Berberian

Op Stroomopwaarts.com kwam een reactie op een stukje dat ik schreef (hoera!). Het was ook een verzoek om iets te schrijven over Cathy Berberian en voila, een onderwerp voor een volgend weblog over klassieke muziek. Eerst maar iets over haarzelf.

Catherine Anahid Berberian werd geboren in Attleboro, Massachusetts op 4 juli 1925. Ze stierf in Rome in 1983, veel te vroeg, want ze had nog van alles moeten en kunnen zingen. Eigenlijk was ze geen zangeres, maar vocalist, want ze kon heel veel met haar stem, zo niet alles wat een stem redelijkerwijs aankan.

Ze was een tijdje getrouwd met componist Luciano Berio, die stukken voor haar schreef, net als andere avantgarde-componisten: Sylvano Bussotti, John Cage (die trouwens prachtige liederen schreef, zeer zingbaar), Hans Werner Henze en Igor Stravinsky. Toch niet de minste jongens, zou je zeggen.

Toen ik in 2004 een programma mocht samenstellen met als thema De menselijke stem moest Cathy van de partij zijn. We draaiden toen, als ik me goed herinner ?Stripsody?, waarmee ze bij het grote publiek bekend werd. In Nederland hebben we ook zo?n stemkunstenares, Greetje Bijma. Die kan ook (bijna) alles met haar stem.

Grote delen van de kundigheden van Berberian en Bijma snap ik en waardeer ik. Ik heb, ik denk net als zij en net als iedere geboren zanger (let op niet ik zeg niet : ?iedere goeie zanger?), een niet te stuiten drang om te proberen accenten te imiteren, geluiden na te doen, in discussie te raken met vogels (wat met merels soms lukt!) terug te mauwen tegen mijn poezen (vreselijke kletsmeiers, maar waar ze het over hebben?), uit een hondenjank af te leiden wat de hond bezighoudt, aan ‘s mensens stem hun psychische nood of pijn te horen en alle akoestieken uit te proberen.

Dat komt niet voort uit geldingsdrang en zelfs niet uit ijdelheid, maar uit een belangstelling voor wat die stem kan en teweeg kan brengen en de fascinatie voor het menselijk geluid. Die drang moet Berberian gehad hebben en uit Greetje Bijma?s performances valt af te leiden dat zij die drang ook heeft (je denkt soms als je haar bezig ziet en bezig hoort dat ze knettergek is . . en dat zullen mensen soms van mij ook wel denken; overigens houd ik het liever op prettig gestoord).

Ik ben geen avant-garde zangeres, Peter (die reageerde op Stroomopwaarts). Ik kan het niet zingen, omdat ik te ?tonaal? opgevoed ben , een luie lezer ben en aartsconservatief van geest. Maar er valt vast veel moois te beleven bij de hedendaags klassieken. Ik beleef klassieke muziek uitsluitend voor mijn lol (vooral nu ik er niet meer mijn brood mee hoef te verdienen en niet meer politiek correct hoef te zeggen dat hedendaags klassiek ?best interessant? is). Die lol wil ik delen, van de daken schreeuwen en er mensen mee binnen hengelen, binnen de klassieke muziek bedoel ik dan.

Maar respect heb ik wel voor ze: voor die medestudent die moeiteloos kon treffen en waanzinnig snel van toonsoort naar toonsoort kon schakelen, voor de Cathy Berberian?s van onze tijd, voor iedereen die componeert of pogingen daartoe doet, zelfs al ontaardt het vaak in klereherrie. Daarom hier een linkje naar Cathy: Sequenza III, geschreven door Luciano Berio.

Festivals

Het is zomer, dus we worden weer om onze oren geslagen met Festivals. In Salzburg, het Holland Festival zal een dezer dagen wel weer de kop op steken (of is het al geweest?), de Uitmarkt in Amsterdam, Lowlands (gun die pop-jongens nou ook eens wat) de Boulevard in Den Bosch (waar ik zelf ooit eens hoop te staan, tegen die tijd zal ik u waarschuwen).

Mijn echtgenoot en ik stropen de Boulevard in Den Bosch elk jaar met toenemend plezier af. Ik mis er altijd de klassieke muziek, maar ik kan gelukkig ook gegrepen worden door andere kunstvormen, dus ik geniet toch wel. Mijn echtgenoot ontwikkelde een neus voor leuke voorstellingen en ik laat mij ieder jaar verrassen.

Afgelopen donderdag bijvoorbeeld, kwam ik toch nog een beetje aan mijn (muziek)trekken met de voorstelling ‘Tsjechov bij de bushalte’. Mijn ouwe grote baas bij de AVRO zat naast me en was geloof ik ook geamuseerd (als AVRO-baas sla je je nou eenmaal niet op de knieën van plezier . . .).

Aan het einde van het stuk trok een carnavalesk uitgedoste koperblaasband door het veld en luidde zo hilarisch het einde van het stuk in. De blazers zaten bij ons in de pendelbus terug en ze wisten de overvolle bus nog aan het zingen te krijgen ook. Op zulke moment voel ik mij bevoorrecht in Den Bosch te wonen: wie zegt het me na: op een mooie zomeravond met een bus vol leuke mensen en je arm om je lief heen door het buitengebied van Den Bosch rijden en met de band meebrullen: ‘Tanze mit mir in den Morgen’. Goed, klassiek is het niet, maar leuk wel . . .

In de Volkskrant van deze week een uitgebreid verslag van de Festspiele in Salzburg, waar mijn idool Rolando Villazon de sterren van de hemel zingt. Ze mauwen daar nu weer dat ze Gerard Mortier, de vorige intendant, missen, die in het verleden altijd voor polemiek zorgde. Meer bepaald mauwde de recensent in de Volkskrant daarover. Ik las het stuk nog eens en dacht: wat zijn jullie toch verwend: gaat het eindelijk eens goed (‘Meer dood dan liefde in Salzburg’) verlangen jullie terug naar de tijd dat Mortier iedereen woest wist te krijgen. Mocht ik er maar eens een paar jaar intendant zijn.

Samenvattend: er is veel leuks te beleven op al die festivals. En het leukste is het als je je er volledig in onder kunt dompelen. Volgend jaar proberen we een paar dagen vrij te nemen en gaan we gewoon hele avonden in het theater hangen.

En ooit, als ik nog es rijk word . . . ga ik met mijn lief naar zo’n sjiek festival als Salzburg, of Bregenz of Bayreuth. Strak pak aan (ik ben geen type voor avondjurken), hoge hakken. Mijn lief op zijn best aangekleed en dan op de mooiste plaatsen in het theater zitten en naderhand intelligent verkondigen dat je toch meer van polemiek houdt . . .

Geniet er nog maar even van, vóór u het weet moet u weer in het gareel en klopt de herfst aan.

En in het linkje: Gerhard Wendland met ‘Tanze mit mir in den Morgen’, kunt u ook lekker effe ongegeneerd meebrullen . . . (het is wel heel erg…, ik heb u gewaarschuwd!)

Paljas

Vandaag, maar dan in 1919 overleed Ruggiero Leoncavallo. Operacomponist. Niet zo heel bekend en niet bepaald een veelschrijver, maar wel de schrijver van de opera die vooral bij leken heel bekend is: I Pagliacci, oftewel De Clowns (De Paljassen, maar da’s zo’n lelijk Nederlands). Vooral de aria Vesti la giubba is bekend, u weet wel, met die snik erin (nou ja snik, eigenlijk snikken).

Eigenlijk is het nogal een larmoyante aria. Ik heb er amateurs zowel als professionals bij horen schmieren dat het een aard had, maar iets heeft-ie, die aria. Meestal raakt-ie me, hoe schmierderig ook. Eigenlijk is het gewoon een in Italiaans opera-sausje verpakte smartlap. Ik heb zitten piekeren over die titel ‘Vesti la giubba’. Er is slechts een vrije vertaling van te geven: doe je kostuum aan, zet je masker op…

Hieronder even iets over Leoncavallo en over de opera I Pagliacci.
Ruggero Leoncavallo werd geboren in Napels en studeerde daar ook aan het conservatorium. Zijn eerste pogingen als operacomponist hadden geen succes. Hij zwierf een tijdje door Frankrijk, Egypte, Engeland en Duitsland. Pas in 1892 had hij succes met de korte opera I Pagliacci. De première ervan vond plaats in Milaan, onder Toscanini, en was een doorslaand succes. De Italianen zijn gek op de opera.

Leoncavallo moet een beminnelijk persoon geweest zijn; ik las ergens dat Puccini van hem gezegd heeft dat hij het hoofd van een leeuw en het hart van een kind had.
Na I Pagliacci volgden nog een paar opera’s, maar die hielden geen repertoire. Ik ken ze ook niet (alsof dat wat zegt…): La Bohème, Zaza, Roland en Maia. Leoncavollo schreef ook operettes (Malbrule en Are you there), orkest-, piano- en koorwerken en liederen. Hij overleed in 1919 in Montecatini.
De plot van I Pagliacci… Nou ja plot… Veel jaloezie, haat, liefde, kortom: alles wat de veristische opera in die tijd had. Het ging gelukkig over ‘gewone’ mensen. Aan het einde, na slechts twee actes en ongeveer een uur, heeft Canio het laatste, dramatische woord: “La commedia è finita!” Onduidelijk blijft en dat vind ik nou juist zo interessant, of hij het tegen het publiek heeft, tegen zijn vrouw die hem bedrogen heeft en die hij vermoord heeft, of in het algemeen…

Ik vond een behoorlijke vertaling op internet, bij onze vrienden van Wikipedia…

Acteren! Terwijl ik buiten zinnen ben, Ik weet niet meer wat ik zeg, of wat ik doe!
En toch is het nodig… om het werk te doen. Bah! Ben je dan geen man? Je bent Pagliaccio!
Doe je kostuum aan, poeder je gezicht. De mensen betalen om hier te zijn en ze willen lachen.
En als Harlequin je Colombina zal stelen, lach dan, Pagliaccio, zodat het volk zal juichen!
Zet je nood en tranen om in humor, je pijn en tobben in grappige gezichten – Ah!
Lach, Pagliaccio, met je gebroken liefde! Lach met de zorgen die je hart vergiftigen!

En natuurlijk twee linkjes op You tube. Er zijn pagina’s en pagina’s vol met allerlei interpretaties. Luister er maar niet al te lang naar, want je wordt er volgens mij wat baldadig van… dat gejaaank…

Mario del Monaco (vond ik de mooiste)

Van Placido Domingo staat er een heel stel filmpjes op. De filmpjes bestrijken zijn hele carrière en dat levert weer prachtig vergelijkend warenonderzoek op: hoe ontwikkelt de snik zich?
Placido Domingo in 1998

Danse Macabre

Mag ik u eens lastig vallen met mijn laatste studie? Alweer een retorische vraag, die had ik twee weken geleden ook al een… het geeft je vaak een excuus tot het schrijven van een stukje, een retorische vraag. En u kunt lekker toch niet ‘nee’ zeggen.

Ik ben een lied aan het studeren en er tamelijk vol van. Dus in plaats van mijn echtgenoot lastig te vallen aan de keukentafel (die hij altijd het hoofdkwartier van onze relatie noemt) kan ik ook u eens iets vertellen van mijn vorderingen. Niet dat mijn echtgenoot niet geduldig luistert naar mijn soms wat onsamenhangende verhalen hoor.

U kent vast wel de Danse Macabre van Camille Saint Saëns. Zo niet, ga dan eens naar De Efteling en bezoek het spookslot. Daar wordt op de melodie van de Danse Macabre ‘gespookdanst’. Wees niet bang, het is geen moment echt eng. De schokkerigheid waarmee de spoken zich door de ruimte bewegen is eerder aandoenlijk. Zelfs kleine kinderen gaan er niet van bedplassen. Het spookslot van De Efteling is nog van vóór de tijd van de computergestuurde systemen, toen alles nog mechanisch aangestuurd werd. Het is prachtig, niet in de laatste plaats dus vanwege die Danse Macabre.

De dans is gebaseerd op een lied. En aan dat lied ben ik nu aan het studeren. Het is lang geleden dat ik zo gegrepen werd door het studeren van een lied. Of het ooit tot uitvoeren komt, weet ik niet, want het is een verdomd lastig lied. Ik zal u vertellen waarom en om dit verhaal te volgen hebt u een klein beetje kennis van de klassieke zang nodig. Het gaat om een snelle wals. Zo snel dat je moeite hebt de tekst allemaal uit te spreken in die korte tijd. De tekst is in het Frans en het Frans speelt zich (vooral de r-en) veel achter in de keel af. Voordat zo’n klank naar vóren is is de wals al maten verder. Gaat de wals te langzaam dan is het ondeugende eraf. En de zuiverheid is ook al een probleem. Saint Saëns begint zijn lied met in het voorspel twee overmatige kwarten, die elkaar steeds sneller afwisselen. Die afstand werd vroeger aangeduid met ‘il diabolo in musica’ (de duivel in de muziek); past dus precies bij de dansende skeletten in de Danse Macabre. Maar blijf maar eens zuiver zingen bij zoveel halve wendingen en zoveel tempo. Ik heb er mijn tanden ingezet en ik ga proberen het lied als toegift te zingen op een klein concertje waarbij het thema vooral is ‘Tussen hemel en aarde’. Past wel vindt u niet?

Ik ga hieronder proberen een poëtische vertaling voor u te maken, zodat u een beetje weet waar het over gaat en wat de grapjes zijn. Alles afgezocht naar een fatsoenlijke opname van het lied; zowat dichtgesneeuwd met orkestraties, gekke varianten, alle mogelijk arrangementen, maar een fatsoenlijke opname met lied, ho maar…
Jammer.

Zig et zig et zig; de dood in de maat, die met zijn hiel een graf slaat.
De dood die om middernacht zijn wals speelt, zig et zig et zag; op zijn viool
De winterwind fluistert en de nacht is somber (mooi he?). Kreten komen uit de graven
De witte skeletten gaan door de schaduw, gaand en springend in hun te grote doodshemden
Zig et zig et zag; iemand vergist zich (en botst) je hoort de botten van de dansers kletteren
Een verliefd stel laat zich zakken op het mos, als om oude geneugten te willen proeven
Zig et zig et zag; de dood blijft zijn snerpende instrument raspen.
Een gewaad, valt, de danseres is ineens naakt, haar verliefde partner omhelst haar.
De naakte dame was, zo zegt men, markiezin of barones, en haar groene metgezel slechts een arme wagenmaker.
O vreselijk, hoe zij zich verlaagt, alsof haar lompe partner ooit baron was
Zig et zig et zig; wat een dans, de doden geven elkaar de hand
Ig et zig et zag; men ziet in de groep de koning gelijk op dansen met de schurk

Maar, psst, ineens verlaat men de kring, men duwt, men holt, de haan heeft gekraaid…
Oh wat een prachtige nacht voor de arme wereld…
En leve de dood… en de gelijkheid !

Ik vond op internet betere vertalingen, maar deze komt vanuit de bron: de zangeres die bevlogen raakt over het stuk dat zij studeert!