Een heerlijke Barbier bij de Nationale Opera

U kunt er nog naar toe, op het moment dat ik dit typ, nog negen avonden! Beginnend dinsdag 13 november en eindigend zondag 2 december. Ik bedoel naar ‘Il barbiere di Siviglia’, liefkozend door mij altijd ‘de barbier’ genoemd… En in Amsterdam naar de Nationale Opera. O, heerlijke opera. En dit keer is het feestje dat de barbier altijd is extra leuk: Lotte de Beer doet de regie. Ik zag de trailer en was verkocht, wat een kostuums en aankleding en vaart; iets wat opera – en vooral komische – nogal eens te kort komt.

Lotte de Beer regisseerde al eens eerder bij De Nationale Opera. Ik vond niet alles even mooi, maar vondsten waren het, dat valt niet te ontkennen. Over de regie van Hänsel und Gretel was destijds nogal wat te doen. Haar enscenering van Puccini’s Il Trittico bij de Bayerische Staatsoper, was een doorslaand succes en bracht haar naar de wereldtop.

Het verhaal in ‘Il barbiere di Siviglia’ draait om Rosina, op wie graaf Almaviva verliefd is. Zij beantwoordt zijn gevoelens, maar haar voogd Bartolo wil met haar trouwen om zo een flinke bruidsschat in de wacht te slepen. Na de nodige geestige verwikkelingen in het libretto krijgen de gelieven elkaar uiteindelijk, dankzij de hulp van Figaro. Uit Mozarts ‘Le nozze di Figaro’ weten we echter dat het tussen hen geen rozengeur en maneschijn zal blijven… soort van feuilleton dus, die twee opera’s…
Lotte de Beer werkt voor ‘Il barbiere di Siviglia’ samen met decor- en kostuum-ontwerper Julian Crouch. Het Nederlands Kamerorkest begeleidt en dirigent is Maurizio Benini, regelmatig te gast in de grote operahuizen.

Il Conte wordt gezongen door René Barbera, Misha Kiria is Bartolo en Rosina wordt gezongen door Nino Machaidze. Bariton Davide Luciano heeft misschien wel de grootste uitdaging met zijn wereldberoemde ‘Largo al factotum della città’, bariton-killer bij uitstek. Technisch buitengewoon lastig en overbelasting ligt op de loer. En iedereen (denkt dat-ie) weet hoe het moet klinken… Ik bracht een lekker half uurtje door met het bekijken van filmpjes met ‘het Largo’… een van de beste was Thomas Hampson die de aria zingt als ‘Einlage’, in volgens mij Die Fledermaus; mamma mia wat een tempo…

Ik zat te grinniken bij de trailer om de aria ‘Una voce poco fa’ van Rosina, heerlijk tetterstuk. Niet mijn stemvak, maar ik vond het altijd een heerlijk ding om mee in te zingen. Op de een of andere manier zat dat lekker in mijn stem en ik kan het stuk na al die jaren nog bijna van begin tot eind meezingen.

Ik laad het filmpje op met de trailer waarin Lotte de beer zelf vertelt hoe het zit. Waarom zou ik het dan gaan typen…
Ik word erg energiek en blij van het filmpje; gaan zien die opera!

November Music: een bijzondere avond

Ik denk wel eens: je begint een ouwe, gesjeesde sopraan te worden, Vocalies, je hebt het het eigenlijk allemaal wel een keer meegemaakt nu: goede en slechte concerten, makkelijk en minder makkelijk toegankelijke muziek, goed en slecht geregisseerde en/of gezongen opera’s, kraaienvals zingende koren, affijn, u krijgt een beetje een beeld…

Maar wat ik gisteren heb gehoord slaat alles: nondepatatten wat een avond!

Ik was met een vriendin bij een uitvoering van ‘November Music’, in de Grote Kerk in Den Bosch (da’s die met de mooie akoestiek, vlakbij de Sint Jan).
Sopraan Barbara Hannigan zong (nou ja zóng, ze gebruikte haar hele lijf en stembanden voor een uitvoering ván… za’k maar zeggen… ) de Nederlandse première van het stuk ‘Jumalatteret’ van componist John Zorn en een vrouwenkwintet zong daarna van dezelfde componist ‘The Holy Visions’

De waanzinnig goede begeleider van Hannigan verdient het om genoemd te worden: Steve Gosling. Hij was haar rots in de branding. Hij prepareerde kalm en adequaat de vleugel in anderhalve seconde tussendoor en was steeds op tijd weer bij de toetsen terug om Barbara ‘te vangen’ . Ik raak altijd ge-emotioneerd als ik merk dat muzikanten met een blik genoeg hebben om elkaar haarfijn aan te voelen.

Diezelfde emoties waren er ook bij het optreden van het vrouwenkwintet: stemvorkjes geruisloos gebruikt, een simpel handgebaar, één blik en dan een loepzuiver unisono inzetten (zo ongeveer het allermoeilijkste dat er is, als je allemaal een stem hebt die ook makkelijk solistisch werk aankan) . Ik noem de vrouwen, al zal zoveel informatie misschien niet beklijven: Sarah Brailey, Elisabeth Bates, Eliza Bagg, Rachel Calloway en Kristen Sollek.

De dames zongen een stuk waarin de middeleeuwse mystica Hildegard von Bingen centraal staat: er klonk jazz-achtige klanken, Gregoriaanse muziek en teksten, minimal music-achtige klanken, zo dissonant als de pieten en regelrecht naar je hart. Ik vond het fantastisch. Terecht dat de New York Times ooit schreef over dit stuk: “Spookachtig mooi”. Het was éng, zo goed!

En dan die Hannigan: ik kom superlatieven te kort… Voor de vertolking van ‘Jumalatteret’, een liedcyclus over de godenwereld, zoals vastgelegd in het Finse nationale epos ‘Kalevela’ je hele bereik als sopraan inzetten, alles van je stembanden en je lijf gebruiken om te vertolken wat de componist heeft bedoeld. Die was trouwens al net zo enthousiast over de uitvoering als het publiek; zichtbaar aangedaan vielen ze elkaar na de uitvoering in de armen, de pianist incluis. Ze móeten samen met de componist gerepeteerd hebben, kan niet anders, hoe weet je anders wat hij wil met zijn partituur (die ik graag eens in zou zien). Waanzinnig!

Nee, dat had deze oude, gesjeesde sopraan nog nooit meegemaakt, zoiets….

Ik laad een filmpje op met Hannigan waarin ze het stuk ‘I will go out now’ van Hans Abrahamsen zingt. Ook hier zie je dat magische contact dat alle betrokken musici met elkaar lijken te hebben. Je hoeft niet echt een liefhebber te zijn van hedendaags klassiek om dit soort dingen wel te kunnen waarderen.

Jonas en het meisje uit het Wilde Westen

Morgen, 17 oktober 2018 is het een belangrijke dag. Tenor Jonas Kaufmann keert na een afwezigheid van vier jaar terug naar The Met. Maak u niet druk: u haalt het toch niet meer om erbij te zijn. In één dag naar New York lukt niet, waarschijnlijk zijn er toch geen kaartjes meer en áls ze er al waren, zijn ze niet te betalen.

U zult het moeten hebben van de pers rondom deze productie van Puccini’s ‘La fanciulla del West’. En van dit stukkie natuurlijk… grapje…

En: van de film in Pathé op 27 oktober!!!!

Ik las het (zeer Amerikaanse) artikel van Joshua Barone over zijn terugkeer naar de Amerikaanse opera-tempel. Het gaat (weer) goed met Kaufmann; het waren geen makkelijke jaren de jaren sinds 2014. Scheiding en stemproblemen. Maar sinds begin 2018 heeft hij geen enkel optreden afgezegd, zo beweert hij. Is niet helemaal waar, want juist bij The Met zei hij wel degelijk twee optredens af. Van eentje ervan – als ik me goed herinner – was ook een Musicogroep het slachtoffer. Maar ja, hij was echt ziek en wat moet je dan als het instrument waar je mee werkt weigert en als die twee hele kleine stembandjes zeggen: “joh, nu effe lekker niet….”

Mankeer maar eens iets, als gewone sterveling. U en ik weten dat het eerste dat het begeeft je stem is, die ligt het dichtste bij de ziel en dat hoor je onherroepelijk, ook bij grote profs als Kaufmann.
Hoe dan ook, morgen zal hij weer schitteren. Een van zijn sopranen-collega’s omschrijft zijn talent, zijn ‘Gewisse Etwas’, als volgt: “Als-ie binnenkomt in de kleedkamers is-ie Jonas. Als-ie op toneel verschijnt is hij Jonas Kaufmann en is het alsof hij een schakelaar aanzet waardoor hij van binnen uit lijkt te stralen. Het is magisch en het lijkt uit iedere porie van zijn lichaam te komen…”
Tel daarbij het feit op dat het ‘gewoon’ een verdomd knappe, sexy vent is en je hebt alle ingrediënten voor ‘stardom’ in handen. Dat ‘stardom’ ook een prijs heeft, weten we allemaal.

Wilt u nog gauw effe de plot van La fanciulla?
Het verhaal speelt zich af in de Sierra Madre Mountains van Californië, tijdens het hoogtepunt van de Californische goldrush.
De opera begint in een saloon, gevuld met ruige, maar goedhartige goudzoekers. Onder hen Ramerrez, een gezochte crimineel. Minnie is zo’n beetje de ‘moeder’ van de goudzoekers en uiteraard zijn sommigen van hen verliefd op haar. Bijvoorbeeld Rance, de sheriff. Maar Minnie heeft geen interesse in Rance.
De bendeleden van Ramerrez staan buiten te wachten en de bedoeling is om de saloon te beroven. Dat gaat niet door omdat Ramerrez hopeloos verliefd wordt op Minnie en de liefde is wederzijds.
Rance arriveert met een aantal kompanen. Ze hebben het spoor van Ramerrez gevolgd tot Minnies blokhut. Minnie’s liefde voor Ramerrez blijkt sterk: ze neemt hem in bescherming. Ze helpt hem zich schuil te houden en pokert met Rance om zijn vrijlating. Ze wint het spel omdat ze vals speelt.
Uiteindelijk wordt Ramerrez toch gevangen genomen. Hij wordt – met de strop om z’n nek – op het laatste nippertje gered door Minnie. De opera eindigt met Minnie en Ramerrez die, met de zegen van alle goudzoekers, op weg gaan naar een nieuwe en betere toekomst.

Mooie gelegenheid om een fijn YouTube-filmpje op te laden waarin Jonas ‘Ch’ella mì creda libero’ zingt, de mooie tenor-aria uit La Fanciulla. Het einde is wat abrupt, maar ik koos toch deze versie. Wat een heerlijke aria, met een ‘echte Puccini-handtekening’, ik hoor er Tosca in, en Turandot. En dan te bedenken dat er tijden waren dat ik Puccini en Verdi niet uit elkaar kon houden (da’s lang geleden hoor…).

Montserrat Caballé

Wist u dat er in Italië vogeltjes zijn die een deeltje uit de ouverture tot Rossini’s Wilhelm Tell kunnen fluiten? Het is volstrekt retorische vraag hoor, zelfs van de ornithologen onder u verwacht ik geen samenhangend antwoord… Maar ze zijn er, ik heb ze gehoord en liep erom te grinniken, tenminste als ik daartoe adem óver had, want het waren pittige tochtjes die we maakten de afgelopen week in ons geliefde Italië, meer bepaald op de grens tussen Umbrië en Lazio. Prachtige natuur, lieve Italianen, heerlijk eten, het enige dat iets beter had kunnen zijn was het weer in het begin van de vakantie: we moesten de twee zwaarste tochten ook meteen in het zwaarste regenweer lopen. Daarna was het ‘nothing but blue skies’ tot en met Rome, cittá eterna, de eeuwige stad.

Aan het begin van onze vakantie las ik dat Montserrat Caballé is overleden. Daar moet je wat van vinden als je website Vocalies heet, maar door onze tochtjes in Italië kan ik er nu pas wat over schrijven. Vijfentachtig is ze geworden, Caballé, toch nog een respectabele leeftijd als je haar jarenlange overgewicht en (de daaruit voortvloeiende?) gezondheidsklachten in acht neemt.

Alle grote dagbladen roemen haar ragfijne pianissimo en haar humor en professionaliteit. Ik beken het u eerlijk: als ik tijdens mijn zingend leven snel een aria wilde instuderen en te lui was – jawel… – om het noot voor noot achter de piano zélf te doen en ik kon een opname te pakken krijgen met Caballé, dan zat ik goed: ze zong wat er stond, spatzuiver, en haar tekstinterpretatie was fenomenaal. Niks geen slordigheidjes… Ik kan me een moment herinneren dat mijn hoofdvakdocent aan het conservatorium tijdens een foute noot in een aria droogjes vroeg: “met wie heb je dit stuk ingestudeerd?”; het antwoord was dan nooit: “met Caballé” want die zong geen foute noten.

Ik ga u niet verklappen wie de slordige sopraan wél was, de halve zingende wereld valt dan over me heen…

Hoe dan ook, Caballé was geweldig. Ze was een van de laatste ‘echte’ operadiva’s – streken waren haar niet vreemd – en ze was een vakvrouw!

Ik zoek op YouTube en kom ook wanvertoningen tegen, zeer tot mijn schrik; op het laatst ging het echt niet meer, wie beschermt zo iemand tegen zichzelf? Maar het mooie overheerst, ik kies uiteindelijk voor een opname van haar met dirigent Claudio Abbado (ook al weer een hele tijd dood, zucht…) van een deel uit Verdi’s Requiem. Omdat het zo lekker uit het praktische zangersleven gegrepen is en zo lekker menselijk, maar ook omdat het fragment eindigt met een geweldig stukje Requiem. Luister naar hoe ze van de hoogste hoogte moeiteloos (en technisch verantwoord!) in het laagste borstregister zakt. Mamma mia, wat een vakvrouw!

Charles Aznavour

Er is een heleboel over geschreven worden en er zal ook nog wel een en ander volgen… over de dood van Charles Aznavour, gisteren 1 oktober 2018. Ik pretendeer ook niet iets nieuws te beweren, ik heb gewoon behoefte erover te schrijven. Om te helpen het verlies te verwerken, za’k maar zeggen. Want als verlies ervaar ik het, hoewel ik het natuurlijk mijlenver had kunnen zien aankomen: 94 is niet een leeftijd waarop je in een overlijdensadvertentie schrijft ’onverwacht overleden’.

Op de een of andere manier kwam het toch onverwacht… ik ga er soms vanuit dat sommige mensen er altijd zullen zijn. Mijn hele zingende leven was Aznavour er (dat deel ik met Mathijs van Nieuwkerk, ook een verstokte-fan-van-het-eerste-uur). Dit jaar 2018 leer ik deze harde les: de aanwezigheid van je geliefden is niet vanzelfsprekend. Ze kunnen je ontvallen, het kan zijn dat je ze af moet geven, aan de dood en soms ook aan het leven. Ik dacht lang dat het makkelijker was ze aan de dood af te geven (want onherroepelijk en niet jouw schuld) dan aan het leven (soms frustrerend omdat je elkaar onrecht hebt aangedaan), maar ook dat is voor mij niet waar.
Ik neem afscheid van de kleine grote man met een korte anekdote en het filmpje van een van zijn mooiste hits (en een van de beste uitvoeringen daarvan, uit 2009; hij was toen bijna 85) ‘Emmenez-moi’ .

Ik was in het voorjaar van 2009 met mijn echtgenoot in New York. Een bijzonder gul cadeau: ik werd dat jaar vijftig en in het diepste geheim had echtgenoot een reis naar New York gepland. We liepen voorbij het New York City Center op 55th Street, twee straten verwijderd van ons hotel. Ik zag de poster met de aankondiging van de vier concerten die Aznavour er zou geven: ‘Only 4 concerts’ stond erop. Dat ontlokte de echtgenoot de sombere veronderstelling dat er wel geen kaarten meer zouden zijn. Maar er zo dichtbij zijn en dan niet gaan informeren zou natuurlijk dom zijn en ik liep het NCC binnen. De mevrouw aan het loket reageerde nuchter: “Where do you wanna sit, love?”

Het werd een geweldige avond: eerst aten we in de buurt, en raakten er aan de praat met Amerikanen die ook naar het concert zouden gaan en een recensie in hun zak hadden die ik mocht lezen, zodat ik mooi ‘opgewarmd’ werd voor het concert.

Aan het begin van het concert kwam Aznavour op, keek op zijn gemak de zaal in en deelde het publiek lekker nuchter mee, met dat heerlijke ‘harde’ Franse accent in zijn Engels: “We will do the whole routine in French”. Hij ging vervolgens ruim 2 uur aan één stuk door met zijn beste werken. Ik zat voorover op het puntje van mijn stoel om maar niks te missen en voelde mijn rug niet eens. Aan het einde was ik in tranen: ik besefte donders goed dat ik een once-in-a-lifetime-ervaring had meegemaakt en dat ik met mijn faalangstige manier van in mijn bescheiden zangcarrière staan hier een grote les had geleerd: hoezo mauwen dat je nerveus bent? Als deze man op zijn vijfentachtigste nog zo’n prestatie neerzet en er bescheiden over blijft, wat zeur je dan, Vocalies?

Affijn, the rest is geschiedenis. Ik zal hem nooit vergeten en schrijf hier nog een keer vol eerbied zijn naam: Charles Aznavour

Terug op het honk

Vocalies is weer op het honk. Sinds afgelopen vrijdag terug; zo uit de zomer van Malta, teruggerold in de herfst van Nederland. Het was een enerverende week: twee leuke voorstellingen, Verdi’s ‘Aïda’ en ‘Corto Maltese’ van hedendaags componist (en sopraan!) Monique Krüs, en Malta uitgekamd – met name Valletta. Leuke gesprekken met mensen uit de groep, goede contacten met plaatselijke gidsen, waarbij ik een provinciegenoot tegenkwam (al 33 jaar daar aan het werk!). Heerlijk gegeten. Als je in Valletta slecht eet is het je eigen schuld: de keuze is enorm, de prijzen uitermate gunstig en het eten goddelijk… kortom: een plek om met mijn lief te zijner tijd terug te keren. Op een voorwaarde: we gaan er niet autorijden. De Maltesers rijden als heksen op bezemstelen en (oud-Engelse kolonie) links, a lethal combination!

Aïda – uitgevoerd door Opera Spanga – was geweldig. Regisseur Corina van Eijk trok het plot naar onze tijd door op de achtergrond geraffineerd filmbeelden te laten zien van tanks in de woestijn, een verwijzing naar de oorlogen in het Midden Oosten en naar oorlogen in het algemeen. Af en toe werkten de soms schokkerige beelden een beetje op de lachspieren, maar de meeste tijd zat je je in arren moede af te vragen wanneer er nou eens een kentering komt in dat eeuwige vechten. Er zijn immers alleen maar slachtoffers en als u en ik dat kunnen constateren, waarom zien de machthebbers op de wereld dat dan niet? Het is een retorische vraag hoor, een antwoord is er niet, anders was dat allang gegeven…

Het zouden geen topstemmen zijn die de hoofdrollen zongen, nou dat waren ze misschien niet, maar ze worden het waarschijnlijk wel. Vooral de rol van Amneris werd door de Nederlandse mezzo Eva Kroon uitstekend neergezet. Als altijd had ik meer met de foute Amneris, dan met de goede Aïda. De vondst van de regisseur om ze alle drie (Radames, Aïda en Amneris) in de grotten te laten wegkwijnen vond ik een opmerkelijke. Het publiek om mij heen had er meningsverschillen over, zo merkte ik bij het uitgaan van het (prachtige!) openluchttheater.

Oorlog speelt ook mee op de achtergrond bij de hedendaagse opera ‘Corto Maltese’ in het beeldschone theater Manoel in Valletta. Maar dan veel verder op de achtergrond. De opera is eerder komisch dan dramatisch. Uitgevoerd door jong talent werd het een wat rommelig geheel met een paar hele mooie koorwerken (vooral het ‘mijnwerkerskoor’ was prachtig!) en ook hier weer een mezzo die de boventoon voerde. Wat heb ik plezier gehad met de jonge vrouw die de ‘Hosenrolle’ van Rasputin zong. Een natuurtalent.

Tsja, en dan ben je weer thuis en merk je dat je deze keer wel heel weinig hebt meegekregen van het Internationaal Vocalisten Concours. Winnaar was de Canadese tenor Josh Lovell; inside-information leert dat hij de loeimoeilijke aria ‘Ah mon amis’ uit ‘La fille du regiment’ zong.

Ik heb ‘m opgespoord. Zie het filmpje, waar u ook nog even het hoofd van Dame Kiri te Kanawa in beeld krijgt. Alle hoge noten zijn raak en hij snapt per woord wat hij zingt. Die komt er wel!

Knettergek?

Kennudat? Dat je, ééns een zanger, altijd een zanger blijft, ook als je niet meer echt zingt? Ik val weer eens met de deur in huis, sorry, ik leg het uit. Ik dacht deze gedachte deze week toen een van mijn collega’s een opmerking maakte over klassieke muziek. Op mijn ‘hoofdwerk’ (secretaresse zijn bij een overheidsorganisatie) worden dat soort opmerkingen niet vaak gemaakt, dus je moet ze koesteren…

Ik was kaartjes aan het snijden op een snijmachine en onregelmatig maakte het vlijmscherpe mes een guillotine-achtig geluid. Ik stond al grinnikend aan de finale van Poulenc’s ‘Dialogue des Carmelites’ te denken, toen een collega, eveneens grinnikend, opmerkte, “zeg kan dat niet in de maat… ?” Dat was mijn opening. Ik vertelde over de bijzonder intrigerende en lugubere finale uit de enige opera die Francis Poulenc ooit schreef: de zusters uit het klooster worden een voor een afgevoerd naar de guillotine en Poulenc heeft bijzonder huiveringwekkend de val van het mes in deze finale verwerkt. Ik hoorde het stuk ooit terwijl ik in de auto zat en heb de auto stilgezet op een bospad. Ik kon niet verder rijden, maar ik kon de radio ook niet uitzetten.

Ik laad een filmpje op waarin de enscenering niet heel erg plastisch is, maar de val van het blok wel heel duidelijk wordt weergegeven. Er zijn ‘plastischer’ filmpjes, kijk maar op YouTube.
Dat is een lugubere aanleiding tot deze overpeinzingen, meestal zijn de aanleidingen leuker, dat u zich geen zorgen maakt over mijn geestelijk welzijn…

Ik kan geen trap oplopen zonder als ik boven ben te denken aan het Laudate Dominum van Mozart. Het was ooit een oefening: loop een trap op, adem in op weg naar boven en eenmaal boven aangekomen zing je het begin van dit prachtige stuk uit de Vespers van Mozart. Als je dat kunt zonder ‘bij te snappen’, vlak voor ‘Dominum’ ben je een goeie (voetnoot: ik kon het niet; had altijd ruzie met mijn adem bij Mozart).

Ik laad een filmpje op van Cecilia Bartoli, heel veel beter wordt het niet.

In een gebouw waar ik ooit werkte had de lift de twee tonen van een overmatige kwart (dit is er een voor de muziek-theoretische knagers onder u). Ik kon het niet laten om de noot die erná komt te zingen als ik de lift in stapte. Collega’s leerden het af mij er verwonderd over aan te kijken. Ze waren gewend aan deze ‘gesjeesde sopraan’. Gelukkig heeft de lift in het appartementencomplex waar ik nu woon maar één toon; hetgeen mij er overigens niet van weerhoudt om die toon als beginnetje voor ‘welk-lieke-dan-ook’ te gebruiken…

Ik laad het filmpje op met een opname van Jose Carreras die ‘Maria’ zingt (uit West Side Story), daar zit die overmatige kwart namelijk in, let een beetje op en u herkent ‘m, zelfs als u geen muziektheoretisch knagertje bent. Kijken naar het filmpje drijft me weer tot tranen. Die aandoenlijke, nog jonge Carreras en het hoofd van dirigent Bernstein, die beseft dat hij hier iets geweldigs aan het dirigeren is.

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden, als ik er weer eens paar leuke bij elkaar heb, zal ik u daarvan weer op de hoogte brengen.

Affijn, ik zou mezelf niet tot knettergek verklaren, wel tot prettig gestoord, dat ik overal, maar dan ook echt overal muziek uit kan halen. Dat heeft vaak ontroerd op momenten dat dat niet heel goed uitkwam, maar het heeft me ook door veel crises gesleept.

Een feestje en podcasts

Hebt u ook zo genoten van het Prinsengrachtconcert van afgelopen zaterdag? Ik betrapte mezelf op moederlijke gevoelens waarvan ik niet eens wist dat ik ze had, toen ik de broertjes Jussen over het podium zag dartelen. En wat speelden ze geweldig, en wat een geweldig idee om de deksels van de vleugels te verwijderen en er TL in te monteren (en een camaraatje) en wat was grachtengordel-amsterdam mooi stil, en wat wordt die sopraan ooit een hele grote als ze geleerd heeft de zenuwen aan de kant te zetten (iets dat ondergetekende nooit gekund heeft, dus eigenlijk heb ik geen recht van spreken, maar ik ga er dan ook niet staan…) en wat een mupke van een violist. Kortom: ‘een fijn fistje’ zouden ze hier in Brabant zeggen.

In het magazine bij het Eindhovens Dagblad van zaterdag 18 augustus stond trouwens een mooie instructie hoe je je te gedragen hebt als je als onervaren luisteraar naar klassieke concerten gaat. Er staat ook een ‘klassieke muziekgeschiedenis voor dummies’ bij. Ik zat het grinnikend te lezen en zag weer eens een paar vooroordelen bevestigd (dat blazers in een orkest ‘gezellig’ zijn en achter de mooie vioolmeisjes aanzitten bijvoorbeeld; een vooroordeel dat al in mijn conservatoriumtijd heerste, hoe zou dat toch komen….? ). Dat Bach ‘God’ is (da’s helemaal niet waar, dat is Verdi) en dat Beethoven geen wonderkind was (dat was-ie wel…), affijn, smullen…

Gelukkig is klassieke muziek zoveel meer dan wat er in die paar pagina’s vermeld werd, maar men pretendeerde geen volledigheid. En de vijf-delige podcast ‘Beethoven is meer dan een hond’ is niet voor u en mij gemaakt, maar weet misschien nóg meer liefhebbers van het genre binnen te hengelen.

De podcasts die hiernaast staan (meer dan 200 uur aan vooral vocale, klassieke muziek) zijn wél dóór mij vóór u gemaakt, dus daar vestig ik hier nog maar eens de aandacht op.

De Nationale Opera doet ook haar best nieuw en jong publiek te bereiken: ze opent het seizoen met een uitvoering van Mozart’s ‘Die Zauberflöte’, in een speciale enscenering. Wordt spectaculair!

Gelukkig is opera zoveel meer dan alleen ‘Die Zauberflöte’, maar het is een begin. Ik zou een beginnend klassieke muziekliefhebber ook naar zoiets meenemen, u?
Daarom in het filmpje hieronder de trailer van ‘Die Zauberflöte’. Dikke pret!

Prinsengrachtconcert 2018

Nederland herademt: na maandenlange droogte plenst het af en toe geweldig. De regen valt loodrecht naar beneden, alsof iemand ergens een douche-kraan heeft open gezet; er is nauwelijks wind.

Op zoek naar een onderwerp voor een nieuw blogje stuit ik op het enige moment dat je in de komende tijd wenst dat het even níet regent: zaterdag 18 augustus, ’s avonds… want dan is er het slotconcert van het Prinsengracht festival en het is zo lullig als het dan hoost…

Dit jaar een extra leuke cast voor dit concert: de broertjes Jussen spelen en hebben twee vrienden uitgenodigd: violist Daniel Lozakovich en sopraan Laetitia Gerards. Met deze laatste is er ook een Brabantse invalshoek: Gerards werd geboren in Helmond. Allemaal zijn ze aanstormend talent… en een beetje ook al gearriveerd talent: als je op het Prinsengrachtpodium mag staan tijdens het slotconcert ben je een goeie!

In het filmpje een klein interviewtje tussen AVROTROS-presentator Hans van den Boom (‘Boom’ voor intimi, en daar hoor ik nog steeds een klein beetje bij…) en de broertjes Jussen. Inmiddels (knappe) mannen geworden (de broertjes bedoel ik….), maar hun ontwapenende kinderlijkheid (en dat bedoel ik als kwaliteit!) nog niet kwijt geraakt. Ik wens hen toe dat ze die ook behouden!
Kijken aanstaande zaterdag, buiten is het toch k-weer!

Twee prachtige producties in Stockholm

Komend weekend mag ik weer eens op stap: vier dagen ben ik met een groep van Musico in Stockholm. Toen ik er twee jaar geleden was om ongeveer dezelfde tijd was het er 15 graden. We waren veel buiten, heerlijk weer, maar de jas moest aanblijven. Dat zal nu wel anders zijn…

Twee prachtige voorstellingen staan ons te wachten, in twee al even mooie theatertjes: het Theater Confidencen en het Drottningholm Slot-theater behoren tot de oudste-nog-als-theater-in-gebruik-zijnd in Europa, wat zeg ik, ter wereld!

Ik denk overigens niet dat ze in de vroege 18de eeuw al aan airco deden, dus ik hou er rekening mee dat een waaiertje geen overbodige luxe zal zijn, de hitte is nog niet uit de lucht en in Scandinavië is het al net zo warm als hier bij ons.

We beginnen met Orfeo, van Christoph Willibald von Gluck. U kent vast wel het verhaal: Orfeo verliest zijn grote liefde Euridice aan een slangenbeet en besluit haar in de onderwereld achterna te reizen en te proberen de goden te vermurwen haar terug te geven. Dat lukt hem in de oude verhalen niet en ook niet bij álle componisten, maar bij Gluck wèl. Hij weet met zijn gezang Amor zo te raken dat die een tweede keer toegeeft en het stel gaat een ‘en-ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig’ tegemoet. In Wiesbaden hadden we in 2016 een hele bijzondere enscenering waarin Orfeo – geholpen door Amor – zelfmoord pleegt; ook een manier om bij zijn geliefde in de onderwereld te komen. Die enscenering leverde destijds felle discussies en een bijzonder gesprek op tussen mij en mijn gasten; ik denk dat de enscenering van zaterdag een meer traditionele zal zijn. Niettemin is kwaliteit verzekerd in de handen van dirigent Arnold Östman, specialist voor dit repertoire…
Lollig detail over Theater Confidencen? De naam komt van een speciaal geprepareerde tafel: de tafel werd in de kelder van de grote zaal gedekt, en via een ingenieus systeem omhoog gehesen. Op die manier hadden de gasten geen bedienden rond zich, die hun roddel en vertrouwelijke (confidentiële, vat u ‘m?) praat af konden luisteren. Een vondst voor die tijd. Met social media zou je er in deze tijd niet meer mee weg komen… Wat zullen die bedienden gebaald hebben…

In Drottningholm gaan we naar ‘Pygmalion’, een korte ballet-opera van Jean Philippe Rameau. Van choreografie voorzien door een Japanner: Saburo Teshigawara. Ik ben heel benieuwd, dat zou wel eens een prachtige voorstelling kunnen worden. Als het goed gedaan wordt is er niks zo mooi als de combinatie van hedendaagse choreografie en oude muziek. Op de een of andere wonderlijke manier is dat een gouden combinatie.
En u kent het verhaal van Pygmalion? De beeldhouwer Pygmalion maakt een beeld dat zo mooi is dat hij er verliefd op wordt. Na enige verwikkelingen krijgt Pygmalion zijn zin: het beeld wordt tot leven gewekt. Als het u helpt: de musical ‘My fair lady’ is losjes op dit gegeven gebaseerd.
Ik laad voor u de mooiste ‘Che faro’ aller tijden op, zowel qua beeld, als qua geluid. Dame Janet Baker zingt fantastisch hier en de beelden zijn van een tederheid die tijdloos is en blijft ontroeren.