Un ballo in maschera en een oud verhaal

U moet een beetje opschieten hoor, als u de nieuwe voorstelling van Opera Zuid, Giuseppe Verdi’s ‘Un ballo in maschera’ nog wilt zien.

Sorry dat ik niet eerder een stukkie er aan wijdde… ik was er effe niet… ik was in ons geliefde Oostenrijk, zonder WiFi, zonder internet, zonder kranten, maar mét echtgenoot, lekker eten en drinken, vier prachtige wandelingen, een paar lekkere boeken en veel slaap… de ideale vakantie. Bij terugkomst zet ik facebook open en zie dat de productie al begonnen is. Een speellijstje vindt u onderaan dit stukkie.

Zin in een oud verhaal hierover?
Ik studeerde in 1989 in Salzburg (een zomer-cursus) en had via een mede-cursist kaartjes voor de generale repetitie van deze prachtige Verdi-opera, in het Festspielhaus. Von Karajan zou dirigeren… Het was allemaal te mooi om waar te zijn. De gebeurtenissen in die week in vogelvlucht: Von Karajan sterft op de bok tijdens een repetitie voor het Mozartrequiem in de Dom, Salzburg in rouw én in rep en roer, Georg Solti neemt de directie voor ‘Un ballo’ over. Hij besluit terecht geen pottenkijkers te willen tijdens de generale, dus worden de kaartjes ongeldig verklaard.

Vocalies balen… Of ik mijn geld terug gekregen heb kan ik me niet eens meer herinneren. De mede-cursist had het onvoorstelbare genoegen er wél bij te zijn. Hij was figurant en stond op het toneel op het moment dat Gustav III, koning van Zweden, in 1989 gezongen door Placido Domingo, neergeschoten (of neergestoken, daar mag ik vanaf wezen…) wordt. Zijn opmerking over Domingo’s optreden zal ik nooit vergeten: “der Mann stirbt so schön…”

Op YouTube is trouwens de hele opera te vinden met Domingo in de hoofdrol en inderdaad: hij kan heel mooi sterven….

Ik zocht de oude berichtgeving over deze gebeurtenissen weer eens op en zat glimlachend de krantenartikelen te lezen.

Het is een geweldig opera trouwens. Verdi moest er een en ander aan veranderen, vanwege politieke censuur, deed dat knarsetandend en gelukkig is het verhaal genoeg overeind gebleven om een van de veel gespeelde opera’s te blijven.

Het verhaal, kort:
Samenzweerders hebben het voorzien op koning Gustav III van Zweden. Zijn vriend en adviseur Ankaström waarschuwt hem en helderziende madame Ulrica Arvedson voorspelt ook de ellende. Gustav weigert het gevaar onder ogen te zien. Hij heeft alleen oog voor Amelia, Ankaström’s vrouw. De liefde is wederzijds. Tijdens een ontmoeting tussen Gustav en Amelia, verschijnt Ankaström. Hij herkent zijn gesluierde vrouw niet en wendt zicht tot Gustav, die hij wil beschermen tegen de samenzweerders. Om die samenzweerders om de tuin te leiden, wisselen de heren van kleding. Aangekomen in de stad richten de samenzweerders zich tot de vermeende koning. Amelia werpt zich tussenbeide, waardoor haar identiteit onthuld wordt. Ankaström sluit zich aan bij de vijanden van de koning. Tijdens een gemaskerd bal volgt onafwendbaar de ontknoping en gaat de voorspelling van madame Arvedson in vervulling.

Hier is het speellijstje:
26 mei, Breda, Chassé Theater
29 mei, Utrecht, Stadsschouwburg
2 juni, Tilburg, Schouwburg
5 juni, Scheveningen, Zuiderstrandtheater
7 juni, Venlo, Theater de Maaspoort
9 juni, Sittard, Schouwburg De Domijnen
12 juni, Hasselt, Cultuurcentrum – semiscenisch
14 juni, Heerlen, Parkstad Limburg Theaters
16 juni, Valkenburg, Openluchttheater – semiscenisch
19 juni, Rotterdam, Schouwburg
21 juni, Zwolle, Zwolse Theaters
30 juni, Bloemendaal, Openluchttheater Caprera – semiscenisch

Uiteraard is er meer informatie te vinden op de website én op de facebook-pagina van Opera Zuid.

In het filmpje de trailer van Opera Zuid, heerlijk: een traditioneel gezette Verdi-opera!

Peter Grimes en Waylon

Op deze vrijdag tussen de twee halve finales en de finale van het Eurovisie-songfestival in, los ik het derde en laatste deel van mijn belofte in: u hebt nog het verhaal te goed over ‘Peter Grimes’, de Britten-opera waarmee het Musico-gezelschap in Düsseldorf haar reis naar het festival 20e eeuwse opera afsloot, afgelopen zaterdag.

Moet ik trouwens nog iets zeggen of vinden van het optreden van Waylon tijdens de halve finale van het Eurovisie Songfestival? Eigenlijk niet hè, het past alleen in deze contreien als je het criterium ‘vocaal’ hanteert: ik schrijf over en vind iets van klassieke muziek in het algemeen en van vocále klassieke muziek in het bijzonder…

Ik heb de act even achteraf bekeken op YouTube. Ik kan het niet opbrengen naar de rest van het Songfestival te kijken, te lawaaierig, te vals (in alle zinnen van het woord…).
Waylon zong zuiver en goed getimed en hij leek zelf ook te genieten van het optreden, hetgeen ook een kwaliteit is, met alles wat er rondom hem gespeeld heeft de afgelopen dagen. Ik kan hem benijden om het – blijkbaar uit vermogen – aan- en uit kunnen zetten van het ‘rafeltje’ in zijn stem. Het is langs het randje, want het lijkt me niet goed voor je stembanden, maar hij komt ermee weg en bij de mupkes van minder dan drie minuten af en toe zo’n rafeltje zal wel geen kwaad kunnen. Mijn boodschap aan klassieke zangers: probeer het niet in een opera- of operetteproductie of tijdens een Liedconcert, dat doe je waarschijnlijk maar één keer en daarna zit je weer een hele tijd thuis met gehavende stembanden en een overwerkte zangpedagoog (vraag maar aan Adèle…).

Het dansje van de bandleden sloeg als k.. op dirk, pardon, als een tang op een varken, maar het was niet zo erg als men op facebook en andere a-social media wilde doen geloven. En dat Waylon een arrogante bal is met geweldige zangkwaliteiten wisten we natuurlijk ook al lang… Bij mij gaat zijn geluid altijd direct naar mijn hart en daardoor vergeef ik hem zijn arrogante gedrag.

Goed, Vocalies vind weer wat, blijkbaar ben ik terug op de rails…
Peter Grimes, dus… Een opera in een proloog en drie akten, met een libretto, gebaseerd op het gelijknamige gedicht.

Het verhaal speelt zich af in een dorp aan de kust van Suffolk ergens in het midden van de negentiende eeuw. Peter Grimes is een visser, die het niet heel nauw neemt met de moraal en de wet (Ev’rybody’s got a little outlaw in ‘em, ha, daar hebben we het linkje naar Waylon…).

Peter Grimes lijkt schuldig aan de dood van een van zijn scheepsjongens; het lijkt een ongeluk. De driftige Grimes windt zich op over de onwil van de dorsgenoten en gaat zijn eigenwijze en onafwendbaar dodelijke gang: hij huurt een nieuwe scheepsjongen, mishandelt die en tijdens een gang in de storm naar de vissersboot, valt de jongen van een klif. De dorpsgemeenschap keert zich nu echt tegen Grimes en het kleine beetje goodwill wat hij nog over had is nu helemaal weg.

De opera eindigt met een verwarde monoloog van Grimes. Hij vaart alleen weg in een bootje en komt nooit meer terug. In het dorp herneemt iedereen de dagelijkse gang van zaken alsof er niets gebeurd is…
Grimes is een zware rol die lang niet iedere tenor aan zal kunnen. Hij is niet ‘the good guy’ of de held, hetgeen in de opera de tenor bijna altijd wél is… en rafeltjes zijn in zijn partij aan de orde van de dag… gevaarlijk dus…

Ik had graag een stukkie van de ‘madscene’ willen opladen, maar vond die wel op YouTube, maar niet van de tenor die de rol van Grimes dit keer gezongen heeft: Corby Welch.
Daarom een stukkie van de enscenering uit seizoen 2009-2010. Ik neem maar even aan dat de Deutsche Oper am Rhein dit keer voor dezelfde enscenering heeft gekozen.

Een duo: Ariane en Pigmalione

De reis naar Düsseldorf voor Musico is al weer een p[aar dagen voorbij. De signalen via facebook zijn dat het een goede reis was, met mooi weer en prachtige voorstellingen.
Zaterdagavond was er weer een ‘double bill’, dit keer in Duisburg (die hebben zo’n prachtig’plechtig’ operagebouw met van die hoge Griekse zuilen, geweldig!). Weer twee eenakter: ‘Ariane’ (door de Duitsers consequent ‘Ariadne’ genoemd) van Boruslav Martinů en Il Pigmalione’ van Gaetano Donizetti.
Twee voor mij volstrekt onbekende eenakters, volgens mij weinig uitgevoerd. Dat betekent best effe zoekwerk en inleeswerk. De plot van La Traviata schud ik uit het hoofd zo uit mijn mouw, maar dit soort eenaktertjes zijn gemeen: je moet er wat voor doen om ervan te kunnen genieten; dat ‘doen’ is trouwens erg leuk werk…

Daar gaat-ie:
De korte opera ‘Il Pigmalione’ is het eerste podiumwerk van belcanto-meester Donizetti en vertoont de eerste tekenen van een artistiek drama. Pigmalione (mocht de titel u bekend voorkomen: ja, George Berard Shaw maakte een bekend toneelstuk gebaseerd op dit verhaal) haat vrouwen en legt zich toe op de beeldhouwkunst. Hij maakt een vrouwelijk standbeeld… waarop hij prompt verliefd wordt. Op zijn smeekbede wekt de liefdesgodin Aphrodite het standbeeld tot leven en Pigmalione en het beeld worden een gelukkig paar.
Het werk ontstond in 1816 toen Donizetti studeerde bij Padre Mattei in Bologna. Aha, en nou lees ik waarom ik niet van het bestaan van de opera afwist: Donizetti was blijkbaar niet tevreden met de eenakter en smeet het ván zich… Later werd het weer ontdekt en de première was op 13 oktober 1960 in Bergamo.
Ariadne/Ariane

In maar vijf weken componeert Tsjech Boruslav Martinů zijn eenakter over de Kretenzische prinses Ariadne, haar stiefbroer Minotaurus en de Atheense held Theseus. Het mythologische verhaal heeft veel kunstenaars geïnspireerd. Bij Martinů krijgt het thema een diep psychologische dimensie die muzikaal verbeeld wordt aan de hand van neoclassicistische, neo-barokke en impressionistische klanken evenals elementen uit jazz en folklore. Ik hou van het vol-vette orkestreren van Martinů. Hij heeft trouwens ook mooie dingen voor mannenkoor geschreven.

Geniet hieronder in het filmpje even van een leuke intro en toelichting op de twee producties.

Twee eenakters uit de 20ste eeuw

Na een moeilijke periode pak ik vandaag de draad weer op. De laatste tijd was de frequentie van berichtjes hier op Vocalies laag, te laag, veel te laag. Het was een lastige tijd en ik had nauwelijks inspiratie. Er waren zwaardere zaken te verwerken dan de perikelen van de klassieke muziek. Ik moest afstand doen van mijn allerbeste vriendin. Een proces dat al lang geleden, bij mijn weten ergens in 2011 al begonnen was en waarvan we geen idee hadden hoe lang het zou duren tot de kanker zou winnen.

Een tijd lang deden we net alsof er niks aan de hand was en maakten een lange neus naar de kanker… Maar ergens vorig jaar augustus was hij voor de derde keer terug en dit keer definitief. Op 24 april jongstleden overleed ze, te midden van haar gezin. We deden haar een kleine week later uitgeleide en ik mocht daar verhalen van onze vriendschap en dat heb ik gedaan.

Geheel in haar geest probeer ik dus de draad weer op te pakken. Ik moest de muziekreis naar Düsseldorf afzeggen; het zou zomaar hebben kunnen gebeuren dat de vriendin tijdens of vlak voor die reis zou overlijden en ik wilde bij haar en haar gezin zijn. Een lieve en zeer deskundige collega-reisleider nam de reis over en heeft haar eerste twee eenakters in het Theater van de Oper am Rhein er inmiddels opzitten.

Eerder had ik u beloofd u mee te laten genieten van de plots van de 20-ste-eeuwse opera’s die het gezelschap in Düsseldorf gaat bekijken. Ik pik plots hier op, mooie gelegenheid om er weer een beetje in te komen. In de loop van de stukkies zal ik mijn sprankel wel weer terugvinden…

Gisteren zagen ze in Düsseldorf twee producties: ‘Lénfant et les sortilèges’ en ‘Petruschka’, de een een komische eenakter en de ander een ballet, de een van Maurice Ravel en de ander van Igor Stravinsky.

Over L’enfant:
Omdat het kind onaardig en tegendraads is moet het voor straf in zijn kamer blijven. Woedend slaat het de meubels in de kamer kort en klein en kwelt de kat. „Ik ben boos en vrij!“ roept het triomfantelijk. Maar die triomf duurt niet lang. Als in een nachtmerrie worden de beschadigde meubels levend en willen zich wreken op de boosdoener. Zelfs de natuur en haar bewoners bedreigen het kind. Dat begint te leren dat eigen daden consequenties hebben. Als het tenslotte medelijden toont met het gewonde eekhoorntje eindigt het gespook, tenminste… voor nu…

Over Petruschka:
Igor Strawinsky’s ‘Petruschka’ gooit de toeschouwer meteen in het uitgelaten gedoe van een jaarmarkt, waar een onheilspellend uitziende schurk drie poppen presenteert. Hij wekt ze met zijn toverkunsten tot leven: de kwetsbare acrobate Ptitschka, de goedmoedige, on-opgevoede Patap en de streken uithalende clown Petruschka.
Door hun sadistische meester tentoongesteld en gekweld, verlangen ze alle drie naar vrijheid, maar het lukt uiteindelijk alleen Petruschka om te vluchten. In een roes van nieuwe levensvreugde stort hij zich nieuwsgierig in het gewoel van de jaarmarkt. Maar de vrijheid duurt niet lang…
Strawinsky’s als ballet wordt in de stijl van het Cirque du Soleil gebracht: een combinatie van animatie en acrobatiek die de natuurwetten lijkt te tarten. Toneel, animatie, klank en artiesten versmelten tot een ‘live-action-cartoon’ met muziek.

Het filmpje zegt meer over de beide stukken dan ik hier zou kunnen typen. Ze moeten gisteren een prachtige avond gehad hebben daar in Düsseldorf…

Coraline, een opera voor iedereen vanaf 8 jaar

Nou zijn we al een week terug uit ons geliefde Londen en nou heb ik u nog niet verteld over de (kinder)opera die we daar gezien hebben. Terwijl dat toch best een bijzondere ervaring was. Strikt genomen was het trouwens geen kinderopera maar een ‘opera voor kinderen vanaf 8 jaar…’ , dat is iets anders, al is het verschil klein en vooral subtiel…

Ik had sterk de indruk dat echtgenoot (die de kaartjes via internet bestelde) zich had vergist; de producties van Royal Opera House Covent Garden zijn zo schreeuwend duur dat de moed je in de schoenen zinkt, bovendien was er in het weekend dat wij er waren niks wat we perse wilden zien.

Hij moet welhaast bij het zoeken gedacht hebben: Royal Opera House produceert het, dus het zal wel goed zijn; opera vindt mijn lief altijd mooi; het is niet in het Opera House aan Covent Garden, maar in het Barbican, dat zal ook wel bijdragen aan het feit dat de kaartjes best te betalen zijn (ik meen 40 pond): boeken die hap, want het was bijna uitverkocht.

Toen hij me vertelde dat we tóch kaartjes voor een opera hadden in ons weekend maakte ik eerst een vreugdesprongetje en ging toen eens opzoeken wat het dan was dat hij geboekt had. Ik moest grinniken: dat wordt lachen dacht ik, ik ben helemaal niet van de kleine kinderen en echtgenoot ook niet zo… Ik ben helemaal niet van hedendaagse opera en echtgenoot is eigenlijk helemaal niet van opera, maar hobbelt mee en vindt het dan achteraf geweldig. Mijn vraag of hij zich vergist had werd met gesnuif beantwoord…. Natuurlijk niet! Hoe kwam ik erbij?

Dus zaten wij zaterdagmiddag 31 maart om twee uur in het Barbican te midden van Engelse kinderen vanaf 8 (ze vallen best mee) al dan niet in gezelschap van ouders, grootouders, of andere familie en wat los ‘volwassen’ spul net als wij. Zaal uitverkocht.

Gesmuld hebben we. Sowieso is het voor mij goed af en toe mijn oren bloot te stellen aan hedendaagse klanken. En ik moet ook niet zeuren over de titel ‘kinderopera’: ik zit met net zo veel plezier bij Humperdinck’s Hansel und Gretl en ben een gretige toeschouwer van Harry Potter-films en Lord of the Ring-films. De tijd dat kinderen meteen met hun lip begonnen te trekken als ik ze aankeek is ook voorbij, soms hebben we zelfs een geanimeerd gesprek

Mark-Anthony Turnage is de componist van ‘Coraline’. Hij is geboren in 1960. Een paar titels: ‘Greek, ‘The Silver Tassie’ ‘Anna Nicole’. Coraline was de tweede opdracht die hij kreeg voor Royal Opera House Covent Garden.
Hij heeft goed werk verricht. De zaal hing aan de lippen van de solisten. Uitstekend gezongen. Hoe doen ze dat toch? Ik was al gauw ieder gevoel voor toonsoort kwijt, een regelmatig ritme is er nauwelijks, alleen in de spoken die meerstemmig (vanuit de coulissen?) zongen boden elkaar wat ondersteuning. Groot respect voor de jonge mensen die dit allemaal moeten kunnen: ik ga chronisch vals zingen als ik geen toonsoort heb om me op te baseren, maar deze solisten rolden met het grootste gemak én speelplezier door hun partijen heen. Vooral de twee oudere dames die de twee ‘gepensioneerde’ actrices speelden hadden erg veel plezier in hun rol.

Het enige, piepklein puntje van kritiek was dat ik steeds maar zat te wachten tot er een ‘deun’ kwam en die kwam niet… het was eigenlijk een groot recitatief. In de recensies, de dagen erna vond ik die ook terug van een van de recensenten; ik was in goed gezelschap met mijn opmerking.

Woordelijk te verstaan (da’s ook wat: als je in de landstaal zingt én voor kinderen, kunnen de grappen
alleen gewaardeerd worden als ze ook te verstaan zijn en dat waren ze) spatzuiver en met vaart: ik had een heerlijke middag.

Het verhaal is flinterdun: Coraline verveelt zich en komt in haar huis terecht in een soort spiegelwereld, waar haar ouders ineens ouders van een zeer gevaarlijk soort zijn geworden. Ze blijken betoverd en Coralines moedige gedrag tovert ze uiteindelijk weer terug in hun oude liefdevolle staat. Iedereen blij.

Bij het terugwandelen richting Metro liepen er wat oudere kinderen achter ons: ze waren om, voortaan vonden ze opera leuk. ‘Nobody nééds to die in an opera, perse…’ was hun bemoedigende conclusie. Echtgenoot en ik keken elkaar eens aan en grinnikten.

Ik vond helaas niet een heel leuk, representatief filmpje op YouTube, u zult het moeten doen met een vrij statische uitleg van het hoe en wat…

Festival 20e eeuwse opera in Düsseldorf en Duisburg

Ja, hoor, hij gaat door, de reis naar Düsseldorf met Musico, in mei! Ik ga ‘m begeleiden en verheug mij daar (als altijd) uitzinnig op. Het wordt dit keer een busreis en geen vliegreis. Dat heeft een paar voordelen voor een reisleider: je hebt je gasten heerlijk bij elkaar én in een eigen klein ‘concertzaaltje’ (zijnde: de bus; al moet je even het geluid van de motor naar een zijkantje van je hersenpan duwen). En je hebt als reisleider een collega (zijnde: de buschauffeur – bij Musico hebben ze alleen maar léuke dus dat zit alvast snor).

We gaan in Düsseldorf en Duisburg naar het Festival 20e eeuwse opera. Drie geweldige avonden worden het: twee zogenaamde double bills, de eerste met ‘Petroesjka’ van Stravinsky en ‘L’enfant et les sortilèges’ van Ravel en de tweede met ‘Il Pigmalione’ van Donizetti en ‘Ariane’ van Martinů. We sluiten af met ‘Peter Grimes’ van Benjamin Britten.

Allemaal niet erg voor de hand liggende titels, maar het smullen begint nu al: ik ga de opera’s inleiden zoals een reisleider van Musico betaamt en dat betekent dat ik er nu al in ga duiken. Het is ook voor mij niet allemaal voor de hand liggend repertoire, dus ik zal veel opsteken van dat induiken…

‘L’enfant et les sortilèges’ heb ik ooit gezien, al is dat zo lang geleden dat ik u niet meer kan vertellen in wat voor regie en bij wat voor gelegenheid. De rebellie van het jongetje sprak me zo aan dat het me is bij gebleven. De muziek van ‘Petroesjka’ hoorde ik ooit in het Concertgebouw en ‘Peter Grimes’ zag ik ooit op tv. De andere eenakters zijn me onbekend, maar met de muziek van Donizetti en Martinu zit het op voorhand al goed.

Weet u wat we doen? We gaan er hier weer een beetje op voor- en na beschouwen… Zo geniet u alvast op voorhand mee en duik ik spelenderwijs alvast in de producties: iedereen blij!
U kunt natuurlijk ook meegaan in mei…

Als ‘teasertje’ vond ik op YouTube alvast een trailer van Peter Grimes, met een prachtige José Cura in de titelrol. Daar gaan we lekker mee beginnen in een stukkie…

Domingo als bariton

Hij deed het weer! Placido Domingo bedoel ik… hij zong afgelopen woensdag in de Opera Bastille in Parijs de rol van Germont in La Traviata! Ik heb het uit de eerste hand. De gasten van Musico hadden geluk én pech op een avond. Eén: geluk dat ze erbij waren en – twee – Domingo live konden horen en pech omdat Anna Netrebko ziek gemeld was en vervangen werd door Marina Rebeka. Maar two out of three ain’t bad, wat u!?

Domingo, met zijn ouwe knoken (volgens mijn informatie werd hij in januari 77!) moet over een ongelooflijk goeie techniek beschikken wil hij dit nog voor elkaar boksen, Germont is weliswaar een baritonrol, maar een pittige: hoog gelegen en met de lange, lange lijnen die Verdi zo goed kon componeren. Twee zeer emotionele aria’s en het lange duet met Violetta (geweldig om te zingen, dat wel!) en dan hier en daar nog wat losse scènes, met een zeer emotionele ‘zoon’ Alfredo. Geen sinecure. Oef wat had ik ‘m graag gehoord, afgelopen woensdag…

Ik laad het filmpje op van de opname in Valencia in 2017, een dik jaar geleden. De geluidskwaliteit is niet denderend, maar liever deze dan een betere opname zonder beweging… U krijgt er gratis Grigolo bij als Alfredo, uitstekend zingend, maar een beetje houterig acterend. Het kan zijn dat dat houterige mij alleen opvalt omdat Domingo juist zo organisch is. Alles klopt. Het applaus aan het einde van de aria dreef mij de tranen naar de ogen.

Ga trouwens vooral zelf aan het surfen op YouTube als u wil, want er is weer veel moois. Een stukkie verder scrollend vond ik het duet met Violette uit dezelfde uitvoering. Daar is het baritonale echt wel weg uit de stem en komt er eigenlijk een tenor binnen. Het zou mij er niet minder om zijn als ik Violetta zou zingen…

Italiënisches Liederbuch van Hugo Wolf

Tenor Jonas Kaufmann en sopraan Diana Damrau zijn aan hun triomftocht door de grote Europese zalen bezig. Ze zingen het Italiënisches Liederbuch van Hugo Wolf. Vorige week stonden ze in Londen, in de tamelijk sfeerloze Barbicanhall en ik was erbij; ik mocht de Musico-groep naar Londen begeleiden. Het was ons laatste concert in een serietje van drie. Het hoogtepunt voor mijn gasten.

https://twitter.com/PhilharmonieLux/status/966677207815999489

Die gasten stonden na het concert nog na te genieten op de stoep voor het Barbican en waren maar moeilijk in een taxi te krijgen (vooral omdat hun reisleidster heen en weer aan het rennen was tussen de hoek van de straat, waar de niet bestelde taxi’s reden en de plek vóór het Barbican waar zij stonden na te genieten en alleen maar bestélde taxi’s af en aan reden).

Eenmaal in de taxi genoten we pas écht na en kwamen tot de conclusie dat het niet heel veel beter kan: zowel Damrau als Kaufmann beheersen het vak en hebben wereldstemmen. De humor was subtiel en nergens plat. De akoestiek bijna perfect en de zaal ontvankelijk voor de 46 pareltjes van liederen van Wolf (op de twee dames vóór mij die het niet begrepen hadden en popcorn zaten te eten (ja echt…!) en luidruchtig met tassen en papieren zakdoekjes in de weer waren. Ik verbeet mijn ergernis, ingrijpen zou alleen nog maar meer herrie veroorzaken…

Wat jammer dat Hugo Wolf knettergek is geworden, kort na zijn veertigste. Hij had nog zoveel meer prachtigs kunnen schrijven.

De Engelsen, normaal toch zo correct en vriendelijk en prettig gestoord (er waren mensen die kleine cadeautjes in van die mooie verpakking-zakjes uitreikten aan de rand van het toneel) bestonden het om begeleidend pianist Helmut Deutsch over te slaan bij de bloemen.

Keje nagaan: de man moest álles begeleiden – Kaufmann en Damrau zongen ieder de helft van het repertoire: het Ialiënisches is een dialoog, geen duet – en er is niet veel moeilijker voor een pianist dan Wolf begeleiden. En dan slaan ze ‘m over! Scandalous, outrageous, boorish, disrespectful … affijn mijn kennis van het Engels is eigenlijk niet toereikend voor mijn verontwaardiging… verzint u er zelf vooral nog een paar superlatieven bij…

Daarom een filmpje waarin Kaufmann en Deutsch aan het woord komen over hun samenwerking. Het is wel een filmpje dat een paar jaar oud is: beiden zijn ze wat grijzer en gezetter geworden. Zo doen we tenminste hier Helmut Deutsch wél recht: hij begeleidde fantastisch!

Carmen in Royal Opera House Covent Garden

Een spectaculaire Carmen hadden we in Royal Opera House Covent Garden. Een sensuele, sterk fysieke Carmen ook. Een denderende Carmen, een ballet-Carmen… affijn, het was zo’n beetje alles wat ik nog nooit in Carmen gezien had… en ik vond het prachtig!

U merkt het: ik ben terug van mijn Londen-reis met Musico. De vermoeidheid zit nog een beetje in mijn botten, maar de modus van niet-lullen-maar-poetsen ook en dus benut ik de tijd tot mijn lijf me écht dwingt tot rust maar even om dit stukkie te schrijven. Over de andere vocale voorstelling (die met Jonas Kaufmann en Diana Damrau die het Italiënisches Liederbuch van Hugo Wolf zongen) kom ik in een later stukkie terug.

De ontvangst van deze Carmen in Londen was er een van gemengde gevoelens, zo merkte ik in de dagen vóór de reis. Er was kritiek op ‘zo veel ballet erin’ (aldus een criticus op enige website en dattie daar niet voor naar een opera ging, dan ging-ie wel naar ballet…). En er zou te weinig aandacht zijn voor de zang…

Ik bereidde mijn gasten voor: reken niet op de kroeg van Lilas Pastia op het toneel en een havendecor, of een stierenvechters-arena, het is een ‘ kale’ voorstelling.
Dat bleek maar gedeeltelijk waar. Inderdaad: er was maar één decorstuk: een gigantische trap. De rekwisieten bleven beperkt tot een paar ‘handvollen’ bloemblaadjes, een touw en het onvermijdelijke mes, waarmee Don José een eind aan het leven van Carmen maakt en indirect ook aan zijn eigen leven.

Maar een kale voorstelling was het allerminst. Een geweldig zingend, acterend en dansend koor hield ons van begin tot eind in de greep. Geweldig strak en modern ballet pinde ons ademloos op onze stoelen en Maestro Hrusa (die daags erna een denderende Mahler Vijf dirigeerde, wat een topsport voor die man, maar dat terzijde) liet zijn orkest geen moment met rust: in hoog en strak tempo bleef ook het orkest op de toppen van zijn kunnen.

Er werden verbindende teksten uitgesproken via een voice-over van een dame die een mooi gevoileerd Frans sprak. Ze verdient het hier genoemd te worden: actrice Claude de Demo.

Diepe buiging voor Carmen, gezongen door Anna Goryachova. Niet alleen zong ze geweldig, ze danste mee zonder ook maar één pas te missen en er werd met haar gesleept en gegooid en het ging allemaal geweldig.

Ik ben niet zo’n fan van de rol van Don José, ik vind hem een egoïstische minkukel, maar dat zit nou eenmaal in de rol gebakken. Tenor Fransceso Meli is geen groot acteur, maar bleef toch nauwelijks achter bij de rest van de cast.

Ik moest erg lachen met ‘testosteron-bom’ Escamillo en de mannen van het ballet: ademloos zitten kijken. Fantastisch!

Mon Dieu, wat een avond. We stonden na afloop te suizebollen in de regen en kwamen pas in de taxi een beetje tot onszelf.

Ik laad het filmpje op van de Oper Frankfurt. Ik weet het: dat The Royal Opera geen recht. Maar in dit filmpje legt regisseur Barry Kosky zo mooi uit waarom hij voor deze aanpak koos.

Een perfecte avond

Ik moet er toch nog even op terugkomen hoor, op de avond van gisteren in Pathé. Wat een avond! Soms heb je van die avonden die helemaal lijken te kloppen. Vanaf het moment dat je thuis wegfietst (het kon op de fiets want het weer was goed genoeg) tot aan het moment dat je thuis weer terug aan de keukentafel een sigaartje opsteekt om ‘het er nog even over te hebben’: het was een perfecte avond.

In volstrekt willekeurige volgorde:
Ik loerde al een tijdje op de kans om veel van de vrienden eens aan dezelfde dis te hebben. Check!

Ik had een opera bijwonen in The Met van mijn wenslijstje geschrapt: te duur, te lang vliegen, te gecompliceerd. Nu kon het toch! Check!

Ik hou van een compléét avondje uit: lekker eten, een mooie voorstelling, glaasje bubbels in de pauze. Check!

Tosca is een van mijn lievelingsopera’s, de aria ‘Vissi d’Arte’ de mooiste sopraan-aria aller tijden, ‘E Lucevan le stelle’ de mooiste tenor-aria aller tijden. Allebei gehoord en gezongen door een topcast! Check!

De kans om over te brengen wat een mens zoals beweegt als-ie een zo heftige opera zingt en wat er aan emoties aan de binnenkant van de zangers gaande is. Dat je zo dicht op de huid van de zangers zit, dat je zelfs opmerkt dat er een vlekje op de schouder van Yoncheva zit, wat er (als ze even is af geweest) er niet meer zit (hetgeen overigens een van de vriendinnen opmerkte, niet ik). Check!

Het is een apart slag volk, operazangers, maar wellicht worden ze minstens door het selecte groepje dat gisteren mee was, voortaan wat beter begrepen. Je maakt mij niet wijs dat je na zo’n avond dezelfde zanger bent als daarvóór. Check!

Bij The Met liep alles zoals je van een gelikte, Amerikaanse organisatie mag verwachten. De opvullingen in de pauze vind ik leuk, maar leiden ook af van de flow waar je in wil blijven (tenminste ik), dus bekeek ik er niet alles van, maar mengde me in de vriendengroep om te genieten van hun gezelschap en om eventuele vragen te teckelen (voor zover mogelijk).

Ik vond Tosca (Sonja Yoncheva) geweldig, Scarpia (Željko Lučić) nét iets te beschaafd (hetgeen niet iedereen met me eens was) en Grigolo als Cavaradossi af en toe langs het randje van larmoyant, maar ook dat zal zeker niet iedereen met me eens zijn.

Eerder laadde ik het filmpje op van ‘E lucevan le stelle’, nu krijgt u ‘Vissi d’arte’ van me. Die staat, in de bijna tien jaar dat ik deze stukkies schrijf al van zo ongeveer iedere sopraan op deze website, maar ach, dan mag Yoncheva er zéker bij! Ze pakt ’m langzaam, waardoor ze aan het einde bij moet ‘snappen’, waar ik het mooi vind als je je helemaal leeg zingt, om dan met een snik weer verder te gaan… maar ach wie ben ik?… Een nagenietende, voldane, niet meer zingende sopraan die vandaag nog lekker nasuddert van een fantastische avond… en morgen weer volop in het leven springt. Check!