Anne Sofie von Otter

Nou, omdat ik het beloofd had dan, een stukkie over Anne Sofie von Otter. Eerst maar even zakelijk:
Anne Sofie von Otter werd geboren in Stockholm; ze is dochter van de diplomaat Göran von Otter. Ze groeide op in Bonn, Londen en Stockholm, waar ze haar zangstudies begon. Aansluitend studeerde ze aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen bij Vera Rosza, in het liedklasje van Geoffrey Parsons en in Wenen ook in het liedklasje van Erik Werba. Parsons en Werba behoren tot ’s werelds beste begeleidende pianisten, geloof maar dat je veel leert als je in zo’n liedklasje mag. Absoluut niet badinerend bedoeld dus, de term liedklasje…
In 1980 begon ze samen te werken met pianist Bengt Forsberg, die sindsdien haar vaste begeleider is.

Van 1983 tot 1985 werkte Von Otter aan de opera in Bazel; ze debuteerde als Alcina in de opera Orlando Paladino van Joseph Haydn.
Haar rol van Oktavian (een travestierol) in Der Rosenkavalier van Richard Strauss is op CD (en later op dvd) gezet met ‘onze’ Bernard Haitink als dirigent. Haar wat jongensachtige gestalte en uitstraling maakt haar uitermate geschikt voor travestie-rollen.
De debuten volgen elkaar op: Royal Opera House in Londen, The Met in New York, Berlijn, München, Rome, Milaan…

Op een goeie avond zat ik naar het Glyndebourne Festival te kijken (de BBC verslaat dat uitstekend en ruimt daar gewoon een van de zenders voor in als dat nodig is, kom daar in Nederland maar eens om…) en wie zag ik tot mijn stomme verbazing als sigaarrokende (!) Carmen: juist: Von Otter. Ik viel bijna van mijn stoel. En ze deed het nog geweldig ook.

In Carnegiehal in New York, op 1 mei jl. zong Von Otter, in gezelschap van Daniel Hope, viool, haar ‘maatje’ Bengt Forsberg en cellist Daniel Muller Schott het programma van de CD-opname Theresienstadt (Terezin in het Tsjechisch). Theresienstadt was/is een garnizoensstadje op zo’n 100 kilometer van Praag, in de tweede wereldoorlog door de Duitsers gebruikt om er joden in de stouwen (een eerbiediger woord kan ik er niet voor vinden). Waar er in het begin 7.000 soldaten gelegerd waren, vonden de Duitsers het normaal er 50.000 Joden in op te bergen. Het fort fungeerde als doorgangskamp voor Auschwitz en Birkenau.

Mijn echtgenoot, die soms door afwezigheid van voorkennis buitengewoon ‘zuiver’ kan reageren merkte op, toen Anne Sofie opkwam ‘wat een mooi meisje!’. Ik grinnikte. Von Otter is van 1955 en allang geen ‘meisje’ meer. Toch blijft ze die blonde, jonge uitstraling houden. Dat blonde blijft echter ook tussen haar en het publiek hangen. Ik kan het moeilijk duiden, maar waar ik bij Aznavour, de avond tevoren buitengewoon geëmotioneerd was, bleef de emotie hier volledig uit. Terwijl de avond een buitengewoon emotioneel thema had: alle componisten waar werk van gezongen of gespeeld werd hadden kortere of langere tijd in Theresienstadt gezeten, waren daar gestorven, of vergast in Auschwitz of Birkenau. Slechts een enkeling overleefde het. Bij het laatste liedje ‘Wiegala’ van Ilse Weber vertelde Von Otter dat Ilse Weber dat liedje ook nog gezongen had, slechts minuten vóór zijzelf en de haar toevertrouwde kinderen de gaskamers in gingen. Daar zouden bij ieder mens de tranen in de ogen schieten en dat gebeurde niet. Er haakt iets tussen Von Otter en haar publiek. Bij Carmen was dat niet het geval, daar heeft de regisseur waarschijnlijk de juiste snaar weten te raken. Wat is dat toch? Kunt u het mij vertellen? Voor zo’n avond in Carnegiehal had ik iets anders aangetrokken dan de flatjes en de skinny-jeans en het duidelijk-van-vorig-jaar-colbertje dat ze aanhad. En dat schuifspeldje in het haar hielp ook al niet. Ik werd even beticht van sopranennijd, maar ik kan u naar eer en geweten vertellen dat dat geen rol speelde die avond in Carnegiehal. En zelfs als ze zich wat plechtiger had uitgedost (de haar begeleidende heren waren keurig in drie-delig zwart), ik weet niet of het geholpen had. Jammer hoor, want nogmaals: ze zingt prachtig: zuiver, verstaanbaar, er mankeert niks aan, ik heb er groot respect voor. Het is alleen niet organisch, niet echt… en ik denk dat ‘m daar de kneep zit.

In Vocalies 26, die binnenkort op deze website verschijnt, zitten drie liederen van Weber en eentje van Alfred Kraus. Ze komen van de eerder genoemde CD.

En in het filmpje een opname van Carmen

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *