Het begin, het einde en het midden: Bach

Weer op de bank met eerder genoemd haakwerkje kom ik langs podium Witteman gezapt. Ik zie het niet altijd, maar als ik erlangs kom blijf ik altijd even hangen. Er is iets in mij dat haakt in het programma, ik kan niet duiden wat. Laten we het er maar op houden dat het de kift is dat Paul Witteman het presenteert en niet ik…

Hoe dan ook: ik hoor Gijs Scholten van Aschat – voor mij een van de grootste acteurs die we in deze tijd hebben, vertellen hoe hij ooit worstelde met zijn zenuwen – ik ben in goed gezelschap – en hij legt voor mij de vinger precies op de zere plek waar het Bach betreft, alleen: waar ik ibbel word van Bach (en dan zeg ik het netjes, het woord ‘ibbel’ is het understatement van de week…) wordt hij nou juist kalm en sereen rustig. Hij vindt troost en rust in melodieën die door elkaar gaan lopen, mijn geest wordt er bij het maniakale af ónrustig en agressief van.

Tijdens mijn hele klassieke leven heeft Bach altijd voor gemengde gevoelens gezorgd. Ik bewonder hem, maar kan niet met hem mee, dat vat mijn mening over hem eigenlijk het beste samen … Voor sommige van mijn vrienden is Bach het alfa en omega, zonder Bach geen Verdi, za’k maar zeggen en dat is misschien wel zo… Gijs heeft natuurlijk gelijk…

Het enige dat ik van Bach kan luisteren zonder met schoenen te gaan gooien zijn zijn late vioolconcerten, BWV 1041, 1042 en 1043. Die wijzen vooruit naar wat er ná Bach allemaal aan briljants kwam.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *