Registerbreuken en communicerende vaten

Registerbreuken. Tsja, moeilijk onderwerp. Maar als je gezegd hebt dat je het erover zult hebben moet je dat ook doen. Dus waag ik een poging, in de hoop dat u er wijzer van wordt en niet dat het meer vragen oproept dan het beantwoordt.

Als je zingt tap je uit drie verschillende vaatjes: eentje staat voor je borstregister, eentje voor het middenregister eentje tapt uit het kopregister. Je hebt nog mensen die daar bovenop over een fluitregister kunnen beschikken, maar daar hebben wij gewone stervelingen meestal geen beschikking over. Meestal is het strottenhoofd van die mensen ineens even gekanteld, omdat ze iets geks met hun stem aan het doen waren en hadden ze ineens een aantal tonen in de hoogte erbij. Als je die truuc nog een keer kunt uithalen, kun je met zo’n fluitregister aardig gekke dingen doen.

Je borstregister loopt (vanuit de piano gedacht) van d-groot naar d-klein. Het midden van d-klein naar d-1 en het kopregister van d-2 naar d-3. Allemaal ongeveer hè, want muziek is geen exacte wetenschap.

Nu ik Carmen studeer kom ik in een ander register terecht dan waar mijn eerste sopraan zich normaliter in beweegt. Meer in de laagte en meer rond het gebied waar de stemovergang van het borstregister naar het middenregister zit. Dat betekent opnieuw uitvinden waar de beste schakelplek zit en proberen dat schakelen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Omdat dat soepel schakelen voor de stem(banden) beter is en voor de toehoorder mooier. Als de muziek erom vraagt kun je besluiten het schakelen wel duidelijk te laten horen. Je krijgt dan een rauwer effect wat bij Carmen wel een functie kan hebben (mijn ouwe hoofdvakdocent aan het conservatorium krijgt nu kippenvel als hij dit leest), maar wat wel gevaarlijker is: je stembanden verdragen maar zoveel lompigheid en de toehoorder kun je niet steeds met al die emotie om de oren blijven slaan, daar wordt-ie moe en chagrijnig van.
En ook de kleur moet wat veranderen: waar het vroeger veel helblauw en knalrood was moet het nu meer in tinten bruin, paars en donkerrood. Leuk om te ontdekken, maar ik moet u eerlijk bekennen dat ik een nieuwe conditie op moet bouwen en dat het in het begin wel eens tot hesigheid en kuchen leidde… Het gaat inmiddels beter, dank u…

Goeie smaak en doseringskunst komt hier van pas (en zin voor lijfsbehoud natuurlijk, als je het zaakje naar de gallemiesen zingt ben je sowieso uitgezongen).

De plaatsen op de toonladder (haal weer even het toetsenbord van de piano voor de geest) waar die schakeling plaatsvindt is mede representatief voor wat voor stemtype u hebt. Hoe hoger het stemtype, hoe hoger het punt waarop u schakelt naar een volgend register. Een alt zal ongeveer een terts lager omschakelen dan een sopraan (ken u het nog vollegen???).

Bij de een loopt dat schakelen overigens veel soepeler dan bij de ander. Er zijn er die er onbewust overheen zingen en als ik dat hoor zegen ik hen in gedachten en begin er niet over…. Je zou ze maar es bewust kunnen maken en dan gaan ze er problemen over maken en zangers zijn al gecompliceerd genoeg. En van het borstregister naar het middenregister schakelen is vaak hoorbaarder en lastiger soepel te doen dan van het middenregister naar het kopregister. Jongens en meisjes die ‘belten’ gebruiken dat kopregister trouwens nauwelijks en blèren door op het middenregister totdat de stem zegt: toedeledoki, nou doe je het verder maar zelf. En dan gaan ze de klassieke pedagogen bellen en help roepen (tenminste als ze nog een geluid kunnen uitbrengen…) en dan zijn ze boos dat ze niet à la minuut geholpen worden.

Hoe vindt u nou uit waar die registerbreuk zit?
U doet even iets wat in principe niet goed is voor de stembanden: zing een harde klank è, die u zo laag mogelijk laat beginnen en zing die als een sirene naar boven. Je komt dan al snel op een punt waarop de stembanden op zijn strakst staan en loslaten om vervolgens opnieuw aan te gaan spannen. Dat punt hoor je, er is een soort (jodel)klik. Jodelaars doen niet anders dan hun stembanden die klik steeds laten maken. Niet zelf gaan rommelen met dat jodelen, want dat is een vak apart. Het punt waarop die klik te horen is, is het punt waarop de stem schakelt van borst- naar middenregister.

Hetzelfde kun je doen voor de schakeling van midden naar hoog. Maak er een lelijke, harde vlakke è van, dan is het het duidelijkst. Doe het niet te vaak achter elkaar. Het is best moeilijk te horen, waar het punt is, als je zelf luid aan het zingen bent. Gewoon morgen nog effe proberen, niet tot in den treuren doorgaan, want dan wordt het letterlijk in den treuren.
De beide punten waar de stem ‘overspringt’ naar het volgende register, gecombineerd met de kleur van de stem en het gebied waar-ie het meeste straalt, maakt u tot heldentenor, spielbariton, lyrische sopraan, contra-alt of noem nog maar eens meer van die gedrochten-namen op… Er zijn natuurlijk heel veel mengvormen.

Hoe oefen je nou het soepel laten lopen van die overgangen? Hier komt de theorie van de communicerende vaten om de hoek kijken. Je mengt wat van het een bij het ander en laat zo de stem soepel naar zijn volgende register glijden. Begin daartoe een dalende kwint te zingen, die ongeveer een terts boven de breuk begint en daalt tot een terts onder de breuk. Eerst neuriënd, later op een vocaal die makkelijk voor u is, dan op eentje die wat lastiger is. Doe hetzelfde stijgend. Luister goed en objectief naar uzelf, zing nooit te luid. Pas als het lekker loopt gaat u wat meer gas geven. Zoek in het repertoire waar u zingt uit op welke noot u schakelt, dat kan per aria verschillen. Het is nooit exact hetzelfde punt, want zoals ik al eerder opmerkte: muziek is geen exacte wetenschap. En maak het allemaal niet te emotioneel en gewelddadig: dat kan ook de moord voor uw stembanden betekenen.

Op die stemtypen en het bijbehorende repertoire gaan we een volgende keer verder in…

In het filmpje stemkunstenares Greetje Bijma,die heel goed kan spelen met registers. Ze praat er ook tamelijk consistent over. Als je haar soms hoort denk je, die is knettergek, maar volgens mij weet ze heel goed wat ze doet…

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *