Alweer Villazon?

Eerst even: Aflevering 60 staat erop! Zie de grote icoon hiernaast!

Mijn echtgenoot, de hoofdredacteur, speurt af en toe in programma bladen en kranten de kolommen van Cultura en Mezzo af, de twee zenders die op de kabel zitten en af en toe ineens de prachtigste programma uitzenden. Ik hol (overdrachtelijk gesproken) zo door het leven dat ik daar niet altijd toe kom. Hij holt trouwens ook, maar heeft soms zijn prioriteiten beter op orde dan ik. Hoe dan ook: hij nam voor mij een documentaire op over Rolando Villazon, een van de beste jonge tenoren van deze tijd. Had ik u al eens verteld dat ik hem ooit heb mogen interviewen? Nee? Bij deze dan: ik heb hem ooit mogen interviewen. Ik mag daarmee graag koketteren, zo merkt u wel! Het is al weer een paar jaar geleden dat ik met mijn bandrecordertje bij het gebouw van de Stopera stond aan het Waterlooplein. Ik heb er destijds over geschreven, dus ik ga er u niet weer mee lastig vallen. Als u het stukkie nogmaals wil lezen klik hier (ja u leest het goed: ‘nogmaals’ u hebt destijds natuurlijk gesmuld van dat stukkie!)

Ik zat drie kwartier ademloos te genieten van het menneke (zo zouden ze hem hier in Brabant noemen). Het is ook wel een muppet ook hoor, die Villazon. Ik wou dat ik een tiende van zijn energie had. Hij dartelt werkelijk door het programma en hij heeft een manier gevonden om al die loodzware partijen te zingen, zonder dat het hem de ziel kost. Zijn zenuwen blijft-ie de baas door te grappen en te grollen en iedereen achter de coulissen en in de kleedkamers hoorndol te maken. Op het toneel is hij buitengewoon betrouwbaar en het lijkt me een genoegen om met hem te mogen zingen, omdat er geen berekening in zijn persoon zit en omdat hij iets zuivers heeft (en dan bedoel ik niet zuiver in de zin van toonhoogte, noch bedoel ik het oubollig).

Hij zong de aria van Don José uit Carmen. Omdat ik die ook zing in mijn Carmenproject was ik extra oplettend. Hij neemt ‘m wat langzamer dan ik en ja hoor, hij heeft op dezelfde punten als ik er moeite mee (ik ben graag in goed gezelschap….). Luister maar eens aan het eind, het woordje ‘Car’ en ‘Q’a’, die tonen zijn niet helemaal stabiel. Omdat de aria maar doorstroomt is-ie lastig te behappen, je kunt nergens uitrusten. Metrisch is het allemaal ook nogal typisch verdeeld: een echte cadens is er niet in te krijgen, dus je raakt nooit ‘op een stroom’ . De tekst is prachtig, maar vooral van een man die obsessief verliefd is en niet meer aan iets anders kan denken dan aan ‘zijn’ Carmen. Dat liefde voor iemand betekent dat je die iemand de vrijheid geeft en niet bezit is al volledig uit beeld bij Don José. Hij heeft vóór deze aria een maand in de cel gezeten en is daar volgens mij hartstikke gek geworden. Reden waarom hij aan het einde zijn liefde en daarmee zijn leven vernietigt. Als je als zanger geen afstand houdt bij zo’n aria zing je je in de kortste keren aan gort. Die afstand wil het publiek echter niet zien, publiek wil juist die obsessie zien. Ik heb ermee geworsteld (ook al omdat het een tenor-aria is en geen sopraan-aria) en erover gedacht de handdoek in de ring te gooien en ‘m niet te zingen in de productie, maar uiteindelijk won de muziek en kan ik ‘m zingen. Dat voelt als een persoonlijke overwinning (dat wil het publiek vooral ook weer niet zien). Ik geef u hieronder de tekst en een (vrije vertaling).

La fleur que tu m’avais jetee / de bloem die jij me toewierp
Dans ma prison m’etait restee / bleef bij mij in mijn gevangenis.
Fletrie et seche, cette fleur / Verwelkt en uitgedroogd
Gardait toujours sa douce odeur / behield zij toch steeds haar zoete geur
Et pendant des heures entieres / en gedurende die uren
Sur mes yeux, fermant mes paupieres / bezatte ik mij, achter mijn gesloten ogen
De cette odeur je m’enivrais
Et dans la nuit je te voyais! / en in de nacht zag ik jou.
Je me prenais a te maudire / Ik begon je te vervloeken
A te detester, a me dire: / je te haten en mezelf af te vragen:
Pourquoi faut-il que le destin / waarom heeft het lot
L’ait mise la sur mon chemin? / jou op mijn weg gezet?
Puis je m’accusais de blaspheme / Later beschuldigde ik mezelf van blasfemie
Et je ne sentais en moi-meme / en voelde ik diep in mij
Je ne sentais qu’un seul desir / slechts één wens,
Un seul desir, un seul espoir: / één wens en één gedachte:
Te revoir, o Carmen, ou, te revoir! / je terug te zien, o Carmen,
Car tu n’avais eu qu’a paraitre / want jij hebt geen gelijke
Qu’a jeter un regard sur moi / die, door één blik op mij te werpen,
Pour t’emparer de tout mon etre / mijn hele wezen bezit
O ma Carmen!
Et j’etais une chose a toi / en ik heb jou slechts één ding te zeggen:
Carmen, je t’aime! Carmen, ik hou van jou!

Jippie, ik vond het filmpje op Youtube, waar de aria in zit. Prachtig. Hij krijgt me een applaus die Villazon, je ziet dat hij moeite heeft zo lang in zijn rol te blijven…. Als u dan toch bezig bent zoek dan de finale ook even op. Die is wat anders dan traditioneel: aan het eind wordt de suggestie gewekt dat Don José standrechtelijke ge-executeerd wordt. Je krijgt kippenvel als je ziet hoe hij zijn blinddoek afrukt en de adrenaline door zijn lijf giert. De enscenering is niet de mijne: die mensen in het wit gekleed, die in de traditionele setting niet op toneel zijn en Escamillo die afgevoerd wordt, hm…. Ik ben er niet kapot van, maar ach, smaken verschillen.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *