Een interessante Vivaldi in Schwetzingen

Van de drie opera’s die we tijdens onze kerstreis mochten zien was Antonio Vivaldi’s ‘La verità in cimento’ de interessantste. Om te beginnen al de titel: vertaal die maar es ‘dekkend’, dat is al bijna niet te doen… ‘De waarheid in gevaar’ of ‘De waarheid op de proef gesteld’ komt denk ik het dichtste bij…

Vivaldi was een soort Mozart van zijn tijd in de zin dat hij een veelschrijver was. Wanneer die man geslapen heeft… En dan is er ook nog eens heel veel verloren gegaan, vooral van zijn opera’s. Deze ‘Verità’ wordt weinig uitgevoerd. In het theater van slot Schwetzingen (een snoepie uit 1753 trouwens!) hebben ze dit seizoen Vivaldi als huiscomponist én hadden ze een regisseur die in staat is gebleken het geheel uit zijn wat oubollige enscenering te halen en naar onze tijd te plaatsen. Dat gaat niet met alle opera, maar deze leent zich er prima voor. Het geheel is eigenlijk een soap-serie: ‘The bold and the beautiful’ avant la lettre za’k maar zeggen.

Ik zal zo kort mogelijk het plot vertellen: puissant rijke vader Mamud (een soort Eric Forrester voor de soap-knagers onder u) heeft een jaar of twintig geleden bij zowel bij zijn vrouw als bij zijn minnares gelijktijdig een zoon gekregen. Om zijn minnares ook ‘een beetje macht’ te geven heeft hij de knapen in de wieg al verwisseld. Alleen de minnares weet ervan; keje nagaan wat voor een relatie die met haar zoon heeft gehad, al die tijd… Stomme streek, want zoiets komt als een boemerang terug. Pa heeft twintig jaar later genoeg wroeging om de waarheid te willen onthullen, hetgeen minnares in kwestie geen goed idee vindt (en da’s zachtjes uitgedrukt). Pa is niet het type dat advies van anderen aanneemt en hij doet zijn onthulling, met alle gevolgen van dien.

De knapen en moeders weten niet waar ze het zoeken moeten. De moeder ontfutselt een van haar zonen een pistool en de minnares maakt een giftig drankje voor pa. En dan is er ook nog de minnares, een opportuniste van het zuiverste water, die op de rijkdom van de erfopvolger uit is en net zo makkelijk van relatie verandert als ze merkt dat niet de éne, maar de ándere zoon het fortuin zal erven… Kortom: dikke pret, maar niet heus.
Pa wil nietsvermoedend van de gifbeker drinken en ma zet hem net het pistool tegen het achterhoofd als het licht uitgaat: einde opera.

Vivaldi hield mij op het puntje van mijn stoel, ondanks de vele, vele noten die hij nodig heeft om zijn punt te maken. Een loeistrak en loepzuiver spelend orkest (dat de avond ervóór nog een flink deel van mijn gasten uitstekend had vermaakt met een instrumentaal Vivaldi-programma) en geweldig zangers.
Ik noem hier alleen David DQ Lee (een van de beide zonen), omdat het te ver voert ze allemaal te behandelen en omdat hij het counter-tenor zingen naar een nieuw hoogtepunt tilt. Hij gebruikt namelijk niet alleen het ‘counterdeel’ van zijn stem, maar ook zijn ‘eigen’ bariton en hij schakelt bijna ‘fretloos’ van zijn laagste borst-stem naar de hoogste toppen van zijn counter-stem. Pedagogen waarschuwen countertenoren altijd: kijk uit dat je strottenhoofd niet terugkantelt, want dan krijg je gekke dingen. Nou, Lee doet dat expres wél, dat terugkantelen en dat levert huiveringwekkende geluiden op. Ik vond het geweldig! Het leek hem niks te kosten. Da’s maar goed ook, want acterend werd er (van allemaal trouwens) nogal wat gevraagd.

Ik laad de trailer van de opera op, want ergens op 1 minuut 38 doet Lee een keer het kunstje. Op scherm minder indrukwekkend dan wanneer je in de zaal zit. U kunt dan ook zien hoe geweldig de opera vorm gegeven is en regisseur Yona Kim legt het zelf ook nog een keer uit.

La Cenerentola oftewel Assepoester

Er is geen betere opera om 2018 mee af te sluiten en 2019 mee te beginnen dan La Cenerentola oftewel Assepoester. Gioacchino Rossini laat zien dat het wel degelijk wat brengt als je je tijd afwacht, je bescheiden edoch rechtvaardig opstelt, als je vergevingsgezind kunt zijn. Opportunisme loont niet: de zussen en (vreselijke!) vader van Assepoester komen er bekaaid af.

Ik wens u dus voordat ik verder ga een 2019 toe als van Assepoester: moge u – als dat het geval is – uit uw patstelling komen en uw geluk vinden. En als u het al gevonden hebt: koester het zoals Cenerentola haar prins koestert en wees mild naar degenen die het allemaal niet begrijpen: ze zijn slechter af dan u en voor hen komt wellicht ook nog de tijd.

We genoten met volle teugen in Mannheim: vooral de kinderen, die ruim bediend werden met zotte situaties. Een paar rijen vóór mij zat een klein blond jongetje. Hij ging tijdens het tweede bedrijf even weg. Die moet plassen, dacht ik; ik zag hem in gedachten al alleen door het enorme theater dwalen. Een paar minuten later was hij echter terug en ik zag hem naar zijn moeder een van-plezier-kwispelende-beweging maken. Zijn geschater ging boven dat van het publiek uit en bereikte – zo te zien aan Dandini, die de show stal als knecht van de prins – ook de zangers op het toneel. Het was exemplarisch voor de avond: doldwaze situaties met een sterk theater-van-de-lach-gehalte: John Lanting moet vanaf zijn wolk vergenoegd hebben toegekeken.

De zang leed er niet onder, onder de vaart die bijna moordend was: Cenerentola overtuigde vanaf noot één. Vooral de stiefzus Clorinda (Ji Yoon) was hilarisch; wie nog zegt dat op het gezicht van Aziaten geen emotie zichtbaar is moet naar haar kijken: geweldig.

Voor mij was de absolute topper knecht Dandini: hij acteerde, sprong en danste, bespeelde zelfs de bezem-gitaar als een volleerde Elvis en zong daarbij de sterren van de hemel. De prins bleef een beetje achter bij de rest: zijn coloraturen waren niet overal even nauwkeurig en tsja, die hoge noten, dat weten we nou wel.

Ik laad het filmpje op van Nationaltheater Mannheim en laat regisseur Cordula Däuper het zelf even uitleggen; ze heeft geweldig werk verricht!

Kerst met La Boheme (en meer)

Soms moet opera schuren, zeggen liefhebbers wel eens. Soms ja, maar niet altijd. De producties die ik tijdens de kerstdagen met de Musico-groep in Heidelberg zag schuurden niet, nergens, nooit.

Met bovenstaande regeltjes begon ik mijn berichtje op Facebook een paar dagen geleden. Ik bedacht dat het ook een mooi beginnetje was voor mijn stukkie over La Boheme, de eerste opera die we zagen in Mannheim. Zo kunt u nog een beetje mee nà-genieten.

Voor de zesde keer bracht ik de kerstdagen niet thuis, maar in Duitsland door. Ik hou niet van het opgelegde pandoer van kerst en met mijn lief ben ik overeengekomen dat ik de kerstdagen elders doorbreng en dat we met oud en nieuw samen zijn. Ik ben hem er nog steeds dankbaar voor dat hij zich zo flexibel opstelt.

Goed, La Boheme dus. De enscenering van La Boheme is al decennia lang dezelfde: in het eerste bedrijf over elkaar heen buitelende bohemiens: dichter Rodolfo, schilder Marcello, filosoof Colline en componist Schaunard vieren op zolder hun eigen armoedige kerst. Creatief gaan ze om met de laatste compositie die Schaunard gemaakt heeft: ze fikken het papier waarop hij staat op in de kachel om het nog een beetje warm te hebben. Knap gecomponeerd van Puccini en geweldig geacteerd door de vier mannen, organische en vol vaart. Drie van de vier mannen slaan vervolgens aan het feesten in een restaurant in de buurt en dichter Rodolfo blijft nog even achter om een laatste product af te maken. Hij maakt kennis met naaistertje Mimi, in het laatste stadium van TBC.

In het tweede bedrijf dreigt het noodlot aan alle kanten en in het derde bedrijf slaat het ongenadig toe: Mimi sterft in een ademtocht. Razendknap gecomponeerd door Giacomo Puccini. Als altijd heftige emoties, in Heidelberg nog eens extra versterkt doordat de man die Schaunard speelde tijdens het tweede bedrijf vader werd: hoe hard en hoe mooi kan het vak zijn.

Ik laad het filmpje op waarin Renata Scotto uitlegt hoe Mimi sterft. Ik heb er niks aan toe te voegen, hóef er niks aan toe te voegen, zoals zij het uitlegt: dat is de kracht van opera.

Tot aan de andere kant van 1 januari 2019! Heb een goed en gezond en muzikaal jaar!

Onontkoombaar noodlot in Enescu’s Oedipe

Dappere programmering van de Nationale Opera dit seizoen.
Rond de kerst gaat er in Amsterdam George Enescu’s meesterwerk Oedipe, in de enscenering van regisseur Àlex Ollé. Muzikaal en visueel spektakel, zo schrijven ze zelf op hun website

U kent vast wel de plot uit de uitdrukking: een Oedipus-complex hebben (geschreven door Sophokles trouwens): zonder het te weten doodt Oedipus zijn vader Laius en trouwt hij met zijn moeder Jocaste.

De helderziende Tirésias voorspelt bij de geboorte van Oedipus dat dit zal gaan gebeuren. Hoe Oedipus ook probeert te ontsnappen aan de vloek die op zijn familie en op hemzelf rust, de vloek gaat toch in vervulling. Na deze gruwelijke ontdekking zwerft Oedipus nog jarenlang rond met zijn dochter Antigone en wil hij niet meer kunnen zien. In de versie van George Enescu vindt Oedipus een vredig levenseinde in een heilig woud in de buurt van Athene.

Regisseur Alex Ollé (van La Fura dels Baus en dan ben je een goeie!) maakt er een waar spektakel van.
Oedipe wordt gezongen door Johan Reuter en Jocaste door Sophie Koch. Die ken ik van een zeer enerverende finale uit Werther met Jonas Kaufmann. Top-duo!

Niet echt kerstrepertoire (er zijn nog twee voorstellingen: op 21 en 25 december), maar ik hou wel van een tegendraadse programmering. Dat opgelegd pandoer met kerst….
Ik laad een filmpje op waarin Johan Reuter, de Deense bariton die de titelrol zingt, zelf een en ander uitlegt.

Die Tote Stadt, een opera die naar je merg gaat

Ik weet het wel, ik weet het wel, in deze tijd van fake-news, gele hesjes en zwarte pieten-discussies moet je social media met een gezonde dosis wantrouwen tegemoet treden en dus hoor ik mijn neus op te halen voor facebook. Maar dat doe ik niet… Door consequent berichten te verwijderen die me niet aanstaan heb ik een pagina waar heel veel (klassieke) muziek op zit en voor de rest mooie natuurfilmpjes, katten- en honden-gekkigheid en leuke mode. In deze donkere decembermaanden kan ik me dus laven aan facebook en dat is een goed ding.

Vanochtend viel mijn oog op een heftig zwaaiende Gustavo Dudamel, die de ouverture van Otello dirigeert. Mij hemel, ik wou dat ik een tiende van zijn energie had. Ik werd er helemaal vrolijk van en mijn baas mag blij zijn, want door één minuut op facebook mee te swingen met Dudamel kan ik de dag weer aan!

Waar mijn oog ook op viel was de nieuwe productie van ‘Die Tote Stadt’ van Erich Korngold. De Nederlandse Reisopera heeft zich wat op de hals gehaald, zwaar repertoire en een hoofdrol waar je u tegen zegt. Ik zoek op hun website en zie de subtitel, die hard binnenkomt.

“Wie niet kan leven met de dood, heeft geen leven”
Die tote Stadt is een psychologisch gelaagd en onthutsend liefdesdrama met Hitchcock-achtige trekken, over Paul die, na het verlies van zijn geliefde Marie, langzaam maar zeker verstrikt raakt in een droomwereld van obsessies en waanbeelden.

In de handen van regisseur Jakob Peters-Messer wordt deze indrukwekkende opera een even hartstochtelijk als surrealistisch pleidooi voor rouwverwerking.
Paul kan zijn gestorven vrouw Marie niet vergeten. In melancholie verzonken krijgt hij hallucinaties, die op het toneel worden verbeeld met Korngold’s subliem georkestreerde tovermuziek. Hij dwaalt dagdromend door Brugge, voor hem ‘een dode stad’.

Tenor Daniel Frank zingt Paul en heeft daarmee een loodzware rol te pakken. Hij heeft tien jaar gewerkt als rock-zanger, vocal coach en drama-docent, dus hij zal het aankunnen.
In het korte leadertje dat ik oplaad zingt hij een stukje uit de meest bekende aria uit ‘Die Tote Stadt’, ‘Glück das mir verblleb’. Die bruine ogen gaan direct naar je merg, dus wapen u een beetje als hij zich al zingend naar de camera draait. Zijn stem is precies wat de rol nodig heeft en hij durft kwetsbaar te zijn; een grote, deze Daniel Frank!

Er is op YouTube veel te vinden over deze intrigerende opera. Surf, maar wees gewaarschuwd; het is niet een opera waar je voor je lol naar luistert. Louterend misschien, dat wel…

De tour loopt van 8 december tot en met 9 februari. De recensies zijn laaiend enthousiast. Gaat het zien!

Leonard Bernstein: A quiet Place

Als ik dit typ is het 1 december. Dat betekent dat de eerste van mijn drie minst favoriete maanden van het jaar alweer om is… bravo (alsof het een prestatie is dat de tijd verglijdt…). Ik ben niet zo van winter en dit jaar minder dan ooit. Maar er is troost: de tijd verglijdt inderdaad vanzelf en de feestdagen komen eraan, dat leidt af. In januari – als de winter ‘gekeerd’ is en we ons weer in een opgaande lijn bevinden – mag ik naar Kaapverdië, effe net doen alsof de winter niet bestaat en als we terug komen lengen de dagen alweer. U merkt het: ik ben er beter in geworden mezelf deze maanden ‘aan de gang’ te houden.

Wat me ook ‘aan de gang’ houdt zijn de stukkies voor Vocalies, alleen vond ik zo weinig te schrijven de laatste tijd. Heeft misschien ook wel met mijn herfst-winterdipje te maken. Hoe dan ook: terwijl ik een bietje zat te griepen ging Opera Zuid lustig door met werken en hadden ze een hedendaagse opera te pakken. Een niet zo bekende ook: ‘A quiet place’ van Leonard Bernstein. Ik heb het dus niet over de horrorfilm met dezelfde titel.

‘A quiet place’ ging in première in juni 1984 aan La Scala in Milaan. Het is Bernstein’s laatste werk voor de bühne. In 2018 is het 100 jaar geleden dat hij geboren werd en daarom brengt Opera Zuid zijn opera.
U kunt er nog net naartoe (sorry dus, dat ik er niet eerder over schreef): vanavond gaat-ie in Sittard, dinsdag 4 december in Utrecht, donderdag 6 december in Breda en zondag 9 december is de laatste voorstelling in – hoe juist voor Opera Zuid – Maastricht, de thuishaven.

‘A quiet place’ vertelt het verhaal van een eigentijds Amerikaans ‘suburban’ gezin dat worstelt met communicatie, met aanvaarding en met het verwerken van intense emoties na de tragische dood van een geliefde bij een door alcohol veroorzaakt auto-ongeval.
Bloedmooi en hartverscheurend, schrijft Opera Zuid zelf over deze productie.

Ik zit er wat informatie over bij elkaar te zoeken op YouTube en vind de typische Bernstein-klanken en behalve drama, ook kleur en savoir vivre… heerlijke productie!

Ik laad het filmpje op met de introductie voor de opera van Opera Zuid zelf: die kunnen het veel leuker zelf vertellen dan ik het hier kan opschrijven.

Een heerlijke Barbier bij de Nationale Opera

U kunt er nog naar toe, op het moment dat ik dit typ, nog negen avonden! Beginnend dinsdag 13 november en eindigend zondag 2 december. Ik bedoel naar ‘Il barbiere di Siviglia’, liefkozend door mij altijd ‘de barbier’ genoemd… En in Amsterdam naar de Nationale Opera. O, heerlijke opera. En dit keer is het feestje dat de barbier altijd is extra leuk: Lotte de Beer doet de regie. Ik zag de trailer en was verkocht, wat een kostuums en aankleding en vaart; iets wat opera – en vooral komische – nogal eens te kort komt.

Lotte de Beer regisseerde al eens eerder bij De Nationale Opera. Ik vond niet alles even mooi, maar vondsten waren het, dat valt niet te ontkennen. Over de regie van Hänsel und Gretel was destijds nogal wat te doen. Haar enscenering van Puccini’s Il Trittico bij de Bayerische Staatsoper, was een doorslaand succes en bracht haar naar de wereldtop.

Het verhaal in ‘Il barbiere di Siviglia’ draait om Rosina, op wie graaf Almaviva verliefd is. Zij beantwoordt zijn gevoelens, maar haar voogd Bartolo wil met haar trouwen om zo een flinke bruidsschat in de wacht te slepen. Na de nodige geestige verwikkelingen in het libretto krijgen de gelieven elkaar uiteindelijk, dankzij de hulp van Figaro. Uit Mozarts ‘Le nozze di Figaro’ weten we echter dat het tussen hen geen rozengeur en maneschijn zal blijven… soort van feuilleton dus, die twee opera’s…
Lotte de Beer werkt voor ‘Il barbiere di Siviglia’ samen met decor- en kostuum-ontwerper Julian Crouch. Het Nederlands Kamerorkest begeleidt en dirigent is Maurizio Benini, regelmatig te gast in de grote operahuizen.

Il Conte wordt gezongen door René Barbera, Misha Kiria is Bartolo en Rosina wordt gezongen door Nino Machaidze. Bariton Davide Luciano heeft misschien wel de grootste uitdaging met zijn wereldberoemde ‘Largo al factotum della città’, bariton-killer bij uitstek. Technisch buitengewoon lastig en overbelasting ligt op de loer. En iedereen (denkt dat-ie) weet hoe het moet klinken… Ik bracht een lekker half uurtje door met het bekijken van filmpjes met ‘het Largo’… een van de beste was Thomas Hampson die de aria zingt als ‘Einlage’, in volgens mij Die Fledermaus; mamma mia wat een tempo…

Ik zat te grinniken bij de trailer om de aria ‘Una voce poco fa’ van Rosina, heerlijk tetterstuk. Niet mijn stemvak, maar ik vond het altijd een heerlijk ding om mee in te zingen. Op de een of andere manier zat dat lekker in mijn stem en ik kan het stuk na al die jaren nog bijna van begin tot eind meezingen.

Ik laad het filmpje op met de trailer waarin Lotte de beer zelf vertelt hoe het zit. Waarom zou ik het dan gaan typen…
Ik word erg energiek en blij van het filmpje; gaan zien die opera!

November Music: een bijzondere avond

Ik denk wel eens: je begint een ouwe, gesjeesde sopraan te worden, Vocalies, je hebt het het eigenlijk allemaal wel een keer meegemaakt nu: goede en slechte concerten, makkelijk en minder makkelijk toegankelijke muziek, goed en slecht geregisseerde en/of gezongen opera’s, kraaienvals zingende koren, affijn, u krijgt een beetje een beeld…

Maar wat ik gisteren heb gehoord slaat alles: nondepatatten wat een avond!

Ik was met een vriendin bij een uitvoering van ‘November Music’, in de Grote Kerk in Den Bosch (da’s die met de mooie akoestiek, vlakbij de Sint Jan).
Sopraan Barbara Hannigan zong (nou ja zóng, ze gebruikte haar hele lijf en stembanden voor een uitvoering ván… za’k maar zeggen… ) de Nederlandse première van het stuk ‘Jumalatteret’ van componist John Zorn en een vrouwenkwintet zong daarna van dezelfde componist ‘The Holy Visions’

De waanzinnig goede begeleider van Hannigan verdient het om genoemd te worden: Steve Gosling. Hij was haar rots in de branding. Hij prepareerde kalm en adequaat de vleugel in anderhalve seconde tussendoor en was steeds op tijd weer bij de toetsen terug om Barbara ‘te vangen’ . Ik raak altijd ge-emotioneerd als ik merk dat muzikanten met een blik genoeg hebben om elkaar haarfijn aan te voelen.

Diezelfde emoties waren er ook bij het optreden van het vrouwenkwintet: stemvorkjes geruisloos gebruikt, een simpel handgebaar, één blik en dan een loepzuiver unisono inzetten (zo ongeveer het allermoeilijkste dat er is, als je allemaal een stem hebt die ook makkelijk solistisch werk aankan) . Ik noem de vrouwen, al zal zoveel informatie misschien niet beklijven: Sarah Brailey, Elisabeth Bates, Eliza Bagg, Rachel Calloway en Kristen Sollek.

De dames zongen een stuk waarin de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen centraal staat: er klonk jazz-achtige klanken, Gregoriaanse muziek en teksten, minimal music-achtige klanken, zo dissonant als de pieten en regelrecht naar je hart. Ik vond het fantastisch. Terecht dat de New York Times ooit schreef over dit stuk: “Spookachtig mooi”. Het was éng, zo goed!

En dan die Hannigan: ik kom superlatieven te kort… Voor de vertolking van ‘Jumalatteret’, een liedcyclus over de godenwereld, zoals vastgelegd in het Finse nationale epos ‘Kalevela’ je hele bereik als sopraan inzetten, alles van je stembanden en je lijf gebruiken om te vertolken wat de componist heeft bedoeld. Die was trouwens al net zo enthousiast over de uitvoering als het publiek; zichtbaar aangedaan vielen ze elkaar na de uitvoering in de armen, de pianist incluis. Ze móeten samen met de componist gerepeteerd hebben, kan niet anders, hoe weet je anders wat hij wil met zijn partituur (die ik graag eens in zou zien). Waanzinnig!

Nee, dat had deze oude, gesjeesde sopraan nog nooit meegemaakt, zoiets….

Ik laad een filmpje op met Hannigan waarin ze het stuk ‘I will go out now’ van Hans Abrahamsen zingt. Ook hier zie je dat magische contact dat alle betrokken musici met elkaar lijken te hebben. Je hoeft niet echt een liefhebber te zijn van hedendaags klassiek om dit soort dingen wel te kunnen waarderen.

Jonas en het meisje uit het Wilde Westen

Morgen, 17 oktober 2018 is het een belangrijke dag. Tenor Jonas Kaufmann keert na een afwezigheid van vier jaar terug naar The Met. Maak u niet druk: u haalt het toch niet meer om erbij te zijn. In één dag naar New York lukt niet, waarschijnlijk zijn er toch geen kaartjes meer en áls ze er al waren, zijn ze niet te betalen.

U zult het moeten hebben van de pers rondom deze productie van Puccini’s ‘La fanciulla del West’. En van dit stukkie natuurlijk… grapje…

En: van de film in Pathé op 27 oktober!!!!

Ik las het (zeer Amerikaanse) artikel van Joshua Barone over zijn terugkeer naar de Amerikaanse opera-tempel. Het gaat (weer) goed met Kaufmann; het waren geen makkelijke jaren de jaren sinds 2014. Scheiding en stemproblemen. Maar sinds begin 2018 heeft hij geen enkel optreden afgezegd, zo beweert hij. Is niet helemaal waar, want juist bij The Met zei hij wel degelijk twee optredens af. Van eentje ervan – als ik me goed herinner – was ook een Musicogroep het slachtoffer. Maar ja, hij was echt ziek en wat moet je dan als het instrument waar je mee werkt weigert en als die twee hele kleine stembandjes zeggen: “joh, nu effe lekker niet….”

Mankeer maar eens iets, als gewone sterveling. U en ik weten dat het eerste dat het begeeft je stem is, die ligt het dichtste bij de ziel en dat hoor je onherroepelijk, ook bij grote profs als Kaufmann.
Hoe dan ook, morgen zal hij weer schitteren. Een van zijn sopranen-collega’s omschrijft zijn talent, zijn ‘Gewisse Etwas’, als volgt: “Als-ie binnenkomt in de kleedkamers is-ie Jonas. Als-ie op toneel verschijnt is hij Jonas Kaufmann en is het alsof hij een schakelaar aanzet waardoor hij van binnen uit lijkt te stralen. Het is magisch en het lijkt uit iedere porie van zijn lichaam te komen…”
Tel daarbij het feit op dat het ‘gewoon’ een verdomd knappe, sexy vent is en je hebt alle ingrediënten voor ‘stardom’ in handen. Dat ‘stardom’ ook een prijs heeft, weten we allemaal.

Wilt u nog gauw effe de plot van La fanciulla?
Het verhaal speelt zich af in de Sierra Madre Mountains van Californië, tijdens het hoogtepunt van de Californische goldrush.
De opera begint in een saloon, gevuld met ruige, maar goedhartige goudzoekers. Onder hen Ramerrez, een gezochte crimineel. Minnie is zo’n beetje de ‘moeder’ van de goudzoekers en uiteraard zijn sommigen van hen verliefd op haar. Bijvoorbeeld Rance, de sheriff. Maar Minnie heeft geen interesse in Rance.
De bendeleden van Ramerrez staan buiten te wachten en de bedoeling is om de saloon te beroven. Dat gaat niet door omdat Ramerrez hopeloos verliefd wordt op Minnie en de liefde is wederzijds.
Rance arriveert met een aantal kompanen. Ze hebben het spoor van Ramerrez gevolgd tot Minnies blokhut. Minnie’s liefde voor Ramerrez blijkt sterk: ze neemt hem in bescherming. Ze helpt hem zich schuil te houden en pokert met Rance om zijn vrijlating. Ze wint het spel omdat ze vals speelt.
Uiteindelijk wordt Ramerrez toch gevangen genomen. Hij wordt – met de strop om z’n nek – op het laatste nippertje gered door Minnie. De opera eindigt met Minnie en Ramerrez die, met de zegen van alle goudzoekers, op weg gaan naar een nieuwe en betere toekomst.

Mooie gelegenheid om een fijn YouTube-filmpje op te laden waarin Jonas ‘Ch’ella mì creda libero’ zingt, de mooie tenor-aria uit La Fanciulla. Het einde is wat abrupt, maar ik koos toch deze versie. Wat een heerlijke aria, met een ‘echte Puccini-handtekening’, ik hoor er Tosca in, en Turandot. En dan te bedenken dat er tijden waren dat ik Puccini en Verdi niet uit elkaar kon houden (da’s lang geleden hoor…).

Montserrat Caballé

Wist u dat er in Italië vogeltjes zijn die een deeltje uit de ouverture tot Rossini’s Wilhelm Tell kunnen fluiten? Het is volstrekt retorische vraag hoor, zelfs van de ornithologen onder u verwacht ik geen samenhangend antwoord… Maar ze zijn er, ik heb ze gehoord en liep erom te grinniken, tenminste als ik daartoe adem óver had, want het waren pittige tochtjes die we maakten de afgelopen week in ons geliefde Italië, meer bepaald op de grens tussen Umbrië en Lazio. Prachtige natuur, lieve Italianen, heerlijk eten, het enige dat iets beter had kunnen zijn was het weer in het begin van de vakantie: we moesten de twee zwaarste tochten ook meteen in het zwaarste regenweer lopen. Daarna was het ‘nothing but blue skies’ tot en met Rome, cittá eterna, de eeuwige stad.

Aan het begin van onze vakantie las ik dat Montserrat Caballé is overleden. Daar moet je wat van vinden als je website Vocalies heet, maar door onze tochtjes in Italië kan ik er nu pas wat over schrijven. Vijfentachtig is ze geworden, Caballé, toch nog een respectabele leeftijd als je haar jarenlange overgewicht en (de daaruit voortvloeiende?) gezondheidsklachten in acht neemt.

Alle grote dagbladen roemen haar ragfijne pianissimo en haar humor en professionaliteit. Ik beken het u eerlijk: als ik tijdens mijn zingend leven snel een aria wilde instuderen en te lui was – jawel… – om het noot voor noot achter de piano zélf te doen en ik kon een opname te pakken krijgen met Caballé, dan zat ik goed: ze zong wat er stond, spatzuiver, en haar tekstinterpretatie was fenomenaal. Niks geen slordigheidjes… Ik kan me een moment herinneren dat mijn hoofdvakdocent aan het conservatorium tijdens een foute noot in een aria droogjes vroeg: “met wie heb je dit stuk ingestudeerd?”; het antwoord was dan nooit: “met Caballé” want die zong geen foute noten.

Ik ga u niet verklappen wie de slordige sopraan wél was, de halve zingende wereld valt dan over me heen…

Hoe dan ook, Caballé was geweldig. Ze was een van de laatste ‘echte’ operadiva’s – streken waren haar niet vreemd – en ze was een vakvrouw!

Ik zoek op YouTube en kom ook wanvertoningen tegen, zeer tot mijn schrik; op het laatst ging het echt niet meer, wie beschermt zo iemand tegen zichzelf? Maar het mooie overheerst, ik kies uiteindelijk voor een opname van haar met dirigent Claudio Abbado (ook al weer een hele tijd dood, zucht…) van een deel uit Verdi’s Requiem. Omdat het zo lekker uit het praktische zangersleven gegrepen is en zo lekker menselijk, maar ook omdat het fragment eindigt met een geweldig stukje Requiem. Luister naar hoe ze van de hoogste hoogte moeiteloos (en technisch verantwoord!) in het laagste borstregister zakt. Mamma mia, wat een vakvrouw!