Een nieuw seizoen en Porgy and Bess

Hoe is’t met u? Zomer achter de rug? Weer aan het werk? Vakantie lijkt wel erg lang geleden zeker? Ik zal u maar niet vertellen dat ik nog lekker een weekje ga, nu u allemaal weer thuis bent. Schuiven we mooi de winter nog effe voor ons uit.

Nee, maar serieus, het was een heerlijke zomer, rustiger en warmer dan anders, met leuke concerten, fijne uitjes met vrienden en voorbereiding op het seizoen dat komen gaat. Op het werk was het stil, erg stil… toen afgelopen week zowat alle collega’s weer op het honk waren en er weer min of meer gesteggeld werd om een werkplek, sprong mijn hart van blijdschap op: ze zijn er allemaal weer, zijn gezond en wel van vakantie terug en er is weer reuring, altijd fijn!

De theaterseizoenen zijn ook weer allemaal aan het draaien. DNO begon haar seizoen met een geweldig combi van Pagliacci en Cavelleria Rusticana, hier en daar lekker Amerikaans afgekort tot ‘CavPag’ (ik moest drie keer nadenken voordat ik de afkorting begreep, dacht eerst dat het om een hedendaagse opera ging, suf hè?)

En ik ga mijn eerste schreden in het nieuwe seizoen ook weer zetten: in oktober ben ik in Lille en Ravenna, met allemaal prachtig repertoire.

Weet u wat het leukste was dat me op het gebied van klassieke muziek is overkomen, deze zomer? We gaan naar Porgy and Bess in The MET! Nou ja, niet naar The Met herself, maar naar Pathé, vroeg in 2020. Ik zag ‘m langskomen, de opera en holde naar het theater. Was maar net op tijd voor kaartjes, ze gingen als een dolle!
Een van de top-happenings in mijn theaterseizoen: met vrienden eten en daarna naar de operafilm. We gaan het nu voor de derde keer doen en dan is het een traditie, wat u?!

Porgy and Bess dus, een van mijn all-time-favourites. In 1935 gecomponeerd door George Gershwin, op een libretto van DuBose Heyward en broer Ira Gershwin. Een all-black cast, op eis van de componist en dat is tot op de dag van vandaag nog zo.

Ik zag ooit de film met Sidney Poitier als een buitengewoon knappe Porgy en Sammy Davis Junior als de beste Sportin’Life ooit. De kern van het verhaal is in een paar zinnen uitgelegd: de invalide en arme Porgy leert oud-prostituee Bess kennen en ze worden gelukkig met elkaar. Bess heeft moeite haar cocaïne-verslaving af te leren en valt uiteindelijk in een onbewaakt moment (als Porgy er even niet is) terug in haar oude gewoonten. Coke-dealer Sportin’Life profiteert van haar terugval en neemt haar mee naar New York. Als Porgy hoort dat zijn Bess terug is naar New York gaat hij haar daar zoeken. De opera eindigt hoopvol, maar je vraagt je wel prozaïsch af of dat ooit nog goed komt, daar in New York.

Gershwin was niet blij met de film, hij vond het teveel op musical lijken. Dat heeft er mede toe geleid dat er maar heel weinig van te vinden is op YouTube. Ik vond een best aardig stukkie. Het is wat donker allemaal, maar daar moet u maar even doorheen kijken. De glijerigheid van Sammy Davis is legendarisch en Sidney Poitier is in alle opzichten de knappe man die hij in mijn herinnering was. Ik verheug me nu al op februari 2020!

Een beroemd tweeluik: Pagliacci en Cavalleria rusticana

U hebt nog een stukkie tegoed over het beroemdste tweeluik uit de opera-literatuur: Pagliacci en Cavalleria rusticana. Op 5 september 2019 gaan deze twee juweeltjes in première bij de Nationale Opera. ‘Met een sterrencast van wereldklasse’ schrijven ze zelf. Dat belooft wat! Gelezen naar de opvattingen van de regisseur over deze opera’s worden het in ieder geval geen commedia dell’arte figuren in Pagliacci en geen Siciliaanse ‘couleur locale’ in Cavalleria rusticana. Regisseur Robert Carsen gaat het anders aanpakken, zegt hij.

Wat hij er ook mee doet: het wordt prachtig! Componisten Ruggero Leoncavallo en Pietro Mascagni brengen het verisme in deze twee opera’s naar een absoluut hoogtepunt. Gewone mensen, gewone taal, hartverscheurend drama.

Gauw effe het plot, dan toch maar?
Pagliacci heeft eigenlijk maar één zin nodig: jalousie en ontrouw kan drama’s aanrichten in relaties. Canio verdraagt het niet dat zijn vrouw hem ontrouw is en steekt haar tijdens een toneelstuk – dat ontrouw als onderwerp heeft- dood.

En eigenlijk loopt het plot in Cavalleria rusticana een beetje parallel aan dat van Pagliacci: ook daar speelt jalousie een hoofdrol.

Als ik het goed heb wordt de al even hartverscheurende slotscène uit The Godfather begeleid door het intermezzo uit Cavalleria rusticana, ik keek het even na en zag weer met tranen in de ogen Al Pacino’s onzegbare leed als zijn finale nederlaag ingezet wordt als zijn dochter op de trappen van het operahuis doodgeschoten wordt.

Ik heb ooit een filmpje voor u opgeladen van Vesti la giubba gezongen door Placido Domingo aan het begin van zijn carrière en ergens op het eind, toen hij bijna ophield tenoren-rollen te zingen. Was een belevenis op zich, maar die zagen we dus al eens…

Ik zocht en vond tenor Jonas Kaufmann, een scènische opname uit 2015. Ik moet u eerlijk zeggen, ik moest effe wennen aan de tattoos op dat witte lijf en aan dat rare puntbaardje, maar als je je daar eenmaal overheen gezet hebt, neemt Kaufmann je mee en zit je ademloos te luisteren. Hoe hij lelijk durft te zijn en hoe zijn piano-tonen de aandacht naar zich toetrekken en hoe hij voor zijn stem en zijn emoties tot het gaatje durft te gaan… En in de tussentijd heeft iemand hem geleerd hoe hij met een stiletto om moet gaan… En hoe hij het slotspel vol-acteert, volstrekt geloofwaardig… Wat een zanger!

Opera in het weiland, al 30 jaar!

U kunt er nog naar toe, maar dan moet u een beetje opschieten: de jubileumvoorstellingen van Opera Spanga. Ze bestaan dit jaar 30 jaar. Ik weet nog goed hoe ze begonnen, het was in mijn laatste conservatoriumjaar en medestudenten werkten aan die eerste productie mee: L’Elisir d’Amore. Ze brachten prachtige verhalen mee terug, van ontbering, muggenplagen en over-verhitte caravans ter overnachting, maar vooral van verbroedering en prachtige regie en muziek… Wat was ik er graag bij geweest, maar er waren toen persoonlijke omstandigheden die dat verhinderden.

Vorig jaar zag ik hun voorstelling op Malta, in een uitwisseling van twee steden die beiden culturele hoofdstad in 2018 waren: Valetta en Leeuwarden.
Deze zomer vieren ze hun jubileum met twee korte opera’s ‘Pagliacci’ en ‘Il Tabarro’, Ruggiero Leoncavallo en Giacomo Puccuni’s meesterwerkjes op één avond.

Ik kan het niet beter beschrijven dan zij zelf op hun website doen:
Opera Spanga combineert natuur en cultuur. De voorstellingen spelen in een halfopen tent in een Fries weiland. De natuurlijke omgeving, in combinatie met een gewaagde regie, opmerkelijke decors, tot de verbeelding sprekende belichting en verrassende kostuums, zorgen ervoor dat deze thrillerachtige opera’s u een onvergetelijke avond bezorgen.

De recensies waren lovend en zo warm als het op de première was, zal het de komende dagen niet meer worden, dus wat let u: gaan!

Het kan nog op 1, 3, 6, 8 en 10 augustus.

Hieronder de trailer.

Un ballo in maschera

Had ik vandaag een stukkie willen schrijven over de beroemde tweeluik waarmee de Nationale Opera haar seizoen gaat openen: Pagliacci en Cavalleria Rusticana, dat houdt u tegoed: de première is op 5 september (mooie poster trouwens DNO!).

Gisterenavond zaten we wat landerig op de bank: we hadden met de hitte veel TV gekeken en waren weer door twee korte (maar geweldige!) series heen. “Zullen we tussendoor een opera kijken?”, vroeg echtgenoot, “ik heb een geweldige app van The Met, jij mag kiezen…” (da’s nou echte liefde he… dat u dat even weet).
Ik raapte mezelf op van de chaise longue waar ik van verbazing vanaf gevallen was en koos: Giuseppe Verdi’s ‘Un ballo in maschera’. Met kerst ga ik daar met gasten van Musico naar toe en ik heb de opera nog nooit live gezien.

Er waren zelfs meerdere ‘Ballo’s’ mogelijk, maar die laatste keus was niet moeilijk: ik koos zonder aarzelen voor de versie uit 2012 met Dmitri Hvorostovky. Hem horen zou emoties te weeg brengen, hij stierf eind 2017 veel te jong en ik kan hem niet horen zingen zonder dat de tranen me in de ogen springen, maar ach, ik ben nou eenmaal een dweil en waarom zou ik dat feit uit de weg gaan. Van de tranen die je niet huilt heb je tenslotte veel meer last.

‘Un ballo’ werd het en we hadden een geweldige avond. Toegegeven, je kijkt en ervaart anders als je thuis met een haakwerkje op de bank zit en naar de film kijkt en niet in de zaal zit met nog een paar duizend anderen en ‘voor de echies’ beleeft, maar een beleving was het.

Door het uitstekende camerawerk zit je heel dicht op de zangers en krijg je details mee, die vanuit de zaal nauwelijks waarneembaar zijn. Heel af en toe is er door de groothoekwerking van de camera een wat raar toneelbeeld en lijkt een solist ineens heel ver weg te staan, maar dat gebeurt maar zelden. En je kunt tussendoor even iets tegen elkaar zeggen over wat er zich afspeelt of elkaar erop wijzen dat er nou een hele mooi noot aankomt…
We smulden.

Voor mij droeg ‘Dima’ de voorstelling. De tenor, die uitstekend zong en het verdient hier ook genoemd te worden: Marcelo Alvarez, vond ik niet zo’n acteur. Geweldige Oscar, hele mooie Amalia en uitstekend bezette kleinere rollen: The MET zorgt dat het allemaal tot in de puntjes verzorgd is. Een regie met een visie, die nergens stoorde (of het moet de speelgoed-sigaret geweest zijn die Oscar en Ulrica aanstellerig moesten ‘roken’; ik kan niet bedenken waar dát nou naar verwees) en die ‘klopte’.

De plot is wat lastig. Kort komt het erop neer dat koning Gustavo (van Zweden, maar in het Italiaans krijgt-ie ineens een zuidelijke fling…) aan het eind vermoord wordt door zijn beste vriend, omdat beide mannen van dezelfde vrouw houden. Er waren al een paar vijanden van Gustavo die een plot tegen hem beraamden en die maken handig gebruik van de jalousie van Renato. Er zijn wat ‘vermommingen’ die wat gekunsteld overkomen, maar jongens, het is nou eenmaal opera.

Ik vond ‘Eri tu’, een van de mooiste bariton-aria’s ooit geschreven in de zetting van 2012, gezongen door Dima Hvorostovsky, en ja ik weet het, het gaat de laatste weken vaker over hem in de contreien van deze website, maar je kan maar een excuus hebben om prachtige opera te laten horen.

Zie het filmpje, heel veel beter wordt het niet… nooit… Zo zingt een man die zich verraden voelt door zijn allerbeste vriend… die alle techniek meester is en van geen noot bang is, ook niet van de lage en de hoge…

In Bayreuth is het ook warm

In de smoorhitte van de dag appt een vriendin vier woorden: ‘Bayreuther Festspiele beginnen vandaag’. Ik ben meteen wakker. Het is misschien wel eens ooit ter sprake gekomen: ik ben niet echt een Wagner-fan. Misschien moet ik daar nu verleden tijd van maken: ik wás niet echt een Wagner-fan… Ergens in april was ik met Musico in Essen bij een prachtige voorstelling met alleen maar Wagner en hier en daar had-ie me bij de kladden, de oude Richard. Vooral met de ouverture tot ‘Das Rheingold’ trouwens, hoe hij van dat ene akkoord een machtige rivier maakt, geweldig.

Misschien is het toch waar: dat je soms ‘gewoon’ ouder moet worden om van sommige dingen beter te kunnen genieten.
Vanavond beginnen ze met Tannhäuser en dan de komende dagen een wisselspel met: Lohengrinn, Parsifal, Tristan und Isolde en Die Meistersinger von Nürnberg – Hoe warm zou het daar eigenlijk zijn? Ik zoek het op: 38 graden… arme musici… airco is slecht voor de stemmen en hoge temperaturen ook, en al die slappe vioolsnaren en zwetende koperblazers, mamma mia, dat wordt afzien. –

Maar ze zullen de klus klaren daar in Bayreuth, ijzeren-heinig zijn heeft zo zijn voordelen.
Als opwarmertje (leuke woordspeling in dit verband) een opname van Isolde’s Liebestod (“Mild und leise wie er lächelt”). Die lange, lange lijnen… prachtige opname met sopraan Waltraud Meier en dirigent Daniël Barenboim

Een geweldige King Lear op fort Rijnauwen

Mooie avond was het gisteren op fort Rijnauwen (of zeg je ín fort Rijnauwen?) en welnee, ik ben niet nat geworden en ik heb het ook niet koud gehad. Er waren fleece-dekentjes en poncho’s en de weergoden hielden hun adem in, za’k maar zeggen…

Holland Opera bestaat 25 jaar en dat wordt gevierd, en hoe! William Shakespeare’s ‘King Lear’ is eindelijk op noten gezet. Lear is een geliefd toneeldrama: nu eens niet de jongen-meisje-liefde (al dan niet onmogelijk gemaakt door families, oorlogen en ander leed…), maar familie-relaties en in het bijzonder de relatie tussen een vader en zijn drie dochters. Een libretto van King Lear lag lange tijd op het bureau van Giuseppe Verdi, tot een uitvoering kwam het niet.

Hedendaags componist Fons Markies maakte de combinatie van twee Shakespeare-Verdi’s (Macbeth en Otello) en het Requiem en vulde de leemtes op met eigen composities. Misschien doe ik hem tekort met ‘vulde de leemtes op’, want hij heeft het geweldig gedaan: tonaal, goed zingbaar en sober: de overgangen waren eigenlijk alleen voor Verdi-adepten te merken. Nadeeltje: het was wel een beetje een heel ‘kaal’ arrangement: van groot symfonie-orkest naar klein blazersensemble/rockorkest (ja echt!) is wel een heel erg grote stap en vooral het ‘Dies irea’ uit het requiem leed hieronder. Hebt u het wel eens horen spelen door een rock-orkest? Verdi zou het geweldig gevonden hebben; ik zat er grinnikend naar te luisteren: hier kregen de rafelranden van het stuk wél de aandacht die ze verdienden. Jammer dat Jimmy Hendrix niet meer leeft: hij zou er iets fijns van gemaakt hebben.
Dat deed overigens het Jong Nederlands Blazerensemble ook: er iets fijns van maken: alert en hoekig spelend, spatzuiver (op één noot in de aria van Cordelia (naar de grote aria van Desdemona uit Otello) na, de eerste keer was de noot van de dwarfluitist kneitervals, de tweede keer raakte hij nét de noot die Verdi geschreven heeft, maar misschien ben ik een kniesoor…).

De mannen van dansgroep 155 gaven met hun hoekige breakdance-bewegingen een geheel eigen rafel aan het Dies irea, zeer gewaardeerd door het publiek.

Er werd uitstekend gezongen, ik ben een beetje verwend door grotere stemmen en door groot orkest en daar ligt ook mijn liefde, maar dat is aan mij: er viel niks af te dingen op de prachtige drie vrouwenstemmen. Ik vond het duet tussen Lear en zijn bastaard-zoon Edmund het mooiste: hoe die Edmund zich al flemend in het hoofd van zijn vader zingt, geweldig!

Ja het was een mooie avond! Hou ze in de gaten: Holland Opera: volgend jaar doen ze ‘The divorce of Figaro’ (nou, daar heb je een opera-titel waar je wat mee kunt!) op locatie in Utrecht. Ik ga erbij zijn, als het maar enigszins kan. U ook?

Op YouTube is er een boel te genieten. Ik wilde een kort filmpje opladen, maar daar kreeg ik een beetje jeuk van: al die publieksreacties, daar zit u waarschijnlijk niet op te wachten. Surf zelf, het is het enige dat u blijft: de voorstellingen tot en met 20 juli zijn allemaal uitverkocht!

Het was mijn week niet…

Het was niet mijn week, de afgelopen week; ik ben blij dat-ie voorbij is. Wat begon met een onschuldig hoestje groeide snel uit tot zo ongeveer de zwaarste griep (zo noem ik het maar even) die ik mij herinneren kan ooit gehad te hebben. Kennudat? Dat zelfs de wortels van je tanden en je haarwortels pijn doen, dat je voelt dat je topvol met slijm zit, maar dat zelfs dénken aan hoesten zeer doet en dat je toch moet hoesten. Dat je droomt van gekleurde wagenwielen á la de wielen van de strijdwagen van de dondergod tegen een bliksemde hemel. En dat alles in temperaturen van 30 graden en hoger? Affijn, het is voorbij, ik slaap weer – en naast echtgenoot in plaats van op een niet hoestbestendig stretchertje in de kleedkamer. Als het hiermee klaar is voor de komende 5 jaar ben ik alweer tevreden, pijn is snel vergeten en ik heb een terugverende natuur, gelukkig…

Een van de middagen, toen het even iets beter ging deed ik, wat ik bij malaise altijd doe: ik zet de computer aan en zap langs lievelingsfilmpjes op YouTube. Roland Goedemondt en Bert Visscher hebben mij al vaak door dalletjes heen gesleept en als er tranen vastzitten (bij mij overigens zelden het geval, u weet dat ik nogal een dweil ben) is er altijd Beethoven zeven, deel twee, of aanverwante artikelen. Overigens is huilen als je al helemaal vol met slijm zit geen goed idee: het verlicht misschien de ziel, maar verzwaart de slijm-ellende in hoofd en longen.

Kom ik toch potverdrie bij de uitvaart van Dima Hvorostovsky uit, ik was nét niet snel genoeg weg… bizar om iemand op zijn eigen uitvaart te horen zingen en wat was het verdriet groot…
Dat triggerde me trouwens tot de volgende gedachte: hoe zou het zijn met het Singer of the world-concours dat jaarlijks in Cardiff gehouden wordt? Hvorostovsky won daar 30 jaar geleden, net vóór een van mijn andere all-time favourites: Bryn Terfel. Ik zoek het op YouTube. Heb ik het potverdrie (nou ja ik bedacht een minder nette krachtterm, maar voor hier volstaat ‘potverdrie’) dit jaar gemist!!! En het was nog wel het concours waar Hvorostovsky ge-eerd werd. Ik surfde wat verder en kwam uit bij Richard Bonynge, partner van good old Dame Joan Sutherland, die het publiek en mij tot tranen toe roerde met zijn eerbetoon aan Hvorostovsky.

De publieksprijs ging naar mezzo-sopraan Katy Bray, Singer of the world 2019 werd de Oekraïense bariton Andrei Kymach. Ik zoek, maar vind geen aanvaardbare opname. Die komen er vast nog wel, de komende jaren. En ook van mezzo Katy Bray vind ik niet iets wat hier past. Maar u gaat van hen horen, ik ben ervan overtuigd: het Singer of the World-concours is van grote klasse en de mensen die het daar tot finales schoppen zullen werk vinden. Er wordt weliswaar veel ‘afgebeund’ in de klassieke opleidingen, maar er worden nog steeds geweldige zangers en instrumentalisten afgeleverd, zonder of met officieel papiertje…

Dan toch maar naar een filmpje van dierbare Dima: de aria ‘Eri tu che macchiavi’ uit Don Carlo. Ik ga er niks over zeggen, woorden schieten te kort…

Internationaal Vocalisten Concours 2019 van start!

Volgende week zondag, 30 juni is het zover, dan barst in Den Bosch het IVC weer los, het Internationaal Vocalisten Concours.
Zanger-pianistduo’s staan voor het eerst voor een IVC jury. Het doel: een plekje in de Halve Finale van het 53ste IVC LiedDuo in november.

Ze timmeren aan de weg, de mensen van het IVC, langzaam verspreid het concours zich over Europa, een niet meer uit te wissen olievlek-van-het-goeie-soort. Tot in verre buitenlanden raakt het IVC bekend en steeds meer disciplines worden toegevoegd aan het spectrum: een lied zingen vergt een hele andere benadering dan een opera-aria zingen. Het een gaat met het fijnpenseel en het ander met de witkwast, maar beiden moeten nauwkeurig zijn en ja, nauwkeurig zijn kan met een witkwast ook.

Positief vind ik ook dat de rol van de pianist nu eens gelijkgeschakeld wordt met de zanger. Het maakt zoveel uit of je elkaar begrijpt en een pianist kan je maken en breken. Ik heb het altijd erg getroffen met mijn pianisten uit het verleden. Soms vingen ze onvoorwaardelijk je gebroddel en maakten er iets aanvaardbaars van, soms (en vooral in repetities waren ze streng: ik hoor over de grenzen van de dood nog briljant pianist Hans van den Eijnden roepen: “Stáát er niet!!!”. Maar als het nodig was versnelde hij aan het einde van een aria of lied buitengewoon subtiel en leek het daardoor alsof ik nog adem zat over had, voor nog een geweldige (hoge) noot.
In de jury van dit IVC zitten volgens mij net zo veel pianisten als zangers en niet de minsten ook: ‘onze eigen’ Hans Eijsackers, maar ook een fenomeen als Graham Johnson, geweldig!

Je moet als jonge zanger tegenwoordig zoveel kunnen wil je een kleine kans maken tot een soort van carrière te komen. De druk is zo hoog. Ik ben zo blij dat ik dat allemaal niet meer hoef en dat ik vanaf een soort zijlijn kan meekijken hoe jong talent het doet. Ik kan u uit de grond van mijn hart zeggen dat ik niet jaloers ben (nooit geweest trouwens ook, al is dat misschien moeilijk te geloven; het zit niet in mijn dna) als het voor jonge gasten wél allemaal goed afloopt en als ze een vervullende carrière maken in dit moeilijke, maar wonderschone zangersvak.

Hoe dan ook: hou ze in de gaten, het IVC en de IVC-ers; zondag 30 juni begint het spektakel in de Pleinzaal van het Theater aan de Parade in Den Bosch (akoestisch trouwens een lastige zaal…). Er zijn vast nog kaarten! Gaan! En na afloop een pint pakken in de schaduw van de Sint Jan.

En als u niet wil gaan en thuis wil genieten: er valt genoeg te surfen op YouTube!

Bariton Jérôme Boutillier, onthou die naam!

Wat een dag, gisteren, ik kan me niet herinneren de afgelopen tien jaar een dag beleefd te hebben die zo kalm, sereen en rustig verliep. Echtgenoot was al weg toen ik opstond en zou wegblijven tot en met de avond, het drizzelde buiten, dus ik hoefde niet te gaan lopen, de wasmachine vullen en een paar hemden strijken was het enige huishoudelijke wat mij te doen stond, Sammie de kat strekte zich lui uit op mijn bankje en ik zat al vóór het middaguur met een haakwerkje (verslavend!) bij hem. De eerstvolgende Musico-reis is pas eind oktober, dus daar hoefde ik ook (nog) niet over na te denken en ik zapte lui langs tv-kanalen, waar ik anders nooit tijd voor had.

Bij het klassieke muziekkanaal Mezzo stond een sopraan te zingen, ik was er al voorbij voor ik er erg in had. Toch getriggerd zapte ik terug: ik kon net zo goed terwijl ik handwerkte een beetje opera-ervaring opdoen en eens kijken wat voor nieuw talent zich aandiende. Het bleek een van de concerten te zijn van de Paris Opera Competition. Een regisseur moet zich ermee hebben bemoeid, want de overgangen tussen de verschillende aria’s waren mooi organisch en met minimale middelen zat je zo van de ene in de andere opera. Er zaten mooie stemmen bij, het ging echt om gevorderde kandidaten, die vast al werkten hier en daar. Een enkele misser ook: sommige tenoren hebben het nét niet en een hoge c die aan de bovenkant niks óver heeft, wordt erg pijnlijk.

Ik ging pas echt rechtop zitten toen een mannenduet klonk, ik heb niet onthouden welk duet het was, maar in het applaus liep een van de mannen niet af, maar draaide zijn rug schuin naar het publiek en zijn gezicht naar zijn kompaan die ineens naar zijn buik greep en vervolgens verbijsterd naar zijn hand staarde. Daar was niks te zien natuurlijk, maar deze transformatie van zijn vorige rol naar de rol van een stervende Rodrigo uit Don Carlos was fenomenaal. Wat een acteur!
Mijn haakwerkje bleef even liggen, de volle 7 minuut 58 waren voor Rodrigo uit Verdi’s Don Carlos. Jérôme Boutillier heet de man, ik heb er de aftiteling van het concert voor afgewacht. Onthoud die naam: Jérôme Boutillier.

Aan de keukentafel vertelde ik de andere dag van deze ervaring en ik besloot eens te zoeken naar deze man. Wat denkt u? Meteen gevonden! En de opname ook, dus die laad ik voor u op.

Zullen we even door de aria heenlopen? Laten we beginnen met het eren van Verdi voor zijn prachtige melodie in het voorspel. En hulde voor het perfect begeleidende orkest.
Perfect en woord-voor-woord-verstaanbaar Frans (de opera kent ook een Franse versie en waarom zou je, als geboren Fransman, de rol dan niet zingen in de taal die het dichtste bij je ligt…). Hulde trouwens ook voor de collega, die het grootste gedeelte van de aria zijn spanning moest vasthouden en het perfecte tegenspel geeft. En dankzij prachtig camerawerk en uitstekende regie kunnen wij closer genieten dan het publiek in de zaal.

En dan die prachtige lange lijn van de melodie. De tranen sprongen me in de ogen: ineens hoorde ik weer Dima Hvorostovksy dezelfde aria zingen, ook met die geweldige adembeheersing…
deze vertolking is er het beste bewijs van dat acteren binnen opera niet raar houterig, of stokkerig hoeft te zijn, als je de onderliggende lange lijnen en de spanning maar op de juiste manier vasthoudt. Geen enkele moeite met de hoogte (Verdi kon gemeen hoog schrijven voor baritons) ; hij weet precies waar de noot geplaatst moet worden. En dat overgangetje, met dat flesje… hij trekt zich niks aan van het applaus; het publiek denkt dat het hiermee gedaan is, maar het begint pas…

Het helpt natuurlijk als je mooi lang bent en een licht-aristocratische verschijning bent… dat heeft-ie gekregen.

En dan reikt hij naar Carlos… die er niet meer is… eigenlijk is hij al dood… Maar een dode kan die lange, lange lijnen niet zomaar zingen… Hij ademt niet tussendoor, niet dat dat moet… zijn rustige overgave aan zijn adem is het beste teken dat hij precies weet wat hij doet… (ik hoor mijn hoofdvakdocent zeggen “richt je óp! Richt je op! Er komt lucht binnen terwijl je zingt” (niet waar, maar de suggestie helpt enorm).

Of zijn knie zeer doet na die val op het podium? Ik denk het wel, maar met zoveel adrenaline vraag je je pas de volgende ochtend onder de douche af waar die blauwe plek vandaan komt….) .
Moedig, om midden in het woord ‘Adieu’ voorover te vallen.

En dat prachtige shot van het slotspel van het orkest, geïnspireerd door een werkelijk prachtige vertolking van deze geweldige aria!

Onthou die naam dus. Ik zocht ‘m op en er is niet veel beschikbaar: Boutillier studeerde eerst piano en is pas daarna gaan zingen. Hou oud hij is vond ik nergens, is ook niet interessant; laten we hem gewoon in de gaten houden!

Hofmann’s Erzählungen met een regisseur uit Nederland!

Van de week dook de naam van opera-regisseur Floris Visser ineens op toen ik iets heel anders aan het zoeken was op internet. Dat is een van de zegeningen van surfen en zoeken: je komt soms ineens ergens uit waar je helemaal niet op uit was en je kunt zeer aangenaam verdwalen op internet. Je moet wel tijd hebben: voor je het weet ben je anderhalf uur verder en zijn de aardappels die op het gas stonden te koken verpieterd (geheel fictieve situatie in mijn geval want ik hoef bijna nooit te koken en aardappels staan niet vaak op ons menu…)

Goed Floris Visser, dus en – in dit geval – het Badisches Staatstheater in Karlsruhe en hun productie ‘Hofmann’s Erzählungen’, komische opera van Jacques Offenbach (en voor de meeste rollen loei-moeilijk om te zingen trouwens….) .
Ze jubelen Floris Visser zowat de hemel in daar in Karlsruhe, wat jammer nou dat het zo’n eind weg is. Het moet voor zangers heerlijk zijn: werken met een regisseur die zelf ook zanger is; die snappen zoveel beter wat wel en niet werkt.

Floris Visser (geboren in 1983) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, waar hij werd opgeleid als acteur en regisseur. Vervolgens studeerde hij zang aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag en werd tijdens zijn studie daar benoemd tot docent drama en dramaturgie. In dezelfde periode werkte hij ook als regie-assistent bij ‘onze’ National Opera Academy en De Nationale Opera, waar hij de Duitse operaregisseur Willy Decker assisteerde.
Dan volgen er een heleboel producties en projecten die hij geregisseerd heeft.

In 2012 werd hij benoemd tot Cultural Professor aan de Technische Universiteit Delft (nog niet eens, of net 30 godbetert!).
En sinds die tijd is er een zegetocht, die dus nu even halt houdt in Karlsruhe.
Mocht u toch (je weet maar nooit) in de buurt zijn: tot 13 juli 2019 is de productie te zien

Ik laad de korte trailer op van de opera in Karlsruhe. Ziet er geweldig uit!