Zangles (6) Klinkers en medeklinkers

In dit voorlaatste stukkie over zangtechniek en aanhangende ellende wilde ik het met u over de plaatsing van tekst en meer bepaald van klinkers en medeklinkers hebben. Dit keer weer met behulp van Theo Willemze’s ‘Algemene muziekleer’ want op zoek naar de stemtiepjes van de vorige keer kwam ik alweer een handzaam overzichtje tegen van de plaatsing van vocalen.
Vooraleer we aan de lettertjes toekomen allereerst een algehele regel over tekst van een strenge pedagoog (ik dus…):

U DIENT PER WOORD TE WETEN WAT U ZINGT!!!

In welke taal ook: zoek een vertaling (lang leve internet!), vraag het een vriend of uw pedagoog, pak een woordenboek, ga naar het asielzoekerscentrum in de buurt als het nodig is, mail desnoods naar Vocalies, maar vind uit wat u zingt. U hoeft een taal niet te spreken om er een lied of aria in te kunnen zingen, maar wilt u een en ander geloofwaardig over het voetlicht krijgen dan dient u te weten waar het over gaat tot in détail.

Pfoe, dat is eruit. Ik heb een strenge pedagoog gehad die slechts één les nodig had om mij deze wijsheid bij te brengen. Ik wist ergens niet wat ik zong (mijn Italiaans is lange tijd rudimentair geweest…). Hij hoorde het, onderbrak zijn begeleidend pianospel en vroeg: ‘weet je wat je daar zingt?’ Ik schudde bedremmeld nee. Hij deed bedaard het boek dicht, legde het terzijde en sprak de twee zinnen die mijn mijn verdere zingend leven doorgeholpen hebben: ‘Dan zoek dat maar eerst even op, dan komen we er volgende week op terug. Had je nog meer voorbereid?’ Zijn blik bleef vriendelijk en ik geneerde me zo, dat me dat nooit meer daarna ooit gebeurd is. Ik kon hem alles vragen, maar ik moest vooral niet net doen alsof ik het wist en er vervolgens maar een gooi naar doen: hij had een oor voor dat soort streken, een van de redenen waarom hij een uitstekend pedagoog was.
Als u opera zingt: vind uit in welke acte het stuk gezongen word en wat de achtergrond ervan is. Dat is trouwens leuk werk hoor, je steekt er een hoop van op. Als je een aria buiten zijn verband zingt (wat in de praktijk meer gebeurt dan in zijn verband) kan een interpretatie licht veranderen en concertant hoeft u zich niet zo aan te stellen als in de opera zelf, maar u dient wel de bedoeling van de aria over te brengen. En wiekende armen zijn daartoe niet genoeg, wat zelfs geschoolde zangers u met hun ‘gedoe’ willen laten geloven.

Lied en aanverwante artikelen is eigenlijk een verhaal apart. Waar je in opera met de witkwast schildert, doe je dat in Lied met een fijnpenseel en met heel veel nuances. Bewaar Liedzang voor later in uw opleiding. Begin met simpele opera-aria’s en oude Italiaanse liederen en aria’s. Hou uzelf niet tegen, maar leer ‘uitzingen’ en van daaruit terug naar zacht.
Ik zou er nog vellen over vol kunnen pennen, maar dan wordt het stukkie te lang. Als u goeie raad nodig hebt, mail me maar, maar hou er rekening mee: ik ben vaak liever eerlijk dan tactisch, daar komt u het verste mee. Daar gaan we, hou u vast, want het wordt heel technisch!
Ik ga even uit van het Nederlands. En van de klinkerdriehoek van Hellwag, die ik ergens van internet gevist hebt. U mag eens zelf surfen. En vooral zelf experimenteren.
Zelf uitproberen!

Ik hoop dat Willemze het goed vind wat ik nu doe:
De klinkers:
1. van open naar gesloten met verplaatsing naar voor in de mond
aa in raam, waar, raak
ae (de aa op zijn Haags, fout dus…)
e in lek, leg, les
i in blik, lig, lis
ee in leek, lees, leeg

2. van open naar gesloten zonder verplaatsing
aa in raam, waar, raak
e in de stomme e, de ehhh van de aarzelende spreker
u in geluk, lucht, lus
eu in leuk, leus, leugen
uu in Guus, Truus, Luuk

3. van open naar gesloten met verplaatsing naar achteren:
aa in raam, waar, raak
a in ram, wak, war
o in rommel, wrok
o in pot, koffer, pol
oo in poot, kloof, pool
oe in poet, loef, poel

4. glijvocalen (jasses…)
ei en ij = è + ie of è + éé
ui = eu + uu (of ö + uu)
au en ou = ò + oe of à + oe
aai, ooi, oei
eeuw = éé + oe
ieuw = ie +oe
uw = uu +oe

De medeklinkers:
bilabialen (articulatie met beide lippen): p, b, m, v, f
labiodentalen (articulatie tussen lip en tanden): v, f, w
postdentalen (articulatie met tongpunt tegen de tanden tegen de tandkas): t, d, n, l
alveolaren (tong tegen de tandkas) s, z, r (ja kindertjes in het Gooi: de tong tegen de tandkas!!!)
prepalatalen (tongpunt of tongrug tegen het harde verhemelte): r, d, n, r, l , als er een j op volgt
mediopalatalen (tongrug tegen het achterdeel van het harde verhemelte): j
postpalatalen (tongrug tegen het zachte gehemelte): k, g en de g van het Franse garçon
velaren (tegen de huig): de r van hen die ernstig brouwen… VERGETEN DAT DING!!!
laryngalen (ontstaan in het strottenhoofd): h.

Huiswerk: allemaal een keer uitproberen, goed snappen en vervolgens in de kachel gooien en vergeten.
Over twee weken de laatste les: wat mag op toneel en wat echt niet, niet volgens Bartjes, maar volgens Vocalies.

Als troost voor zoveel techniek in het filmpje Barbara Streisand die wel heel veel lettertjes in één minuut zingt. Wat mij opviel: het klinkt nergens gehaast, ze durft door te zingen tot de laatste ademteug en: je kunt het uitstekend verstaan!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *