Kroonjuwelen?

De hoofdredacteur was complimenteus in zijn jaaroverzicht van 2009: hij vond het een verrijking dat er iemand ‘zo gewoon’ over klassieke muziek schreef en niet deed alsof het de Britse kroonjuwelen waren. Hij had gelijk en ik was blij met het compliment, maar het zette me ook aan het denken.

Natuurlijk moet je een genre niet verheffen boven de mensheid, dan mis je een heleboel toeschouwers en waarderenden, maar is die klassieke muziek wel zo gewoon? In het leven van alledag wel; ook in alledaagse leven van een klassieke muzikant (die ik hier express muzikant noem en niet musicus). Je studeert en repeteert je suf en je leidt een schizofreen bestaan: ik zei het kortgeleden nog tegen iemand: als uitvoerend artiest wil je twee minuten vóór de uitvoering een miljoen geven als het niet hoeft. Slaagt de uitvoering dan zou je er een miljoen voor over hebben om het nog een keer te mogen doen.

Er is een heleboel gewoons aan ons bestaan (ik schaar mezelf voor het gemak maar even onder de klassieke muzikanten op deze wereld). En toch zijn ook in deze rubrieken termen als: ‘Das gewisse Etwas’, ‘talent’ en ‘magie’ al meer dan eens gevallen. De uitvoeringspraktijk kan geweldige sferen teweeg brengen, maar als je niet uitkijkt ben je niet bestand tegen de druk en bezwijk je eronder, geestelijk en/of lichamelijk. Het is voor mij altijd een dubbel bestaan geweest, ook nu weer, nu we Carmen aan het voorbereiden zijn. Ik werk met vakmensen, verheug mij op alle aandacht en hoogstandjes die er komen gaan, maar lig tegelijkertijd af en toe wakker, want ik weet dat de druk enorm kan zijn en ik wil het graag goed doen; dat ben ik mijn collega’s ook schuldig, evenals mijn publiek.

Toch moeten er manieren zijn om die druk te leren weerstaan. En terwijl ik tussen kerst en oud en nieuw even vrij was (onverwacht) en wat rust in mijn bestaan bouwde en op mijn gemak Vocaliesen zat samen te stellen en om stukkies vooruit te schrijven (het wordt straks druk en ik ben een control-freak: alles moet op tijd klaar en naast Carmen moet het ‘normale leven ook doorgaan), schoot ineens Maria João Pires me te binnen. Die kan met druk omgaan, blokkeert er niet door, weet spanning om te zetten in resultaat.

Wellicht kennen de pianisten onder u het filmpje. Ik had het op You tube in een vloek en een zucht gevonden: er is een repetitie aan de gang, met publiek in de grote zaal van het Concertgebouw onder leiding van maestro Riccardo Chailly, toen nog dirigent van het KCO. Het orkest zet het eerste stuk in en Pires schrikt zich te pletter: dat was niet wat ze afgesproken hadden, voor haar neus ligt een heel ander stuk… Wanhopige kijkt ze naar de dirigent met een blik die maar een ding wil zeggen ‘Stop!!!’

Chailly is druk met het orkest dat de noten na lange tijd weer ziet en merkt in eerste instantie niks. Maar iets van de straling dringt door, hij kijkt opzij en ziet niet wat hij gedacht had te zien: een rustige, afwachtende, zuverlässige Maria. Er volgt een gesiste conversatie, die in dit exemplaar is ondertiteld, dus u mag zelf kijken. Dan zie je Pires in zichzelf keren en zoeken naar een oplossing in een schijnbaar uitzichtloze situatie, ze graaft in haar enorme geheugen en zoekt en vindt de partituur… in haar hoofd.

En tegen de tijd dat haar eerste noten klinken weet ze dat het goed komt. Zonder te blokkeren weet ze haar angsten om te zetten in productiviteit. Ik vind dat van een grootheid die de Britse kroonjuwelen benadert, wat zeg ik: overstijgt. Het maakt haar tot een betere muzikant dan veel van haar soortgenoten. Hoe doet die vrouw dat? Dat zou ik toch zo graag willen weten.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *