Aïda in Mannheim

Eerst even: er staat weer een nieuwe podcast op deze website. Zie de grote icoon hiernaast.

Kerst zit er weer op voor dit jaar. Ik was met een aardige groep gasten in Duitsland, in de Pfalz. Wonderschoon gebied. En een ideaal wandelgebied: glooiende bergen, weidse vergezichten, mild klimaat en gemiddeld om de tien kilometer een dorp met een of meer wijngaarden, waar je wat kunt drinken of eten… eentje voor mijn lijstje van favoriete bestemmingen dus.

We zagen vier mooie producties, waar ik u hier kond van ga doen; kunt u mooi – mét mij – nog een beetje nagenieten.
We begonnen onze reeks met Aïda van Giuseppe Verdi, in het Nationaal Theater Mannheim. Een Spartaans theater als je het mij vraagt. Harde stoelen en veel beton. Logistiek was het echter allemaal perfect geregeld en ruim opgezet. Aldus kreeg ik volop de gelegenheid me te laven aan een van mijn ‘guilty pleasures’ (ik heb er te veel): vóór de voorstelling al een hapje en een drankje bestellen, waardoor je in de pauze niet in de rij hoeft en lekker kunt genieten, terwijl je mensen kijkt.

Aïda was voor mij persoonlijk het hoogtepunt van de reis. Gelukkig vonden de meeste van mijn gasten de laatste opera het mooist: het is altijd fijn als een reeks zich naar een hoogtepunt opbouwt.

De regisseur had een klein toneel ter beschikking waar hij nogal wat volk kwijt moest. Hij had het opgelost door een soort draaiende tribune te maken. Uiterst efficiënt. Het betekende een vrij moderne aankleding van een verder tamelijk traditioneel gebracht verhaal en dat was prima.

Een paar ‘vondsten’ vond ik minder. Kinderen moeten er blijkbaar altijd bijgesleept worden en hier voelde dat ook zo. Het voegde nauwelijks iets toe: de kleintjes naar Aïda toe laten kruipen met uitgestrekte handen, alsof ze vluchtelingenkinderen waren die een thuis zochten. Ik vond het aan smakeloosheid grenzen en het lijkt me voor de kinderen in kwestie geen fijne ervaring.

Nog iets tamelijk smakeloos: tijdens het instrumentale intermezzo mocht het koor die tijd vullen door met dubbelgevouwen platen voor de borst te staan. Die platen moesten ze openen en sluiten, waardoor er telkens een soort mozaïek ontstond. Dat lukte niet iedereen even soepel en dus leek het geheel op een slechte operette. Dwars door de muziek werden de commando’s gegeven in snauwerig Duits; per keer werden de commando’s luider en kwamen ze sneller achter elkaar. U begrijpt de associatie? Mijn tenen krulden. Ik heb de reflex om de zaal uit te lopen moeten onderdrukken; ik was met gasten en dan doe je zoiets niet.

Overigens was het een geweldige voorstelling: Aïda zong wonderschoon, Radames was een getormenteerd krijgsheer, Amneris lekker slecht en de vader van Aïda had een formidabele stem en wist zijn dubieuze rol in het geheel goed over het voetlicht te brengen. Zijn onbuigzaamheid draagt er immers nogal toe bij dat beide gelieven eindigen in de catacomben. Voor die allerlaatste scene besloot de regisseur de beiden gelieven apart op het zijbalkonnetje te zetten en daar het laatste deel van hun partij van het blad te zingen. Amneris werd op het toneel in het centrum geplaatst: zij moet verder leven met de wetenschap dat ze de beide gelieven de dood heeft ingejaagd en daarbij haar eigen kans op geluk heeft vernietigd. Ook een zet waar ik graag met de regisseur over van gedachten had gewisseld.

In plaats daarvan deed ik die gedachtewisseling met de gasten in de bus terug. We werden het niet eens, maar hadden er wel een goed gesprek over, iets dat ik altijd hogelijk waardeer.

In het filmpje een uitgebreide trailer van de productie, waaruit ook duidelijk wordt wat ik bedoelde met die platen voor de borst. Als u een beetje Duits verstaat hoort u misschien nog iets van de drijfveren van de regisseur.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *