken was in sommige achterafzaaltjes… Hij had gelijk en naarmate de tijd vorderde leerde ik mijn techniek beter beheersen en hem bij te stellen naar de eisen van een zaal.

De philharmonie zuidnederland (ze blijven het zelf zo spellen, dat u niet denkt dat ik typefouten zit te maken) begeleidt, onder leiding van Kenneth Montgomery, aimabele man en een fijne zangers-dirigent. Hij ademt mee…

Het IVC heeft zich in de loop der jaren (ze draaien al 60 jaar!) steeds verder uitgebreid en ook dit jaar zijn er weer interessante masterclasses, kris-kras door Den Bosch, van juryleden (goeie cast dit jaar!) en van anderen uit de praktijk. U kunt daarbij zijn!

Kijk vooral op de website van het IVC!

Ik laad een filmpje hieronder op met een hartstikke leuke promo voor het concours van dit jaar.

Grachtenfestival en een bariton

Ga ik een stukkie schrijven over het Grachtenfestival? Mwahhh, misschien wel niet, dit jaar staat er niks vocaals op de gracht te zingen en Vocalies gaat over vocaal… Er is een afwisseling in het beleid van het slotconcert van het Grachtenfestival: het ene jaar is er instrumentaals en het ander vocaals…

Mwahhh, maar het is altijd zo’n topsfeertje daar op de gracht. De enige momenten per jaar dat ik – als ik thuis ben en kijk naar het slotconcert – er nog van baal dat ik niet meer in Hilversum werk en niet meer op die manier betrokken ben bij de heilige muze…

En verroest: er is wél vocaals te melden, een vriendin die met mij de media afstroopt op zoek naar onderwerpen voor stukkies attendeert mij er ook op: bariton Michael Wilmering hoort bij de genomineerden voor de Grachtenfestivalprijs. In het leven geroepen in 2007, toen het Grachtenfestival tien jaar bestond. De twee andere genomineerden zijn violiste Elise Besemer en celliste Ella van Poucke. Dat wordt nog een dingetje om daar de beste uit te halen: je zou zeggen de voorkeur gaat uit naar een vocalist, maar dit jaar speelt het Brodsky Quartet het slotconcert en dan zijn strijkers ook weer favoriet voor zo’n prijs. Affijn, het zal wel niet echt gaan om ‘de beste zijn’; het gaat om ‘genomineerd zijn’.

Bariton Michael Wilmering werd geboren in 1988 (een kind nog… grapje…) en studeerde in Utrecht bij Henny Diemer. Heej, weer een linkje: daar heb ik ook nog les van gehad. In mijn tijd ‘studeerde je niet bij’, maar ‘had je les van’ en werd je ‘zangpedagoog’, geen ‘stemcoach’. Ik vond dat ‘zangpedagoog’ al sjiek genoeg. Maar ik dwaal af…
Tijdens het Internationaal Vocalisten Concours (dat begint weer in september, maar daarover later meer) won Michael met pianist Javier Rameix de juniorprijs, de persprijs en de IVC-Prijs in categorie Liedduo, asteblief!!! En in 2015 stond hij in de halve finale van het Belvedere Concours.

Zo te lezen aan de rollen die hij heeft vertolkt heeft-ie een lenige stem die Wilmering en is het een leuk jong om te zien. Het is maar goed dat ik meer into baritons ben dan into tenoren (met uitzondering van Kaufmann en Villazon dan hè…): mijn stem heeft-ie, als zal dat weinig zoden aan de dijk zetten… het is natuurlijk al lang uitgemaakt wie er wint.
Hoe dan ook: hou het bij, dat Grachtenfestival: zaterdagavond op TV het Brodsky Quartet (ze waren als kinderen zo blij dat ze een keer op de gracht mochten spelen) en in Amsterdam is er van alles loos op klassiek gebied, een mooie tijd om er te zijn.
Ik zocht naar iets op YouTube om u te laten horen van Michael Wilmering, maar vond wat oudere filmpjes uit 2011 en dat is te lang geleden voor zo’n jonge vent. Van het enige recente filmpje kreeg ik zo’n jeuk over de slechte presentatie dat ik het niet opnam. Iets verder speurend vond ik een leuke live-opname van ‘Le nozze di Figaro’. Vergeef het gerommel, het is live.; als u daar doorheen luistert hoort u sprankelende opera.
Potverdrie die Wilmering gaat een carrière timmeren, wat ik u brom; hij heeft al een goed begin gemaakt.

Een computercrash en Adele

Eerst even: u hebt me een tijdje gemist denk ik… of hoop ik eigenlijk… ahem…

Er was een computerstoring, om niet te zeggen een computercrash en ik kon alleen via facebook af en toe mijn snebbel laten horen en u zit natuurlijk niet allemaal op facebook. Er waren best zaken waar ik een mening over had (ik heb niet overal een mening over hoor, dat u dat niet denkt), maar een stukkie publiceren kon niet meteen.
Inmiddels ben ik weer ‘in business’, maar een podcast op de website zetten gaat nog steeds niet; die houdt u gewoon te goed en in de tussentijd houdt u zich maar mooi onledig met de meer dan 214 uren klassieke vocale muziek die wél op mijn website staan; zie het rijtje aan de rechterkant van het scherm.

Zo wilde ik best Adele publiekelijk een hart onder de riem steken, nu ze (weer) stemproblemen heeft. U weet niet wie Adele is? Dat is een pop-zangeres, zo ongeveer ’s werelds beste, in ieder geval ’s werelds populairste en eentje zonder prima-donna kuren. En wat pop-zangers zijn? Dat zijn types die hun hart uitzingen, meestal zónder dat daar zangtechniek onder ligt, in tegenstelling tot (de meeste) klassieke zangers. Er zijn beslist klassieke zangers die ook maar wat raak schreeuwen, maar dat wordt sneller afgestraft: over meer dan twee octaven zingend in ik weet niet hoeveel talen , val je nou eenmaal sneller door de mand, dan wanneer je over minder dan één octaaf en alleen in het Engels je laat horen.

Dat klinkt een beetje aanmatigend (nu ik het zo teruglees) en dat is niet zo bedoeld. Ik heb grote bewondering voor een heleboel popzangers, maar ik zag en hoorde bij Adele al lang geleden aankomen dat het mis zou gaan. En dan vooral omdat ik zelf, aan het begin van mijn zingend leven ook zo’n periode heb gehad (en daarna nooit meer, dankzij een ijzeren techniek).

Adele zong een concert in enige grote wereldstad, ik mag ervan wezen welke. Mijn echtgenoot nam het op en zat het naast mij op de bank af te kijken. Ik was zeer getroffen door de sfeer die ze wist te creëren en ik had het hart niet mijn echtgenoot zijn leuke avond af te nemen, dus ik hield mijn kiezen op elkaar en breide door, maar ik hoorde het en mijn tenen krulden: veel tegen de toon (dat schijnt trouwens bij popzang te horen: vals zingen, luister maar naar het songfestival) , veel met opgerekte keel (mijn terugwijkende kaak zie je ook veel minder als ik mijn kin naar voren steek, maar in dat standje zingen kan ik niet), toenemend gevoileerd (een mooi woord voor hees). Dat laatste kan erg sexy zijn, maar je moet het wel uit vermogen doen, niet uit onvermogen… (luister naar La Streisand, die het knopje voor hees ook na haar zeventigste nog makkelijk aan en uit zet). Kortom: alle alarmbellen gingen rinkelen en ik dacht: dat rinkelen doet straks de telefoon bij de beroemde keel- neus- en oorartsen ook, want dit gaat mis.

Ik hoefde niet zo nodig gelijk, maar kreeg het wel. En als ze na die bezoeken aan de KNO-arts nou ook maar een zangcoach belt dan komt het misschien nog goed en blijft het misschien ook goed.

Op facebook (dus) verschenen er hout-snijdende stukken over wat er zoal in je fysiek (en in je geest trouwens ook) gebeurt als je gaat zingen. Dat is heilzaam en als je alleen voor jezelf onder de douche zingt is het ook niet zo boeiend of je dat technisch correct doet of niet; als het niet lekker voelt hou je er vanzelf mee op. Het wordt een ander verhaal als er een miljoenenpubliek aan je voeten ligt en je een hele carrière rond die stem gebouwd hebt. Dat moeten die arme twee kleine spiertjes van pakweg anderhalve centimeter lang en een halve centimeter breed het voor je doen, geschraagd door een tedere ziel en een klare geest.

Ik had een stem die het altijd deed, onder de gekste omstandigheden, maar ook ik ging iedere ochtend de badkamer in, keek mezelf in de spiegel in de ogen en vroeg mij altijd weer opnieuw af: “zal-ie het nog doen, die vriend daar in mijn keel? Zal ik vandaag weer tegen de druk bestand zijn? Zal mijn vermogen te ontroeren en te boeien er vandaag weer zijn en hoeláng zal het er nog zijn? Is ‘Das Gewisse Etwas’ er nog?” Affijn van dat soort dingen…

Wat moet Adele dan wel niet voelen als ze nu in de spiegel kijkt? Ik hoop dat ze overeind blijft, want de (pop)wereld zou er een stuk minder plezierig uitzien zonder haar…

En hopelijk is ze verstandig, laat ze zich niet gek maken door het hele circus rond haar persoontje en belt ze die arts en die zangcoach en gaat ze aan de slag om het allermooiste wat er is in een menselijk bestaan weer goed en lang te kunnen: zingen…

Ad Maas

Een kort regeltje op Whatsapp slaat het gesprek waar in ik verwikkeld was ineens dood: ‘Ad Maas is vanochtend overleden’, appt mijn echtgenoot. Ik laat verbijsterd mijn IPHone zakken. Dat hij op de nominatie stond om te gaan wist ik, dat het nu al zou gebeuren wist ik niet. Ik verdenk hem ervan daar zelf de hand in te hebben gehad, hij was geen type voor een ziekbed. Hij was ook geen type om oud te worden. Hij was meer een type van het Leven met een grote L: aan de voor-, achter-, onder- en bovenkant heeft hij geleefd, Ad Maas, en aan die vier kanten is hij opgebrand.
En zo moest het zijn. Amen.

Goeie herinneringen heb ik aan hem, die de prik van zijn overlijdensbericht verzachten. Goeiendag, wat heb ik een goeie herinneringen aan hem. Het leukste verhaal (het is moeilijk kiezen, maar allá ik doe het, anders word ik weer eens te lang van stof) heb ik hier voor u. Misschien heb ik het al eens verteld, maar dat kan me niet schelen.

Hoe het contact tot stand kwam weet ik niet, waarschijnlijk via vriend en pianist-begeleider Hans van den Eijnden – ook al weer meer dan twee jaar dood – , maar op een goeie dag ging de telefoon. Of ik degene was die hoge c’s kon zingen tot ongeveer in het oneindige? Ik schaterde en beaamde het met trots: ik kon (en kan) hoge c’s zingen alsof het niets is, als ik eenmaal die plek ergens in mijn masker gevonden heb en er adem onder zet kan ik hoge c’s zingen tot het moment dat de stembanden van andere, betere sopranen er allang de brui aan gegeven hebben. Het is niet eens een verdienste, het is meer het ‘masteren’ van een kunstje. Het zegt ook niets over mijn (al dan niet verondersteld aanwezige) artistieke kwaliteiten. Maar hoge c’s zingen kan ik… dus…

Nou, artistieke kwaliteiten had Ad (want die was het aan de andere kant van de lijn) ook niet nodig, die had hij zelf genoeg in huis, hoge c’s moest hij hebben, voor een stuk dat hij had gecomponeerd, en ze mochten niet klinken als een synthesizer of een sample-tje, ze moesten klinken alsof ze uit een mens kwamen, meer bepaald een vrouw. “En ik betaal ervoor hoor, ge krijgt er gewoon geld voor! En een CD-tje; als het project klaar is, gooi ik er wel een in de brievenbus”.

Ik zong op een vrijdagochtend hoge c’s, bij hem thuis. Met de c’s had ik (dus) geen moeite, met het ritme van de composities wel, ik ben een klassiek zangeres en hoewel afterbeat en syncopen inmiddels wel wat vertrouwder geworden zijn, toen snapte ik daar nog niet zoveel van: een jazz-project op het conservatorium stuurde me na vier sessies weg: ik was nou eenmaal verstokt klassiek.

Ad was geduldig, een van zijn kern-kwaliteiten en een absolute voorwaarde om met muzikale vogels van allerlei pluimage te kunnen werken. Misschien heeft hij nog meer door dat geduld dan door zijn muzikale kwaliteiten daarom zoveel leuke projecten kunnen doen. Mede door dat geduld slaagde het projectje-met-de-hoge c’s. Ik heb ze nooit terug gehoord. Misschien slingert er nog ergens een CD-tje rond en als iemand het bij het opruimen tegenkomt: ik ben nog steeds benieuwd hoe ze geklonken hebben. Betaald kreeg ik prompt en ruimhartig.

En nog een paar maanden later ging andermaal de telefoon: De Stofhappers (wereldberoemd in Eindhoven en verre omtrek, vraag me niet hoe dát kwam) deden hun beroemde Nieuwjaarsreceptie en of ik maar even klassiek wat wilde komen zingen. Dat deed ik en daarna zagen we elkaar met onregelmatige regelmaat, zoals alles rond Ad met onregelmatige regelmaat was. Er was bij de hoge c’s een onmiddellijke klik en een herkenning in elkaars ogen van een soort levensvreugd, maar ook van een soort intrinsieke (sorry, rotwoord) eenzaamheid, die ik niet anders kan omschrijven en die je herkent bij sommige mensen die je tegenkomt: ergens achterin de oogballen schemert het, let maar eens op.

We zagen elkaar lange tijd niet, maar bij de uitvaart van Hans, zag ik hem en was er zonder begeleidende tekst weer ineens diezelfde klik. Hij was toen misschien wel al ziek, ik vond hem oud geworden, maar hij straalde dezelfde levensvreugd nog uit. Dik twee jaar later is hij er zelf niet meer, ineens… en de wereld gaat gewoon door. En dat zou hijzelf normaal hebben gevonden.
En zo moest het zijn. Amen.