Feniks

Vandaag in 1792 werd operahuis La Fenice in Venetië geopend. Dus deze week maar es een stukkie over een gebouw, in plaats van over een mens of een opera-premiere. Een van de beroemdste operagebouwen ter wereld trouwens, en mooi! Ik ben erin geweest, dus ik kan het weten…
Het was natuurlijk een beetje self-fulfilling prophecy: als je een theater La Fenice noemt, loop je het gevaar dat de feniks zichzelf een keer in de as legt, om er vervolgens uit te herrijzen… Dat gebeurde dus, niet één keer, maar meerdere keren.
Maar laten we bij het begin beginnen.

In 1774 brandde het San Benedetto theater, dat meer dan veertig jaar het belangrijkste operatheater van Venetië was, tot de grond toe af. Meteen na de opening van het nieuwe theater kwam er ruzie tussen de eigenaar, de Venier familie, en het bedrijf dat het theater runde. De familie won, en het bedrijf bouwde een eigen operatheater op de Campo San Fantin. In1792 was het theater klaar. Het kreeg de naam La Fenice als herinnering aan het feit dat het bedrijf de slag met de familieVenier had overleefd en het werd ingewijd met een opera van Giovanni Paisiello (I Giochi di Agrigento).

Vanaf het begin van de negentiende eeuw werd La Fenice steeds geliefder in Europa. Rossini liet er twee producties opvoeren, Bellini liet er twee opera’s in première gaan, Donizetti kwam ervoor terug naar Venetië, na een afwezigheid van meer dan zestien jaar.

In december 1836 werd het theater vernield door brand. Het werd spoedig herbouwd naar ontwerp van de broers Meduna. De feniks herrees (strikt genomen voor de eerste keer) uit haar as en La Fenice heropende haar deuren op 26 december 1837.

Giuseppe Verdi’s band met La Fenice begon in 1844, met de uitvoering van Ernani. Hij raakte ook in de ban van het theater want in de daarop volgende dertien jaar vonden er de premières plaats van Attila, Rigoletto, La Traviata en Simon Boccanegra.

Tijdens de eerste wereldoorlog was La Fenice gesloten, maar daarna opende het weer om beroemde zangers, zangeressen en dirigenten aan te trekken. In 1930 organiseerde de Biënnale van Venetië er het Eerste Internationale Festival van Hedendaagse Muziek, met componisten als Stravinsky en Britten en meer recentelijk Berio, Nono en Bussotti die speciaal voor La Fenice composities schreven.

Op 29 januari 1996 werd het theater weer vernield door brand. Het had allemaal zo’n vaart niet hoeven lopen, maar voordat je in Venetië met je blusapparaten bij een brand bent, slaan de vlammen bij wijze van spreken al tot aan de hemel. Er zijn een paar steegjes rond La Fenice zo smal dat je in spreidstand de muren links en rechts bijna raakt. Rij daar maar eens iets van een blusapparaat naar toe. Voordat de jongens ter plaatse waren sloegen de vlammen inderdaad tot aan de hemel. Ik heb er foto’s van gezien en je artistieke hart breekt. Dat ze het zo prachtig hebben herbouwd is bijna ongelooflijk.

Opzet, trouwens? Hoe dan ook, in 2001 veroordeelde de rechtbank in Venetië twee electriciens. Enrico Carella en zijn neef Massimiliano Marchetti zouden de brand gesticht hebben, omdat hun bedrijf zware boetes voor achterstanden in het werk te wachten stond. Carella, eigenaar van het bedrijf, kreeg zeven jaar gevangenisstraf en Marchetti zes jaar. De herbouw duurde lang, heel lang, veel te lang. Toen ik in 2002 in Venetië was stond het gebouw nog in de steigers, bijna klaar, maar we konden er niet in. Op 14 december 2003 gingen de deuren weer open en afgelopen herfst, toen ik met mijn twee vriendinnen in Venetië was konden we er eindelijk in. Een voorstelling bijwonen was ondenkbaar, niet te betalen en allemaal volgeboekt. De vriendinnen namen me, heel lief, mee naar een voorstelling van La Traviata in een van de kerken die Venetië rijk is, ook leuk. En ik probeer altijd, heel kinderachtig even een toon te zingen in de grote zaal van zo’n theater. Er was een repetitie aan de gang, dus dat lukte ook al niet. Dus ik kon mijn lijstje niet uitbreiden met La Fenice. Inmiddels staan er La Scala, Her Majesty’s Theatre (London), Teatro Pergolesi, het Concertgebouw Amsterdam, Teatro San Carlo in Napels op het lijstje. Let wel: daar heb ik in gewoon even een toon geblerd. Als u dus op mijn cv ziet staan ’zong in het huppekee theater’ dan weet u wat een onzin dat is (dan weet u ook meteen hoe zwaar sommige cv’s van sommige amateurzangers wegen, u hebt het niet van mij…).

Op mijn cv moet trouwens de Rialtobrug in Venetië nog bij het rijtje waar ik gezongen heb, maar daarover bericht ik u ooit in een ander stukkie…(als ik het durf).

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *