De honderdste en meer

Het Eurovisie-songfestival, een aantal andere zomerfestivals en De Volkskrant bieden weer genoeg stof voor wel drie columns, dus het valt mij moeilijk te kiezen, deze zonnige ochtend, die ik eigenlijk op het terras had willen doorbrengen maar die ik, in een zelfopgelegde discipline, nu achter de computer doorbreng. Laten we er maar even doorheen ploegen, u en ik, om te eindigen met de honderdste Vocalies podcast.

Allereerst felicitaties voor Jaap van Zweden die de Edison wint, volkomen terecht, voor zijn dirigeren van ‘Parsifal’ van Richard Wagner. ’t Is ginnen hèndigen, die Jaap (wat is het Brabants toch fijn: je kan in dialect zoveel subtieler zijn dan in ABN), maar hij krijgt voor elkaar wat hij wil en hij heeft een antenne voor de juiste verhoudingen in orkest en met zang. Er is misschien op dit moment niemand in de wereld die dat zo haarscherp aanvoelt als hij; kreeg hij maar (nog) meer middelen en gelegenheid zijn talenten te uiten.

In De Volkskrant een dubbele pagina met prachtige foto over en met Magdalena Kozená (eigenlijk mevrouw Simon Rattle, maar zeg dat niet tegen haar, want dan wordt ze nijdig) over de strubbelingen rond carrière, gezinsleven en stem. Met haar uitspraak ‘Mijn vak gaat niet alleen over zingen, het lastigste is de psychologie erom heen’ raakt ze me direct in het hart. Als het alleen om zingen ging… ach jongens, ik wil er niet eens over doordenken wat er dan mogelijk zou zijn…

Als je de bladzijde omslaat volgt er een volgend twee-pagina-artikel over gehoorschade bij jonge mensen. Het stuk snijdt best hout, maar al bij de intro weten ze me enorm te irriteren: ‘Door te harde muziek lopen jongeren gehoorschade op’. Ik begin meteen te denken: dan heb je twee mogelijkheden: je zet de muziek zachter (ben je meteen van de terreur voor de buurt af…) of je gaat niet naar zulke festivals en ja hoor, aan het einde van het artikel schiet mijn cruciale vraag ook de schrijfster van het stuk te binnen: als iedereen dan oordoppen draagt, is het dan niet verstandiger de volumeknop naar beneden te draaien? Antwoord: ‘geen optie, bezoekers willen de muziek niet alleen horen, ze willen de bas ook voelen’. Aha, dus dat is er aan de hand als ik na die herrie-feesten mijn lever en nieren en milt weer een beetje in het gareel probeer te krijgen: ik heb de muziek gevóeld. Wat een baarlijke onzin! Ik kom alleen in die herrie-omgevingen als het echt niet anders kan en dan nog zo kort als maar enigszins mogelijk is. Ik word er in snel toenemende mate onwel van en dat kan toch niet de bedoeling zijn van de mensen die de herrie-feesten organiseren. Ik neem me hier en nu voor niet meer naar die herrie-feesten te gaan; ik ben en blijf zuinig op mijn uitstekende oren (zeker voor mijn leeftijd hoor ik nog prima). Zullie gaan maar naar die feesten en we gaan daarna wel op kleine schaal samen eten en hebben dan een echt gesprek.

De Telegraaf lag bij de garage waar ik mijn autosleutel opnieuw moest laten inlezen (ja heus, dat bestaat!). Het songfestival lijkt voorbij voor Nederland. De dame-in-kwestie-met-verentooi zong geen noot zuiver. Kijk, da’s nou vooruitgang: het moet blijkbaar toch zuiver… Is dat cynisch bedoeld, Vocalies? Jazeker!!! Toen ik drie levens geleden begon op het conservatorium zei mijn docent: “het moet zuiver en ik moet het kunnen verstaan; de rest komt later.” Touché!

Ik eindig dan maar met u te vertellen dat vandaag de honderdste podcast op de website verschijnt. Het is er weer eentje met mijn lievelingsmuziek en het is een dramatische, dat kan ik u wel vertellen. Voor mij is mooiste muziek melancholisch van klank, al kan ik me buitengemeen vrolijk vermaken met Carnavalsmuziek, Schlagermuziek en up-tempo pop-muziek (mits-ie niet te hard staat natuurlijk). Ik begin aan het tweede setje van honderd en had best even moeite met het samenstellen van 101 en 102, hetgeen te verwachten was, maar inmiddels zit ik weer in de flow en gaat het lukken. Ik neem mijn echtgenoot die mijn ‘gelaber’ over de eerste honderd heeft moeten aanhoren en mijn gejeremiejee over technische problemen en die bovendien te pas en te onpas de gekste mupkes om zijn oren kreeg (“moet je horen, dit is leuk!!!”) mee uit eten; hij heeft het dik verdiend en ik investeer daarmee meteen in de tweede honderd; ik ga onverdroten voort, dus de stroom muziek blijft ook over zijn akker stromen!

In het filmpje nog één keer Marco Beasley, een van de leukste ontdekkingen die ik deed in de afgelopen 100 afleveringen. Ik kende hem niet en nu ken ik hem wel en dit ironische lied vertegenwoordigt nogal hoe ik in het leven sta, of zou willen staan. En dat, lieve lezers dezes, ga ik u lekker nou eens een keer niet uitleggen…

Dietrich Fischer-Dieskau (1925-2012)

Dietrich Fischer-Dieskau is dood. 86 is hij geworden. Daar kun je als Vocalies niet omheen, hoewel ik me er zeer wel van bewust ben dat ik u geen woord nieuws zal vertellen in deze necrologie. Op Facebook struikelt iedereen bijna over elkaar heen in het vertellen hoe goed-ie wel niet was en hoe hij gemist zal worden. Hij was, zeker waar het Lied betreft, de Bariton der baritons.

Het ANP schiet voor mijn gevoel een beetje uit in zijn woordspeling in de kop van het bericht: ‘Lage stem op eenzame hoogte’. Als de koppensneller daar iets van vocale muziek had geweten had hij zo’n kop niet verzonnen denk ik: de bariton is lang niet de laagste mannenstem en Fischer-Dieskau was zeker geen lage bariton: zijn hoogte benaderde het tenorale, zeker in zijn topjaren. Tot op late leeftijd was hij niet bang van een f-II en hoger; al hoorde je vlak vóórdat hij de beslissing nam te stoppen de stem wel wat flapperen in die hoogte. Ter gelegenheid van zijn afscheid als zanger in 1993 schreef kunstredacteur Micha Spel: “De stem deed niet meer wat het hoofd wilde, en daarom moest er een einde komen aan een zangcarrière waarvan perfectionisme steeds de motor was.”

Kijk, en dat bewonderde ik (ook) zo aan hem: hij wist wanneer te stoppen en hij kon afstand nemen van zijn eigen optreden. Iets wat collega’s niet altijd konden en kunnen wist hij haarfijn te duiden: nu gaat het niet meer zoals ik bedoel en nu stop ik dus. Niemand nodig die me aan de haren van het podium sleept; dat soort beslissingen neem je zelf en je gaat te rade bij je hoofd en je hart en je hoeft het dan niemand uit te leggen: tot hier en niet verder. Daar ligt het echte heldendom.

Ik vond hem soms te celebraal, te redenerend, te veel alleen met hoofd en te weinig met hart zingen. Ik trok een beetje meer naar de wat emotionelere baritons als Hermann Prey (gestorven in 1998), Thomas Quasthoff (nog zeer levend, maar gestopt met actief zingen, kortgeleden) Bryn Terfel en Thomas Hampson (die laatste twee zingen nog volop, gelukkig).

Maar wat ik er ook van vind: Fischer-Dieskau’s vertolkingen van Schubert en Schumann zijn legendarisch, een ijkpunt voor zangers van het Liedrepertoire. Er is waarschijnlijk niemand die ‘Die Winterreise’ van Frans Schubert ooit beter gezongen heeft. Toch liepen mij bij vertolkingen van Prey en Terfel de tranen over de wangen en luisterde ik bijna analytisch met het boek op schoot naar Fischer-Dieskau, zonder tranen. Terugkijkend moet je je afvragen van wie je het meeste leert: van degene die er met je emoties vandoor gaat of van degene die je bij de les houdt…

Fischer-Dieskau had een podiumverschijning die prachtig parallel liep aan zijn manier van zingen: hij had dat rijzige, wat afstandelijke, door en door Duitse (en dat bedoel ik hier nadrukkelijk positief) dat hem zeer geliefd in zijn eigen land én bijzonder geschikt voor optreden in oratoria en operavoorstellingen. Hij schreef een autobiografie en verschillende boeken, onder andere over Schubert en Schumann en hij schilderde en dirigeerde. In 1949 trouwde hij met de celliste Irmgard Poppen; zij stierf bij de geboorte van hun derde zoon. Hij was kort getrouwd met toneelspeelster Ruth Leuwerik. Sinds 1977 was hij met sopraan en zangpedagoge Júlia Várady getrouwd. Zij heeft bekendgemaakt dat haar echtgenoot overleden is, wat moet ze zich eenzaam gevoeld hebben.

Op zoek naar opnamen van Fischer-Dieskau breng ik een lekker uurtje door achter You tube. Hampson, Terfel, Quasthoff, de dode meester zelf, onbekende en prachtige vertolkingen, maar ook stukken waar je de griezels van krijgt… Schubert leeft weer in mijn hart en dat is toch maar mooi de goede kant van de medaille van het sterven van een van de grootste baritons van de vorige eeuw.

In het filmpje een vertolking van ‘Mondnacht’ uit Robert Schumann’s Liederkreis. Een van de mooiste, intiemste liederen ooit. Ik heb het er hier al eens over gehad. Let vooral op het einde als hij zingt “Als flöge sie nach Haus”; met oplettend luisteren en een beetje fantasie hoor je in het ritme de wiekslag van de grote vogel. Voor Dietrich Fischer-Dieskau is het leven voorbij, ik hoop dat hij thuisgekomen is, wat of waar dat dan ook moge zijn.

Berlijn, Carmen en Escamillo

Ja hoor, weer terug van 4 heerlijke dagen Berlijn. Veel door de stad gesjouwd, lekker gegeten, gedronken en naar Carmen geweest. Was een goede maar niet heel erg ‘meenemende’ voorstelling. Nederlander Bastiaan Everink zong de rol van Escamillo. Ik word ouder merk ik, ‘vroeger’ kende ik alle namen in het rijtje solisten, nu staat er grut in waarvan ik denk: weten jullie moeders wel dat jullie hier op en achter het toneel rondlopen? Overigens maak ik deze opmerking zonder de minste weemoed en da?s ook wel eens anders geweest, dus dat lijkt me winst!

Berlijn is een bizarre stad. We liepen door het Stasi-museum en over het plein van Tempelhof (stadsvliegveld in de tijd van Hitler gebouwd) met stijgende verbijstering, in de koepel van de Reichstag met stijgende bewondering, in de Alexander Radiotoren met stijgende hoogtevrees (als je daar over het randje kijkt heb je meteen het gevoel dat je naar beneden kukelt, dat voel je in je buik?.) en langs de resten van de muur (in de Bernauer Strasse staat het langste stuk, gaat dat zien) met stijgend respect over zoveel veerkracht van mensen. En dat waren maar een paar van de gemengde gevoelens die me besprongen vanuit een zeer boeiende stad. Je wordt werkelijk heen en weer gesmeten tussen hoofdschudden over zoveel vijandelijkheid en verbijstering over zoveel oplossend vermogen. Berlijn is er het levende bewijs van dat een stad kan herrijzen uit as en puin, letterlijk en figuurlijk.

De Berlijners hebben volgens de boekjes, ons welwillend ter hand gesteld door een collega (vooral het boekje 100% Berlijn kan ik u aanbevelen) een grote waffel en zijn onvriendelijk. Nou die grote waffel kennen we (we wonen in Den Bosch) en ik kan u dus gevoeglijk melden dat dat in Berlijn erg meevalt (in Den Bosch trouwens ook hoor!). Vriendelijkheid alom; als ze je met een boekje in de hand zien staan komen ze helpen en als je dan ook nog Duits spreekt is het ijs al bijna op voorhand gebroken.

Veel talen in de stad, veel emoties, veel tegenstellingen. Voorbeelden? In het restaurant om het hoekje bij de voordeur van het hotel zaten gisterenavond vier Russen aan het ene tafeltje te eten en te drinken en 4 Amerikanen een tafeltje verder; Russisch en Amerikaans vloeiden als vanzelfsprekend in elkaar over. De bekerfinale tussen Borussia Dortmund en Bayern München verliep in grote vriendelijkheid. De Italiaan waar wij die avond aten had in zijn restaurant zowel de zwartgelen, als de roodwitten zitten en de goedmoedige kwinkslagen vlogen heen en weer. Ik kon er hartelijk om meelachen. Na Carmen bleken de U-banen overvol met zowel zwartgelen als roodwitten en ik hou niet zo van grote groepen mensen, laat staan van grote groepen voetbalsupporters, maar, dicht tegen mij lief aan gedrukt en aan de andere kant van mijn linkerbil een jonge weet-ik-veel-supporter (ja, da’s als ouder wordende dame ook wel eens leuk…) herzag ik mijn mening over voetbalsupporters: kom bij Ajax of Ado maar eens om zo’n mentaliteit.

Klassieke muziek gevonden in Berlijn? zult u vragen, want daar gaat het op deze website bijna altijd over… Ja: twee operagebouwen, dat van de Staatsoper wordt gerenoveerd en dat van de Deutsche Oper loopt niet over van architectonische schoonheid, maar er zat een uitstekende akoestiek in. Er is een komische Oper, Berlijn staat bekend om zijn uitstekende jazz en er is een concertgebouw. En natuurlijk zijn er de kleinere gezelschappen, het ene nog inventiever dan het andere.

En oh, ja, ik heb die Bastiaan Everink nog effe voor u gegoogeld: geboren in 1969 is-ie niet zo jong als is dacht. Lekker menneke hoor, mooi lang en een prachtige stem. Sinds 2011 is hij solist bij de Deutsche Oper Berlin. Hij was eerst marinier en besloot na de Golfoorlog zijn leven een andere wending te geven (bravo, lijkt me…). Wat me in zijn cv opvalt (zowel op internet als in het programmaboekje dat we voor Carmen kochten) is dat hij geen naam noemt van een docent, da’s misschien niet meer zo in de mode. Van mij had zijn Escamillo wat rafeliger gemogen, maar wie ben ik. Escamillo is lastig: de rol gaat laag en hoog en in de laagte kwam-ie wat kracht te kort…

In het filmpje zijn vertolking van een aria uit Nabucco van Giuseppe Verdi. De opname is niet top, maar het geeft een aardige indruk. Dat wordt/is een grote! Prachtig zoals hij die lange lijnen zingt!

Oorlog en Vrede

Merkwaardige tijd, eind april, begin mei. We worden als landje heen en weer geslingerd tussen oorlog en vrede, tussen feestvieren en doden herdenken, tussen vreugde en droefenis, tussen stuurloos en overstuurd, tussen winter en lente (en herfst trouwens, want het is buiten af en toe nog zo grijs dat ik meer associaties met de herfst heb dan met de lente; gelukkig hoorde ik op 28 april mijn eerste koekoek, teken van de zomer).

Voor mij waren de afgelopen weken ook een soort emotionele rollercoaster: ik was weer eens in het Concertgebouw, waar ik vroeger regelmatig kwam door mijn werk en nu nog maar zeer sporadisch, en ik merkte dat het me nog steeds van mijn stuk bracht, al was het niet meer zo erg als een paar jaar geleden.
Mijn moeder kukelde voor de 4de keer in twee jaar om en bleef net als anders doof voor alle goeie raad, maar moest wel weer naar ziekenhuis en verpleegtehuis.

Op het werk gaan ze ingrijpend bezuinigen; heb ik over een tijdje nog wel een baan? Gesprekken met bazen die verrassend goed aanvoelen hoe ik in elkaar zit en daar hun voordeel mee doen en bazen die er helemaal niks van snappen.
Op 4 mei (ja ja, ik weet het: een raar gekozen datum, maar het trouwen was voor niks op die dinsdag in 2004) acht jaar getrouwd met de liefde van mijn leven (dat alleen al is een zeer bijzonder feit: lang niet iedereen trouwt met de liefde van zijn/haar leven), dus de dodenherdenking zit altijd in ons dinertje-buitenshuis: om acht uur houden we dan twee minuten onze mond.
En geloof me of niet: dit is slechts een bloemlezinkje van de dingen die mij de afgelopen weken zoal bezig hielden?

En dan staat er vanochtend ook nog een interview met Jan Willem de Vriend in de Volkskrant dat mij de tranen naar de ogen drijft. Kortom: bizarre tijden?

De Vriend zegt in zijn bijna drie (!) pagina?s tellende interview zoveel ware dingen en herhaalt daar zoveel credo?s van mij in mijn stukkies dat ik gesterkt word: als hij het ook zo zegt zal er toch wel iets van mijn geploeter waar zijn. ‘Klassieke muziek is voor overal en iedereen’, ‘Opera kan ook leuk zijn, het hoeft niet allemaal grijs’, ‘Mozart heeft een levensenergie, die doet bruisen. Het was alsof ik beter ging kijken, ruiken, horen’. Drie voorbeelden.

Het interview roept ook oorlog op: De Vriend maakte zich niet geliefd bij de Nationale Reisopera toen hij onder een eigen stichting subsidie ging aanvragen voor een ‘eigen’ opera-gezelschap. In deze tijden van bezuinigingen moeten nu twee operagezelschappen strijden om veel minder subsidie. Of dat nou politiek zo handig is??

Maar bevlogen is-ie, die Jan Willem de Vriend. Ik zong onder hem een ‘Schöpfung’ van Joseph Haydn en genoot van de repetities en de uitvoering. Niet zozeer om het geweldige directie-gebaar (dat durf ik hier wel te schrijven; hij weet het zelf ook), maar vooral om zijn bevlogenheid en mooie verhalen over Haydn en om de manier waarop hij corrigeerde: nooit op de man (dat doen een paar andere dirigenten wel effe anders…), maar altijd op de muziek. Over die manier van corrigeren spreekt hij trouwens ook in het interview.

Wist u dat het begin van ‘Die Schöpfung’ bijna new-age muziek is? Er is nog niks en dan komt het licht. Het is heerlijk om dat stuk op te zetten, luid, luid, luid en dan er midden in gaan zitten. Er komt een moment dat je denkt dat je over het water vliegt met een geruisloos vliegtuig en vlak onder je die spiegelgladde zee… Deze website gaat vooral over vocale klassieke muziek, ik weet het, ik weet het, maar dit is een van de mooiste instrumentale stukken die ik ken.

Doe in deze turbulente tijden af en toe wat ik doe: dompel je onder in de muziek en laat de tranen komen en je komt er gelouterd uit! En daarna kun je deze moeilijke tegenstrijdige en lastige, maar o zo mooie wereld weer aan!

In het filmpje de Wiener Philharmoniker o.l.v. Herbert von Karajan met het eerste deel uit ‘Die Schöpfung’.