De ouderdom voorbij

Misschien had u me gemist afgelopen zaterdag, het zou zo maar kunnen (sprak zij hoopvol). Nou dat komt, wij waren in New York. Mijn lief heeft twee jaar lang gespaard om mij mee te kunnen nemen, ter gelegenheid van mijn vijftigste verjaardag (laat ik er maar eens eerlijk over gaan zijn, een van de verworven wijsheden als je vijftig wordt). Wees niet bang, ik ga u niet lastig vallen met vakantie-verhalen. Het gentlemen’s agreement met de hoofdredactie is nog intact: wij vallen onze lezers niet lastig met vakantieverhalen of ze moeten wel heel bijzonder zijn. Dus ik ga u niets vertellen over het weer in New York, over de melting pot die de stad zo sympathiek maakt, over de dure drank, over de heerlijke wandelingen, niets van dat al…

We hadden in het kielzog van deze prachtige week ook drie concerten. Toen ik ze meemaakte, drie heerlijke avonden achter elkaar, dacht ik, ik ga hier een verslagje van schrijven, en ze een beetje met elkaar vergelijken… heb ik toch maar mooi weer een stukkie als ik terug kom. Gaande de weg terug bedacht ik dat ze eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn en dat ik de drie genres daarmee te kort zou doen. Dus komt het concert dat Anne Sofie von Otter gaf in een ander stukkie misschien aan de beurt en ga ik een van de volgende Vocaliesen openen met muziek uit The Phantom of the opera.

We kwamen terug van een wandeling door de betonnen jungle van New York, bekaf van het lawaai en van alle indrukken die zo’n metropool nou eenmaal afgeeft. We zouden even plat en dan gaan eten… Ik loop op 7th Avenue een poster voorbij en er raakt iets in mijn hart… ik hou mijn pas in, wat me te staan komt op een bijna botsing met een New Yorker (‘sorry ma’am’ mompelt hij en loopt door: de New Yorkers zijn buitengewoon beleefd en leven met de miljoenen toeristen die hun jaarlijks voor de voeten lopen: de toerist heeft altijd gelijk, ook als hij of zij ineens zonder voor jou zichtbare reden de pas inhoudt). Ik zet een paar passen terug en kom uit bij de poster van concerten van Charles Aznavour. Vier geeft hij er (‘only four concerts’ meldt de poster, ‘maar’ vier, godbetert) in het New York City Center, aan 55th street… Mijn lief heeft inmiddels ook de poster gezien en mijn reactie erop en hij verwoordt mijn vraag: ‘zouden daar nog kaarten van zijn?’ ‘Vast niet…’ meent hij onmiddellijk daarop te moeten constateren (hij is een beetje een sombermans, wat dat soort dingen aangaat). Ik reageer met een oer-brabantse wijsheid: ‘as gut nie vroagt wittut zeker nie’). Koers naar 55th street dus en aan het loket in mijn keurigste Engels: ‘Might there be tickets for the concert on May 1st?’. Yes there might, yes there are, yes we can!

En dus zitten we 1 mei om acht uur in de bijna volle, enorme zaal van het City Center en gaat het publiek uit zijn dak en ik in tranen als de kleine, altijd al frêle Aznavour het toneel betreedt. ‘We will do the whole routine in French’ deelt hij zijn idolate publiek kort mee, na het eerste nummer dat sizzelt van energie. Ik had mij lief gewaarschuwd: het kan zijn dat de magie weg is, de man wordt in mei vijfentachtig en niet iedereen is nakend objectief ten opzichte van zichzelf en zijn/haar muze.

Angst ongegrond: de magie is er nog, van het eerste tot en met het laatste moment als hij met een bos lelies (getver…) ten afscheid zwaait aan de rand van de coulissen: alles heeft hij in de hand: de uitstekende band, zijn kleindochter in de backing-vocals, een top-begeleidend pianist en accordeonist, het publiek dat joelt en uit zijn hand eet, èn mij, met mijn emotie, die fel oplaait: wat mauw ik nou met mijn ‘kan ik dit nog wel op mijn leeftijd?’ en ‘o, wat maakt de muze van de muziek het mij toch soms moeilijk’. Als je vijfentachtig wordt en nog zo op het toneel staat: twee uur lang alles uit het hoofd in een moordend tempo, wat zal ik dan zeuren. De tranen lopen me over de wangen en ik probeer de afstand tussen mij en het toneel te overbruggen door mij te concentreren en te proberen alles te verstaan. Ik kom er gelouterd uit.
Merci, chèr maestro Aznavour!

In het filmpje een live-opname van ‘Emmenez moi’ (neem mij mee). Het komt vrij dicht bij de avond van de eerste mei: hopelijk springt wat zijn energie naar u toe: die armen, die perfecte dictie, dat tempo, dat beheersen van de materie, zonder er rigide in te worden. Waar vakmanschap!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *