Kerstmis 2019 ‘Peace on earth’

Op zoek naar een versie van The Little Drummer boy zag ik een filmpje op YouTube en toen wist ik ineens wat mijn kerstwens voor u dit jaar moest zijn.

Ik ben niet zo van kerstmis, het opgelegd pandoer dat ‘de feestdagen’ met zich mee brengt maakt mij jaar na jaar meer wrevelig. Het gaat steeds minder om wat er met kerst herdacht wordt en steeds meer om grote cadeaus (die ik iedereen gun, daar niet van…) en duur eten (en de goedkope pot kan zo heerlijk zijn, als je ‘m maar samen klaarmaakt en opeet) en dure kleding (terwijl die zelf gebreide Ierse trui ook heel mooi kan zijn).

De laatste jaren, dit jaar voor de zevende keer, brengen mijn lief en ik kerstmis gescheiden door, omdat ik op pad ben met Musico en hij thuis blijft en meestal werkt. Oud en nieuw zijn we weer samen en gedenken we ieder jaar dat het goed is dat we elkaar hebben; door die gescheiden kerst is oud en nieuw waardevoller geworden.

Ik geloof niet in god en nog minder in de kerk, die maakt me ook jaar na jaar meer wrevelig (over opgelegd pandoer gesproken!), maar het is goed een moment te hebben, rond het einde van het jaar, als het licht keert en de zon weer aan zijn opmars begint (aan onze kant van de wereld dan, hè, aan de andere kant marcheert hij langzaam af…), als de dagen weer gaan lengen, een moment waarop wij allemaal even pas op de plaats maken om te zien waar we staan in het leven en met elkaar.

Ik vond op YouTube een ontroerend filmpje met een piep-jonge David Bowie en een oude, sterk vermagerde Bing Crosby, opgenomen in 1977, vlak voor de dood van Bing, die de uitzending niet meer mee heeft kunnen maken.
De heren brengen een boodschap met de combinatie van ‘The Little Drummer boy’ en ‘Peace on earth’ die onvergankelijk is. Ze zingen bovendien spatzuiver en met respect voor elkaars melodie. Wat een vakmanschap. De dialoog vóórdat ze gaan zingen is trouwens ook heel grappig: beiden kunnen ze elkaar relativeren en hun tongue in cheek-dialoog deed mij grinniken.

Peace on earth was er in 1977 allerminst en nu, in 2019 lijken we er verder van vandaan dan ooit te voren.

2019 leek een tamelijk gelijkmatig jaar te worden, totdat op 22 november de telefoon ging: mijn vader was onwel geworden. Hij overleed, zelf beslist dat hij geen zware operatie en revalidatie meer wilde, nog geen 48 uur later in het ziekenhuis. We hadden er vrede mee dat het zo ging: 88 worden en de avond voor je omkiept nog even kegelkampioen bij de competitie voor de ouderen worden, doe het hem maar na… Bovendien zong hij tot dat moment ook nog als een jonge god, met een mooie, gladde bariton, die que timbre erg leek op het geluid van Bing, realiseer ik me nu… Achteraf dendert zijn dood op onverwachte momenten nog wel effe na…

Goed, terug naar mijn boodschap voor u: Peace on earth wens ik u en de uwen. Vrede op aarde en in uw families en vriendenkringen. En kleine, fijne ontmoetingen, zoals die van Bing en David, waarin je eens kunt grinniken om elkaars relativering en samen perfect unisono kunt zingen… dát wens ik u!

Bij het overlijden van Jessye Norman

Al weer even geleden: het overlijden van Jessye Norman. Om precies te zijn op 1 oktober jl. Het nieuws ontging mij. Ik liep in Oostenrijk in de zon, gekleed in slechts een hempie en een wandelbroek een heerlijk tochtje. De enige momenten dat alles wat mij bezighoudt naar de zijkant verdwijnt (je zou kunnen zeggen in de coulissen…) is als ik ergens ter wereld een berg oploop en daar al mijn concentratie en conditie bij nodig heb. Dan en alleen dan is het leven even alleen maar die berg. Momenten die ik koester, want ik ben mij er eentje, za’k maar zeggen: altijd vooruit aan het leven (ondanks de talloze mensen die ik bewonder die zeggen: “live in the now”), altijd aan het interpreteren van de dingen die om mij heen gebeuren, altijd met een wijsje in mijn hoofd, altijd het laatste boek dat ik las, de laatste film of serie die ik bekeek aan het overdenken… U snapt het: ik word soms een beetje moe van mezelf…

Dus dat Jessye overleed ging even aan mij voorbij en het duurde zelfs tot een paar dagen nádat ik thuis was, dat het nieuws tot mij doordrong. Het voeren van een website-je over vocale klassieke muziek verplicht mij wel er wat van te vinden, Norman heeft veel betekent voor de klassieke zang. Haar interpretaties van Wagner, Strauss, Mahler, Schubert zijn legendarisch. Je kunt erover van mening verschillen of ze mooi of niet mooi vinden, maar haar betekenis staat voor mij vast.

Ze werd in Europa vooral bekend nadat ze zich in 1969 hier vestigde: in de opera in Berlijn werd ze met haar debuut een van de eerste gekleurde operazangers ter wereld.

Trouw omschrijft haar treffend: “Daar stond iemand die niet zomaar een recital gaf, maar een hoogmis van de zangkunst celebreerde.” Dat was ook een beetje wat mij aan haar irriteerde: dat onontkoombare, zowel qua verschijning als qua geluid. Soms zou je wensen dat ze opging in de heilige muze van de zangkunst, maar dat deed ze niet: ze stak die muze eerder naar de kroon: die demonstratie van hoe ze haar techniek beheerste en het bijna triomfantelijke waarmee ze lastige passages zong. Ik had wel eens de neiging mijn ogen dicht te doen. En als ik dat deed voltrok zich het wonder van de muze… en daarvoor moeten we haar eeuwig dankbaar blijven.

Ik laad een opname op van het troostrijke lied van Richard Strauss ‘Und morgen wird die Sonne wieder scheinen’, ik kan het niet horen zonder dat de tranen me in de ogen springen. Maar luister het uit, doe uw ogen dicht en wellicht komt ook u er gelouterd uit.
Dank, Jessye Norman!

Und morgen wird die Sonne wieder scheinen und auf dem Wege, den ich gehen werde,
wird uns, die Glücklichen sie wieder einen inmitten dieser sonnenatmenden Erde…
und zu dem Strand, dem weiten, wogenblauen, werden wir still und langsam niedersteigen,
stumm werden wir uns in die Augen schauen, und auf uns sinkt des Glückes stummes Schweigen.

Don Carlo, wat een opera!

Ik heb weer een nieuwe liefde…. Nou ja, in ieder geval tot de volgende prachtige opera langskomt dan: Don Carlo. Ik keek ‘m gisterenavond op TV (een uitvoering van The Met uit 2010) met echtgenoot naast me op de bank en was bijna verbijsterd. Wat een opera! Maar liefst vijf bedrijven heeft Giuseppe Verdi nodig om zijn punt te maken. Vijf bedrijven vol met de prachtigste aria’s, duetten, trio’s en kwartetten. Mamma mia, en wat een zware, zware rollen.

Maar liefst 7 grote stemmen heb je nodig om er een waardige productie van te maken: Don Carlo, tenor, Elisabetta, sopraan, Eboli, mezzosopraan, Rodrigo, bariton, Filippo, bas en een machtige bas met een kleinere rol die de verschijning van de oude Don Carlo kan zingen en een al even machtige bas die de rol van de Grootinquisiteur kan zingen, ook een kleine rol, maar erg lastig goed te bezetten.

The Met slaagde erin, tuurlijk, die kunnen een duit uitgeven… Maar dan nog moet er ook de chemie zijn… en die was er, zelfs met Roberto Alagna in de titelrol, waar ik niet zo’n fan van ben: een meer dan geslaagde productie.
De aria’s? Bijna teveel om op te noemen: Elisabetta moet wachten tot het allerlaatst tot ze haar ‘Tu che le vanitá’ mag zingen, razend moeilijk. Eboli heeft er twee: ‘Nel giardin del bello’ en ‘O don fatale’. De sterfscène van Rodrigo. Het duet tussen Fillipo en de Grootinquisiteur. Het allermooiste vind ik eigenlijk wel de aria van Filippo ‘Ella giammai m’amò‘.

Het plot is nu eens tamelijk logisch en goed te volgen: Don Carlo zal trouwen met de mooie en edele prinses Elisabetta van Frankrijk. Op het laatste moment besluit zijn tamelijk wispelturige vader zélf met Elisabetta te trouwen en de twee geliefden moeten al afscheid nemen na hun eerste liefdesduet. Het afscheid vernietigt Carlo, zijn karakter lijkt, ondanks dat het de titelrol is, tamelijk slappig uitgewerkt. De grote sterke rol is voor Rodrigo, die probeert tussen iedereen te bemiddelen maar uiteindelijk vermangeld wordt in de complotten. Er is tussen Elisabetta en Carlo niks onoirbaars (wat een woord eigenlijk…) gebeurd, maar Filippo is zeer achterdochtig en jaloers. In eerste instantie dacht ik altijd dat de oude koning wel deugde en alleen maar een oude vermoeide man was, maar na gisterenavond ben ik van mening veranderd. Eboli houdt ook van Carlo en als haar liefde niet beantwoord wordt is haar wraak verschrikkelijk en die vernietigd ook haar. Neem op de achtergrond het geduvel tussen Spanje en Vlaanderen en je hebt alle ingrediënten voor ellende.

In het filmpje de aria van Filippo. Een bassen-killer, deze aria: lang, hoog, met lange lijnen. En al die tijd moet het vermoeid en aan het einde van je krachten klinken.

Tijdens een masterclass in 1989 (mijn hemel wat lang geleden!) in Salzburg was er een jonge bas die de aria geweldig vertolkte. Hij zong ‘m tijdens een groepsles geheel en al uit zonder één onderbreking van de maestro, professor Rudolf Knoll, zelf bas. Wij luisterden ademloos en ontroerd. De pianist kromde zich over het niet malse piano-uittreksel van de partij en begeleidde boven zijn kunnen. Zulke momenten in de klassieke muziek zou ik u gunnen: alles lijkt op zijn plaats te vallen. Aan het einde bleef het lang stil en tenslotte stonden we allemaal op en applaudiseerden. Professor Knoll liep op de jonge bas af en knuffelde hem en sprak toen eigenlijk vernietigende woorden: “Het enige dat ik erop aan te merken heb is dat je oud en moe moet klinken en dat jij met je twee-endertig jaar en alle energie die er in je stem klinkt de aria nooit zó op het toneel zal zingen… Je moet nu alleen nog een jaar of dertig ouder worden…” Daar sta je dan, als jong aanstormend talent. Waar zou-d-ie gebleven zijn, deze prachtige jonge stem? Hij is nu dertig jaar ouder.

Een nieuw seizoen en Porgy and Bess

Hoe is’t met u? Zomer achter de rug? Weer aan het werk? Vakantie lijkt wel erg lang geleden zeker? Ik zal u maar niet vertellen dat ik nog lekker een weekje ga, nu u allemaal weer thuis bent. Schuiven we mooi de winter nog effe voor ons uit.

Nee, maar serieus, het was een heerlijke zomer, rustiger en warmer dan anders, met leuke concerten, fijne uitjes met vrienden en voorbereiding op het seizoen dat komen gaat. Op het werk was het stil, erg stil… toen afgelopen week zowat alle collega’s weer op het honk waren en er weer min of meer gesteggeld werd om een werkplek, sprong mijn hart van blijdschap op: ze zijn er allemaal weer, zijn gezond en wel van vakantie terug en er is weer reuring, altijd fijn!

De theaterseizoenen zijn ook weer allemaal aan het draaien. DNO begon haar seizoen met een geweldig combi van Pagliacci en Cavelleria Rusticana, hier en daar lekker Amerikaans afgekort tot ‘CavPag’ (ik moest drie keer nadenken voordat ik de afkorting begreep, dacht eerst dat het om een hedendaagse opera ging, suf hè?)

En ik ga mijn eerste schreden in het nieuwe seizoen ook weer zetten: in oktober ben ik in Lille en Ravenna, met allemaal prachtig repertoire.

Weet u wat het leukste was dat me op het gebied van klassieke muziek is overkomen, deze zomer? We gaan naar Porgy and Bess in The MET! Nou ja, niet naar The Met herself, maar naar Pathé, vroeg in 2020. Ik zag ‘m langskomen, de opera en holde naar het theater. Was maar net op tijd voor kaartjes, ze gingen als een dolle!
Een van de top-happenings in mijn theaterseizoen: met vrienden eten en daarna naar de operafilm. We gaan het nu voor de derde keer doen en dan is het een traditie, wat u?!

Porgy and Bess dus, een van mijn all-time-favourites. In 1935 gecomponeerd door George Gershwin, op een libretto van DuBose Heyward en broer Ira Gershwin. Een all-black cast, op eis van de componist en dat is tot op de dag van vandaag nog zo.

Ik zag ooit de film met Sidney Poitier als een buitengewoon knappe Porgy en Sammy Davis Junior als de beste Sportin’Life ooit. De kern van het verhaal is in een paar zinnen uitgelegd: de invalide en arme Porgy leert oud-prostituee Bess kennen en ze worden gelukkig met elkaar. Bess heeft moeite haar cocaïne-verslaving af te leren en valt uiteindelijk in een onbewaakt moment (als Porgy er even niet is) terug in haar oude gewoonten. Coke-dealer Sportin’Life profiteert van haar terugval en neemt haar mee naar New York. Als Porgy hoort dat zijn Bess terug is naar New York gaat hij haar daar zoeken. De opera eindigt hoopvol, maar je vraagt je wel prozaïsch af of dat ooit nog goed komt, daar in New York.

Gershwin was niet blij met de film, hij vond het teveel op musical lijken. Dat heeft er mede toe geleid dat er maar heel weinig van te vinden is op YouTube. Ik vond een best aardig stukkie. Het is wat donker allemaal, maar daar moet u maar even doorheen kijken. De glijerigheid van Sammy Davis is legendarisch en Sidney Poitier is in alle opzichten de knappe man die hij in mijn herinnering was. Ik verheug me nu al op februari 2020!

Een beroemd tweeluik: Pagliacci en Cavalleria rusticana

U hebt nog een stukkie tegoed over het beroemdste tweeluik uit de opera-literatuur: Pagliacci en Cavalleria rusticana. Op 5 september 2019 gaan deze twee juweeltjes in première bij de Nationale Opera. ‘Met een sterrencast van wereldklasse’ schrijven ze zelf. Dat belooft wat! Gelezen naar de opvattingen van de regisseur over deze opera’s worden het in ieder geval geen commedia dell’arte figuren in Pagliacci en geen Siciliaanse ‘couleur locale’ in Cavalleria rusticana. Regisseur Robert Carsen gaat het anders aanpakken, zegt hij.

Wat hij er ook mee doet: het wordt prachtig! Componisten Ruggero Leoncavallo en Pietro Mascagni brengen het verisme in deze twee opera’s naar een absoluut hoogtepunt. Gewone mensen, gewone taal, hartverscheurend drama.

Gauw effe het plot, dan toch maar?
Pagliacci heeft eigenlijk maar één zin nodig: jalousie en ontrouw kan drama’s aanrichten in relaties. Canio verdraagt het niet dat zijn vrouw hem ontrouw is en steekt haar tijdens een toneelstuk – dat ontrouw als onderwerp heeft- dood.

En eigenlijk loopt het plot in Cavalleria rusticana een beetje parallel aan dat van Pagliacci: ook daar speelt jalousie een hoofdrol.

Als ik het goed heb wordt de al even hartverscheurende slotscène uit The Godfather begeleid door het intermezzo uit Cavalleria rusticana, ik keek het even na en zag weer met tranen in de ogen Al Pacino’s onzegbare leed als zijn finale nederlaag ingezet wordt als zijn dochter op de trappen van het operahuis doodgeschoten wordt.

Ik heb ooit een filmpje voor u opgeladen van Vesti la giubba gezongen door Placido Domingo aan het begin van zijn carrière en ergens op het eind, toen hij bijna ophield tenoren-rollen te zingen. Was een belevenis op zich, maar die zagen we dus al eens…

Ik zocht en vond tenor Jonas Kaufmann, een scènische opname uit 2015. Ik moet u eerlijk zeggen, ik moest effe wennen aan de tattoos op dat witte lijf en aan dat rare puntbaardje, maar als je je daar eenmaal overheen gezet hebt, neemt Kaufmann je mee en zit je ademloos te luisteren. Hoe hij lelijk durft te zijn en hoe zijn piano-tonen de aandacht naar zich toetrekken en hoe hij voor zijn stem en zijn emoties tot het gaatje durft te gaan… En in de tussentijd heeft iemand hem geleerd hoe hij met een stiletto om moet gaan… En hoe hij het slotspel vol-acteert, volstrekt geloofwaardig… Wat een zanger!

Opera in het weiland, al 30 jaar!

U kunt er nog naar toe, maar dan moet u een beetje opschieten: de jubileumvoorstellingen van Opera Spanga. Ze bestaan dit jaar 30 jaar. Ik weet nog goed hoe ze begonnen, het was in mijn laatste conservatoriumjaar en medestudenten werkten aan die eerste productie mee: L’Elisir d’Amore. Ze brachten prachtige verhalen mee terug, van ontbering, muggenplagen en over-verhitte caravans ter overnachting, maar vooral van verbroedering en prachtige regie en muziek… Wat was ik er graag bij geweest, maar er waren toen persoonlijke omstandigheden die dat verhinderden.

Vorig jaar zag ik hun voorstelling op Malta, in een uitwisseling van twee steden die beiden culturele hoofdstad in 2018 waren: Valetta en Leeuwarden.
Deze zomer vieren ze hun jubileum met twee korte opera’s ‘Pagliacci’ en ‘Il Tabarro’, Ruggiero Leoncavallo en Giacomo Puccuni’s meesterwerkjes op één avond.

Ik kan het niet beter beschrijven dan zij zelf op hun website doen:
Opera Spanga combineert natuur en cultuur. De voorstellingen spelen in een halfopen tent in een Fries weiland. De natuurlijke omgeving, in combinatie met een gewaagde regie, opmerkelijke decors, tot de verbeelding sprekende belichting en verrassende kostuums, zorgen ervoor dat deze thrillerachtige opera’s u een onvergetelijke avond bezorgen.

De recensies waren lovend en zo warm als het op de première was, zal het de komende dagen niet meer worden, dus wat let u: gaan!

Het kan nog op 1, 3, 6, 8 en 10 augustus.

Hieronder de trailer.

Un ballo in maschera

Had ik vandaag een stukkie willen schrijven over de beroemde tweeluik waarmee de Nationale Opera haar seizoen gaat openen: Pagliacci en Cavalleria Rusticana, dat houdt u tegoed: de première is op 5 september (mooie poster trouwens DNO!).

Gisterenavond zaten we wat landerig op de bank: we hadden met de hitte veel TV gekeken en waren weer door twee korte (maar geweldige!) series heen. “Zullen we tussendoor een opera kijken?”, vroeg echtgenoot, “ik heb een geweldige app van The Met, jij mag kiezen…” (da’s nou echte liefde he… dat u dat even weet).
Ik raapte mezelf op van de chaise longue waar ik van verbazing vanaf gevallen was en koos: Giuseppe Verdi’s ‘Un ballo in maschera’. Met kerst ga ik daar met gasten van Musico naar toe en ik heb de opera nog nooit live gezien.

Er waren zelfs meerdere ‘Ballo’s’ mogelijk, maar die laatste keus was niet moeilijk: ik koos zonder aarzelen voor de versie uit 2012 met Dmitri Hvorostovky. Hem horen zou emoties te weeg brengen, hij stierf eind 2017 veel te jong en ik kan hem niet horen zingen zonder dat de tranen me in de ogen springen, maar ach, ik ben nou eenmaal een dweil en waarom zou ik dat feit uit de weg gaan. Van de tranen die je niet huilt heb je tenslotte veel meer last.

‘Un ballo’ werd het en we hadden een geweldige avond. Toegegeven, je kijkt en ervaart anders als je thuis met een haakwerkje op de bank zit en naar de film kijkt en niet in de zaal zit met nog een paar duizend anderen en ‘voor de echies’ beleeft, maar een beleving was het.

Door het uitstekende camerawerk zit je heel dicht op de zangers en krijg je details mee, die vanuit de zaal nauwelijks waarneembaar zijn. Heel af en toe is er door de groothoekwerking van de camera een wat raar toneelbeeld en lijkt een solist ineens heel ver weg te staan, maar dat gebeurt maar zelden. En je kunt tussendoor even iets tegen elkaar zeggen over wat er zich afspeelt of elkaar erop wijzen dat er nou een hele mooi noot aankomt…
We smulden.

Voor mij droeg ‘Dima’ de voorstelling. De tenor, die uitstekend zong en het verdient hier ook genoemd te worden: Marcelo Alvarez, vond ik niet zo’n acteur. Geweldige Oscar, hele mooie Amalia en uitstekend bezette kleinere rollen: The MET zorgt dat het allemaal tot in de puntjes verzorgd is. Een regie met een visie, die nergens stoorde (of het moet de speelgoed-sigaret geweest zijn die Oscar en Ulrica aanstellerig moesten ‘roken’; ik kan niet bedenken waar dát nou naar verwees) en die ‘klopte’.

De plot is wat lastig. Kort komt het erop neer dat koning Gustavo (van Zweden, maar in het Italiaans krijgt-ie ineens een zuidelijke fling…) aan het eind vermoord wordt door zijn beste vriend, omdat beide mannen van dezelfde vrouw houden. Er waren al een paar vijanden van Gustavo die een plot tegen hem beraamden en die maken handig gebruik van de jalousie van Renato. Er zijn wat ‘vermommingen’ die wat gekunsteld overkomen, maar jongens, het is nou eenmaal opera.

Ik vond ‘Eri tu’, een van de mooiste bariton-aria’s ooit geschreven in de zetting van 2012, gezongen door Dima Hvorostovsky, en ja ik weet het, het gaat de laatste weken vaker over hem in de contreien van deze website, maar je kan maar een excuus hebben om prachtige opera te laten horen.

Zie het filmpje, heel veel beter wordt het niet… nooit… Zo zingt een man die zich verraden voelt door zijn allerbeste vriend… die alle techniek meester is en van geen noot bang is, ook niet van de lage en de hoge…

In Bayreuth is het ook warm

In de smoorhitte van de dag appt een vriendin vier woorden: ‘Bayreuther Festspiele beginnen vandaag’. Ik ben meteen wakker. Het is misschien wel eens ooit ter sprake gekomen: ik ben niet echt een Wagner-fan. Misschien moet ik daar nu verleden tijd van maken: ik wás niet echt een Wagner-fan… Ergens in april was ik met Musico in Essen bij een prachtige voorstelling met alleen maar Wagner en hier en daar had-ie me bij de kladden, de oude Richard. Vooral met de ouverture tot ‘Das Rheingold’ trouwens, hoe hij van dat ene akkoord een machtige rivier maakt, geweldig.

Misschien is het toch waar: dat je soms ‘gewoon’ ouder moet worden om van sommige dingen beter te kunnen genieten.
Vanavond beginnen ze met Tannhäuser en dan de komende dagen een wisselspel met: Lohengrinn, Parsifal, Tristan und Isolde en Die Meistersinger von Nürnberg – Hoe warm zou het daar eigenlijk zijn? Ik zoek het op: 38 graden… arme musici… airco is slecht voor de stemmen en hoge temperaturen ook, en al die slappe vioolsnaren en zwetende koperblazers, mamma mia, dat wordt afzien. –

Maar ze zullen de klus klaren daar in Bayreuth, ijzeren-heinig zijn heeft zo zijn voordelen.
Als opwarmertje (leuke woordspeling in dit verband) een opname van Isolde’s Liebestod (“Mild und leise wie er lächelt”). Die lange, lange lijnen… prachtige opname met sopraan Waltraud Meier en dirigent Daniël Barenboim

Een geweldige King Lear op fort Rijnauwen

Mooie avond was het gisteren op fort Rijnauwen (of zeg je ín fort Rijnauwen?) en welnee, ik ben niet nat geworden en ik heb het ook niet koud gehad. Er waren fleece-dekentjes en poncho’s en de weergoden hielden hun adem in, za’k maar zeggen…

Holland Opera bestaat 25 jaar en dat wordt gevierd, en hoe! William Shakespeare’s ‘King Lear’ is eindelijk op noten gezet. Lear is een geliefd toneeldrama: nu eens niet de jongen-meisje-liefde (al dan niet onmogelijk gemaakt door families, oorlogen en ander leed…), maar familie-relaties en in het bijzonder de relatie tussen een vader en zijn drie dochters. Een libretto van King Lear lag lange tijd op het bureau van Giuseppe Verdi, tot een uitvoering kwam het niet.

Hedendaags componist Fons Markies maakte de combinatie van twee Shakespeare-Verdi’s (Macbeth en Otello) en het Requiem en vulde de leemtes op met eigen composities. Misschien doe ik hem tekort met ‘vulde de leemtes op’, want hij heeft het geweldig gedaan: tonaal, goed zingbaar en sober: de overgangen waren eigenlijk alleen voor Verdi-adepten te merken. Nadeeltje: het was wel een beetje een heel ‘kaal’ arrangement: van groot symfonie-orkest naar klein blazersensemble/rockorkest (ja echt!) is wel een heel erg grote stap en vooral het ‘Dies irea’ uit het requiem leed hieronder. Hebt u het wel eens horen spelen door een rock-orkest? Verdi zou het geweldig gevonden hebben; ik zat er grinnikend naar te luisteren: hier kregen de rafelranden van het stuk wél de aandacht die ze verdienden. Jammer dat Jimmy Hendrix niet meer leeft: hij zou er iets fijns van gemaakt hebben.
Dat deed overigens het Jong Nederlands Blazerensemble ook: er iets fijns van maken: alert en hoekig spelend, spatzuiver (op één noot in de aria van Cordelia (naar de grote aria van Desdemona uit Otello) na, de eerste keer was de noot van de dwarfluitist kneitervals, de tweede keer raakte hij nét de noot die Verdi geschreven heeft, maar misschien ben ik een kniesoor…).

De mannen van dansgroep 155 gaven met hun hoekige breakdance-bewegingen een geheel eigen rafel aan het Dies irea, zeer gewaardeerd door het publiek.

Er werd uitstekend gezongen, ik ben een beetje verwend door grotere stemmen en door groot orkest en daar ligt ook mijn liefde, maar dat is aan mij: er viel niks af te dingen op de prachtige drie vrouwenstemmen. Ik vond het duet tussen Lear en zijn bastaard-zoon Edmund het mooiste: hoe die Edmund zich al flemend in het hoofd van zijn vader zingt, geweldig!

Ja het was een mooie avond! Hou ze in de gaten: Holland Opera: volgend jaar doen ze ‘The divorce of Figaro’ (nou, daar heb je een opera-titel waar je wat mee kunt!) op locatie in Utrecht. Ik ga erbij zijn, als het maar enigszins kan. U ook?

Op YouTube is er een boel te genieten. Ik wilde een kort filmpje opladen, maar daar kreeg ik een beetje jeuk van: al die publieksreacties, daar zit u waarschijnlijk niet op te wachten. Surf zelf, het is het enige dat u blijft: de voorstellingen tot en met 20 juli zijn allemaal uitverkocht!

Het was mijn week niet…

Het was niet mijn week, de afgelopen week; ik ben blij dat-ie voorbij is. Wat begon met een onschuldig hoestje groeide snel uit tot zo ongeveer de zwaarste griep (zo noem ik het maar even) die ik mij herinneren kan ooit gehad te hebben. Kennudat? Dat zelfs de wortels van je tanden en je haarwortels pijn doen, dat je voelt dat je topvol met slijm zit, maar dat zelfs dénken aan hoesten zeer doet en dat je toch moet hoesten. Dat je droomt van gekleurde wagenwielen á la de wielen van de strijdwagen van de dondergod tegen een bliksemde hemel. En dat alles in temperaturen van 30 graden en hoger? Affijn, het is voorbij, ik slaap weer – en naast echtgenoot in plaats van op een niet hoestbestendig stretchertje in de kleedkamer. Als het hiermee klaar is voor de komende 5 jaar ben ik alweer tevreden, pijn is snel vergeten en ik heb een terugverende natuur, gelukkig…

Een van de middagen, toen het even iets beter ging deed ik, wat ik bij malaise altijd doe: ik zet de computer aan en zap langs lievelingsfilmpjes op YouTube. Roland Goedemondt en Bert Visscher hebben mij al vaak door dalletjes heen gesleept en als er tranen vastzitten (bij mij overigens zelden het geval, u weet dat ik nogal een dweil ben) is er altijd Beethoven zeven, deel twee, of aanverwante artikelen. Overigens is huilen als je al helemaal vol met slijm zit geen goed idee: het verlicht misschien de ziel, maar verzwaart de slijm-ellende in hoofd en longen.

Kom ik toch potverdrie bij de uitvaart van Dima Hvorostovsky uit, ik was nét niet snel genoeg weg… bizar om iemand op zijn eigen uitvaart te horen zingen en wat was het verdriet groot…
Dat triggerde me trouwens tot de volgende gedachte: hoe zou het zijn met het Singer of the world-concours dat jaarlijks in Cardiff gehouden wordt? Hvorostovsky won daar 30 jaar geleden, net vóór een van mijn andere all-time favourites: Bryn Terfel. Ik zoek het op YouTube. Heb ik het potverdrie (nou ja ik bedacht een minder nette krachtterm, maar voor hier volstaat ‘potverdrie’) dit jaar gemist!!! En het was nog wel het concours waar Hvorostovsky ge-eerd werd. Ik surfde wat verder en kwam uit bij Richard Bonynge, partner van good old Dame Joan Sutherland, die het publiek en mij tot tranen toe roerde met zijn eerbetoon aan Hvorostovsky.

De publieksprijs ging naar mezzo-sopraan Katy Bray, Singer of the world 2019 werd de Oekraïense bariton Andrei Kymach. Ik zoek, maar vind geen aanvaardbare opname. Die komen er vast nog wel, de komende jaren. En ook van mezzo Katy Bray vind ik niet iets wat hier past. Maar u gaat van hen horen, ik ben ervan overtuigd: het Singer of the World-concours is van grote klasse en de mensen die het daar tot finales schoppen zullen werk vinden. Er wordt weliswaar veel ‘afgebeund’ in de klassieke opleidingen, maar er worden nog steeds geweldige zangers en instrumentalisten afgeleverd, zonder of met officieel papiertje…

Dan toch maar naar een filmpje van dierbare Dima: de aria ‘Eri tu che macchiavi’ uit Don Carlo. Ik ga er niks over zeggen, woorden schieten te kort…