Carmen-journaal

Maandag 28 december 2009. Kerst is voorbij (gelukkig), de donkerste, kortste dag van het seizoen ligt alweer een week achter ons en hoewel de dagen nog niet veel langer zijn: we gaan weer in een opgaande lijn, niet meer in een neergaande.

Op het pleintje vóór de voormalige Azijnfabriek in ons goeie ouwe Den Bosch verzamelt zich een klein kleumend clubje: poppenspeler/regisseur Jan Smeets, pianist/dirigent Carl van Cuyck en ondergetekende, mezzo-sopraan tegenwoordig (staat er op de flyers) en schrijfster van dit stukkie. Mijn hart klopt in mijn keel van louter verwachting en aangename spanning: vandaag gaan de puzzelstukjes in elkaar vallen: een ieder heeft in wisselende samenstelling, maar nooit allemaal bij elkaar het zijne/hare zitten oefenen en vandaag doen we het voor het eerst met zijn allen. Als Jeanne de Vaan zich dan nog bij ons voegt en de beheerder van de Azijnfabriek de poort open en het koffiezet-apparaat aan heeft gezet kunnen we aan de slag: Carmen volgens Carmen gaat een volgende fase in.

In de loop van de ochtend volgt het decor en de pers komt langs voor een foto en een eerste stukkie in de krant. De mensen van het productiebureau rennen binnen en er weer uit, op zoek naar worstenbroodjes voor de hongerige pianist. De poppen komen uit de koffer waar ik ze gisterenavond met bloedend hart ingedaan heb: ik was gewend geraakt aan hun alles- en niets-ziende blik, terwijl ze in ons redactie-kamertje aan de kastdeuren hingen te hangen tot ze tot leven kwamen. Nu moeten ze terug naar hun schepper om de laatste aanpassingen te ondergaan.

Terwijl er met het decor gerommeld wordt (lampje hangt te laag; klemmetjes zijn te stroef, maar het wordt een prachtig decor) nemen pianist Carl en ik de losse endjes nog een keer door. Je ploetert thuis met behulp van CD’s, maar dan weet je niet hoe goed je je partijen kent en kun je je eigen tempo niet aanhouden. Dat kan nu wel. En het lukt.
Stukje bij beetje breien we de losse draden tot een geheel en de overtuiging groeit: we hebben een bijzonder krachtige formule in handen. Goed: de flamenco is nog niet helemaal flamenco en de teksten rammelen en de spelers hebben hier en daar moeite de poppen te laten doen wat de bedoeling is, maar het mechaniek van de betovering van opera komt in beweging.

Ik vind het allemaal geweldig: omdat ieder zijn eigen specialisme meebrengt hoeven we niet te wachten op teutende koren (sorry lieve mensen!) en rammelende orkesten (alweer: sorry lieve mensen), maar kan het tempo hoog blijven en snappen we snel van elkaar wat we willen en bedoelen. En hoewel we hard zijn tegen elkaar en geen tijd verspillen aan diplomatiek ge-ouwehoer weten we ook: het gaat om de muziek en het spel en er wordt nooit op de persoon of onder de gordel gespeeld. Ik ben ’s middags om half vier bekaf maar zit tevreden achter mijn (enorme!) borrel na te genieten van de dag: het wordt goed, het wordt vast goed!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *