Laatste Zangles

Stel nou hè, stel nou, u neemt al mijn voorgaande lesjes ter harte u combineert ze met een heleboel ideeën omtrent zingen van uzelf, een gezond stel hersens en een goed ontwikkeld emotioneel leven en het komt binnen afzienbare tijd zover dat u een podium oploopt om uw zang te delen met een publiek, just for the sake of the discussion dan hȅ.
Wat doe je dan en wat laat je dan?
Nou, tot slot van mijn miniserietje van deze zomer een paar raadgevingen, in willekeurige volgorde. Als u daarna nog durft, nou dan komt u van goeie huize….
1.
Onderschat uw publiek nooit! Zelfs de meest ongeletterden zijn gevoelig voor valse tranen en gespeelde emotie. Je houdt ze niet voor de gek. Wees echt, wees authentiek. U mag best hier en daar een noot missen, maar doe geen maniertjes en flauwe platvoersigheden.
2.
Lied en oratorium mogen van het blad, opera en operette niet (wat mij betreft die laatsten ook niet bij scenische uitvoeringen). En als u solo lied uitvoert: ook dan het liefst uit het hoofd. Uiteraard kent u de tekst en muziek zo goed dat ik u midden in de nacht kan wakker maken en dat u dan het vierde lied uit de Liederkreis foutloos voor mij reciteert… (zingen hoeft niet meteen als u net wakker bent).
Bij oratorium: kijk naar de collega-solisten: als die van het blad zingen staat u er een beetje ‘bloot’ bij zonder boek in de hand of op de standaard: pas u aan, maar liefst naar boven, niet naar beneden.
3.
Doe iets fatsoenlijks aan: een hele en schone broek met een fris hemd voor de heren en voor de dames iets moois, toepasselijks en niet te veel uit de toon vallend. Ik heb ooit in de operette een zigeunerin op blote voeten gezongen (achter het toneel had ik sokken aan die, als ik ze niet aanhad, door een koorlid gebruikt werden om de cupmaat wat op te vijzelen, zeg maar eens dat wij niet multifunctioneel bezig waren…). In concertvorm zou ik dat niet doen.
Maak u een beetje op (ja heren: u ook!), het hoeft geen bont kleurenpalet te worden, maar hou er rekening mee dat er vaak en veel (geel) licht gebruikt wordt; zonder make-up ziet u eruit alsof u kanker in het laatste stadium hebt (ik blijf maar liever steeds eerlijk…dan tactvol). Doe het haar een beetje leuk omhoog of zo… als u het maar niet voor uw gezicht schudt (hetgeen ik een zangeres die toch mocht optreden voor de Vereniging van de Vrienden van het Lied ooit zag doen: schande). Bedenk: u kunt zich niet verstoppen.
4.
Ik val een beetje in herhalingen ten opzichte van vorige stukkies: zing nooit iets wat u niet begrijpt, of wat u zich niet in kunt denken, of waar u zich niet in kunt verplaatsen. Ik hoorde een grote Nederlandse zangeres ooit zingen ‘I’ve got you under my skin’ van Gershwin. Aan alle kanten hoorde je: die heeft nog nooit zo liefgehad dat het onder haar huid kroop en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Niet doen, je ontkracht je eigen kunnen op andere gebieden ook als je zulke streken uithaalt. En die zangeres was/is een hele grote…. Ik zeg niet dat je alles meegemaakt moet hebben om erover te kunnen zingen, maar je dient de fantasie te hebben om je in de situatie te verplaatsen. Banaal voorbeeld: ik ben nog nooit dronken geweest (ik word altijd eerst ziek…), maar ik kan heel goed subtiel dronken spelen en zingen…
Mijn hoofdvakdocent sprak wel eens met een licht cynische ondertoon als hij tederheid van me wilde (een emotie die ik moeilijk in een geluid stop): ‘denk maar aan een nest jonge honden’ en hup: ineens werd mijn geluid drie tinten dieper rood…
Om diezelfde reden zal ik nooit moeder-aria’s zingen: ik heb nooit kinderen gehad en kan mij moeilijk in de emotie verplaatsen. Ik kan er alleen maar respect voor hebben en dat is niet genoeg om bijvoorbeeld ‘Senza mamma’ uit Suor Angelica te zingen. Dat doen anderen dus veel beter.
5.
Overdrijf uw voordracht niet, vooral niet bij concerten. Als u een beweging niet organisch voelt: maak ‘m niet! Om met Huub van der Lubbe te spreken ‘Waarheid komt van binnenuit en niet van boven’. Echte schoonheid wint, heus waar…. Nogmaals wees echt, voer geen spelletje op en laat operette-standjes achterwege, ook bij het zingen van operettes…
6.
Als u ooit met orkest zingt (you lucky bastard!): geef de dirigent bij opkomst een hand en daarna de eerste violist (da’s de man die op het hoekie zit, bijna recht onder de linkerhand van de dirigent). Niet vergeten, want als je die man (of vrouw) voorbijloopt hebbie het hele orkest tegen je in het harnas gejaagd en ooit nemen ze wraak. Doe die hand ook na afloop van het concert en zwaai dankbaar naar het orkest, zelfs als ze beroerd gespeeld hebben. En bedenk: de dirigent is de baas en uw schakel naar het orkest, uw steun en toeverlaat en hij is vóór u, maar vooral vóór het orkest. Met hen moet hij voort nà u en als het niet klikt bent u na vandaag weer pleiten en als het wel klikt komt alles goed en wordt u terug gevraagd. Wacht bij het verlaten van de bühne tot de dirigent een seintje geeft en bedenk: vrouwen gaan voor.
7.
Laat u niet gek maken door koorleden of orkestleden die het beter denken te weten dan u. Correcties komen van de dirigent en bij twijfel: rechtdoor. Liever flink erlangs kleunen dan subtiel schmieren want dan komen we er nooit achter wat u goed of slecht kunt…. En: eigenwijs is ook wijs: u hebt een gezonde dosis eigenwijzigheid nodig om te overleven.
8.
Laat u al helemaal niet gek maken door publiek. Als ik een duppie moest geven aan iedereen die me, meestal goed bedoeld, soms ook ronduit gemeen bedoeld, adviezen ging geven of het soort repertoire wat ik nou es moet gaan zingen, of de soort plekken waar ik nou es moet gaan optreden was mijn gage op vóórdat het geld mijn bankrekening bereikte (als het dat al ooit deed).
9.
Spreek van te voren goed af wat ze van u willen, voor hoeveel geld. Spreek een aantal repetities af. Ik heb ooit een regisseur gehad die iedere week de solisten liet opdraven, ze vervolgens in een kring om hem heen zette en dan zei: ‘zo, wat zullen we vanavond eens repeteren…?’ Als u van te voren afspreekt wat de bedoeling is, komen ze niet met eindeloze repetities aanzetten, of met een nieuw stuk, een week voor de première, maar komt u voor minder verrassingen te staan. Zonder verrassingen werkt dit leven in de schijnwerpers niet dus hier mijn slot-advies:
‘if you can’t stand the heat, don’t go into the kitchen!’

Binnenkort maak ik nog een keer een literatuurlijstje, dat publiceer ik een keer tussendoor op Vocalies.nl Mocht u daarvoor suggesties hebben (een mens kan tenslotte niet alles lezen en ik ben al een tijdje niet meer heel actief in het stemvak bezig) dan hoor ik die graag.

In het filmpje een versie van de aria ‘Senza mamma’ uit Suor Angelica, waar ik het hierboven over had. U kunt zien wat ik bedoel. En als u nou toch aan het joetjoeben bent: zoek ook even de slotscene van diezelfde Barbara Frittoli op. Prachtig!

En dan nog eentje waar inlevingsvermogen heel hoog scoort! Magisch! Cristina Gallardo Domas.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *