Thijl

In een Volkskrant vol met ellende en somberte ontwaar ik op zondagmiddag aan de keukentafel toch nog een (vocaal) klassiek bericht dat de moeite waard is aan u dóór te vertellen. Niet dat de thematiek van de opera in kwestie (ik doel op ‘Thijl’, de opera van Jan van Gilse) er nou een is om blij van te worden, integendeel…, maar het feit dat de opera eens uitgevoerd wordt, is iets om blij van te worden.

Munne hemel wat een ellende in de wereld. Ik verkeer niet in de vrolijkste periode van mijn leven, maar het gaat altijd nog veel beter dan wat de krant presenteert: Trump-ellende, verdwenen jongens in Mexico die nooit meer terug komen, vaccinatie-ellende, middelbare-school-diploma-ellende en nog veel meer (volgorde trouwens volstrekt willekeurig). De neiging (die ik altijd krijg als het mij minder goed gaat) tot mij terugtrekken op een eiland met mijn favoriete muziek komt weer levensgroot naar boven.

Manlief heeft even alle kranten terzijde geschoven en zit iets vergelijkbaars te doen als ik op mijn eiland zou doen: hij zit filmmuziek te verzamelen en te beluisteren en verrast mij met deunen (uitstekend gecomponeerd trouwens!) van Star Wars, The Thunderbirds (ja echt, weet u nog?, dat was me een partij slecht vroeger, maar de muziek deugde!) A Space Odyssey, Harry Potter (u weet wel met dat pingeltje aan het begin…) en ik knap ervan op.

Ik scheur de pagina met de informatie over ‘Thijl’ uit de krant, fl… de rest bij het oud papier en zet mij aan dit stukje.

Tisnogalwat, wat ze daar gedaan hebben in Utrecht, maar als iemand het voor elkaar kan krijgen zijn zij het. Een paar jaar geleden deden ze even zo vrolijk Wagner in een rijnaak, dus ze weten van aanpakken.
Op de website van Thijl vindt u de speeldata. Ik grinnik bij het zien van de openingspagina: de kop van titelrol-zanger Anthony Heidweiller is een heerlijke slechte. Hij is een oud-studiegenoot en de perfecte persoon voor deze rol denk ik…

Ik zoek op YouTube en vind daar ook van alles over ‘Thijl’. Ik laad een van de filmpjes voor u op: ‘Slaet op den Trommele’. Heidweiller maakt één gebaar terwijl hij op het toneel springt en ik zie hem zo weer voor me in onze lessen ‘Declamatie’ op het Utrechts Conservatorium, ergens tussen 1985 en 1990. Grappig hoe iemands lichaamstaal bij hem/haar blijft al die jaren…
Geen gemakkelijk repertoire trouwens; het doet oude-muziek-achtig aan, maar is complex qua toonsoorten… en het moet goed luid hier en daar, iets waar Heidweiller in ieder geval in dít filmpje geen moeite mee heeft: hij dendert moeiteloos dwars door koor, orkest en tromgeroffel heen… heerlijk!

Hoe dan ook: een mooie bestemming voor een zomeruitje, Thijl…

Website Thijl:

Thijl 2018

Internationaal Vocalisten Concours, het 52ste alweer!

Het komt er weer aan hoor! Het IVC, oftewel het 52ste Internationaal Vocalisten Concours voor Opera en Oratorium. Van 7 tot en met 15 september in Den Bosch gaan de sluizen van de vocale stromen weer open.

Den Bosch verandert twee weken in een klankorgie. Van oudsher logeren veel kandidaten in en rond Den Bosch bij vrijwilligers. Dus als je door Den Bosch wandelt heb je niet alleen rond het theater kans dat je een toonladder of een aria-flard hoort, maar ook verder weg van het theater. Sommigen mensen stellen al jaren vrijwillig hun huis open en er zijn mooie vriendschappen opgebloeid. Kijk maar eens op de website van het IVC, daar vind u allerlei informatie. Voor veel zangers is het IVC de start geweest van een interessante carrière in binnen- en buitenland.
Ook dit jaar is er weer een internationale jury en worden er masterclasses gegeven, zelf tot in het concertgebouw in Amsterdam (dat ze in de randstad maar mooi jaloers op ons zijn (of worden) om zo’n mooi concours in Brabant!).

En niet alleen zangers in de jury, ook mensen ‘van achter de schermen’ (in de breedste zin van het woord). Handig om die in de buurt te hebben. Het verwerven van een zangcarrière wordt immers niet alleen bepaald door het hebben van een stem, maar ook door de juiste mensen tegenkomen, op het juiste moment kunnen pieken, weten hoe om te gaan met de druk en je kunnen presenteren. Een deel van die laatste zaken wordt al min of meer ondervangen door de niet-zangers in de jury, die hebben een neus voor wat er in de mode is op dit moment en op wat voor stemtypes de impresario’s van deze tijd zitten te wachten.

Pfoe, soms ben ik blij dat ik dat allemaal niet (meer) hoef… en gewoon thuis tweestemmig met de stofzuiger kan zingen, puur voor de lol!

Dus als u net terug bent van vakantie: ga naar Den Bosch en smullen maar!

Op YouTube is er van het vorige concours, het 51ste, van allerlei leuks te vinden, compleet met een integrale opname van de finale-avond.

Ik laad hier het introductiefilmpje op van vorig jaar. In 8 minuut 50 krijgt u een aardige indruk van wat het is om een carrière te moeten (mogen?) starten en hoe allesomvattend en -overheersend zoiets kan zijn.

Een dragonder van een zangeres

Ik mopper wel eens dat er te weinig aandacht is voor klassieke muziek in de kranten en op social media. De laatste tijd heb ik niks te klagen. Het donderde en bliksemde even rond Lotte de Beer’s enscenering van Mozart’s ‘Die Zauberflöte’, maar ik heb de indruk dat die polemiek als een nachtkaarsje is uitgegaan…

Er stond een flink stuk in ‘ons eigen’ Eindhovens Dagblad over nieuw aanstormend talent Laetitia Gerards – al groef het niet erg diep – en in De Volkskrant over hoe het is om te zingen het koor van de Nationale opera.

Op facebook ook lekker veel muziek; daar zit ik welbewust in mijn eigen bubble… ik gebruik facebook namelijk als ‘feestboek’; hard ander nieuws haal ik bij bronnen die daartoe toegerust zijn en op facebook geniet ik van alles wat collega’s in de klassieke muziek voor elkaar boksen en posten. Ik vind het prima zo.

En als je echt helemaal niks anders meer te doen hebt is daar nog altijd YouTube. Ik kook wel eens (niet vaak, manlief doet dat meestal en overheerlijk…) en heb dan enige minuten over tussen het moment dat het eten klaar is en de sleutel in het voordeurslot wordt omgedraaid en ik onverwijld op moet dienen… ik hou van goeie timing… Op zulke momenten zit ik te surfen op YouTube. Soms op zoek naar nieuwe dingen, soms mezelf trakterend op dingen waarvan ik al weet dat ze leuk zijn.

Vaak kwam ik uit bij Patty Lupone. Leek een soort van musicalster, maar met die term doe ik haar zwaar tekort, zo bleek toen ik wat verder zocht, nondepatatten wat een strot van beton! Die kan alles zingen en ze stoeit met alle stemtechniek die beschikbaar is: het zaakje over laten slaan, van borst naar top-register in twee noten, mét lucht (‘gevoileerd’ zeggen wij zangpedagogen dan sjiek), zónder lucht en messcherp. Ze is door en door Amerikaans, maar kan alle accenten imiteren, ze danst alsof ze nooit anders gedaan heeft .

Ik zocht even haar CV op:
Ze is geboren in 1949 en heeft aan de Juilliard School. Ze debuteerde in 1972 al in het theaterstuk ‘The School for Scandal’ en was vanaf dan niet meer van toneel te slaan.
Ze kreeg een Tony voor de hoofdrol in ‘Evita’ en later nog eentje voor haar rol in de musical Gypsy. Ik kende haar van het gala waarin de tachtigste verjaardag van Stephen Sondheim gevierd werd.
Haar rol als zangeres wordt in de biografieën die ik las wat onderbelicht. Het is een zangeres als een dragonder, munne hemel, wat kan die zingen!

Ik zoek naar een nummer waar dat te horen is en kan maar niet kiezen. Uiteindelijk toch maar het nummer ‘Have a little Priest’ uit Sweeney Todd, ook van componist Sondheim. Niet een makkelijke componist om te zingen, veel tempo-wisselingen, toonsoort-wisselingen, groot qua omvang en hij houdt weinig rekening met de grenzen en eigenschappen van de menselijke stem. Ik probeerde een stukkie na te zingen en kreeg het maar niet zuiver. Lupone werpt een blik in de camera, zet de knop om en gaat als het theaterbeest dat ze is voor het beste resultaat en geeft de twee mannen die de rol van Sweeney Todd dubbelen, vol waar voor hun geld!

Er zijn ook hele leuke opnamen van haar en Kristin Chenoweth in Bernstein (verschrikkelijk lastig te zingen) musical ‘Candide’, maar ja een mens moet kiezen, dus die gaat u lekker zelf surfen!

Een compliment na meer dan twintig jaar

Weet u wat het voordeel is van ouder worden…??? Dat je meer verleden hebt! En dat dat verleden soms in een gesprek ineens om de hoek komt kijken, soms om naar te spoken, maar soms ook om achteraf nog lang te glimlachen en dingen in een ander perspectief te zien. Na meer dan twintig jaar doet het deksel dat je toen op je neus kreeg geen pijn meer en een compliment blijkt langer te blijven hangen.

Ik zat deze week in mijn hoedanigheid als (soort van) secretaresse met beleidsambtenaren aan tafel. De sfeer was licht melancholiek: de werkgroep die om mij heen zat genoot van een laatste diner samen: ze is namelijk opgeheven, anders ingedeeld, niet meer in deze samenstelling bezig, de focus is verlegd, de speerpunten veranderd, ze is niet meer geborgd (ieieieiek, die term zou verboden moeten worden…). Kortom met alle ambtelijke termen op een stokkie en het stokkie in het vuur: het is afgelopen met deze club. Ze zullen elkaar in andere samenstellingen nog wel tegenkomen en samenwerken, maar zoals we hier aan tafel zaten zal dat niet meer gebeuren…

Mijn buurvrouw bij het diner was ook een oud-collega: ergens in 1997 werkten we samen voor dezelfde gemeente. Ik als eind dertiger die een professionele carrière in rook had zien opgaan en dus weer ‘gewoon’ aan het werk was gegaan en zij als beginnend jurist, een stuk jonger nog, aan het begin van haar loopbaan… We hadden het over ‘ken je die-en-die nog?’ en ‘wat is er toch van die-en-die geworden?’ toen ze me aankeek over de rundercarpaccio en zei: ik weet nog dat we als collega’s mee geweest zijn naar een concert dat jij in het gemeentelijk cultureel centrum gaf, met een paar jongere zangcollega’s, sjonge, wat was ik onder de indruk, zoiets had ik nog nooit gezien of gehoord… zo’n stem… als ik op TV opera zag zapte ik altijd door, maar dit was verpletterend…

Ik kan u nauwelijks uitleggen wat een plezier haar compliment mij deed. Ter plaatse kon ik het concert nauwelijks nog terughalen, maar later op de avond, thuis op de bank, kwamen de flarden terug en zat ik nog met een glimlach, niet van mijn gezicht af te béitelen. Ja, het was een mooi concert geweest…

Ik pak mijn plakboeken zelden van de boekenplank, eigenlijk bijna nooit. Dat bleek ook uit de spinnenwebben die ik lostrok toen ik het juiste boek probeerde te grijpen; in drie jaar hebben die beesten flink hun best gedaan… Wanneer zou het nou toch geweest zijn, dat concert?

Het bleek december 1997 geweest. Meer dan twintig jaar geleden, de foto’s hielpen, bijna alles van die middag kwam terug. Ook de minder leuke dingen: de sfeer binnen het adhoc opgerichte gezelschap was in de kleedkamers al niet goed geweest en de recensie, die – laat ik het tactisch proberen weer te geven – voor mij ietskes beter uitpakte dan voor de heren tenoren, kwam als een boemerang terug: ik zou de recensent gekend en beïnvloed hebben, er vielen harde woorden, het clubke klapte uiteen. Ik leerde toen weer een harde les: het vak is ook binnen de amateurkringen keihard en niet altijd rechtvaardig – ik heb namelijk een verdomd goed concert gezongen, toen – en een staande ovatie krijgen heeft ook een keerzijde.

Het duurde tot in 2011 voor ik definitief besloot dat al die negatieve zaken de positieve teveel overschaduwden, dat mijn faalangst me nog eens zou vernietigen als ik niet uitkeek en dus: te stoppen met actief solo-zingen. Het is een strijd geweest, maar zo’n ‘postuum’ compliment na meer dan 20 jaar is een geweldige pleister op de wonde… die inmiddels trouwens goed genezen is!

De recensent had het over een ovationele reactie op mijn ‘Pace, pace, mio dio’ uit Verdi’s ‘La forza del destino’ en die doe ik mezelf dus hieronder effe cadeau… Ik zal u lichtjes beschrijven wat er door je heen gaat als je zo’n aria zingt, dan is het niet voor niks dat na meer dan twintig jaar het spiergevoel nog precies terugkomt, ’s avonds op de bank.

Er zijn op YouTube talloze prachtige versies te vinden. Ik koos deze, omdat James Levine (‘Jimmy’ voor intimi) dirigeert en ik moest glimlachen hoe hij met een ‘opslag’ meteen het tempo haarfijn voor het orkest vastlegt. Hoezo, 4 tellen vooraf?

Bij het chromatische loopje naar beneden aan het begin leer ik nu nog dat het geen ruk uitmaakt in welk tempo je de noten als sopraan doet, als je maar zuiver uitkomt en ongeveer gelijk met het orkest… sopranen vrijheid…

En die prachtige lange Verdi-lijnen, die volkomen organisch komen, als je een Verdi-zangeres met een fatsoenlijke ademtechniek bent. Gek genoeg lukte het me bij Mozart nooit om zo’n lijn zonder bij-ademen te zingen en bij Verdi altijd…

Die mooie pianissimo-noot halverwege? Goed afzetten op je middenrif, hem dan los laten zweven ergens achter je neus en hem als een parachuterende boompieper laten landen vóór je op het toneel…
En na het tussenspel op tijd inzetten als er geen Jimmy is om het je aan te geven? Gewoon banaal tellen: dat is één… dat is twéé, dat is drie…. Als je bij tien bent komt de tekst: ‘Misero pane…’ tel maar na! Ik had destijds trouwens een geweldige pianist (wél vriend gebleven!), die subtiel wachtte tot ik tot tien geteld had… de meeste sopranen kunnen immers maar tot vier tellen (grapje, dames, grapje!)

En haal vooral adem vóór de laatste ‘Maledizion!’, die hoge bes staat volgens mij maar als kwartnoot genoteerd, maar ach, als-ie erop zit voor veel en veel langer: doen!

Bryn Terfel als Mephisto in het Concertgebouw

Allemaal leuke dingen in Amsterdam deze zomer. Nu schreeuwt Facebook me het weer tegemoet: Sir (let wel: Sir!) Bryn Terfel zingt een van zijn lievelingsrollen op 4 juni in het Concertgebouw: duvel Mephisto in Gounod’s ‘Faust’.

De website van het Concertgebouw noemt Terfel’s vertolking van de rol terecht ‘elektriserend’. Behalve Faust de hel in lokken, lijkt het hem ook te lukken het publiek mee te voeren naar duivelse omgevingen.
Oh, heerlijk: ik ben dol op bad guy’s en girls in films, in opera’s en in boeken, allemaal veel interessanter dan de gekwelde sopraan uithangen met rugje- van-handje-tegen voorhoofd: “o, o, wat heeft het leven mij weer beet…”, niks hoor: liever scheldend en tierend ten onder, dan lijdzaam wegkwijnen, wat u?!

Doe mij maar Don Giovanni, Mephisto, Abigaille, Lady Macbeth, Azucena, Carmen, Scarpia (trouwens ook ooit weergaloos door Terfel vertolkt) om maar eens een paar operarollen te noemen, volgorde volstrekt willekeurig en volledigheid niet beoogd…

En Al Pacino in ‘The Devils Advocate’, Dexter in de gelijknamige serie, Glen Close in ‘Fatal Attraction’ die het konijn van haar slachtoffergezin vangt en het te koken zet op het vuur… En diezelfde Glen Close als Cruella de Vil in ‘101 Dalmations’. Ook hier weer geen volledigheid beoogd en er zijn natuurlijk veel meer rollen en momenten te noemen…

Goed, Vocalies, terug naar Bryn: zijn verschijnen in het Concertgebouw (waar hij al memorabele rollen en concerten heeft neergezet, zie YouTube) is een mooie aanleiding om de Mefistofele-aria eens te laten horen, maar dan van een andere componist, van Arrigo Boito (ook librettist van Verdi) in de gelijknamige opera, de enige die hij ooit componeerde.

In plaats van u te vermoeien met de plot van Faust, die u natuurlijk al lang kent is hieronder een vrije vertaling van de aria ‘Son lo spirito che nega’ uit Mefistofele.

Son lo Spirito che nega sempre tutto; l’astro, il fior.
Ik ben de geest die altijd alles ontkent: de sterren, de bloemen
Il mio ghigno e la mia bega turban gli ozi al Creator.
Mijn gesneer en mijn vijandigheid verstoren de rust van de schepper.
Voglio il Nulla e del Creato la ruina universal.
Ik wil het niets en de totale vernietiging van het universum.
È atmosfera mia vital ciò che chiamasi Peccato. Morte e Mal!
Ik kik op wat men zonde noemt. Dood en verderf!
Rido e avvento questa sillaba: No!
Ik lach en sneer slechts deze ene lettergreep: Nee!
Struggo, tento, ruggo, sibilo: No.
Ik vernietig, ik verleid, ik schreeuw, ik sis: Nee.
Mordo, invischio, struggo, tento, ruggo, sibilo: No.
Ik bijt, ik verstrik, ik vernietig, ik schreeuw, ik sis: Nee.
fischio, fischio, fischio, fischio, fischio!,
Ik fluit!

Parte son d’una latebra del gran Tutto: Oscurità.
Ik maak deel uit van het grote niets
Son figliuol della Tenèbra che Tenèbra tornerà.
Ik ben zoon van de duisternis en zal ernaar terugkeren.
S’or la luce usurpa e afferra il mio scettro a ribellion
Al heerst het licht en probeert het mijn scepter af te pakken,
poco andrà la sua tenzon, v’è sul Sol e sulla Terra: Distruzion!
het gevecht zal niet lang duren: over zon en aarde zal vernietiging heersen…

Zo, eej, da’s nogal: veel leuker dan het verhaaltje over de plot van Faust. Je krijgt er kippenvel van terwijl je het zit te vertalen. Nooit gedacht trouwens, dat het handig is als je als operazanger op je vingers kunt fluiten, zou ik best willen kunnen.

De aria is eigenlijk een zware, fikse bas-aria en Terfel is een tamelijk lichte bariton, maar hij zoekt het in het venijn en slaagt daar uitstekend in. Je zou er bijna bas voor willen zijn. Ik zocht de aria op van andere grootheden en die doen het prima, maar dat vuige, venijnige, snerende van Terfel krijgt niemand te pakken. Garantie voor een prachtige avond in het Concertgebouw, al is het dan met ‘Faust’ van Gounod en niet met Mefistofele van Boito!

Un ballo in maschera en een oud verhaal

U moet een beetje opschieten hoor, als u de nieuwe voorstelling van Opera Zuid, Giuseppe Verdi’s ‘Un ballo in maschera’ nog wilt zien.

Sorry dat ik niet eerder een stukkie er aan wijdde… ik was er effe niet… ik was in ons geliefde Oostenrijk, zonder WiFi, zonder internet, zonder kranten, maar mét echtgenoot, lekker eten en drinken, vier prachtige wandelingen, een paar lekkere boeken en veel slaap… de ideale vakantie. Bij terugkomst zet ik facebook open en zie dat de productie al begonnen is. Een speellijstje vindt u onderaan dit stukkie.

Zin in een oud verhaal hierover?
Ik studeerde in 1989 in Salzburg (een zomer-cursus) en had via een mede-cursist kaartjes voor de generale repetitie van deze prachtige Verdi-opera, in het Festspielhaus. Von Karajan zou dirigeren… Het was allemaal te mooi om waar te zijn. De gebeurtenissen in die week in vogelvlucht: Von Karajan sterft op de bok tijdens een repetitie voor het Mozartrequiem in de Dom, Salzburg in rouw én in rep en roer, Georg Solti neemt de directie voor ‘Un ballo’ over. Hij besluit terecht geen pottenkijkers te willen tijdens de generale, dus worden de kaartjes ongeldig verklaard.

Vocalies balen… Of ik mijn geld terug gekregen heb kan ik me niet eens meer herinneren. De mede-cursist had het onvoorstelbare genoegen er wél bij te zijn. Hij was figurant en stond op het toneel op het moment dat Gustav III, koning van Zweden, in 1989 gezongen door Placido Domingo, neergeschoten (of neergestoken, daar mag ik vanaf wezen…) wordt. Zijn opmerking over Domingo’s optreden zal ik nooit vergeten: “der Mann stirbt so schön…”

Op YouTube is trouwens de hele opera te vinden met Domingo in de hoofdrol en inderdaad: hij kan heel mooi sterven….

Ik zocht de oude berichtgeving over deze gebeurtenissen weer eens op en zat glimlachend de krantenartikelen te lezen.

Het is een geweldig opera trouwens. Verdi moest er een en ander aan veranderen, vanwege politieke censuur, deed dat knarsetandend en gelukkig is het verhaal genoeg overeind gebleven om een van de veel gespeelde opera’s te blijven.

Het verhaal, kort:
Samenzweerders hebben het voorzien op koning Gustav III van Zweden. Zijn vriend en adviseur Ankaström waarschuwt hem en helderziende madame Ulrica Arvedson voorspelt ook de ellende. Gustav weigert het gevaar onder ogen te zien. Hij heeft alleen oog voor Amelia, Ankaström’s vrouw. De liefde is wederzijds. Tijdens een ontmoeting tussen Gustav en Amelia, verschijnt Ankaström. Hij herkent zijn gesluierde vrouw niet en wendt zicht tot Gustav, die hij wil beschermen tegen de samenzweerders. Om die samenzweerders om de tuin te leiden, wisselen de heren van kleding. Aangekomen in de stad richten de samenzweerders zich tot de vermeende koning. Amelia werpt zich tussenbeide, waardoor haar identiteit onthuld wordt. Ankaström sluit zich aan bij de vijanden van de koning. Tijdens een gemaskerd bal volgt onafwendbaar de ontknoping en gaat de voorspelling van madame Arvedson in vervulling.

Hier is het speellijstje:
26 mei, Breda, Chassé Theater
29 mei, Utrecht, Stadsschouwburg
2 juni, Tilburg, Schouwburg
5 juni, Scheveningen, Zuiderstrandtheater
7 juni, Venlo, Theater de Maaspoort
9 juni, Sittard, Schouwburg De Domijnen
12 juni, Hasselt, Cultuurcentrum – semiscenisch
14 juni, Heerlen, Parkstad Limburg Theaters
16 juni, Valkenburg, Openluchttheater – semiscenisch
19 juni, Rotterdam, Schouwburg
21 juni, Zwolle, Zwolse Theaters
30 juni, Bloemendaal, Openluchttheater Caprera – semiscenisch

Uiteraard is er meer informatie te vinden op de website én op de facebook-pagina van Opera Zuid.

In het filmpje de trailer van Opera Zuid, heerlijk: een traditioneel gezette Verdi-opera!

Peter Grimes en Waylon

Op deze vrijdag tussen de twee halve finales en de finale van het Eurovisie-songfestival in, los ik het derde en laatste deel van mijn belofte in: u hebt nog het verhaal te goed over ‘Peter Grimes’, de Britten-opera waarmee het Musico-gezelschap in Düsseldorf haar reis naar het festival 20e eeuwse opera afsloot, afgelopen zaterdag.

Moet ik trouwens nog iets zeggen of vinden van het optreden van Waylon tijdens de halve finale van het Eurovisie Songfestival? Eigenlijk niet hè, het past alleen in deze contreien als je het criterium ‘vocaal’ hanteert: ik schrijf over en vind iets van klassieke muziek in het algemeen en van vocále klassieke muziek in het bijzonder…

Ik heb de act even achteraf bekeken op YouTube. Ik kan het niet opbrengen naar de rest van het Songfestival te kijken, te lawaaierig, te vals (in alle zinnen van het woord…).
Waylon zong zuiver en goed getimed en hij leek zelf ook te genieten van het optreden, hetgeen ook een kwaliteit is, met alles wat er rondom hem gespeeld heeft de afgelopen dagen. Ik kan hem benijden om het – blijkbaar uit vermogen – aan- en uit kunnen zetten van het ‘rafeltje’ in zijn stem. Het is langs het randje, want het lijkt me niet goed voor je stembanden, maar hij komt ermee weg en bij de mupkes van minder dan drie minuten af en toe zo’n rafeltje zal wel geen kwaad kunnen. Mijn boodschap aan klassieke zangers: probeer het niet in een opera- of operetteproductie of tijdens een Liedconcert, dat doe je waarschijnlijk maar één keer en daarna zit je weer een hele tijd thuis met gehavende stembanden en een overwerkte zangpedagoog (vraag maar aan Adèle…).

Het dansje van de bandleden sloeg als k.. op dirk, pardon, als een tang op een varken, maar het was niet zo erg als men op facebook en andere a-social media wilde doen geloven. En dat Waylon een arrogante bal is met geweldige zangkwaliteiten wisten we natuurlijk ook al lang… Bij mij gaat zijn geluid altijd direct naar mijn hart en daardoor vergeef ik hem zijn arrogante gedrag.

Goed, Vocalies vind weer wat, blijkbaar ben ik terug op de rails…
Peter Grimes, dus… Een opera in een proloog en drie akten, met een libretto, gebaseerd op het gelijknamige gedicht.

Het verhaal speelt zich af in een dorp aan de kust van Suffolk ergens in het midden van de negentiende eeuw. Peter Grimes is een visser, die het niet heel nauw neemt met de moraal en de wet (Ev’rybody’s got a little outlaw in ‘em, ha, daar hebben we het linkje naar Waylon…).

Peter Grimes lijkt schuldig aan de dood van een van zijn scheepsjongens; het lijkt een ongeluk. De driftige Grimes windt zich op over de onwil van de dorsgenoten en gaat zijn eigenwijze en onafwendbaar dodelijke gang: hij huurt een nieuwe scheepsjongen, mishandelt die en tijdens een gang in de storm naar de vissersboot, valt de jongen van een klif. De dorpsgemeenschap keert zich nu echt tegen Grimes en het kleine beetje goodwill wat hij nog over had is nu helemaal weg.

De opera eindigt met een verwarde monoloog van Grimes. Hij vaart alleen weg in een bootje en komt nooit meer terug. In het dorp herneemt iedereen de dagelijkse gang van zaken alsof er niets gebeurd is…
Grimes is een zware rol die lang niet iedere tenor aan zal kunnen. Hij is niet ‘the good guy’ of de held, hetgeen in de opera de tenor bijna altijd wél is… en rafeltjes zijn in zijn partij aan de orde van de dag… gevaarlijk dus…

Ik had graag een stukkie van de ‘madscene’ willen opladen, maar vond die wel op YouTube, maar niet van de tenor die de rol van Grimes dit keer gezongen heeft: Corby Welch.
Daarom een stukkie van de enscenering uit seizoen 2009-2010. Ik neem maar even aan dat de Deutsche Oper am Rhein dit keer voor dezelfde enscenering heeft gekozen.

Een duo: Ariane en Pigmalione

De reis naar Düsseldorf voor Musico is al weer een p[aar dagen voorbij. De signalen via facebook zijn dat het een goede reis was, met mooi weer en prachtige voorstellingen.
Zaterdagavond was er weer een ‘double bill’, dit keer in Duisburg (die hebben zo’n prachtig’plechtig’ operagebouw met van die hoge Griekse zuilen, geweldig!). Weer twee eenakter: ‘Ariane’ (door de Duitsers consequent ‘Ariadne’ genoemd) van Boruslav Martinů en Il Pigmalione’ van Gaetano Donizetti.
Twee voor mij volstrekt onbekende eenakters, volgens mij weinig uitgevoerd. Dat betekent best effe zoekwerk en inleeswerk. De plot van La Traviata schud ik uit het hoofd zo uit mijn mouw, maar dit soort eenaktertjes zijn gemeen: je moet er wat voor doen om ervan te kunnen genieten; dat ‘doen’ is trouwens erg leuk werk…

Daar gaat-ie:
De korte opera ‘Il Pigmalione’ is het eerste podiumwerk van belcanto-meester Donizetti en vertoont de eerste tekenen van een artistiek drama. Pigmalione (mocht de titel u bekend voorkomen: ja, George Berard Shaw maakte een bekend toneelstuk gebaseerd op dit verhaal) haat vrouwen en legt zich toe op de beeldhouwkunst. Hij maakt een vrouwelijk standbeeld… waarop hij prompt verliefd wordt. Op zijn smeekbede wekt de liefdesgodin Aphrodite het standbeeld tot leven en Pigmalione en het beeld worden een gelukkig paar.
Het werk ontstond in 1816 toen Donizetti studeerde bij Padre Mattei in Bologna. Aha, en nou lees ik waarom ik niet van het bestaan van de opera afwist: Donizetti was blijkbaar niet tevreden met de eenakter en smeet het ván zich… Later werd het weer ontdekt en de première was op 13 oktober 1960 in Bergamo.
Ariadne/Ariane

In maar vijf weken componeert Tsjech Boruslav Martinů zijn eenakter over de Kretenzische prinses Ariadne, haar stiefbroer Minotaurus en de Atheense held Theseus. Het mythologische verhaal heeft veel kunstenaars geïnspireerd. Bij Martinů krijgt het thema een diep psychologische dimensie die muzikaal verbeeld wordt aan de hand van neoclassicistische, neo-barokke en impressionistische klanken evenals elementen uit jazz en folklore. Ik hou van het vol-vette orkestreren van Martinů. Hij heeft trouwens ook mooie dingen voor mannenkoor geschreven.

Geniet hieronder in het filmpje even van een leuke intro en toelichting op de twee producties.

Twee eenakters uit de 20ste eeuw

Na een moeilijke periode pak ik vandaag de draad weer op. De laatste tijd was de frequentie van berichtjes hier op Vocalies laag, te laag, veel te laag. Het was een lastige tijd en ik had nauwelijks inspiratie. Er waren zwaardere zaken te verwerken dan de perikelen van de klassieke muziek. Ik moest afstand doen van mijn allerbeste vriendin. Een proces dat al lang geleden, bij mijn weten ergens in 2011 al begonnen was en waarvan we geen idee hadden hoe lang het zou duren tot de kanker zou winnen.

Een tijd lang deden we net alsof er niks aan de hand was en maakten een lange neus naar de kanker… Maar ergens vorig jaar augustus was hij voor de derde keer terug en dit keer definitief. Op 24 april jongstleden overleed ze, te midden van haar gezin. We deden haar een kleine week later uitgeleide en ik mocht daar verhalen van onze vriendschap en dat heb ik gedaan.

Geheel in haar geest probeer ik dus de draad weer op te pakken. Ik moest de muziekreis naar Düsseldorf afzeggen; het zou zomaar hebben kunnen gebeuren dat de vriendin tijdens of vlak voor die reis zou overlijden en ik wilde bij haar en haar gezin zijn. Een lieve en zeer deskundige collega-reisleider nam de reis over en heeft haar eerste twee eenakters in het Theater van de Oper am Rhein er inmiddels opzitten.

Eerder had ik u beloofd u mee te laten genieten van de plots van de 20-ste-eeuwse opera’s die het gezelschap in Düsseldorf gaat bekijken. Ik pik plots hier op, mooie gelegenheid om er weer een beetje in te komen. In de loop van de stukkies zal ik mijn sprankel wel weer terugvinden…

Gisteren zagen ze in Düsseldorf twee producties: ‘Lénfant et les sortilèges’ en ‘Petruschka’, de een een komische eenakter en de ander een ballet, de een van Maurice Ravel en de ander van Igor Stravinsky.

Over L’enfant:
Omdat het kind onaardig en tegendraads is moet het voor straf in zijn kamer blijven. Woedend slaat het de meubels in de kamer kort en klein en kwelt de kat. „Ik ben boos en vrij!“ roept het triomfantelijk. Maar die triomf duurt niet lang. Als in een nachtmerrie worden de beschadigde meubels levend en willen zich wreken op de boosdoener. Zelfs de natuur en haar bewoners bedreigen het kind. Dat begint te leren dat eigen daden consequenties hebben. Als het tenslotte medelijden toont met het gewonde eekhoorntje eindigt het gespook, tenminste… voor nu…

Over Petruschka:
Igor Strawinsky’s ‘Petruschka’ gooit de toeschouwer meteen in het uitgelaten gedoe van een jaarmarkt, waar een onheilspellend uitziende schurk drie poppen presenteert. Hij wekt ze met zijn toverkunsten tot leven: de kwetsbare acrobate Ptitschka, de goedmoedige, on-opgevoede Patap en de streken uithalende clown Petruschka.
Door hun sadistische meester tentoongesteld en gekweld, verlangen ze alle drie naar vrijheid, maar het lukt uiteindelijk alleen Petruschka om te vluchten. In een roes van nieuwe levensvreugde stort hij zich nieuwsgierig in het gewoel van de jaarmarkt. Maar de vrijheid duurt niet lang…
Strawinsky’s als ballet wordt in de stijl van het Cirque du Soleil gebracht: een combinatie van animatie en acrobatiek die de natuurwetten lijkt te tarten. Toneel, animatie, klank en artiesten versmelten tot een ‘live-action-cartoon’ met muziek.

Het filmpje zegt meer over de beide stukken dan ik hier zou kunnen typen. Ze moeten gisteren een prachtige avond gehad hebben daar in Düsseldorf…

Coraline, een opera voor iedereen vanaf 8 jaar

Nou zijn we al een week terug uit ons geliefde Londen en nou heb ik u nog niet verteld over de (kinder)opera die we daar gezien hebben. Terwijl dat toch best een bijzondere ervaring was. Strikt genomen was het trouwens geen kinderopera maar een ‘opera voor kinderen vanaf 8 jaar…’ , dat is iets anders, al is het verschil klein en vooral subtiel…

Ik had sterk de indruk dat echtgenoot (die de kaartjes via internet bestelde) zich had vergist; de producties van Royal Opera House Covent Garden zijn zo schreeuwend duur dat de moed je in de schoenen zinkt, bovendien was er in het weekend dat wij er waren niks wat we perse wilden zien.

Hij moet welhaast bij het zoeken gedacht hebben: Royal Opera House produceert het, dus het zal wel goed zijn; opera vindt mijn lief altijd mooi; het is niet in het Opera House aan Covent Garden, maar in het Barbican, dat zal ook wel bijdragen aan het feit dat de kaartjes best te betalen zijn (ik meen 40 pond): boeken die hap, want het was bijna uitverkocht.

Toen hij me vertelde dat we tóch kaartjes voor een opera hadden in ons weekend maakte ik eerst een vreugdesprongetje en ging toen eens opzoeken wat het dan was dat hij geboekt had. Ik moest grinniken: dat wordt lachen dacht ik, ik ben helemaal niet van de kleine kinderen en echtgenoot ook niet zo… Ik ben helemaal niet van hedendaagse opera en echtgenoot is eigenlijk helemaal niet van opera, maar hobbelt mee en vindt het dan achteraf geweldig. Mijn vraag of hij zich vergist had werd met gesnuif beantwoord…. Natuurlijk niet! Hoe kwam ik erbij?

Dus zaten wij zaterdagmiddag 31 maart om twee uur in het Barbican te midden van Engelse kinderen vanaf 8 (ze vallen best mee) al dan niet in gezelschap van ouders, grootouders, of andere familie en wat los ‘volwassen’ spul net als wij. Zaal uitverkocht.

Gesmuld hebben we. Sowieso is het voor mij goed af en toe mijn oren bloot te stellen aan hedendaagse klanken. En ik moet ook niet zeuren over de titel ‘kinderopera’: ik zit met net zo veel plezier bij Humperdinck’s Hansel und Gretl en ben een gretige toeschouwer van Harry Potter-films en Lord of the Ring-films. De tijd dat kinderen meteen met hun lip begonnen te trekken als ik ze aankeek is ook voorbij, soms hebben we zelfs een geanimeerd gesprek

Mark-Anthony Turnage is de componist van ‘Coraline’. Hij is geboren in 1960. Een paar titels: ‘Greek, ‘The Silver Tassie’ ‘Anna Nicole’. Coraline was de tweede opdracht die hij kreeg voor Royal Opera House Covent Garden.
Hij heeft goed werk verricht. De zaal hing aan de lippen van de solisten. Uitstekend gezongen. Hoe doen ze dat toch? Ik was al gauw ieder gevoel voor toonsoort kwijt, een regelmatig ritme is er nauwelijks, alleen in de spoken die meerstemmig (vanuit de coulissen?) zongen boden elkaar wat ondersteuning. Groot respect voor de jonge mensen die dit allemaal moeten kunnen: ik ga chronisch vals zingen als ik geen toonsoort heb om me op te baseren, maar deze solisten rolden met het grootste gemak én speelplezier door hun partijen heen. Vooral de twee oudere dames die de twee ‘gepensioneerde’ actrices speelden hadden erg veel plezier in hun rol.

Het enige, piepklein puntje van kritiek was dat ik steeds maar zat te wachten tot er een ‘deun’ kwam en die kwam niet… het was eigenlijk een groot recitatief. In de recensies, de dagen erna vond ik die ook terug van een van de recensenten; ik was in goed gezelschap met mijn opmerking.

Woordelijk te verstaan (da’s ook wat: als je in de landstaal zingt én voor kinderen, kunnen de grappen
alleen gewaardeerd worden als ze ook te verstaan zijn en dat waren ze) spatzuiver en met vaart: ik had een heerlijke middag.

Het verhaal is flinterdun: Coraline verveelt zich en komt in haar huis terecht in een soort spiegelwereld, waar haar ouders ineens ouders van een zeer gevaarlijk soort zijn geworden. Ze blijken betoverd en Coralines moedige gedrag tovert ze uiteindelijk weer terug in hun oude liefdevolle staat. Iedereen blij.

Bij het terugwandelen richting Metro liepen er wat oudere kinderen achter ons: ze waren om, voortaan vonden ze opera leuk. ‘Nobody nééds to die in an opera, perse…’ was hun bemoedigende conclusie. Echtgenoot en ik keken elkaar eens aan en grinnikten.

Ik vond helaas niet een heel leuk, representatief filmpje op YouTube, u zult het moeten doen met een vrij statische uitleg van het hoe en wat…