Wij dus naar Otello

Als je als echtpaar (wat een woord, ik zal er nooit aan wennen….) al een aantal jaren samen bent weet je niet goed meer wat je elkaar moet geven bij verjaardagen. Bij jonge liefde horen sieraden en gebruiksvoorwerpen zodat je aan elkaar denkt als je in het dagelijks leven even niet bij elkaar bent. Oudere liefde heeft dat minder nodig. In de loop der jaren kruip je in elkaars bloed en wezen en heb je het minder nodig steeds kunstmatig aan elkaar herinnerd te worden. Bovendien (sprak zij praktisch) heb je dan die sieraden nog uit het begin van je relatie om de herinnering te ondersteunen. Maar je wil wel attent voor elkaar blijven (dat is nodig hoor, dat u dat maar even weet: neem elkaar vooral niet als vanzelfsprekend, voor je het weet slaat sleur en onverschilligheid toe en de grootste vijand van de liefde is de onverschilligheid, niet de haat). Dus wat geef je elkaar dan op verjaardagen? Juist: iets waar je beiden plezier van hebt: een etentje, een dagje sauna om uit te rusten en bij te praten, een weekendje weg. En die weekendjes kosten ginne kneup meer sinds je vanaf vlieghaven Eindhoven met de prijs-stunters de halve wereld over kunt vliegen. Wij dus naar Praag, vanwege de zoveel-en-vijftigste verjaardag van mijn lief.

Mijn lief is gul, dus hij tracteerde ook: op een avond een paar weken vóór vertrek stak hij zijn hoofd om de hoek van de keukendeur; ‘wil je in Praag naar Tosca of wil je naar Otello?’ vroeg hij. Ik koos Otello, Tosca ken ik van binnen en van buiten en Otello niet… Je kan maar een reden voor een keuze hebben, nietwaar?

Zondagmiddag in Praag: op tijd terug van de laatste struinronde door de stad (prachtig, prachtig prachtig! we gaan er ooit terug), netjes in het pak gestoken (met wandelschoenen eronder; ik was niet van plan mijn nek te breken over de sneeuw die er gevallen was); te voet naar de Staatsopera. Heerlijk! De kaartjes zijn voordelig (ik denk dat vadertje staat nog zwaar subsidieert), een uitvoerig programmaboekje kostte nog geen twee euro en word je aangereikt door een keurig oud dametje dat daar wel geboren lijkt te zijn… een klauw-achtig rimpelhandje vertrouwelijk op je arm om je de goeie kant op te wijzen… We zaten in de zaal, de loges zijn voor de plaatselijke bevolking en abonnementhouders… Ik keek mijn ogen uit: de Staatsopera is er nog zo een met krullen en veel bladgoud en spiegels en het publiek is zo divers dat je je met kijken daarnaar alleen al zou kunnen vermaken: ouwe sjiek, verkeerde sjiek, echte sjiek, toeristen, oostblok-representanten (ouwerwetse kapsels, lange parelkettingen (zó vorige eeuw!), dikke panty’s met naad en galajurken uit het jaar stillekes). Ik genoot al met volle teugen vóórdat er ook maar een noot geklonken had.

Over de opera zelf heb ik wel wat aanmerkingen. Een heleboel was er goed: er was boventiteling in het Tsjechisch en het Engels, er werd keurig verstaanbaar Italiaans gezongen, het was overwegend zuiver. Desdemona kwam hier en daar een beetje merkwaardig op haar hoge noten aan: de weg naar boven was moeizamer dan de weg naar beneden; bij de anderen heb ik geen gekke dingen gemerkt. De tenor was een tenor zoals die in het Oostblok zich voorlopig nog staande kunnen houden: klein menneke, weinig acteertalent en een blok van een stem. De bariton Jago (verreweg de interessantste rol in de opera) had het meeste te bieden: een lekker slecht ogende forse man die de hele zaak aan het schijten kreeg (sorry, ik kan soms met Brabants meer uitdrukken dan met keurig Nederlands). Het koor (of de instudeerder van het koor) moet op zijn donder: steeds te laat met inzetten en trekken aan het tempo. Ik rekte even en kon de stok van de dirigent zien: niks mis mee: het orkest volgde buitengewoon gehoorzaam.

Degene die echter het meeste op zijn/haar donder moest hebben was de regisseur. In navolging van wat er modieus is in de theaters in het westen had hij gekozen voor een modern decor, terwijl de kostuums tradiotioneel waren. Dat gaat al mank, maar daar is nog wel overheen te komen. Hij had echter alles, maar dan ook alles afgenomen van de hoofdrolspelers om mee te werken: het zakdoekje van Desdemona hebben we één keer zien flapperen en dan moest je nog goed opletten, terwijl dat ding een hoofdrol speelt in het plot. Geen bed voor de slotscene (een kleed op de grond, waardoor je Desdemona’s en Otello’s laatste noten nauwelijks hoort, laat staan hun emoties ziet…), geen kam om de bijna hypnotische werking van haarkammen in Desdemona’s grote aria mee te demonstreren, geen bidstoeltje om vol overgave op neer te zijgen. Dienstmaagd Emilia had geen enkel rekwisiet om iets mee te doen en stond dus min of meer hulpeloos te wachten en te kijken hoe het noodlot zich voor haar bazin voltrok, duidelijk niet op haar gemak. Als je de tekst in de opera volgt en je zorgt dat datgene waar ze het over hebben er is, dan is dat al genoeg. En dat je geen bed neerzet kan ik me voorstellen, maar je veroordeelt zangers niet tot de grond, een nis of een verhoging op het toneel kan dan dienst doen.

Mijn vingers jeukten in de zaal: ik zag de nood van de zangers en het niet te vermijden geklungel. Aan Verdi’s muziek ligt het niet: daar zit echt alles in wat je nodig hebt. Het enige wat je moet doen is de partituur volgen, dan scoor je al een dikke zeven. Door dit geklungel kwam het regie-technisch nog niet aan een vijf en dat doet geen recht aan de solisten en aan koor en orkest. Ik heb genoten van de middag en was dankbaar voor het cadeau van mijn lief, maar ik zou die regisseur graag eens voor vijf cent meegeven. Eeuwig zonde…>

Omdat we het er nou toch over hebben nog even kort het plot van Otello:
De succesvolle veldheer Otello heeft een van zijn volgelingen, de jonge Cassio benoemd tot zijn opvolger. Otello is moe en der dagen zat en wil zich terugtrekken met zijn jonge, mooie bruid Desdemona. Bij de promoties is Jago, een vertrouweling en vriend van Otello gepasseerd. Jago is een intrigant en een slechte vent en hij besluit zijn protesten tegen het gepasseerd zijn in te houden en wraak te nemen, Hij weet dat Otello buitensporig jaloers is en hij zet een val voor hem: een zakdoekje – eerste geschenk van Otello aan zijn jonge bruid (zoals ik boven al schreef: jonge liefde heeft geschenken nodig) – ontvreemdt hij van Desdemona en zorgt ervoor dat het in de kamers van Cassio terecht komt. Die is verliefd op Desdemona, maar besluit dat hij zijn heer niet in verlegenheid wil brengen en houdt zijn liefde platonisch. Otello raakt buiten zichzelf van woede als hij merkt dat het zakdoekje in Cassio’s kamers is aangetroffen en hij eist van Desdemona dat ze het doekje laat zien. Ze is het kwijt en snapt niet Otello zich daar nou zo druk over maakt. Enfin, eind van het liedje: Otello vermoordt zijn bruid in het huwelijksbed en pleegt zelfmoord als hij inziet dat hij door Jago is uitgespeeld tegen zijn eigen geluk.

Een dun verhaaltje eigenlijk, gebaseerd op teksten van Shakespeare, die vertaald zijn door Arrigo Boito. Er zit een pracht kwartet in voor enerzijds Desdemona en Otello en anderzijds Emilia en Jago, Verdi’s specialiteit. Otello heeft een aria, waarin hij zichzelf opliert tot grote drift (er zijn theorieën die beweren dat Otello epilepsie had); er is een te weinig gezongen drinklied voor Jago en de lange, lange aria van Desdemona, die lastig concertant te doen is, omdat-ie teveel in de handelingen van de opera verwikkeld is, maar waarvan het slot-Ave Maria weer wel prachtig is om apart te zingen. Ik zong dat Ave Maria ooit op verzoek in op een bandje met begeleiding van kerkorgel. Ik kan me nog herinneren dat de kerkklokken sloegen in het naspel, dat wij daarvan schrokken, maar dat we later besloten die bim-bam erop te laten staan omdat het prachtig uitkwam. Waar zou dat bandje toch gebleven zijn?

Voor u en voor mij (omdat dat bandje zoek is) een opname van het Ave Maria door Renee Fleming. De opname ondersteunt mijn standpunt: geef je zangers wat om mee te werken, beste regisseurs en het wordt prachtig…. Zap vooral niet te snel weg: het naspel is werkelijk prachtig.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *