Internationaal Vocalisten Concours 2019 van start!

Volgende week zondag, 30 juni is het zover, dan barst in Den Bosch het IVC weer los, het Internationaal Vocalisten Concours.
Zanger-pianistduo’s staan voor het eerst voor een IVC jury. Het doel: een plekje in de Halve Finale van het 53ste IVC LiedDuo in november.

Ze timmeren aan de weg, de mensen van het IVC, langzaam verspreid het concours zich over Europa, een niet meer uit te wissen olievlek-van-het-goeie-soort. Tot in verre buitenlanden raakt het IVC bekend en steeds meer disciplines worden toegevoegd aan het spectrum: een lied zingen vergt een hele andere benadering dan een opera-aria zingen. Het een gaat met het fijnpenseel en het ander met de witkwast, maar beiden moeten nauwkeurig zijn en ja, nauwkeurig zijn kan met een witkwast ook.

Positief vind ik ook dat de rol van de pianist nu eens gelijkgeschakeld wordt met de zanger. Het maakt zoveel uit of je elkaar begrijpt en een pianist kan je maken en breken. Ik heb het altijd erg getroffen met mijn pianisten uit het verleden. Soms vingen ze onvoorwaardelijk je gebroddel en maakten er iets aanvaardbaars van, soms (en vooral in repetities waren ze streng: ik hoor over de grenzen van de dood nog briljant pianist Hans van den Eijnden roepen: “Stáát er niet!!!”. Maar als het nodig was versnelde hij aan het einde van een aria of lied buitengewoon subtiel en leek het daardoor alsof ik nog adem zat over had, voor nog een geweldige (hoge) noot.
In de jury van dit IVC zitten volgens mij net zo veel pianisten als zangers en niet de minsten ook: ‘onze eigen’ Hans Eijsackers, maar ook een fenomeen als Graham Johnson, geweldig!

Je moet als jonge zanger tegenwoordig zoveel kunnen wil je een kleine kans maken tot een soort van carrière te komen. De druk is zo hoog. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet meer hoef en dat ik vanaf een soort zijlijn kan meekijken hoe jong talent het doet. Ik kan u uit de grond van mijn hart zeggen dat ik niet jaloers ben (nooit geweest trouwens ook, al is dat misschien moeilijk te geloven; het zit niet in mijn dna) als het voor jonge gasten wél allemaal goed afloopt en als ze een vervullende carrière maken in dit moeilijke, maar wonderschone zangersvak.

Hoe dan ook: hou ze in de gaten, het IVC en de IVC-ers; zondag 30 juni begint het spektakel in de Pleinzaal van het Theater aan de Parade in Den Bosch (akoestisch trouwens een lastige zaal…). Er zijn vast nog kaarten! Gaan! En na afloop een pint pakken in de schaduw van de Sint Jan.

En als u niet wil gaan en thuis wil genieten: er valt genoeg te surfen op YouTube!

Bariton Jérôme Boutillier, onthou die naam!

Wat een dag, gisteren, ik kan me niet herinneren de afgelopen tien jaar een dag beleefd te hebben die zo kalm, sereen en rustig verliep. Echtgenoot was al weg toen ik opstond en zou wegblijven tot en met de avond, het drizzelde buiten, dus ik hoefde niet te gaan lopen, de wasmachine vullen en een paar hemden strijken was het enige huishoudelijke wat mij te doen stond, Sammie de kat strekte zich lui uit op mijn bankje en ik zat al vóór het middaguur met een haakwerkje (verslavend!) bij hem. De eerstvolgende Musico-reis is pas eind oktober, dus daar hoefde ik ook (nog) niet over na te denken en ik zapte lui langs tv-kanalen, waar ik anders nooit tijd voor had.

Bij het klassieke muziekkanaal Mezzo stond een sopraan te zingen, ik was er al voorbij voor ik er erg in had. Toch getriggerd zapte ik terug: ik kon net zo goed terwijl ik handwerkte een beetje opera-ervaring opdoen en eens kijken wat voor nieuw talent zich aandiende. Het bleek een van de concerten te zijn van de Paris Opera Competition. Een regisseur moet zich ermee hebben bemoeid, want de overgangen tussen de verschillende aria’s waren mooi organisch en met minimale middelen zat je zo van de ene in de andere opera. Er zaten mooie stemmen bij, het ging echt om gevorderde kandidaten, die vast al werkten hier en daar. Een enkele misser ook: sommige tenoren hebben het nét niet en een hoge c die aan de bovenkant niks óver heeft, wordt erg pijnlijk.

Ik ging pas echt rechtop zitten toen een mannenduet klonk, ik heb niet onthouden welk duet het was, maar in het applaus liep een van de mannen niet af, maar draaide zijn rug schuin naar het publiek en zijn gezicht naar zijn kompaan die ineens naar zijn buik greep en vervolgens verbijsterd naar zijn hand staarde. Daar was niks te zien natuurlijk, maar deze transformatie van zijn vorige rol naar de rol van een stervende Rodrigo uit Don Carlos was fenomenaal. Wat een acteur!
Mijn haakwerkje bleef even liggen, de volle 7 minuut 58 waren voor Rodrigo uit Verdi’s Don Carlos. Jérôme Boutillier heet de man, ik heb er de aftiteling van het concert voor afgewacht. Onthoud die naam: Jérôme Boutillier.

Aan de keukentafel vertelde ik de andere dag van deze ervaring en ik besloot eens te zoeken naar deze man. Wat denkt u? Meteen gevonden! En de opname ook, dus die laad ik voor u op.

Zullen we even door de aria heenlopen? Laten we beginnen met het eren van Verdi voor zijn prachtige melodie in het voorspel. En hulde voor het perfect begeleidende orkest.
Perfect en woord-voor-woord-verstaanbaar Frans (de opera kent ook een Franse versie en waarom zou je, als geboren Fransman, de rol dan niet zingen in de taal die het dichtste bij je ligt…). Hulde trouwens ook voor de collega, die het grootste gedeelte van de aria zijn spanning moest vasthouden en het perfecte tegenspel geeft. En dankzij prachtig camerawerk en uitstekende regie kunnen wij closer genieten dan het publiek in de zaal.

En dan die prachtige lange lijn van de melodie. De tranen sprongen me in de ogen: ineens hoorde ik weer Dima Hvorostovksy dezelfde aria zingen, ook met die geweldige adembeheersing…
deze vertolking is er het beste bewijs van dat acteren binnen opera niet raar houterig, of stokkerig hoeft te zijn, als je de onderliggende lange lijnen en de spanning maar op de juiste manier vasthoudt. Geen enkele moeite met de hoogte (Verdi kon gemeen hoog schrijven voor baritons) ; hij weet precies waar de noot geplaatst moet worden. En dat overgangetje, met dat flesje… hij trekt zich niks aan van het applaus; het publiek denkt dat het hiermee gedaan is, maar het begint pas…

Het helpt natuurlijk als je mooi lang bent en een licht-aristocratische verschijning bent… dat heeft-ie gekregen.

En dan reikt hij naar Carlos… die er niet meer is… eigenlijk is hij al dood… Maar een dode kan die lange, lange lijnen niet zomaar zingen… Hij ademt niet tussendoor, niet dat dat moet… zijn rustige overgave aan zijn adem is het beste teken dat hij precies weet wat hij doet… (ik hoor mijn hoofdvakdocent zeggen “richt je óp! Richt je op! Er komt lucht binnen terwijl je zingt” (niet waar, maar de suggestie helpt enorm).

Of zijn knie zeer doet na die val op het podium? Ik denk het wel, maar met zoveel adrenaline vraag je je pas de volgende ochtend onder de douche af waar die blauwe plek vandaan komt….) .
Moedig, om midden in het woord ‘Adieu’ voorover te vallen.

En dat prachtige shot van het slotspel van het orkest, geïnspireerd door een werkelijk prachtige vertolking van deze geweldige aria!

Onthou die naam dus. Ik zocht ‘m op en er is niet veel beschikbaar: Boutillier studeerde eerst piano en is pas daarna gaan zingen. Hou oud hij is vond ik nergens, is ook niet interessant; laten we hem gewoon in de gaten houden!

Hofmann’s Erzählungen met een regisseur uit Nederland!

Van de week dook de naam van opera-regisseur Floris Visser ineens op toen ik iets heel anders aan het zoeken was op internet. Dat is een van de zegeningen van surfen en zoeken: je komt soms ineens ergens uit waar je helemaal niet op uit was en je kunt zeer aangenaam verdwalen op internet. Je moet wel tijd hebben: voor je het weet ben je anderhalf uur verder en zijn de aardappels die op het gas stonden te koken verpieterd (geheel fictieve situatie in mijn geval want ik hoef bijna nooit te koken en aardappels staan niet vaak op ons menu…)

Goed Floris Visser, dus en – in dit geval – het Badisches Staatstheater in Karlsruhe en hun productie ‘Hofmann’s Erzählungen’, komische opera van Jacques Offenbach (en voor de meeste rollen loei-moeilijk om te zingen trouwens….) .
Ze jubelen Floris Visser zowat de hemel in daar in Karlsruhe, wat jammer nou dat het zo’n eind weg is. Het moet voor zangers heerlijk zijn: werken met een regisseur die zelf ook zanger is; die snappen zoveel beter wat wel en niet werkt.

Floris Visser (geboren in 1983) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, waar hij werd opgeleid als acteur en regisseur. Vervolgens studeerde hij zang aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en werd tijdens zijn studie daar benoemd tot docent drama en dramaturgie. In dezelfde periode werkte hij ook als regie-assistent bij ‘onze’ National Opera Academy en De Nationale Opera, waar hij de Duitse operaregisseur Willy Decker assisteerde.
Dan volgen er een heleboel producties en projecten die hij geregisseerd heeft.

In 2012 werd hij benoemd tot Cultural Professor aan de Technische Universiteit Delft (nog niet eens, of net 30 godbetert!).
En sinds die tijd is er een zegetocht, die dus nu even halt houdt in Karlsruhe.
Mocht u toch (je weet maar nooit) in de buurt zijn: tot 13 juli 2019 is de productie te zien

Ik laad de korte trailer op van de opera in Karlsruhe. Ziet er geweldig uit!

Zomerverhalen en Il Matrimonio Segreto

Ik weet het wel, ik weet het wel… het is veel te stil hier bij Vocalies, de laatste tijd. Andere zaken eisten mijn aandacht op… het allermeeste leuk trouwens… Ik was met Musico vier dagen in Londen, begin mei. Drie prachtige klassieke avonden: eentje met Janine Jansen die de sterren van de hemel speelde met het Vioolconcert in D (opus 77) van Brahms (‘niemand kan Brahms zo laten dansen als Janine Jansen’ en dat rijmt nog ook), eentje met een ontroerend en fenomenaal ballet (Romeo and Juliet, muziek van Sergeij Prokofjev; een muisstil en ontroerd Royal Opra House Covent Garden) en eentje met een energieke Sir Simon Rattle, die het London Symphonic Orchestra op zijn best liet horen. Drie keer wow, maar (en dit ‘maar’ is niet bedoeld als diskwalificatie) en zat niks vocaals bij dit keer. Beste bewijs dat er meer is dan zang alleen, Vocalies…

Hoe dan ook, ik was daarna met manlief 10 dagen in prachtig Ierland, een ware ontdekking voor ons. Ik zal u maar niet vertellen dat wij er beiden pas achter kwamen dat Ierland ‘gewoon’ bij de Europese Unie hoorde, toen we op de luchthaven stomverbaasd waren dat er uit de geldautomaten gewoon euro’s kwamen en geen ‘Ierse ponden’; tamelijke blunder; u zou het eens tegen me kunnen gebruiken… mooie reisleidster ben ik…

Alles in Ierland klopte: het weer (on-Iers slechts een buitje ’s nachts en als we in de auto zaten); vreselijk aardige mensen, lekker directe humor, heerlijk eten (veel vis, daar aan de lust), fantastische wandelingen langs de kliffen. Het enige minpuntje was het links rijden; iets wat echtgenoot uitstekend deed, maar mij regelmatig deed verstijven van angst: overal – behalve waar ik het verwachtte – kwam verkeer vandaan…

En nu zijn we al weer even thuis en vieren de zomer door veel met vrienden op te trekken, in eigen land te lopen, uit te rusten en ‘gewoon’ te werken. En nu moet Vocalies dus weer op toeren komen.
Laat ik maar eens een poging daartoe doen met ‘Il matrimonio segreto’ van Domenico Cimarosa (tijdgenoot van Mozart), de zomerproductie van De Nederlandse Opera. Een komische en sprankelende opera, schrijven ze op hun website en dat klopt. In handen van regisseur Monique Wagemakers en met kostuums van jonge Italiaanse ontwerpers is het een productie geworden die net zo aan alle kanten klopt als Ierland.

Ik vis het plotje van de website van DNO: rijke koopman Geronimo wil meer status en wil daarom zijn twee dochters Carolina en Elisetta uithuwelijken aan adellijke heren. De jongste, Carolina, is echter al getrouwd met Geronimo’s bediende Paolino. Vanwege het standsverschil hebben ze dat huwelijk geheim gehouden. Graaf Robinson wil trouwen met Elisetta, maar als hij kennismaakt met haar zus, verandert hij van gedachten en zet zijn zinnen op Carolina. Het jonge stel komt daardoor in ernstige moeilijkheden en de misverstanden stapelen zich op. Tante Fidalma zorgt voor nog meer verwikkelingen omdat zij haar zinnen gezet heeft op trouwen met Paolino. Er zit voor de twee jong gehuwden niets anders meer op dan vluchten. Ze worden betrapt en moeten hun geheime huwelijk opbiechten. De graaf is geraakt door Carolina’s oprechtheid en Geronimo kan niets anders doen dan zijn dochter zijn zegen geven.

Speeldata? Ze zijn al even bezig, maar u kunt 25 en 26 juni nog gaan! Doen!!!!

Zo, nu is Vocalies weer aan de slag. Er komt binnenkort meer: er zit tenslotte een IVC aan te komen en er zijn talloze leuke zomerproducties. En er komt vast tussendoor nog wel iets vocaals zeilen waar ik een mening over heb… eigenwijze sopraan die ik ben.

Ik laad de trailer op van de productie van 2016 van DNO, dezelfde regisseuse, dus dat moet een indruk geven

Madama Butterfly bij De Nationale Opera

Deze week ging Madama Butterfly in première bij De Nationale Opera. Ga kijken als u kunt! Wonderschone leader hebben ze op de website van DNO. Wonderschone enscenering ook, die van 2002 komt nog eens terug. Ik heb hem toen gezien. Werkelijk geweldig, dat mooie strakke. Het vraagt veel van de zangers, maar het komt volgens mij de opera ten goede!
Heel kort het verhaal
Cio-Cio-San (Butterfly) trouwt met de Amerikaanse marineofficier Pinkerton en krijgt met hem een kind. Nog voordat het kind er is, is Pinkerton al weer terug naar Amerika.
Na een jaar of drie komt hij terug en presteert het zijn Amerikaanse echtgenote mee te brengen en Butterfly te vragen haar kind aan hen af te staan.
Butterfly zag haar verbintenis als een echt huwelijk, voor Pinkerton was het slechts een exotisch avontuurtje. Butterfly pleegt zelfmoord: “Met ere sterven wie niet met ere kan blijven leven”, zo formuleert Butterfly, de kern van het harakiri-principe.
Er zitten hartverscheurende scènes in: als Butterfly zich realiseert dat haar huwelijk niet geldig is en als ze haar kind uiteindelijk toch afstaat, vla voordat ze zelfmoord pleegt.
Elena Stikhina zingt Madama Butterfly. Ze is zo’n sopraan die bijna stormenderhand het operatoneel verovert. Ze is nog hartstikke jong (geboren in 1986) en je houdt je hart vast: ze zegt zelf al dat het zingen van deze rol een krachttoer is. Dat is het ook als je meer geroutineerd bent. Je moet je emoties zeer onder controle kunnen houden, maar niet afstandelijk overkomen. “Nooit je motor oversturen”, zou mijn hoofdvakdocent zeggen. Ga d’r maar aan staan, bij een rol die zo onder je huid kruipt. Het wordt vast een prachtige voorstelling!

Speellijstje:
26 en 29 april, 2, 5, 7, 10 en 13 mei

Wagner onder je huid?

Wat een avond, gisteren… pfoe… Heftig en mooi tegelijk, luid, om niet te zeggen zéér luid, humorvol… Waar was je dan, zult u vragen.
Ik was in Essen. Ik deed twee dingen die ik zeer zelden doe: ik was voor een eendaagse reis met Musico onderweg. Dat komt niet vaak voor, omdat die reizen vaak pas laat in Utrecht weer terug zijn en ik dan niet meer thuis geraak. En ik ging naar Wagner, doe ik ook al niet vaak, om niet te zeggen: nooit…

Maar nu was het zover. ‘Der Ring an einem Abend’ Tsja, als je dan toch voor Wagner gaat, doe het dan in één keer goed…. Toch?

We hadden een bus (bijna) vol erg aardige gasten en de collega-reisleider deed een lange en zeer degelijke inleiding.

Wagner schreef zijn ‘Ring des Nibelungen’ tussen 1853 en 1874. Vier grote opera’s: Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdämmerung, en een inleiding. Het was bedoeld als ‘Ein Bühnenfestspiel für 3 Tage und einen Vorabend’, nee dan ben je niet megalomaan… Alles moest ervoor wijken, koningen en operagebouwen moesten zich maar aanpassen. Dit was het wat de wereld zou gaan veroveren. Think big!

Der Ring is een parabel over macht en beschrijft de vergeefse pogingen van oppergod Wotan om de macht over de wereld te verwerven. Da’s maar één zin, en het lijkt daardoor alsof het libretto makkelijk te volgen is. Nou, niets is minder waar.
Sommige dingen moet je misschien niet willen volgen, je moet je overgeven, je moet ze ondergaan. Niet voor niets zeg ik altijd tegen mijn gasten als we naar een wat ‘rafelige’ voorstelling gaan: stel je geest open en onderga het en bedenk achteraf op je gemak wat je ervan vindt. Zulke raadgevingen moet je natuurlijk niet zelf in de wind slaan.

Het was niet moeilijk, dat openstellen en met de stroom mee.
De Duitse komiek Loriot heeft een geheel eigen bewerking van de hele Ring gemaakt: hij schrapte heel veel muziek, maakte een verhaal met mooie humor erin en liet de mooiste aria’s en muziekstukken intact. Zo kwam hij uit op een voorstelling van dik drie uur. Gisteren ging die voorstelling dus concertant in Essen. Er was al een zegtocht door Duitsland en het is nog niet af: de voorstelling zal nog vaker gespeeld worden.

Zal ik u es wat vertellen: ik heb er zelfs erg veel plezier mee gehad. De humor was subtiel en vilein, precies zoals ik ‘m graag heb; in prachtig Duits, uitgesproken door acteur Jens Winterstein. Het orkest (op de bühne en nu eens niet in de bak) speelde fantastisch: de bastrombones zaten op mijn ooghoogte en denderden me af en toe bijna van mijn stoel (Wagner en koper: een tegelijk hemelse en duvelse combinatie). De solisten doseerden precies goed: doordat er niet scènisch gespeeld werd moesten ze veel zorgvuldiger doseren en al dat gezwaai met een zwaard en een speer leidt alleen maar af.

Ik had een prachtavond.

Ga ik ooit naar een hele ‘Ring’? Ik denk het niet, maar Wagner kwam een stuk dichterbij. Nét niet dichtbij genoeg om Verdi en Puccini te verdringen, maar hij zit onder mijn huid en zal daar nog wel een tijdje blijven…

In het filmpje de trailer, dan weet u wat ik bedoel…

Wagner en Wishful Singing

Het is al te lang stil op Vocalies. Druk, druk, druk en niet veel inspiratie voor vocale stukkies… wel van alles geschreven, maar niet voor mijn eigen website. Foei Vocalies.

En er is zat te (be)schrijven: veel Wagner overal, van The Met in New York tot in het Alvar Aalto Theater in Essen, alwaar ik zondag 14 april voor het eerst in mijn leven naar een heuse Wagner ga. Niet meteen ‘the whole shebang’, maar een voorstelling die ‘Der Ring des Nibelungen’ comprimeert tot een concertante uitvoering van 3 uren. Wie weet ben ik daarna wél met het Wagner-virus behept. Als dat zo is zult u het merken (sprak zij dreigend)

Om wat lucht door al die Wagner-zwaarte kloppen in het filmpje een heel andere tak van sport: kwartet- en kwintet-zingen. Hier is – met dank aan echtgenoot, die bij het linkje van YouTube uitkwam – het dameskwintet ‘Wishful singing’. Mocht u niet goed op de hoogte zijn hoe zich te gedragen in een trein, dat weet u het na het luisteren naar deze dames van haver tot gort…

Ik was onlangs bij een Barbershop-convention bij ons in de buurt. Een vriendin zingt in een dames-kwartet en is daar uiterst serieus mee bezig. Ik luisterde een halve dag naar de kwartetten (dames, heren en gemengd). Ik was aangenaam verrast door het hoge niveau. Maar ook een beetje sceptisch (hetgeen ik altijd ben bij concoursen) waarom er een wedstrijd van maken? Het kan toch ook in concertvorm en onze prachtige muziek (pop en klassiek) ga je toch niet reduceren tot puntengeverij, waarbij je uitstekend zingende en goedwillende amateurs zowat over de kling jaagt van de zenuwen? En wie laat die Barbershoppers nou eens lekker uitzingen? Ik had af en toe de indruk dat het geluid meer tegengehouden wordt dan goed is voor dames- en herenstemmen.
Maar wie ben ik en het is maar een standpunt.

Ik zocht het ensemble ‘Wishful singing’ effe voor u op.
Ze treden regelmatig op in Nederlandse zalen zoals het Concertgebouw in Amsterdam en op buitenlandse festivals zoals het prestigieuze City of London Festival in Londen. Ook zijn er regelmatig tournees, door Japan, de Verenigde Staten, Duitsland, Spanje, Estland en Italië. De avondvullende programma’s verrassen het publiek – waar ter wereld ook – keer op keer. Wishful Singing vergroot doelbewust en actief het repertoire voor female a cappella door regelmatig opdrachtcomposities te verstrekken. Daarnaast werken de zangeressen veelvuldig en in allerlei verbanden samen met andere musici, artiesten en jong talent.
Het repertoire loopt uiteen van ingetogen werken uit de renaissance en de barok tot vrolijk swingende versies van golden oldies als Mr. Sandman. Het roept emoties op die variëren van verstilde ontroering tot een kriebelende lach. De individuele kwaliteit van iedere zangeres vormt de basis onder hun gezamenlijke zuiverheid, harmonie en balans. Gecombineerd met hun collectieve talent voor timing en droogkomische mimiek, maakt het Wishful Singing toonaangevend in haar genre. Wishful Singing zingt de wereld naar haar hand!

Nou, hoe leuk is dat!

Afscheid Edita Gruberova

Edita Gruberova is ermee gestopt… Met zingen bedoel ik… Ze is er nog wel degelijk, gelukkig…

Het webmagazine Place de l’Opera besteedde er aandacht aan. Op woensdag 27 maart zong ze haar laatste concert in de Bayerischen Staatsoper. Het werd het afscheid van een koningin.

Tussen haakjes stond er ‘72’ achter haar naam. Ik zoek haar op: inderdaad geboren in 1946. Ze wordt eind van het jaar 73. Da’s niet oud… maar wel een leeftijd waarop je misschien denkt, kom ik ga nog es wat van het leven genieten ook… Niet dat je dat niet doet als operadiva, maar zingen en van operahuis naar operahuis trekken is wat anders dan op je gemak door een park wandelen met je hondje… Op de een of andere manier hebben opera-diva’s altijd hondjes, van die kleine suf-getrutte etterklootjes, die voor de diva in kwestie als een kind zijn en de rest van de omgeving altijd begroeten met een grauw en een snauw; zelf ben ik ooit gebeten door de pincher van Tamara Lund, die dat overigens moest bekopen (de pincher bedoel ik, niet Tamara) met een flinke tik terug, op zijn neus (of was het haar neus, zulke hondjes zijn meestal teefjes…), maar kom, ik dwaal af.

Gruberova werd dus geboren in 1946 in Bratislawa. Ze is een van de meest bewonderde coloratuursopranen ooit. Ze kon gas geven: haar hoge noten waren bijna berucht, evenals haar vertolking van de Königin der nacht uit ‘Die Zauberflöte’.

Ze debuteerde echter als Rosina in Il barbiere di Sevilla. Het is dat haar zangpedagoge een auditie regelde aan de Wiener Staatsoper (waar ze onmiddellijk aangenomen werd) anders zou ze misschien wel in het oostblok gebleven zijn. Daar bracht de ‘Königin’ haar roem en besloot ze naar het westen te emigreren.
Van daaruit ging het alleen maar bergopwaarts: Glyndebourne, The MET, Salzburger Festspiele, Gilda in een verfilming van Rigoletto, met Luciano Pavarotti, Royal Opera House Covent Garden,

Als ik me goed herinner logeerde ze nog wel eens bij mijn hoofdvakdocent; hij kon smakelijk over haar vertellen.

Hopelijk blijft ze haar ervaring en kunde nog een tijdje doorgeven en geniet ze nog lange tijd van een min of meer normaal leven, gewoon, als mevrouw Gruberova…
Er valt veel te genieten op YouTube wat Gruberova betreft. Het lijkt me geen makkelijke dame, maar ze heeft hart voor haar vak en ‘she’s got what it takes!’
In het filmpje nog één keer haar ‘Konigin der Nacht’. Ik moet er altijd om grinniken en krijg er energie van, heerlijk wijf, die Königin!

De 500ste en ‘La juive’, een aangrijpende opera in Vlaanderen

Dit wordt mijn 500ste stukkie voor Stroomopwaarts. Hier, op mijn eigen website ‘Vocalies’ ben ik al even over de 500 heen, hier post ik ook wel eens (extra) kleine stukkies en agendaberichten. Zelf telde ik niet, maar de hoofdredacteur van Stroomopwaarts telde wél, meestal, zo bekende hij mij, omdat hij de titel van mijn stukkie pas later op Vocalies zag en dus voor zijn eigen website volstond met de titel ‘Vocalies’ aangevuld met een nummer. Ik heb met hem afgesproken dat we vanaf nu ophouden met tellen en de titels overnemen. Zóóó onartistiek, tellen… en zóóó 2008, het jaar dat ik begon met stukkies schrijven….

Overigens ben ik in de luxe positie dat ik op twee website mijn stukkie kan posten: op ‘Stroomopwaarts’ en op ‘Vocalies’, iets waar ik blij mee ben…
Dienden de stukkies in eerste instantie een therapeutisch doel (ik wilde bijvoorbeeld niet mijn contact met de klassieke wereld verliezen, nadat ik met pijn in het hart AVRO-klassiek verlaten had; ander verhaal…), later werd het bijna ‘gewoon’: als ik iets over de klassieke muziek in het algemeen of over de vocale klassieke muziek in het bijzonder te vertellen had, deed ik dat. En ik kon lekker over dingen doortamboereren als ik daar zin in had…

Ooit maakte ik me zorgen dat er binnen de klassieke wereld niet genoeg materiaal zou zijn om over te schrijven, nou, dat had ik mis.
En sinds ik eind 2013 voor Musico reizen ging begeleiden was er helemáál meer dan genoeg te melden.
Dus één hoeraatje voor de 500ste en dan fluks aan het werk, want ik schrijf dit stukkie natuurlijk niet om veren in mijn reet te steken, het moet over iets wezenlijkers gaan.

Dat meer wezenlijke vond ik in de opera ‘La Juive’ van Fromental Halévy
Opera Vlaanderen is er vorige week mee in première gegaan. Dus vooral voor de lezers van Vocalies in het zuiden van Nederland interessant (Randstedelingen mogen er ook naar toe hoor, maar dan moeten ze wel een eindje reizen en dat vinden ze vaak een heel ding… reizen). Er zijn nog voorstellingen in Antwerpen en Gent, opschieten, want de laatste is volgens mij 6 april en de kaartjes gaan als een dolle.

Van de website van de opera:
Regisseur Peter Konwitschny maakte van La Juive een gebalde voorstelling, zonder conventionele toegiften op dramatisch en muzikaal vlak. De druk van de samenleving, die onder invloed van religieus fanatisme leidt tot een fatale vernietiging van de liefde, kwam zo helder bloot te liggen. De productie kreeg de prestigieuze FAUST-prijs als beste opvoering van het operaseizoen 2014-2015 en werd internationaal met lof omgeven. In deze herneming van La Juive horen we in de voornaamste rollen een volledig nieuwe bezetting met o.a. in de hoofdrol de tenor Roy Cornelius Smith.

Het plot, zo kort mogelijk
Het huis van magistraat Brogni staat in lichterlaaie. De jood Éléazar, ziet het gebeuren, hoort het gehuil van Brogni’s pasgeboren dochter en staat voor een dilemma: hij kan het meisje redden, maar waarom zou hij? Het was Brogni die zijn twee zonen ter dood veroordeelde! Hij redt het meisje, adopteert haar noemt haar Rachel.
Brogni, ervan overtuigd dat zijn dochter in de vlammenzee omkwam, is ontroostbaar. Hij wordt priester.
Éléazar en zijn dochter Rachel, ondertussen een jonge vrouw, zijn ingeburgerd in Duitsland. Rachel is verliefd op de jood Samuel. Samuel is in werkelijkheid prins Leopold, een christen, en getrouwd!
Als Rachel Samuels dubbelleven ontdekt, is ze zo woedend dat ze hun affaire onthult, wetende dat ze zich daarmee haar eigen dood op de hals haalt. Op interreligieuze relaties staat de doodstraf.
Éléazar verschijnt voor het gerecht. Daar ontmoet hij Brogni opnieuw, die ondertussen tot kardinaal is opgeklommen. Die belooft hem het leven van Rachel te sparen, als Éléazar zich bekeert tot het katholicisme. Heel even overweegt hij het, maar opgehitst door de menigte slaat hij het aanbod af. Meer nog, zinnend op wraak vertelt hij Brogni dat zijn dochter nog leeft en zelfs gered werd door een jood. Meer geeft hij niet prijs.
Rachel gaat als eerste haar gruwelijke dood tegemoet. Net voor Éléazar het schavot beklimt, waagt Brogni nog een laatste poging en smeekt hem te vertellen waar zijn dochter is. Éléazar wijst veelbetekenend naar de trap waarlangs Rachel net verdween, en gaat dan zijn dochter achterna…

In het filmpje een werkelijk fantastische vertolking van de grote aria van Eleazar. Ik kan er niet naar kijken zonder tranen. Wat een geweldige prestatie van Neil Shicoff!

Dalibor in Frankfurt

Oké, oké, u hebt nog wat van me tegoed. Ik los mijn belofte in: ik had u beloofd van mijn wederwaardigheden in Frankfurt en Wiesbaden te vertellen. We hadden een heerlijke reis. Nog een staartje van het lekkere februari-weer (opwarming van de planeet heeft zo zijn voordelen…) een leuke groep, geen last van het carnaval en prachtige producties. Ik deed er al kort verslag van op de facebook-pagina van Musico. De laatste opera op de rol was het zorgenkind van Bedrich Smetana: Dalibor.

Tsja, wat moet je daar nou van zeggen? Dat het terecht een zorgenkind was en is gebleven denk ik… Hier in Brabant zouden we zeggen “Hij higgut nie, diejen Dalibor…” en dat dekt denk ik perfect de lading. Het was het allemaal net niet. En niet dat de (jonge!) cast van Oper Frankfurt er geen energie in had gestopt. Als de opera iets positiefs had, dan was het wel energie.

Men had het thema van machtsstrijd en de verloren gegane liefde naar deze tijd getrokken; tenslotte is dat de mode nowadays… De koning was in dit geval een media-magnaat-en-omhoog-gevallen-presentator (de blitse schoenen waarmee hij het podium over kon glijden vond ik nog de beste vondst), het koor het klapvee en Dalibor iemand die tegen de valsheid in de social media strijdt. Als dat niet hedendaags is, weet ik het niet meer… Maar het hokte en rammelde aan alle kanten, alle goedbedoelde pogingen ten spijt.

Een van mijn gasten zei naderhand: “als ik nog eens moest gaan en ik kende de opera, dan zou ik deze avond vrij genomen hebben…” en hij had gelijk.

Ik denk toch dat we de oorzaak van deze niet geheel geslaagde poging moeten zoeken bij componist en librettist zelf… Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn geweest als de opera in zijn tijd gebleven was, met ridders en zwaarden en kastelen… Ook dan zou het libretto gestokt hebben en de onderstroom van energie net zo goed niet doorgevloeid hebben.
Nog maar eens een Brabantse uitdrukking? ‘Ge kunt van wankele planken gin goei schuurke bouwen”, en zo was het.

Terug op de plank die opera, waar hij tientallen jaren lag…
Gelukkig sloten we de reis af met een geweldig concert van klarinettiste Sabine Meyer en een geweldig het-dak-eraf spelend Frankfurter Opern- und Museumsorchester. Vergeten was de avond ervoor, wat een heerlijke muziek! Met dank aan John Adams, Leonard Bernstein, Erich Korngold en Aaron Copland!

Ik zoek op YouTube en vind een leuk filmpje over Dalibor. Kunt u zelf ook een beetje oordelen. Ik ben benieuwd wat u ervan vindt!

Insluiten: