Lucia di Lammermoor

Vandaag voer voor die-hard-opera-fans: Anna Netrebko zingt de waanzins-scène uit ‘Lucia di Lammermoor’. Heel veel beter dan dit wordt het niet… De enige die het misschien net zo goed kon is er niet meer: Dame Joan Sutherland. Bij Sutherland moet je wel van het speciale timbre houden, Netrebko’s timbre is wat toegankelijker. Enjoy!

And now, for something completely different…

U denkt misschien dat ik een degelijke klassieke muziek liefhebster ben… Dat is ook zo, maar naast de die-hard klassieke muziek is er ook nog zoveel in de muziek te halen: ik ben dol op goed gespeelde en gezongen Country and Western, goeie hard-rock: prima. Zelfs een smartlap kan ik binnen het genre wel waarderen. Zo ook goeie musical. Dus voor vandaag een stukje uit de musical ‘Chicago’ van John Kander en Fred Ebb. De choreografie was oorspronkelijk van Bob Fosse en ik meen ook zijn ‘hand’ in het volgende fragment te herkennen, maar ik ben geen dans-specialist… Het gaat om de ‘Cell Block Tango’ een dans met een rafelrandje en dan zeg ik het voorzichtig. Nondepatatten, de seks en de moordlust spat ervan af… deze vrouwen, daar valt niet mee te spotten. Knoerthard, maar wat heb ik ervan gesmuld…

Beethoven en tranen

Vandaag een instrumentaal ‘liedje van de dag’, Ludwig van Beethoven, uit zijn symfonie nummer 7, het tweede deel. Het zijn zware tijden. Veel verdriet en frustratie om ons heen, ik aarzelde of ik dit fragment moest kiezen. Maar ik doe het toch. Misschien maakt het wat tranen bij u los, bij mij gebeurt dat altijd wel. Maar dat zijn dan meestal helende tranen, en bij de traumatische ervaringen van de laatste weken, kunnen helende tranen… nou ja… helend zijn.
Ik kies de versie gedirigeerd door Leonard Bernstein. Hij neemt het tempo langzaam; hij doet er bijna twee minuten langer over dan de andere uitvoeringen die ik vond. Dat is op zo’n kort deel best veel, 2 minuten. Ik hoorde het stuk voor het eerst tijdens een openluchtuitvoering in de Wachau, tijdens het Grafenegg-festival.
Let vooral op bij plm. 2min46 als het orkest ‘open’ lijkt te gaan en bij 5min04 hoe na het middendeel het beginthema langzaam terugkomt (via de blazers) en bij 6min ook bij de strijkers en bij 6min54 zijn weer terug. Lastige stukkies die verbindende stukkies, maar dit orkest (het zijn vast de Wiener of de Berliner, of de Londoner) weet er – mede dankzij Bernstein – uitstekend raad mee. Dan gaan we naar het coda en gaat het lieke langzaam uit… Ik was destijds in Grafenegg meteen in tranen en toen er twee scholekstertjes achter het orkest langs vlogen en hun schelle commentaar leverden, was ik helemaal een dweil… onvergetelijke avond. Ik hoorde het stuk daarna een hele tijd niet en toen ik het toevallig later oppikte wisten mijn lijf en mijn geest meteen waar ik het stuk ook alweer van kende.

Otello en Gustavo Dudamel

Altijd als ik er effe doorheen zit is er de mogelijkheid YouTube aan te zetten en een soort adrenaline-shot te zoeken. Een geheide hit is dan voor mij dirigent Gustavo Dudamel. Ik laad hier het filmpje op van een repetitie voor Giuseppe Verdi’s Otello. Het filmpje duurt maar één minuut, da’s genoeg; ik kan er dan weer tegenaan.
Voor de knagers onder u: kijk naar die stok, meer bepaald naar de punt van die stok. Een uiterst precieze vierkwartsmaat. Als je daar niet op in kunt zetten moet je iets anders in je leven gaan doen. En let erop hoe hij vóór het orkest uit dirigeert; als je je even concentreert merk je dat! Fabelachtig! Jongens van ‘Maestro’, de beschamende anti-dirigentenvertoning van Avrotros: eat your heart out: dit is waar een dirigent voor nodig is, niet te missen is, onontbeerlijk is… (was ik duidelijk?). En die energie, vooral bij het akkoord waar het koor ineens nog even net iets hoger moet zingen: hij gaat open en met hem de zangers en da’s precies wat er nodig is op dat moment. ‘Otello’ heeft geen echte ouverture, na drie maten storm begint het koor, magnifieke vondst van maestro Verdi. Ik startte de opname en had meteen een smile van oor tot oor. Ik kan er weer effe tegen; dus hup: terug aan het werk!

Rolando Villazon

Ik begin er gewoon mee: iedere dag een klassiek stukkie, met uitleg van uw eigen Vocalies. Tot het moment dat ik weer op kantoor moet werken: dat levert waarschijnlijk 28 stukkies op.
Volgorde volstrekt willekeurig, genre ook. Gewoon wat ik aardig, mooi, ontroerend (reken maar op veel opera), gek, of misschien wel heel lelijk vind.
Vandaag open ik met Rolando Villazon, zijn ‘Una furtiva lagrima’ uit l’Elisir d’Amore, opname uit 2005. Let vooral effe op bij driekwart van het filmpje: daar raakt het donderende applaus hem en communiceert hij via zijn wenkbrauwen met de dirigent…: ‘nog een keer???’
Wat mij betreft nooit beter gezongen dan hier

Cosí fan tutte in Gent en Antwerpen

In Gent en Antwerpen gaat in april en mei Mozart’s ‘Cosí fan tutte’ weer eens. Sommigen zeggen Mozart’s beste, de opera waar handeling en aria’s en thematiek het meest evenwichtig op elkaar afgestemd zijn. Ik vind het altijd moeilijk ‘de beste’ te zoeken; ik vind in iedere Mozart, Puccini en Verdi zaken die ik ‘mwah’ vind en zaken waar ik opgetogen van wordt.

Verdi’s ‘La Traviata’ bijvoorbeeld: ik roep altijd dat ik niet hou van rollen waarin de diva in wanhoop de rug van de hand tegen het voorhoofd legt en het slachtoffer is- doe mij maar een diva die de tenor om zijn oren draait – maar als Violetta dat doet, met die prachtige aria’s en duetten en finales, dan ben ik óm en eindigt voor mij iedere La Traviata in tranen.
Ik hou het voor deze blog bij één voorbeeld, anders wordt het te lang.

Mozart’s ‘Cosí’ dus. Opera Gent schrijft: ‘Zoek twee onafscheidelijke liefdesparen. Stuur de mannen naar de oorlog – maar niet heus. Laat ze vermomd terugkeren en elkaars geliefde verleiden. Wedden dat het lukt? Nee, dit is geen trailer voor een zoveelste reality show, maar de centrale opzet van Così fan tutte, de laatste samenwerking tussen Lorenzo Da Ponte en Wolfgang Amadeus Mozart.’
Knap: de plot in een paar korte zinnen gevangen.

Over Cosí ging het hier nogal eens: er is bijna geen opera die zich zo goed leent voor moderne ensceneringen, die zo universeel van thematiek is dat je er alle kanten mee uit kunt en als je besluit het op de ‘oorspronkelijke’ manier te doen, dan is het ook goed.

Ik zag ‘m al in allerlei settingen: in Tourcoing begon het trio tussen Don Alfonso, Gugielmo en Ferrando in een sauna; ik zat ‘strategisch’ aan de linkerkant op het tweede balkon te hopen dat de handdoeken af zouden glijden, alle drie de mannen waren geweldige zangers en mooie mannen, maar het gebeurde niet…

In het stokoude theater Confidencen in Stockholm, deden ze ‘m in het Zweeds en met tropische temperaturen; beiden werkten vervreemdend, maar ik was toch zodanig geboeid dat ik vergat dat het bijna 40 graden in de zaal was (in de 18de eeuw hadden ze nog niet van airco gehoord).

En er was een setting, ik weet niet meer waar, waar de dames Fiordiligi en Dorabella hun duet op het strand zongen, elkaar insmerend met zonnebrand en op een mobieltje de portretten van hun gelieven tonend (een tamelijk gevaarlijke combi voor je mobiel trouwens: zonnebrand en zand, maar dit terzijde).
En allemaal kon het en klopte het: Mozart’s structuren en pointes bleven intact; het beste bewijs dat zijn Cosí van alle tijden is en ijzersterk.

Dus kort en goed: ga naar Gent of Antwerpen (hieronder vindt u een korte speellijst). Kweenie welke van de twee steden ik het leukste vind; in Antwerpen kunt u lekker veel Rubens zien, een paar geweldige restaurants bezoeken en in Gent kunt u mooi nog even naar het prachtig gerestaureerde Lam Gods in de Sint Baafs Kathedraal gaan kijken en ook daar is het goed toeven op terrassen en in restaurants.

Gent: 23 en 30 april en 3 mei (de andere voorstellingen zijn uitverkocht en het gaat hard!)
Antwerpen: 9, 12,14, 16, 20, 22 en 24 mei.

In het filmpje het wonderschone ‘Soave sia il vento’, ook al multi-inzetbaar door zijn universele tekst. Maar pas op: hou het zuiver!

Porgy and Bess

En dan is er de top-avond van het jaar. Nu al voor de derde keer: operafilm met vrienden! Ik zoek een leuke productie in het programma van The MET of Royal Opera House Covent Garden en als ik iets moois vind kijk ik of ik een kaartje of 20 kan scoren. Daar moet je op tijd bij zijn, want ook dit keer waren de kaartjes snel uitverkocht: al in september vorig jaar had ik de laatste plaatsen op twee rijen. Er waren ná mijn actie alleen nog losse plaatsen hier en daar.

Dit keer hadden we een leuke te pakken: Porgy and Bess. Van te voren heerlijk eten in mijn favoriete Italiaanse restaurant. Ik word er bijzonder gelukkig van als ik aan tafel zit en naar links, rechts en naar voren kijk en dan allemaal leuke mensen zie, mensen met wie ‘I can agree to disagree’, met wie het prettig degens kruisen is, met wie ik vreselijk plezier kan hebben en die niet schrikken als ik een keer fel uit de hoek kom, of doorzaag over een onderwerp (als ik doorzaag komt het onderwerp meestal uit de klassieke hoek, maar ik kan ook behoorlijk vasthoudend over andere dingen jengelen…)

Het was een prachtige voorstelling in The Met, mocht u de recensie nog willen lezen… klik hier.

Met deze fenomenale Porgy and Bess sluit ik deze serie af. Het was me een eer en genoegen (en het was ook best veel werk…), ik kom hierdoor hopelijk weer in een soort schrijfritme. Ik meld me nog, want er staat weer allerlei moois te trappelen in ‘de coulissen’.

Dag!

Porgy and Bess, The Metropolitan Opera

Tongvallen en stokpaardjes

Het noemen van de naam Gijs Scholten van Aschat is het bruggetje naar mijn volgend stokpaardje… de man praat namelijk zo mooi en er is tegenwoordig (ik begin een oude mopperaarster te worden geloof ik…) zoveel lelijks aan spraak op tv. Ik laaf mij aan Gijs, aan Pierre Bokma, aan Jo de Meyere, met zijn mooie Vlaamse tongval, aan Bennie Jolink, met zijn mooie o’s en, aan Clairy Polak, Hanneke Groenteman, aan de mevrouw die de reclames van Zeeman inspreekt (unbekannterweise…), aan Herman van Zand en aan nog veel meer mensen, ook in andere talen dan het Nederlands en ik kan me blauw ergeren aan… Ach, ik ga geen namen noemen, te makkelijk scoren… en ik vind het ook niet erg professioneel, Maar ik erger mij aan de dikke l-en, veel te scherpe g’s, de afwezigheid van een fatsoenlijke r, geen onderscheid tussen f-en en v-en, s-en en zetten (woordgrapje!), lettergrepen inslikken, soms hele woorden… aan hárde stemmen zonder diepgang, aan foute terugverwijswoorden (een zelf bedachte term): ‘het meisje die…’ en… Pfoe het is nogal wat, maar nu het deksel van de put is, pak ik maar effe door, dan hebben we dat ook gehad en kan ik dit stokpaardje misschien eindelijk eens op stal zetten – ik erger me vooral aan het aanmatigende gedrag van al deze wandelende spraakafwijkingen…

Zonder uitzondering moet ik me verantwoorden voor mijn zuidelijke tongval, die een tongval is en geen accent en geen spraakafwijking en kan het gespuis dat onze taal verkracht, maar uit de randstad komt, ongestoord zijn gang gaan, tmoesniemagge…

En begrijp me goed: ik kan vreselijk lachen om ‘’t Schaap met de 5 pooten’, om het plat Utrechts van Tineke Schouten en om De Jantjes en om in vet Limburgs uitgesproken Carnavals-tonpraters-stukkies, maar doe niet net alsof dat de maat der dingen is… Ik kan hen imiteren, zij mij niet, want dan komt er een raar verbasterd soort Limburgs accent uit, dat niemand recht doet, ook de Limburgers niet.

Mijn twee stokpaardjes hangen samen: het zal allemaal wel te maken hebben met ‘das gewisse Etwas’ in een stem. Waarom krijg ik de griezels van Pavarotti en denk ik bij José Carreras altijd dat hij het tegen mij heeft? Waarom tikken Jonas Kaufmann en Dmitri Hvorostovski mij altijd ergens in mijn ziel aan en blijft een bijna perfect zanger als Dietrich Fischer Dieskau hangen in mijn hoofd? Waarom ga ik bij het horen van Maria Callas op zoek naar schoenen om mee te gooien en vinden anderen dat haar klank nooit ge-evenaard is? Waarom werden sommige dirigenten ibbel van mijn klankkleur en vonden anderen mijn timbre geweldig? Niet uit te leggen en da’s maar goed ook, dan blijft er genoeg over om je over te verwonderen…

‘We benne op de wereld om mekaar te helpen niewaar’

Het begin, het einde en het midden: Bach

Weer op de bank met eerder genoemd haakwerkje kom ik langs podium Witteman gezapt. Ik zie het niet altijd, maar als ik erlangs kom blijf ik altijd even hangen. Er is iets in mij dat haakt in het programma, ik kan niet duiden wat. Laten we het er maar op houden dat het de kift is dat Paul Witteman het presenteert en niet ik…

Hoe dan ook: ik hoor Gijs Scholten van Aschat – voor mij een van de grootste acteurs die we in deze tijd hebben, vertellen hoe hij ooit worstelde met zijn zenuwen – ik ben in goed gezelschap – en hij legt voor mij de vinger precies op de zere plek waar het Bach betreft, alleen: waar ik ibbel word van Bach (en dan zeg ik het netjes, het woord ‘ibbel’ is het understatement van de week…) wordt hij nou juist kalm en sereen rustig. Hij vindt troost en rust in melodieën die door elkaar gaan lopen, mijn geest wordt er bij het maniakale af ónrustig en agressief van.

Tijdens mijn hele klassieke leven heeft Bach altijd voor gemengde gevoelens gezorgd. Ik bewonder hem, maar kan niet met hem mee, dat vat mijn mening over hem eigenlijk het beste samen … Voor sommige van mijn vrienden is Bach het alfa en omega, zonder Bach geen Verdi, za’k maar zeggen en dat is misschien wel zo… Gijs heeft natuurlijk gelijk…

Het enige dat ik van Bach kan luisteren zonder met schoenen te gaan gooien zijn zijn late vioolconcerten, BWV 1041, 1042 en 1043. Die wijzen vooruit naar wat er ná Bach allemaal aan briljants kwam.