Terug op het honk

Vocalies is weer op het honk. Sinds afgelopen vrijdag terug; zo uit de zomer van Malta, teruggerold in de herfst van Nederland. Het was een enerverende week: twee leuke voorstellingen, Verdi’s ‘Aïda’ en ‘Corto Maltese’ van hedendaags componist (en sopraan!) Monique Krüs, en Malta uitgekamd – met name Valletta. Leuke gesprekken met mensen uit de groep, goede contacten met plaatselijke gidsen, waarbij ik een provinciegenoot tegenkwam (al 33 jaar daar aan het werk!). Heerlijk gegeten. Als je in Valletta slecht eet is het je eigen schuld: de keuze is enorm, de prijzen uitermate gunstig en het eten goddelijk… kortom: een plek om met mijn lief te zijner tijd terug te keren. Op een voorwaarde: we gaan er niet autorijden. De Maltesers rijden als heksen op bezemstelen en (oud-Engelse kolonie) links, a lethal combination!

Aïda – uitgevoerd door Opera Spanga – was geweldig. Regisseur Corina van Eijk trok het plot naar onze tijd door op de achtergrond geraffineerd filmbeelden te laten zien van tanks in de woestijn, een verwijzing naar de oorlogen in het Midden Oosten en naar oorlogen in het algemeen. Af en toe werkten de soms schokkerige beelden een beetje op de lachspieren, maar de meeste tijd zat je je in arren moede af te vragen wanneer er nou eens een kentering komt in dat eeuwige vechten. Er zijn immers alleen maar slachtoffers en als u en ik dat kunnen constateren, waarom zien de machthebbers op de wereld dat dan niet? Het is een retorische vraag hoor, een antwoord is er niet, anders was dat allang gegeven…

Het zouden geen topstemmen zijn die de hoofdrollen zongen, nou dat waren ze misschien niet, maar ze worden het waarschijnlijk wel. Vooral de rol van Amneris werd door de Nederlandse mezzo Eva Kroon uitstekend neergezet. Als altijd had ik meer met de foute Amneris, dan met de goede Aïda. De vondst van de regisseur om ze alle drie (Radames, Aïda en Amneris) in de grotten te laten wegkwijnen vond ik een opmerkelijke. Het publiek om mij heen had er meningsverschillen over, zo merkte ik bij het uitgaan van het (prachtige!) openluchttheater.

Oorlog speelt ook mee op de achtergrond bij de hedendaagse opera ‘Corto Maltese’ in het beeldschone theater Manoel in Valletta. Maar dan veel verder op de achtergrond. De opera is eerder komisch dan dramatisch. Uitgevoerd door jong talent werd het een wat rommelig geheel met een paar hele mooie koorwerken (vooral het ‘mijnwerkerskoor’ was prachtig!) en ook hier weer een mezzo die de boventoon voerde. Wat heb ik plezier gehad met de jonge vrouw die de ‘Hosenrolle’ van Rasputin zong. Een natuurtalent.

Tsja, en dan ben je weer thuis en merk je dat je deze keer wel heel weinig hebt meegekregen van het Internationaal Vocalisten Concours. Winnaar was de Canadese tenor Josh Lovell; inside-information leert dat hij de loeimoeilijke aria ‘Ah mon amis’ uit ‘La fille du regiment’ zong.

Ik heb ‘m opgespoord. Zie het filmpje, waar u ook nog even het hoofd van Dame Kiri te Kanawa in beeld krijgt. Alle hoge noten zijn raak en hij snapt per woord wat hij zingt. Die komt er wel!

Knettergek?

Kennudat? Dat je, ééns een zanger, altijd een zanger blijft, ook als je niet meer echt zingt? Ik val weer eens met de deur in huis, sorry, ik leg het uit. Ik dacht deze gedachte deze week toen een van mijn collega’s een opmerking maakte over klassieke muziek. Op mijn ‘hoofdwerk’ (secretaresse zijn bij een overheidsorganisatie) worden dat soort opmerkingen niet vaak gemaakt, dus je moet ze koesteren…

Ik was kaartjes aan het snijden op een snijmachine en onregelmatig maakte het vlijmscherpe mes een guillotine-achtig geluid. Ik stond al grinnikend aan de finale van Poulenc’s ‘Dialogue des Carmelites’ te denken, toen een collega, eveneens grinnikend, opmerkte, “zeg kan dat niet in de maat… ?” Dat was mijn opening. Ik vertelde over de bijzonder intrigerende en lugubere finale uit de enige opera die Francis Poulenc ooit schreef: de zusters uit het klooster worden een voor een afgevoerd naar de guillotine en Poulenc heeft bijzonder huiveringwekkend de val van het mes in deze finale verwerkt. Ik hoorde het stuk ooit terwijl ik in de auto zat en heb de auto stilgezet op een bospad. Ik kon niet verder rijden, maar ik kon de radio ook niet uitzetten.

Ik laad een filmpje op waarin de enscenering niet heel erg plastisch is, maar de val van het blok wel heel duidelijk wordt weergegeven. Er zijn ‘plastischer’ filmpjes, kijk maar op YouTube.
Dat is een lugubere aanleiding tot deze overpeinzingen, meestal zijn de aanleidingen leuker, dat u zich geen zorgen maakt over mijn geestelijk welzijn…

Ik kan geen trap oplopen zonder als ik boven ben te denken aan het Laudate Dominum van Mozart. Het was ooit een oefening: loop een trap op, adem in op weg naar boven en eenmaal boven aangekomen zing je het begin van dit prachtige stuk uit de Vespers van Mozart. Als je dat kunt zonder ‘bij te snappen’, vlak voor ‘Dominum’ ben je een goeie (voetnoot: ik kon het niet; had altijd ruzie met mijn adem bij Mozart).

Ik laad een filmpje op van Cecilia Bartoli, heel veel beter wordt het niet.

In een gebouw waar ik ooit werkte had de lift de twee tonen van een overmatige kwart (dit is er een voor de muziek-theoretische knagers onder u). Ik kon het niet laten om de noot die erná komt te zingen als ik de lift in stapte. Collega’s leerden het af mij er verwonderd over aan te kijken. Ze waren gewend aan deze ‘gesjeesde sopraan’. Gelukkig heeft de lift in het appartementencomplex waar ik nu woon maar één toon; hetgeen mij er overigens niet van weerhoudt om die toon als beginnetje voor ‘welk-lieke-dan-ook’ te gebruiken…

Ik laad het filmpje op met een opname van Jose Carreras die ‘Maria’ zingt (uit West Side Story), daar zit die overmatige kwart namelijk in, let een beetje op en u herkent ‘m, zelfs als u geen muziektheoretisch knagertje bent. Kijken naar het filmpje drijft me weer tot tranen. Die aandoenlijke, nog jonge Carreras en het hoofd van dirigent Bernstein, die beseft dat hij hier iets geweldigs aan het dirigeren is.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden, als ik er weer eens paar leuke bij elkaar heb, zal ik u daarvan weer op de hoogte brengen.

Affijn, ik zou mezelf niet tot knettergek verklaren, wel tot prettig gestoord, dat ik overal, maar dan ook echt overal muziek uit kan halen. Dat heeft vaak ontroerd op momenten dat dat niet heel goed uitkwam, maar het heeft me ook door veel crises gesleept.

Een feestje en podcasts

Hebt u ook zo genoten van het Prinsengrachtconcert van afgelopen zaterdag? Ik betrapte mezelf op moederlijke gevoelens waarvan ik niet eens wist dat ik ze had, toen ik de broertjes Jussen over het podium zag dartelen. En wat speelden ze geweldig, en wat een geweldig idee om de deksels van de vleugels te verwijderen en er TL in te monteren (en een camaraatje) en wat was grachtengordel-amsterdam mooi stil, en wat wordt die sopraan ooit een hele grote als ze geleerd heeft de zenuwen aan de kant te zetten (iets dat ondergetekende nooit gekund heeft, dus eigenlijk heb ik geen recht van spreken, maar ik ga er dan ook niet staan…) en wat een mupke van een violist. Kortom: ‘een fijn fistje’ zouden ze hier in Brabant zeggen.

In het magazine bij het Eindhovens Dagblad van zaterdag 18 augustus stond trouwens een mooie instructie hoe je je te gedragen hebt als je als onervaren luisteraar naar klassieke concerten gaat. Er staat ook een ‘klassieke muziekgeschiedenis voor dummies’ bij. Ik zat het grinnikend te lezen en zag weer eens een paar vooroordelen bevestigd (dat blazers in een orkest ‘gezellig’ zijn en achter de mooie vioolmeisjes aanzitten bijvoorbeeld; een vooroordeel dat al in mijn conservatoriumtijd heerste, hoe zou dat toch komen….? ). Dat Bach ‘God’ is (da’s helemaal niet waar, dat is Verdi) en dat Beethoven geen wonderkind was (dat was-ie wel…), affijn, smullen…

Gelukkig is klassieke muziek zoveel meer dan wat er in die paar pagina’s vermeld werd, maar men pretendeerde geen volledigheid. En de vijf-delige podcast ‘Beethoven is meer dan een hond’ is niet voor u en mij gemaakt, maar weet misschien nóg meer liefhebbers van het genre binnen te hengelen.

De podcasts die hiernaast staan (meer dan 200 uur aan vooral vocale, klassieke muziek) zijn wél dóór mij vóór u gemaakt, dus daar vestig ik hier nog maar eens de aandacht op.

De Nationale Opera doet ook haar best nieuw en jong publiek te bereiken: ze opent het seizoen met een uitvoering van Mozart’s ‘Die Zauberflöte’, in een speciale enscenering. Wordt spectaculair!

Gelukkig is opera zoveel meer dan alleen ‘Die Zauberflöte’, maar het is een begin. Ik zou een beginnend klassieke muziekliefhebber ook naar zoiets meenemen, u?
Daarom in het filmpje hieronder de trailer van ‘Die Zauberflöte’. Dikke pret!

Prinsengrachtconcert 2018

Nederland herademt: na maandenlange droogte plenst het af en toe geweldig. De regen valt loodrecht naar beneden, alsof iemand ergens een douche-kraan heeft open gezet; er is nauwelijks wind.

Op zoek naar een onderwerp voor een nieuw blogje stuit ik op het enige moment dat je in de komende tijd wenst dat het even níet regent: zaterdag 18 augustus, ’s avonds… want dan is er het slotconcert van het Prinsengracht festival en het is zo lullig als het dan hoost…

Dit jaar een extra leuke cast voor dit concert: de broertjes Jussen spelen en hebben twee vrienden uitgenodigd: violist Daniel Lozakovich en sopraan Laetitia Gerards. Met deze laatste is er ook een Brabantse invalshoek: Gerards werd geboren in Helmond. Allemaal zijn ze aanstormend talent… en een beetje ook al gearriveerd talent: als je op het Prinsengrachtpodium mag staan tijdens het slotconcert ben je een goeie!

In het filmpje een klein interviewtje tussen AVROTROS-presentator Hans van den Boom (‘Boom’ voor intimi, en daar hoor ik nog steeds een klein beetje bij…) en de broertjes Jussen. Inmiddels (knappe) mannen geworden (de broertjes bedoel ik….), maar hun ontwapenende kinderlijkheid (en dat bedoel ik als kwaliteit!) nog niet kwijt geraakt. Ik wens hen toe dat ze die ook behouden!
Kijken aanstaande zaterdag, buiten is het toch k-weer!

Twee prachtige producties in Stockholm

Komend weekend mag ik weer eens op stap: vier dagen ben ik met een groep van Musico in Stockholm. Toen ik er twee jaar geleden was om ongeveer dezelfde tijd was het er 15 graden. We waren veel buiten, heerlijk weer, maar de jas moest aanblijven. Dat zal nu wel anders zijn…

Twee prachtige voorstellingen staan ons te wachten, in twee al even mooie theatertjes: het Theater Confidencen en het Drottningholm Slot-theater behoren tot de oudste-nog-als-theater-in-gebruik-zijnd in Europa, wat zeg ik, ter wereld!

Ik denk overigens niet dat ze in de vroege 18de eeuw al aan airco deden, dus ik hou er rekening mee dat een waaiertje geen overbodige luxe zal zijn, de hitte is nog niet uit de lucht en in Scandinavië is het al net zo warm als hier bij ons.

We beginnen met Orfeo, van Christoph Willibald von Gluck. U kent vast wel het verhaal: Orfeo verliest zijn grote liefde Euridice aan een slangenbeet en besluit haar in de onderwereld achterna te reizen en te proberen de goden te vermurwen haar terug te geven. Dat lukt hem in de oude verhalen niet en ook niet bij álle componisten, maar bij Gluck wèl. Hij weet met zijn gezang Amor zo te raken dat die een tweede keer toegeeft en het stel gaat een ‘en-ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig’ tegemoet. In Wiesbaden hadden we in 2016 een hele bijzondere enscenering waarin Orfeo – geholpen door Amor – zelfmoord pleegt; ook een manier om bij zijn geliefde in de onderwereld te komen. Die enscenering leverde destijds felle discussies en een bijzonder gesprek op tussen mij en mijn gasten; ik denk dat de enscenering van zaterdag een meer traditionele zal zijn. Niettemin is kwaliteit verzekerd in de handen van dirigent Arnold Östman, specialist voor dit repertoire…
Lollig detail over Theater Confidencen? De naam komt van een speciaal geprepareerde tafel: de tafel werd in de kelder van de grote zaal gedekt, en via een ingenieus systeem omhoog gehesen. Op die manier hadden de gasten geen bedienden rond zich, die hun roddel en vertrouwelijke (confidentiële, vat u ‘m?) praat af konden luisteren. Een vondst voor die tijd. Met social media zou je er in deze tijd niet meer mee weg komen… Wat zullen die bedienden gebaald hebben…

In Drottningholm gaan we naar ‘Pygmalion’, een korte ballet-opera van Jean Philippe Rameau. Van choreografie voorzien door een Japanner: Saburo Teshigawara. Ik ben heel benieuwd, dat zou wel eens een prachtige voorstelling kunnen worden. Als het goed gedaan wordt is er niks zo mooi als de combinatie van hedendaagse choreografie en oude muziek. Op de een of andere wonderlijke manier is dat een gouden combinatie.
En u kent het verhaal van Pygmalion? De beeldhouwer Pygmalion maakt een beeld dat zo mooi is dat hij er verliefd op wordt. Na enige verwikkelingen krijgt Pygmalion zijn zin: het beeld wordt tot leven gewekt. Als het u helpt: de musical ‘My fair lady’ is losjes op dit gegeven gebaseerd.
Ik laad voor u de mooiste ‘Che faro’ aller tijden op, zowel qua beeld, als qua geluid. Dame Janet Baker zingt fantastisch hier en de beelden zijn van een tederheid die tijdloos is en blijft ontroeren.

Een koel festival?

Laten we tijdens deze gloeiend hete zomerdagen eens een koeler onderwerp aansnijden: een festival in november. De grijze maand november, de maand dat de zomer lang geleden is en de lente nog ver weg. De maand die niet doorsneden wordt door feesten. De mistige maand, waarin je ’s morgens de kleine mistdruppeltjes in je wimpers hebt hangen als je van je fiets afstapt en je baalt dat je handschoenen nog in het gangkastje liggen… Gaat het al beter met de hittegolven die over u heenslaan dezer dagen of moet ik nog even doorgaan?

November is niet mijn maand, ik zoek die maand altijd bezigheden die mij afleiden van de almaar korter wordende dagen en almaar toenemende kou… Oktober biedt nog alternatieven, die enkele warme dag en de herfstkleuren. En december biedt kerst (niet dat ik dol ben op kerst, maar dan is er afleiding) en in januari ben ik jarig en mag ik meestal een weekje naar de zon en eind januari mag het fietslicht ’s morgens en ’s avonds weer uit. Maar november…. Bleeeehhhhh!

Vandaar dat ik u even het Brabantse festival ‘Novembermusic 2018’ aanbeveel. Aangezien het thema dit jaar veel vocale beloften inhoudt is het natuurlijk extra leuk! Van 2 tot en met 11 november in Den Bosch. Veel fijne Jazz, veel hedendaags vocaal werk en een paar mooie ouwetjes-in-nieuwe-jasjes. Echt zo’n week om je onder te dompelen in onze Brabantse hoofdstad met lekker eten, een goed hotel, een leuke kroeg en veel, heel veel muziek!

En als-ie om is, is het alweer 12 november….

Thijl

In een Volkskrant vol met ellende en somberte ontwaar ik op zondagmiddag aan de keukentafel toch nog een (vocaal) klassiek bericht dat de moeite waard is aan u dóór te vertellen. Niet dat de thematiek van de opera in kwestie (ik doel op ‘Thijl’, de opera van Jan van Gilse) er nou een is om blij van te worden, integendeel…, maar het feit dat de opera eens uitgevoerd wordt, is iets om blij van te worden.

Munne hemel wat een ellende in de wereld. Ik verkeer niet in de vrolijkste periode van mijn leven, maar het gaat altijd nog veel beter dan wat de krant presenteert: Trump-ellende, verdwenen jongens in Mexico die nooit meer terug komen, vaccinatie-ellende, middelbare-school-diploma-ellende en nog veel meer (volgorde trouwens volstrekt willekeurig). De neiging (die ik altijd krijg als het mij minder goed gaat) tot mij terugtrekken op een eiland met mijn favoriete muziek komt weer levensgroot naar boven.

Manlief heeft even alle kranten terzijde geschoven en zit iets vergelijkbaars te doen als ik op mijn eiland zou doen: hij zit filmmuziek te verzamelen en te beluisteren en verrast mij met deunen (uitstekend gecomponeerd trouwens!) van Star Wars, The Thunderbirds (ja echt, weet u nog?, dat was me een partij slecht vroeger, maar de muziek deugde!) A Space Odyssey, Harry Potter (u weet wel met dat pingeltje aan het begin…) en ik knap ervan op.

Ik scheur de pagina met de informatie over ‘Thijl’ uit de krant, fl… de rest bij het oud papier en zet mij aan dit stukje.

Tisnogalwat, wat ze daar gedaan hebben in Utrecht, maar als iemand het voor elkaar kan krijgen zijn zij het. Een paar jaar geleden deden ze even zo vrolijk Wagner in een rijnaak, dus ze weten van aanpakken.
Op de website van Thijl vindt u de speeldata. Ik grinnik bij het zien van de openingspagina: de kop van titelrol-zanger Anthony Heidweiller is een heerlijke slechte. Hij is een oud-studiegenoot en de perfecte persoon voor deze rol denk ik…

Ik zoek op YouTube en vind daar ook van alles over ‘Thijl’. Ik laad een van de filmpjes voor u op: ‘Slaet op den Trommele’. Heidweiller maakt één gebaar terwijl hij op het toneel springt en ik zie hem zo weer voor me in onze lessen ‘Declamatie’ op het Utrechts Conservatorium, ergens tussen 1985 en 1990. Grappig hoe iemands lichaamstaal bij hem/haar blijft al die jaren…
Geen gemakkelijk repertoire trouwens; het doet oude-muziek-achtig aan, maar is complex qua toonsoorten… en het moet goed luid hier en daar, iets waar Heidweiller in ieder geval in dít filmpje geen moeite mee heeft: hij dendert moeiteloos dwars door koor, orkest en tromgeroffel heen… heerlijk!

Hoe dan ook: een mooie bestemming voor een zomeruitje, Thijl…

Website Thijl:

Thijl 2018

Internationaal Vocalisten Concours, het 52ste alweer!

Het komt er weer aan hoor! Het IVC, oftewel het 52ste Internationaal Vocalisten Concours voor Opera en Oratorium. Van 7 tot en met 15 september in Den Bosch gaan de sluizen van de vocale stromen weer open.

Den Bosch verandert twee weken in een klankorgie. Van oudsher logeren veel kandidaten in en rond Den Bosch bij vrijwilligers. Dus als je door Den Bosch wandelt heb je niet alleen rond het theater kans dat je een toonladder of een aria-flard hoort, maar ook verder weg van het theater. Sommigen mensen stellen al jaren vrijwillig hun huis open en er zijn mooie vriendschappen opgebloeid. Kijk maar eens op de website van het IVC, daar vind u allerlei informatie. Voor veel zangers is het IVC de start geweest van een interessante carrière in binnen- en buitenland.
Ook dit jaar is er weer een internationale jury en worden er masterclasses gegeven, zelf tot in het concertgebouw in Amsterdam (dat ze in de randstad maar mooi jaloers op ons zijn (of worden) om zo’n mooi concours in Brabant!).

En niet alleen zangers in de jury, ook mensen ‘van achter de schermen’ (in de breedste zin van het woord). Handig om die in de buurt te hebben. Het verwerven van een zangcarrière wordt immers niet alleen bepaald door het hebben van een stem, maar ook door de juiste mensen tegenkomen, op het juiste moment kunnen pieken, weten hoe om te gaan met de druk en je kunnen presenteren. Een deel van die laatste zaken wordt al min of meer ondervangen door de niet-zangers in de jury, die hebben een neus voor wat er in de mode is op dit moment en op wat voor stemtypes de impresario’s van deze tijd zitten te wachten.

Pfoe, soms ben ik blij dat ik dat allemaal niet (meer) hoef… en gewoon thuis tweestemmig met de stofzuiger kan zingen, puur voor de lol!

Dus als u net terug bent van vakantie: ga naar Den Bosch en smullen maar!

Op YouTube is er van het vorige concours, het 51ste, van allerlei leuks te vinden, compleet met een integrale opname van de finale-avond.

Ik laad hier het introductiefilmpje op van vorig jaar. In 8 minuut 50 krijgt u een aardige indruk van wat het is om een carrière te moeten (mogen?) starten en hoe allesomvattend en -overheersend zoiets kan zijn.

Een dragonder van een zangeres

Ik mopper wel eens dat er te weinig aandacht is voor klassieke muziek in de kranten en op social media. De laatste tijd heb ik niks te klagen. Het donderde en bliksemde even rond Lotte de Beer’s enscenering van Mozart’s ‘Die Zauberflöte’, maar ik heb de indruk dat die polemiek als een nachtkaarsje is uitgegaan…

Er stond een flink stuk in ‘ons eigen’ Eindhovens Dagblad over nieuw aanstormend talent Laetitia Gerards – al groef het niet erg diep – en in De Volkskrant over hoe het is om te zingen het koor van de Nationale opera.

Op facebook ook lekker veel muziek; daar zit ik welbewust in mijn eigen bubble… ik gebruik facebook namelijk als ‘feestboek’; hard ander nieuws haal ik bij bronnen die daartoe toegerust zijn en op facebook geniet ik van alles wat collega’s in de klassieke muziek voor elkaar boksen en posten. Ik vind het prima zo.

En als je echt helemaal niks anders meer te doen hebt is daar nog altijd YouTube. Ik kook wel eens (niet vaak, manlief doet dat meestal en overheerlijk…) en heb dan enige minuten over tussen het moment dat het eten klaar is en de sleutel in het voordeurslot wordt omgedraaid en ik onverwijld op moet dienen… ik hou van goeie timing… Op zulke momenten zit ik te surfen op YouTube. Soms op zoek naar nieuwe dingen, soms mezelf trakterend op dingen waarvan ik al weet dat ze leuk zijn.

Vaak kwam ik uit bij Patty Lupone. Leek een soort van musicalster, maar met die term doe ik haar zwaar tekort, zo bleek toen ik wat verder zocht, nondepatatten wat een strot van beton! Die kan alles zingen en ze stoeit met alle stemtechniek die beschikbaar is: het zaakje over laten slaan, van borst naar top-register in twee noten, mét lucht (‘gevoileerd’ zeggen wij zangpedagogen dan sjiek), zónder lucht en messcherp. Ze is door en door Amerikaans, maar kan alle accenten imiteren, ze danst alsof ze nooit anders gedaan heeft .

Ik zocht even haar CV op:
Ze is geboren in 1949 en heeft aan de Juilliard School. Ze debuteerde in 1972 al in het theaterstuk ‘The School for Scandal’ en was vanaf dan niet meer van toneel te slaan.
Ze kreeg een Tony voor de hoofdrol in ‘Evita’ en later nog eentje voor haar rol in de musical Gypsy. Ik kende haar van het gala waarin de tachtigste verjaardag van Stephen Sondheim gevierd werd.
Haar rol als zangeres wordt in de biografieën die ik las wat onderbelicht. Het is een zangeres als een dragonder, munne hemel, wat kan die zingen!

Ik zoek naar een nummer waar dat te horen is en kan maar niet kiezen. Uiteindelijk toch maar het nummer ‘Have a little Priest’ uit Sweeney Todd, ook van componist Sondheim. Niet een makkelijke componist om te zingen, veel tempo-wisselingen, toonsoort-wisselingen, groot qua omvang en hij houdt weinig rekening met de grenzen en eigenschappen van de menselijke stem. Ik probeerde een stukkie na te zingen en kreeg het maar niet zuiver. Lupone werpt een blik in de camera, zet de knop om en gaat als het theaterbeest dat ze is voor het beste resultaat en geeft de twee mannen die de rol van Sweeney Todd dubbelen, vol waar voor hun geld!

Er zijn ook hele leuke opnamen van haar en Kristin Chenoweth in Bernstein (verschrikkelijk lastig te zingen) musical ‘Candide’, maar ja een mens moet kiezen, dus die gaat u lekker zelf surfen!

Een compliment na meer dan twintig jaar

Weet u wat het voordeel is van ouder worden…??? Dat je meer verleden hebt! En dat dat verleden soms in een gesprek ineens om de hoek komt kijken, soms om naar te spoken, maar soms ook om achteraf nog lang te glimlachen en dingen in een ander perspectief te zien. Na meer dan twintig jaar doet het deksel dat je toen op je neus kreeg geen pijn meer en een compliment blijkt langer te blijven hangen.

Ik zat deze week in mijn hoedanigheid als (soort van) secretaresse met beleidsambtenaren aan tafel. De sfeer was licht melancholiek: de werkgroep die om mij heen zat genoot van een laatste diner samen: ze is namelijk opgeheven, anders ingedeeld, niet meer in deze samenstelling bezig, de focus is verlegd, de speerpunten veranderd, ze is niet meer geborgd (ieieieiek, die term zou verboden moeten worden…). Kortom met alle ambtelijke termen op een stokkie en het stokkie in het vuur: het is afgelopen met deze club. Ze zullen elkaar in andere samenstellingen nog wel tegenkomen en samenwerken, maar zoals we hier aan tafel zaten zal dat niet meer gebeuren…

Mijn buurvrouw bij het diner was ook een oud-collega: ergens in 1997 werkten we samen voor dezelfde gemeente. Ik als eind dertiger die een professionele carrière in rook had zien opgaan en dus weer ‘gewoon’ aan het werk was gegaan en zij als beginnend jurist, een stuk jonger nog, aan het begin van haar loopbaan… We hadden het over ‘ken je die-en-die nog?’ en ‘wat is er toch van die-en-die geworden?’ toen ze me aankeek over de rundercarpaccio en zei: ik weet nog dat we als collega’s mee geweest zijn naar een concert dat jij in het gemeentelijk cultureel centrum gaf, met een paar jongere zangcollega’s, sjonge, wat was ik onder de indruk, zoiets had ik nog nooit gezien of gehoord… zo’n stem… als ik op TV opera zag zapte ik altijd door, maar dit was verpletterend…

Ik kan u nauwelijks uitleggen wat een plezier haar compliment mij deed. Ter plaatse kon ik het concert nauwelijks nog terughalen, maar later op de avond, thuis op de bank, kwamen de flarden terug en zat ik nog met een glimlach, niet van mijn gezicht af te béitelen. Ja, het was een mooi concert geweest…

Ik pak mijn plakboeken zelden van de boekenplank, eigenlijk bijna nooit. Dat bleek ook uit de spinnenwebben die ik lostrok toen ik het juiste boek probeerde te grijpen; in drie jaar hebben die beesten flink hun best gedaan… Wanneer zou het nou toch geweest zijn, dat concert?

Het bleek december 1997 geweest. Meer dan twintig jaar geleden, de foto’s hielpen, bijna alles van die middag kwam terug. Ook de minder leuke dingen: de sfeer binnen het adhoc opgerichte gezelschap was in de kleedkamers al niet goed geweest en de recensie, die – laat ik het tactisch proberen weer te geven – voor mij ietskes beter uitpakte dan voor de heren tenoren, kwam als een boemerang terug: ik zou de recensent gekend en beïnvloed hebben, er vielen harde woorden, het clubke klapte uiteen. Ik leerde toen weer een harde les: het vak is ook binnen de amateurkringen keihard en niet altijd rechtvaardig – ik heb namelijk een verdomd goed concert gezongen, toen – en een staande ovatie krijgen heeft ook een keerzijde.

Het duurde tot in 2011 voor ik definitief besloot dat al die negatieve zaken de positieve teveel overschaduwden, dat mijn faalangst me nog eens zou vernietigen als ik niet uitkeek en dus: te stoppen met actief solo-zingen. Het is een strijd geweest, maar zo’n ‘postuum’ compliment na meer dan 20 jaar is een geweldige pleister op de wonde… die inmiddels trouwens goed genezen is!

De recensent had het over een ovationele reactie op mijn ‘Pace, pace, mio dio’ uit Verdi’s ‘La forza del destino’ en die doe ik mezelf dus hieronder effe cadeau… Ik zal u lichtjes beschrijven wat er door je heen gaat als je zo’n aria zingt, dan is het niet voor niks dat na meer dan twintig jaar het spiergevoel nog precies terugkomt, ’s avonds op de bank.

Er zijn op YouTube talloze prachtige versies te vinden. Ik koos deze, omdat James Levine (‘Jimmy’ voor intimi) dirigeert en ik moest glimlachen hoe hij met een ‘opslag’ meteen het tempo haarfijn voor het orkest vastlegt. Hoezo, 4 tellen vooraf?

Bij het chromatische loopje naar beneden aan het begin leer ik nu nog dat het geen ruk uitmaakt in welk tempo je de noten als sopraan doet, als je maar zuiver uitkomt en ongeveer gelijk met het orkest… sopranen vrijheid…

En die prachtige lange Verdi-lijnen, die volkomen organisch komen, als je een Verdi-zangeres met een fatsoenlijke ademtechniek bent. Gek genoeg lukte het me bij Mozart nooit om zo’n lijn zonder bij-ademen te zingen en bij Verdi altijd…

Die mooie pianissimo-noot halverwege? Goed afzetten op je middenrif, hem dan los laten zweven ergens achter je neus en hem als een parachuterende boompieper laten landen vóór je op het toneel…
En na het tussenspel op tijd inzetten als er geen Jimmy is om het je aan te geven? Gewoon banaal tellen: dat is één… dat is twéé, dat is drie…. Als je bij tien bent komt de tekst: ‘Misero pane…’ tel maar na! Ik had destijds trouwens een geweldige pianist (wél vriend gebleven!), die subtiel wachtte tot ik tot tien geteld had… de meeste sopranen kunnen immers maar tot vier tellen (grapje, dames, grapje!)

En haal vooral adem vóór de laatste ‘Maledizion!’, die hoge bes staat volgens mij maar als kwartnoot genoteerd, maar ach, als-ie erop zit voor veel en veel langer: doen!