Een ouwe stersopraan?

Soms leiden schijnbaar oppervlakkige gesprekken tot de leukste weetjes én… tot leuke weblogjes… Ik sprak met een collega over nieuw talent en ze zei dat ze een boek aan het lezen was over oud talent, namelijk over het leven van Geraldine Farrar. Laat ik daar nou nog nooit van gehoord hebben… Nou, zei de collega, da’s dan knap dom (wij zijn liever eerlijk dan tactisch tegen elkaar) want die heeft een relatie gehad met een Nederlander die een beetje merkwaardig aan zijn einde gekomen is (ze is al tamelijk ver in haar boek).

Nou, u begrijpt, toen was ik helemaal getriggerd… bad news en sensatienieuws, dat is van deze tijd. Dus ik zocht de dame in kwestie maar eens op.
Geraldine Farrar werd geboren in Melrose. Ze was de dochter van een honkbalspeler uit de Major League. Ze begon op twaalfjarige leeftijd met een zangopleiding in Boston en studeerde vervolgens in New York bij Emma Thursby. In 1899 ging ze naar Parijs en vervolgens naar Berlijn, waar ze zanglessen nam bij sopraan Lilli Lehmann en bariton Francesco Graziani.

Ze debuteerde als Marguerite in Faust al in 1901! Dat is uitzonderlijk vroeg voor zo’n zware rol. Ze schijnt een fabelachtig goed actrice geweest te zijn: zelf vond ze ook emotionele expressie belangrijker dan goed zingen (ik chargeer een beetje).
Ze had al gauw The Met op stelten, omdat ze een affaire had met Arturo Toscanini, die voor haar vrouw en kinderen verliet. Gevolg: een enorm schandaal en een breuk tussen Toscanini en de The Met. Ze was beeldschoon en al snel een soort ‘role-model’ voor jonge vrouwen uit haar tijd. Ze droeg het haar in een boblijn en kleedde zich ultra-modern en tamelijk bloot (ook op het toneel) (grappige contradictie trouwens: je bloot kleden…).

En waar komt die Nederlander nou in het spel?
In 1916 trouwde ze met de Nederlandse acteur Lou Tellegen. Die bedroog haar nog al eens en ze scheidde in 1923 al weer van hem. Als je Lou opzoekt op internet kom je in een leven vol tragiek en sensatie (en volgens mij van een zeer matig acteur…). Hij is raar aan zijn eind gekomen.
Farrar ging rustig en lustig door met zingen en bekend en berucht worden: ze speelde Gilda in Rigoletto en raakte door die opera bevriend met Enrico Caruso, met wie ze innig bevriend zou blijven.

Kroonprins Wilhelm van Pruisen hoorde ook bij de bewonderaars en waarschijnlijk hebben die twee ook een relatie gehad.

Tussen 1915 en 1920 speelde Farrar in diverse stomme films, onder andere in Carmen, in een bewerking door Cecil B. DeMille.
Ze nam als een der eerste operasterren op een grote schaal grammofoonplaten op. In de jaren dertig werkte ze in Amerika voor de klassieke radio. Daarna trad ze ‘in ruste’. Ze overleed in 1967, 85 jaar oud.

Ik hoor oude opnamen en kan haar stelling dat ze het belangrijker vond goed te acteren dan goed te zingen alleen maar beamen, dat wil zeggen: ik heb haar niet zíen acteren, maar de zang is matig… ligt ook een beetje aan de opnamen.
Hieronder een opname van de Juwelenaria uit Faust. Er is op YouTube veel leuks te vinden. Mooi tijdsbeeld van het begin van de film met geluid én van de stomme film.

Tot zover dit bericht van uw sensatie- uit-het-verleden-journaliste, Vocalies!

Een nieuwe stersopraan?

Een nieuwe ster aan het firmament: Aida Garifullina, en een nog jonge ster: geboren in 1987.Het moet welhaast een goeie zijn, want er zijn een aantal feiten te noemen: ten eerste is ze een Russin, dat is altijd van het degelijke werk… ten tweede staat ze al regelmatig op het toneel in Sint Petersburg en in de Wiener Staatsoper, daar kom je niet zomaar. En ten derde heeft ze een platencontract, pardon een CD-contract bij Decca en daar komen alleen de allerbesten binnen.

Aïda (wat een voornaam trouwens…) heeft het zingen met de paplepel ingegoten gekregen… Haar moeder was koordirigent en ze heeft haar dochter al vanaf zeer jonge leeftijd en de richting van de zang gestuurd.

Op haar 18de verhuisde Aïda naar Nürnberg om daar verder te studeren.
In 2007, pas twintig, studeerde ze al in Wenen en twee jaar later debuteerde ze als Despina (heerlijke rol!) in Mozart’s ‘Così fan tutte’.

Affijn, hierna wordt het weer opsommen… Wat eruit springt is dat ze in London Valery Gergiev tegen komt en als die eenmaal achter de handvaten van de kruiwagen staat, zit je goed. In januari 2013 debuteert ze dan ook op het toneel van het Mariinsky Theater in Sint Petersburg.

Wat ook wel helpt is dat het een plaatje van een vrouw is. Een beetje Angelina Jolie-achtige schoonheid… Als ik haar opzoek schiet me ineens te binnen waarom ik dat gezicht ergens van meen te kennen. Ze zong de rol van Lily Pons in de film van Florence Foster Jenkins. Ze zong toen de Klokjes-aria en inderdaad, zo’n soort stem heeft ze ook.

Ik denk bij het horen van zulke jonge stemmen altijd grinnikend (en een beetje vals, ik geef het toe) dat er nog wat leven over heen zou moeten om het échter te maken… aan de andere kant gun je zulke mensen ook smooth sailing; het vak is al zwaar genoeg.

Vooruit dan maar: de Bell song (oftewel de Klokjesaria) uit de film over Florence Foster Jenkins opgesnord en hieronder geplakt.

Prins Igor

De spraakmakende enscenering van Prins Igor (2014), een coproductie met de New Yorkse Metropolitan Opera in regie van Dmitri Tcherniakov, komt nu naar Amsterdam. De regie is droomachtig, hartverscheurend menselijk en uitzonderlijk theatraal. Liefdeslyriek versus krachtige koorscènes.
Aldus de website van de Nationale Opera. De foto’s die erbij horen zijn – als bijna altijd – bloedstollend.

Ik ken Prins Igor van Alexander Borodin als een wrede en bloedige opera en dat zal het ook wel worden… maar er zijn twee mooie zaken: de hoofdrol is voor een bariton en de opera heeft een goede afloop (al zijn er onderweg naar die afloop de nodige doden gevallen…)
Borodin stierf in plotseling in 1887 en liet Prins Igor achter, de opera was niet af. De bekendste componist die meewerkte aan het afmaken van de opera was Rimsky Korsakov. De mannen van het ‘machtige hoopje’ (zo heette de club waar zowel Borodin als Rimsky Korsakov lid van waren) hebben goed werk verricht: Prins Igor is een meesterwerk. Mooie aria’s, machtige koorwerken en natuurlijk de aanstekelijke en energieke Polowetser dansen (vaak apart uitgevoerd) .

Het verhaal, ultrakort:
In de twaalfde eeuw worden een vader en zijn zoon gevangen genomen door een Tartaarse heerser. De gevangengenomen zoon wordt verliefd op de dochter van de Tartaar en de vader weet te ontsnappen.

U moet wel effe volhouden: de opera is een vierakter met een proloog.

Speeldata: 13, 17, 20, 23 en 26 februari. Er zijn nog kaarten, de 17de en de 26ste zijn uitverkocht.

Oh ja, nog wat: ons eigen Rotterdam Fiel begeleidt! Die jongens en meisjes kunnen alles spelen, geweldig orkest!

In het filmpje de trailer van de opera, geweldig!!!

Athalia in Best

Ik heb ook eens iets aan te kondigen in de provincie… en nog wel dichtbij Eindhoven ook: op zaterdag 11 februari gaat het (relatief onbekende) oratorium van Georg Friedrich Händel in de Lidwinakerk in Best: Athalia. Het Kempenkoor timmert nogal aan de weg en heeft al eerder deze Athalia onder handen gehad. Ze werken dit keer samen met beroepsorkest Concerto Barocco én met liefst zes solisten van naam, onder wie bariton Raoul Steffani.

Athalia wordt wel het eerste grote Engelse oratorium genoemd. De uitvoering in 1733 was een groot succes; daarna is het werk – ten onrechte – in de vergetelheid geraakt.

De plot, kort
Athalia, dochter van koning Ahab van Israel en koningin Jezebel was getrouwd met Jehoram, koning van Judea. Na de dood van haar man bestijgt ze zelf de troon en ze heeft ervoor gezorgd (door ze uit de weg te (laten) ruimen) dat er geen andere erfgenamen uit de lijn van David over zijn om dat te doen. Lekker tante, die Athalia. Ze raakt echter steeds meer toegewijd aan de god Baal, in plaats van aan de god van Israel. Het kind Joas, rechtmatige erfgenaam van de troon, is gered door de hogepriester Joad en zijn vrouw Josabeth en opgevoed als hun eigen zoon. Athalia wil dat het kind aan haar toegewezen wordt, maar iedereen weet hoe het dan met het kind zal aflopen, dus dat gebeurt niet. Alle haar getrouwen hebben haar verlaten en Athalia verkiest de dood en zegt dat ze vanuit het graf zal proberen wraak te nemen.

Mocht u meer willen weten of kaarten willen bestellen: athalia@kempenkoor.nl

Nog even over het Kempenkoor, wie weet wilt u eens mee gaan zingen in enig project. Ik plukte onderstaande informatie van hun website.
Het Kempenkoor is een groot regionaal gemengd koor dat bestaat uit ambitieuze koorzangers en dat in de loop der jaren uitgegroeid is tot een van de betere amateurkoren in Zuid-Nederland.
Hun repertoire gaat van barok tot nu en brengt avondvullende programma’s met professionele orkesten en solisten op de grotere podia. Een van de doelstellingen van het koor is om, zeker in deze tijd van aandacht voor het materiële, het belang van kunst en muziek te benadrukken.
Kempenkoor is initiatiefnemer van de traditie van de Matthäus Passion in Oirschot. Het koor is opgericht in 1949 en heeft inmiddels een indrukwekkende staat van dienst. Er wordt meegewerkt aan kunstprojecten van componisten, orkesten of programmamakers. Artistiek leider is Cees Wouters.
Op het linkje hieronder een deeltje uit Athalia, gezongen door Anthony Rolfe-Johnson

Bartoli in Amsterdam

Misschien had u het al hier of daar opgepikt: Cecilia Bartoli komt naar Nederland! Meer bepaald, naar Amsterdam, naar het Concertgebouw. Ze viert dit jaar haar 20-jarig jubileum als concertgebouw-zangeres (je kunt maar een aanleiding hebben… elke aanleiding om haar naar Nederland te halen is wat mij betreft geschikt!).

Ze zingt er de rol van Angelina in Rossini’s La Cenerentola, een van de rollen die haar het beste past. Als u opschiet hebt u misschien nog een kaartje: woensdag 15 februari 2017, om 19:30 uur.

Ze brengt trouwens niet de eerste de beste muzikanten mee (ik vind het altijd leuk om zo’n gerenommeerd orkest voor ‘muzikanten’ uit te maken, sorry, kan het niet laten…): Les Musiciens du Prince, het Chœur de l’Opéra de Monte-Carlo en dat allemaal onder leiding van Gianluca Capuano.

Heel kort over Bartoli
Ze kreeg haar eerste zanglessen van haar moeder, Silvana Bazzoni, zelf sopraan; ook haar vader was zanger. Ze studeerde aan de Accademia Nazionale di Santa Cecilia. Sinds 1988 werkt ze samen met de groten der aarde: von Karajan, Harnoncourt, Barenboim.
Juist omdat ze zo voorzichtig is met haar stem blijft de lijn stijgend en het is misschien maar goed dat ze niet een hele grote stem heeft. Kan ze zich niet vertillen aan te zware rollen.

U kent haar vast ook van haar onderzoek naar vergeten partituren en van haar vermogen steeds weer samenwerkingsverbanden te zoeken die bijzonder zijn.

Rossini’s Assepoester is net even anders als het sprookje. Bij hem heeft Assepoester een boze stiefváder (nou boos, het is meer een sukkel, dan dattie echt slecht is…), en haar glazen muiltje is een armband. Maar de kern blijft hetzelfde: la Cenerentola knapt alle rotklussen op voor haar luie familie. Dat doet ze met ‘Angelina-geduld’, tot… ze verliefd wordt! En u weet het: alles komt goed!

In het filmpje een concertante uitvoering van ‘Non piu mesta’ de scoor-aria in La Cenerentola. Om te smullen! Leuk: het gebruik van split-screen. Bartoli is eigenlijk haar eigen dirigent. Kijk hoe ze contact heeft met de eerste violiste en hoe die op haar beurt weer het orkest feilloos aanstuurt. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik kan nooit genoeg krijgen van dit soort filmpjes: ik krijg er een onstuitbare energie van en ik word er ook erg vrolijk van. Veel plezier ermee!!!

Pocketopera Don Giovanni

Er is weer iets moois te melden op vocaal gebied. Het Nederlands Blazers Ensemble, jawel, echt die… gaan Mozart’s Don Giovanni uitvoeren als pocket-opera – ‘borstzakformaat’ noemen ze het op hun eigen website

Twaalf blazers en drie zangers reduceren Mozarts Don Giovanni tot de kern: een flitsende opera met een lach en een traan, verkleedpartijen gegarandeerd, zo schrijven ze.

Het NBE staat bekend om hun onorthodoxe aanpak van alles wat klassieke muziek heet en wat ze onder de vinger krijgen. Ze zetten op nieuwjaarsdag altijd het concertgebouw op zijn kop (sowieso al een goeie zaak: daar de zaken eens aan het rammelen krijgen…)

Eerder al deden ze Die Zauberflöte en Die Fledermaus… echt titels die zich lenen voor een ‘pocket-aanpak’.

Dit keer hebben ze drie gastzangers en als dat niet genoeg is zingen ze zelf hier en daar wel een noot mee. Ik zat te grinniken toen ik het las, zou er graag bij zijn op dat toneel.
De drie zangers die dit keer meedoen zijn alle drie wel wat gewend, gelukkig: Johannette Zomer, Frans Fiselier en Bernard Loonen.

Het NBE doet trouwens iets dat in Nederland meer in zwang lijkt te raken: ze schakelen de betere amateurkoren in om hen te helpen bij de koorwerken in de opera’s die ze uitvoeren. Ikzelf deed eens mee met Tosca (ik was verkleed als misdienaar, u hebt me niet herkend) en vond het geweldig!

U kent Don Giovanni als u met enige regelmaat mijn stukkies leest. Het plot is in één zin samen te vatten: edelschurk Don Giovanni hoert en snoert erop los en aanvaardt niet en nooit de consequenties van zijn gedrag. Hij gaat ervoor naar de hel, als hij een moord pleegt en ook daar geen berouw over toont.

Ik heb de opera al in veel versies gezien, waaronder een smeltend chocoladehoofd dat de door het hellevuur verhitte Don G. moest voorstellen. Wat hebben we van de chocolade gesmuld na afloop!
Ga als u kunt, Als u al niet van opera hield, dan gaat u dat onvoorwaardelijk doen ná deze voorstelling!

De speellijst:
woensdag 1 februari 2017 20:15 uur Amsterdam Muziekgebouw aan ‘t IJ
Inleiding: 19:15 uur, samenwerking met Thalia Opera & Operette
Donderdag 2 februari 2017 20:15 uur Amsterdam Muziekgebouw aan ‘t IJ
Inleiding: 19:15 uur, samenwerking met Thalia Opera & Operette
vrijdag 3 februari 2017 20:00 uur Heerlen Parkstad Limburg Theaters
Inleiding: 19:00 uur, samenwerking met Coro Incanto
zondag 5 februari 2017 16:00 uur Zwolle Zwolse Theaters
Inleiding: 15:00 uur, samenwerking met Musica Vocalis
donderdag 9 februari 2017 20:30 uur Tilburg Theaters Tilburg
Inleiding: 19:30 uur, samenwerking met koor Deining

Ik vond niks om u te laten zien van de deze productie van het NBE, daarom in het filmpje nog maar een keer de geweldigste Commendatore ooit: Kurt Moll én een van de beste Don G.’s ooit: Samuel Ramey

Schoenendoos of terras?

Eindelijk is-ie klaar! De Elbphilharmonie (4 medeklinkers achter elkaar, zoiets kunnen alleen Duitsers verzinnen…)in Hamburg. Sinds een paar weken draait het daar in het bijna uiterste noorden van Europa. Twee keer kwam ik erlangs met gasten van Musico en die twee keer konden wij slechts smachtende blikken werpen en luisteren naar de sappige verhalen van de gids, die de tweede keer nog een stuk sappiger waren dan de eerste keer… Sjonge jonge, wat is er over van de Deutsche Gründlichkeit het lijkt potdomme de Nederlandse regering wel daar met hun overschrijdingen van budgetten en opleveringsdata.

Hoe dan ook, het gebouw staat er! En het schijnt te klinken als een klok. De wereldberoemde Japanse akoesticus Yasuhisa Toyota was verantwoordelijk voor de akoestiek. Het is een terassenzaal geworden, Voor de knagers onder u: ons Concertgebouw in Amsterdam en de zaal van de Musikverein in Wenen zijn zgn. schoenendooszalen. Als u er ooit geweest bent (of naar het Nieuwjaarsconcert gekeken hebt) zult u snappen wat ik bedoel. De zaal van de Berliner Philharmoniker is ook een terrassenzaal. Die klinken anders…

Ikzelf heb een lichte voorkeur voor een schoenendozenzaal… met mijn echtgenoot had ik discussies hierover toen hij ooit – zeer goed bedoeld – twee boxen bijplaatste in onze huiskamer, achter ons. “Zo is het net alsof je midden in het orkest zit”, zei hij vergenoegd.
“Maar dat wil ik helemaal niet…” zei ik, ongelukkig: stel je voor: vóór je zie je de journaallezer en achter je hoor je zijn stem… Of vóór je zie je iemand op een trommel meppen en achter je hoor het geluid. Ik raakte er oprecht door gedesoriënteerd. Natuurlijk: in een actiefilm is het geweldig als je de straaljager met de bom achter je hoort aankomen en over hoort vliegen en dat de bom dan op tv ontploft (bent u daar nog?), maar bij klassieke muziek wil ik graag vóór me wat ik hoor: het orkest en solisten vóór mij op een toneel, en/of in de bak.

Hetgeen overigens niet wil zeggen dat ik stik-benieuwd ben naar het gebouw en de grote zaal. Ik hoop er nog eens te komen en dat zal ook echt wel een keer gebeuren. Het ligt er in ieder geval prachtig bij “Als een Ark van Noach” schreef iemand.

In het korte filmpje een impressie door een topvocalist van onze tijd, Philippe Jaroussky.

Meesters leren liefhebbers

Aanstaande zondag, 29 januari is er iets leuks voor u in Rosmalen. Het Internationaal Vocalisten Concours timmert aan de weg! Ze gaan iets doen waarvan ik al enige tientallen jaren roep dat ze het zouden moeten doen! Ze gaan masterclasses geven aan amateur-zangers! En ze hebben niet de eersten de besten gekozen om dat te doen. Het zijn mensen uit de praktijk: Roberta Alexander, Francis van Broekhuizen, Maaike Widdershoven, Henk Poort en Rein Kolpa gaan hun tanden zetten in de zangers die het durfden hun stemmen en techniek ter discussie te stellen.

Drie genres komen aan bod: opera, operette en musical en dat laatste is bijzonder en eigenlijk ben ik daar het meeste benieuwd naar en het meest blij om. Toen ik op het conservatorium zat (en dat is zowat drie levens geleden, toen alles beter was….) werden de neuzen nogal eens opgehaald, zowel voor musical als voor amateurzangers (dat laatste is helemaal bij de wilde spinnen af: alle zangers komen uit de amateurhoek; je neus ophalen voor amateurs geeft aan dat je niet verder kunt kijken dan diezelfde neus lang is).

Ik kan me een incident herinneren uit die tijd waarbij ik om raad vroeg aan een logopedist die al eeuwen les gaf aan het conservatorium. Ik had een amateurzanger die musical zong op les; hij zat met een stemprobleem en ik kwam er niet goed uit. “Amateurs en musicalzangers moeten het zelf maar uitzoeken” sprak de docente en mijn mond viel open. Ik heb ‘m weer gesloten zonder verder iets te zeggen, maar het jaar erop zat ik bij een andere docent in de klas.

Het heeft lang geduurd vooraleer dat credo weg was: “Amateurs moeten het zelf maar uitzoeken”, ja jeetje zeg, stel je voor….
Het is ook een beetje de makke van beginnend zangpedagoog zijn: gevorderde en gevestigde pedagogen krijgen in de regel mooi materiaal om mee te werken; beginnende pedagogen krijgen de plaatselijke beroemdheden, die in de regel maar een eind wegschreeuwen, tot… de stembandjes zeggen: “zoek het verder lekker zelf uit!” En dan is Leiden in last….
En dan kom je als jong pedagoog in beeld (terwijl je vaak nog met je eigen techniek worstelt) en moet je zo’n zanger vertellen dat het niet bevorderlijk is 4 optredens per nacht (!) te hebben in rokerige kroegen. Dat het beter is geen vet voedsel en weinig alcohol te nuttigen en dat die kleine stembandjes (een halve centimeter breed en ongeveer anderhalve centimeter lang) spiertjes zijn, die er niet goed tegen kunnen onder enorme druk te staan… En je bent niet met één stap weer terug over de grens waar je door langdurig verkeerd gebruik overheen bent gegaan…

Hoe dan ook: zondag 29 januari kunt u daar uw licht eens over gaan opsteken in Rosmalen (bij Perron 3, vlakbij het NS-station, u raadt het al…). Kijkers mogen er gewoon binnen, vanaf 10 uur, als je les wil van een van de hierboven genoemde artiesten had je je al enige tijd geleden op moeten geven, maar wie weet is er nog plaats.

In het filmpje een tip van Rolando Villazon. Stemproblemen is geen exclusieve ellende voor amateurzangers. Ik heb er nooit last van gehad (ik had weer last van andere dingen) maar ik kan mij de (psychische) problemen bij stemmanco’s heel goed voorstellen, affijn, kijk wat Villazon deed…

Een ontvoering bij de Nationale opera

Kort geleden, toen ik in een ver buitenland was en er dus even niks over kon vinden, ging ‘Die Entführung aus dem Serail’ van Wolfgang Amadeus Mozart in première. De laatste tijd tikken de jongens van de Nationale Opera steeds maar spijkers op hun kop met hun producties. Je kunt over de keuzes die de regisseurs maken van mening verschillen (een pak cornflakes dat over het toneel kantelt en een pedofiele heks is nou niet my cup of tea) maar de producties stáán er. Ze moeten wel, willen ze mee in de vaart der volkeren, maar ze dóen het dan ook, en met verve.

Deze jongste productie, kortweg ‘Die Entführung’ is in onze tijd gezet en met succes. Mozart-opera’s lenen zich daar overigens in de regel goed voor. Je moet het alleen wel organisch houden en wat ik van de productie aan leaders en trailers gezien heb, is dat ook geleukt.
Een beetje een rode draad in deze producties is sopraan Lenneke Ruiten. Ik noem haar wel eens met enig gevoel voor overdrijving “mijn collega-sopraan”. Ze is een heel stuk jonger dan ik – meer bepaald in de kracht van haar zingend leven – en ze heeft het veel en veel verder geschopt als zangeres dan ik ooit, maar we hadden een tijd lang dezelfde hoofdvakdocent en zoiets schept een band.

Lenneke Ruiten gaat als een dolle… de start was langzaam (maar goed ook: veel beter voor de stem). Ze begon als fluitiste haar conservatoriumopleiding. Na haar opleiding ging ze verder met een intensieve zangstudie. In haar tijd in Den Haag hadden we dus dezelfde docent: Meinard Kraak. Na het conservatorium in den Haag volgde ze de operaopleiding aan de Musikhochschule in München. Zij volgde masterclasses bij Elly Ameling, Hans Hotter, Robert Holl, Walter Berry en Rudolf Jansen. In 2002 won ze vijf prijzen aan het Internationaal Vocalisten Concours in ‘s-Hertogenbosch.

Ze werkt met orkesten als de Wiener Philharmoniker, het Orkest van de 18e eeuw, het Radio Kamer Orkest, het Nederlands Kamerorkest, het Residentie Orkest, de NDR Radiophilharmonie en de Akademie für Alte Musik Berlin. Ze werd daarbij gedirigeerd door onder andere John Eliot Gardiner, Frans Brüggen, Christoph Eschenbach, Marc Minkowski en Ed Spanjaard.

Heel kort het plot van Die Entführung , geplukt van de website van de Nationale opera, ik zeg het eerlijk.
Edelman Belmonte wil zijn verloofde Konstanze bevrijden uit de harem van Bassa Selim. De Bassa houdt oprecht van haar en wil haar genegenheid alleen op vrijwillige basis. Regelmatig betuigt hij haar zijn gevoelens. In Konstanzes gezelschap bevinden zich haar dienstmeisje Blonde en de geliefde van Blonde, Pedrillo. Belmonte weet met hulp van Pedrillo het paleis binnen te komen door zich als bouwmeester aan Bassa Selim te laten voorstellen.
Bassa Selim verklaart weer zijn liefde aan Konstanze, die hem weer afwijst. Pedrillo vertelt Blonde dat Belmonte in het paleis is om haar en Konstanze te bevrijden. Na het drinken van een fles wijn zakt Osmin weg in een diepe roes. De laatste voorbereidingen voor de ontsnapping worden getroffen.
Het viertal wordt betrapt door Osmin, die alarm slaat. Belmonte zegt dat zijn vader een hoog losgeld voor hem en Konstanze zal betalen. Die vader had echter in het verleden Bassa Selim in het ongeluk gestort. Nu lijkt het laatste uur voor Belmonte en Konstanze te hebben geslagen, maar dan verklaart de Bassa zich niet te verlagen tot het niveau van zijn oude vijand. Hij schenkt hun grootmoedig de vrijheid. Alleen Osmin is daar bepaald niet blij mee.

In het filmpje de trailer van de opera, met een leuke uitleg van regisseur Johan Simons, niet de eerste de beste, geen wonder dat de regie zo goed is!

Giulietta e Romeo van Niccolò Antonio Zingarelli

Op de eerste plaats: er staat weer een podcast klaar om beluisterd te worden: zie de grote icoon hiernaast!

We moeten nodig weer eens bijpraten, sjonge jonge, veel te lang geleden dat ik hier iets vertelde. Niet dat het mij aan onderwerpen ontbrak, in tegendeel. Een paar mensen letten voor mij op of er gepubliceerd wordt op enig medium over klassieke vocale muziek en tippen mij. En Vocalies zelf houdt ook altijd haar ogen en oren open.

Zat te melden, dus, maar dan moet je wel in de gelegenheid zijn er een stukkie over te schrijven. En daar mankeerde het de laatste tijd nogal aan. Puur een luxe-probleem hoor, maar eerst een kerstreis met Musico, dan een (welverdiende, vind ik) vakantie op Kaapverdië en vervolgens het Leven (ik schrijf het bewust met een grote L) dat weer in je nek springt… je zou er het bestaan van Vocalies bij vergeten. Het enige nadeel van een vakantie buiten het seizoen is dat iedereen weer staat te trappelen om in je nek te springen op het moment dat je terug bent. Dat betekent ook dat je midden in het leven staat, dus u hoort mij niet klagen, hoogstens dat ik tijd te kort kom om al die mooie dingen te beleven.

U hebt van mij nog een verslagje te goed van nog twee opera’s die ik bezocht tijdens de kerstreis. De eerste was Giulietta e Romeo van de (relatief onbekende) componist Niccolò Antonio Zingarelli (hij leefde voor tijdens en na Mozart). Een belangrijke factor in het succes van de avond was het theater zelf. Een juweeltje van een baroktheatertje waar Mozart zelf nog gespeeld heeft. Het ligt neergevleid achter het slot zelf en het stadje Schwetzingen zelf omringt het theater, slot en park als een liefdevolle beschermheer. Elegant en met een topsfeertje, van binnen en van buiten.

We liepen ademloos door over het plein, onder de loggia van het slot door het park in. Het was fris en droog, kortom een perfecte avond. De opera haalde dat perfect net niet, maar kwam er – allemaal beredeneerd binnen het genre – wel dichtbij. Ik had in de voorbereiding gelezen dat Zingarelli de componist Bellini nog in zijn leerlingenkring heeft gehad en dat zijn muziek vooruitwees naar de romantiek. Nou, dat heb ik niet gehoord…. Ik hoorde vooral Mozart, en dan geen
top-Mozart, maar ‘Zingarelli-Mozart’.

Maar een genoeglijke avond was het; ik kon niet bij mijn gasten zitten (die hadden prachtige plaatsen front-zaal) , maar moest mij tevreden stellen met een plek op het tweede balkon. De zaal heeft een perfecte akoestiek, dus dat was geen enkel probleem. Het bleek nog een voordeeltje ook, want ik kon mooi in de orkestbak kijken en daar ligt tijdens zo’n productie altijd een wereld van vermaak. De paukenist verdween bij tijd en wijle door een zijdeur, die zo geraffineerd in het pleisterwerk was verwerkt dat ik ‘m pas zag toen-ie open ging (de deur bedoel ik…) en als hij terugkwam legde hij zijn oor op het paukenvel, tikte er heeeeel voorzichtig op en stemde bij. Gaf vervolgens op precies de goeie plek een roffel en verdween weer door de zijdeur. Hoe zo’n man dan toch telt/timed zodat hij precies weet wanneer die roffel er moet zijn en hoeveel tijd hij dan nog heeft om te stemmen, het is mij een raadsel. Slagwerkers zijn een heel bijzonder ‘slag’ mensen als je het mij vraagt…

Ik had een fantastische avond: er werd uitstekend gezongen (al moet ik altijd effe wennen aan een countersopraan en een mezzo-sopraan in de beide hoofdrollen) en de enscenering was fris en vol vaart, de kostumering mooi en harmonieus uitgedacht. En de zwaardgevechten van een griezelige realiteit.

In de pauze had ik het laatste plekje veroverd waar nog een glaasje en een hapje voor je werd klaargezet en kwam ik ogen te kort om het prachtig uitgedoste publiek te bekijken.

Ik kom de komende tijd snel bij u terug met meer leuks uit de wereld van de vocale klassiek muziek, over een week zijn we weer helemaal bijgepraat, ik beloof het u!

In het filmpje een stukkie opera en toelichting van een beetje kneuterig Duits sprekende meneer; als u hem kunt volgen weet u veel meer over de opera dan ik u hier kan vertellen. De geluidskwaliteit is niet ideaal, maar ach…