Existentieel eenzaam?

Eerste effe: er staat al weer een paar dagen een nieuwe podcast klaar om beluisterd te worden. Zie de grote icoon hiernaast

Zondagavond op de bank na een heerlijk lang weekend wandelen door de lente en de dreven van Overijssel (wat een prachtig stukkie Nederland!)
Wat kijken we nou nog effe, nu we de afgelopen vijf dagen zonder TV konden leven? Manlief had – voor mij meer dan voor zichzelf – de nieuwe show van Marc-Marie Huijbregts opgenomen, ach ja, waarom ook niet.

Bij de eerste toon veer ik al overeind: is dat niet…. Ja, Schumann, Dichterliebe.
Na de eerste drie tonen schiet de ontroering al in mijn keel. Potdrie, dit is een hele andere manier van Lied zingen. Het Duits is niet perfect, hij heeft een beetje moeite de bariton báriton te laten zijn en lijkt ook nog niet helemaal vertrouwd met het genre… Maar op de een of andere manier grijpt het lied je naar de keel en zelfs op TV is de ontroering van de zaal voelbaar. Er zijn zeker baritons die het gladder, beter en vertrouwder-met-het-Lied kunnen, maar hierna zal er nooit meer een zijn die het zo ontroerend en authentiek (om dat vreselijke woord maar eens te gebruiken) kan zingen.

Hieronder de tekst, er spreekt een soort existentiële eenzaamheid uit die in alle shows van Huijbregts ook zit. En in mijn ziel, waardoor ik me met hem verwant voel. Want kijk maar eens naar de tekst (ik hoef ‘m toch niet te vertalen hé?): het is maar een droom, de geliefde leeft blijkbaar nog en het is zelfs ook nog oké tussen de beiden gelieven. Maar iets zit er dwars, een splintertje dat maar niet wil wijken. Meer iets dat in de zanger zelf zit, dan in de relatie… Subtiel hoe Schumann (eigenlijk Heinrich Heine, de tekstdichter…) dat heeft kunnen verwerken. Misschien is het wel de existentiële eenzaamheid van ieder bewust in het leven staand mens, maar nou word ik geloof ik heel filosofisch en zwaar op de hand, terwijl ik toch (bijna) altijd heel opgewekt in het leven sta…

Ich hab’ im Traum geweinet, mir träumte, du lägest im Grab.
Ich wachte auf, und die Träne floß noch von der Wange herab.

Ich hab’ im Traum geweinet, mir träumt’, du verließest mich.
Ich wachte auf, und ich weinte noch lange bitterlich.

Ich hab’ im Traum geweinet, mir träumte, du wär’st mir noch gut.
Ich wachte auf, und noch immer strömt meine Tränenflut.

‘Dichterliebe’ is de bekendste cyclus van Schumann, die bestaat uit 16 korte liederen. Heinrich Heine schreef de teksten; onnavolgbaar goeie dichter die Heine, hij heeft ook Schubert van teksten voorzien en was in zijn tijd een van de bekendste dichters (en een venijnige criticaster van de Duitse Romantiek). Hij geeft zijn teksten iets zuivers mee, iets transparants en helders, iets wat ik zeer weet te waarderen en dat me hevig kan ontroeren als ik het bij een zanger, of anderszins artiest aantref. En dat grijpt mij bij Huijbregts bij de strot: er zit – ergens onder alle homograppen en burgermanshumor – een bijzonder zuivere ziel in hem…

In het filmpje de versie van het Lied van Jonas Kaufmann, ook prachtig, maar toch…

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *