O zon van mij

Op mijn verlanglijstje van te lopen wandelingen stonden altijd nog de drie eilanden, vlakbij Napels: Prócida, Ischia en Caprí. Afgelopen week was het zover: met een stralende zon op alle dagen en in gezelschap van twee mensen die mijn zeer dierbaar zijn mocht de wens in vervulling.

Het was een geweldige week. Alles leek te kloppen: leuke hotels (waaronder zeer bijzonder: Il Monastero op Ischia; je zou er zo voor intreden….) heerlijk eten, heerlijk weer, lieve Italianen, mooie tochten, al was er eentje wel erg griezelig: de Monte Epemeo op Ischia bleek een moeilijk te verslaan monster van een berg. De afdaling zit nog in mijn benen… en in mijn geest, want ik ben een beetje een schijterd bij afdalingen, moet u weten…. Hoewel: een beetje…. Ik denk dat mijn echtgenoot en mijn vriendin het wel minstens twee beetjes vinden….

Ik had er niet op gerekend muziek te vinden op de eilanden. Het ging om het lopen, de prachtige uitzichten en de rust van pelgrimachtig met een stok en een rugzak de eilanden verkennen.

Maar muziek was er. We deden onze rugzakken af om even uit te wasemen en van het zoveelste panorama te genieten toen de klanken van ‘O sole mio’ ons bereikten. Vanaf de berg kwam Francesco naar beneden gewandeld. Een blije gup: hij wuifde ons al tegemoet en op het punt waar hij was in zijn lied kende ik de tekst niet, dus ik kon alleen ‘mee-lalala-en’ (leuk woord, ik verzin het ter plekke). Hij bleek de eigenaar van een agriturismo ergens boven op de berg, midden tussen de wijngaarden en hij maakte een spaghetti waar we van zouden hebben gewatertand, ware het niet dat we net al Duitse Krapfen (dat zijn een soort oliebollen, ik zweer het u….) hadden zitten eten; als je maar genoeg klimt en zweet vind je alles wat ze je voorzetten lekker: zelfs Duitse Krapfen en Radler in Italië. We kletsten wat met Franceso – hij sprak een lastig te verstaan Italiaans plat, doorspekt met Duitse woorden – namen hartelijk afscheid en vervolgden onze weg.

De hele dag en de volgende hing dat ‘O sole mio’ in mijn hoofd en ik was het net weer een beetje kwijt toen mijn echtgenoot – inmiddels op Caprí – vroeg om de gezamenlijke portemonnee. Hij had te weinig water meegenomen en wilde bij een tentje een flesje bijkopen. De verkoopster in het tentje zong schallend ‘O sole mio’ en liet Jan drie euro voor een flesje water betalen. Tien meter verder om de bocht zat een openbare waterkraan met gratis fris water. De vriendin en ik hebben hem hartelijk uitgelachen, ons hoofd onder de kraan gestoken en allebei onze flesjes voor niks bijgevuld. Naar Caprí moet u trouwens alleen gaan voor de mooie wandelingen: de stad Caprí is een peperdure heksenketel van domme toeristen, die zich laten belazeren: een pilsje kost er acht Euro…

Maar dat ‘O sole mio’ zat dus onwrikbaar in mijn hoofd. En na twee regels tekst loopt mijn brein vast: ik ken de rest niet… terwijl er zo’n ijzersterke melodie achter zit dat die niet uit je hoofd te bikken is.

Che bella cosa na jurnata ‘e sole /wat is een zonnige dag toch mooi
n’aria serena doppo na tempesta! / met frisse lucht na een donderbui
Pe’ ll’aria fresca pare già na festa… / frisse lucht en een feest
Che bella cosa na jurnata ‘e sole / wat is een zonnige dag toch mooi

Ma n’atu sole / maar een andere zon
cchiù bello, oje ne’ / die nog mooier is
O sole mio / is mijn eigen zon
sta ‘nfronte a te! / die in jouw gezicht is.

Kijk, medelanders, het gaat dus niet over ‘o solow miejoow’ (‘allene ik’), maar over de zon in de lucht en in het gezicht van uw geliefde.

Ik kon het niet laten: in het filmpje de drie tenoren in 1994, alle drie op de toppen van hun kunnen en oud genoeg om niet meer elkaar te beconcurreren, maar elkaar de lol te gunnen en zichzelf te relativeren… een feestje van vriendschap en zon, precies zo was mijn vakantie.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *