Me and my piano

Ik ga het doen, echt, ik zweer het u?. lang over nagedacht, maar het gaat echt gebeuren, echt wel! Ik ga ?m verkopen? echt waar? mijn piano?. Bijna dertig jaar een haat-liefde-verhouding mee gehad. Haat, omdat ik moest piano spelen zonder dat ik daar enig talent voor bezit. Het moest om mijn bijvak-examen op het conservatorium te halen en om mijn leerlingen te kunnen begeleiden (dat laatste is ondanks alle lessen en geduldige piano-pedagogen nooit gelukt), het eerste wel: ik slaagde in 1987 met een zes met een ellenlange min en het dringende advies les te blijven nemen en heb toen alle pianoboeken in een hoek gegooid en daar liggen ze nu nog (overdrachtelijk gesproken). De commissie had donders goed in de gaten dat ze me nog tien jaar les konden geven en dat het dan nog ginne kneup beter zou zijn geworden. Je kunt als zanger zonder pianospelen, echt, ik ben er een voorbeeld van? Mijn hersenhelften zijn er niet op gericht onafhankelijk van elkaar te opereren; hetgeen een randvoorwaarde is voor fatsoenlijk piano spelen. Mijn oren horen dat mijn vingers eerder tien a-muzikale pikhouwelen waren dan een vloeiend samenspelend geheel en hebben daar pijnlijk last van, mijn ego nog meer.

Liefde om een aantal redenen: het is een goed instrument. Het blijft uitstekend op toon, de bassen klinken lekker vet, hetgeen het een fijn instrument maakt om bij te zingen en de aanslag ? zo verzekerden mijn begeleiders – is prettig, regelmatig en net zwaar genoeg.

Nog een reden: ik schafte de piano aan in 1982, ik weet niet hoe oud hij toen was (is een piano ‘hij’?); de rekening heb ik niet bewaard. Het was mijn eerste daad nadat een ingrijpende verkering uit was. De oud-geliefde ging mee om hem te kopen en ik moest een duur doorlopend krediet afsluiten om hem te kunnen betalen: 4.750 gulden kostte hij, ik weet het nog precies, een enorm bedrag voor een 23-jarige. Hij moest toentertijd naar een zolderkamer getakeld worden en balanceerde in de keuken even op de rug van een van de verhuizers (ik ging bijna door de grond, ook dat vergeet ik nooit meer). Ik zwoer daar voorlopig niet meer weg te gaan en logenstrafte die eed binnen het jaar; ik ging samenwonen en dezelfde meneer had andermaal een paar seconden de piano op de rug vooraleer hij weer door het raam waar-ie door binnen gekomen was naar buiten ging, om vervolgens op de eerste etage van ons nieuwe huis terecht te komen. Sinds die tijd heeft het instrument mij op mijn levenspad vergezeld: eerst door mijn conservatoriumtijd (toen rammelde ik er nog zelf op), daarna langs alle operette-projecten waar ik aan meedeed (hij kent de rollen van Gräfin Mariza, Sylva uit Die Czardasfürstin, Carmen, Helena uit La Belle Helene, talloze liederen en koorstukken, om maar eens een dwarsdoorsnede te noemen).

Hij voegde zich naar de handen van geliefde begeleiders die het verdienen ze hier met naam te noemen: Piet Zeegers, Cees van de Weijden, Guy de Werd, Hans van den Eijnden, Ad Maas, Carl van Cuijk, Lex Wiersma, Jan van Maanen, Kees Hillen, Victor Striker en mijn excuses voor degenen die ik vergeten ben. Hij produceerde heel veel soorten muziek: jazz, zo’n beetje alle genres klassiek, carnaval-schlagers, smartlappen en zelfs incidenteel een rock ‘n roll-nummer. Hij was niet van toon of van slag te brengen, zelfs niet na verblijven in takels, in vochtige ruimtes, klem in de hoek van de trap of in een slecht huwelijk… Hij bleef op toon en hoefde eigenlijk alleen pro-forma gestemd te worden. Je zal maar zo’n kameraad hebben.

Maar nu, na bijna dertig jaar is het klaar. Ik ga mijn solocarrière beëindigen (dat u niet hoorbaar in een proest schiet hoor, er is eigenlijk nooit sprake geweest van een carrière, meer van zingen voor de lol…). Ik heb toenemende moeite met de druk die dat met zich meebrengt en ik werk 32 uur in de week, verzorg voor twee lokalo’s radio-uitzendingen, hou een website bij en maak podcasts en heb ook nog een leuk sociaal leven en ik wil niet solo-zingen alsof ik het ‘erbij’ doe, dat is de muze onwaardig. Ik ga het Brabantkoor eens lekker opzoeken, bij vriend Carl aan het projectkoor meewerken, bij de nieuwe opera’s die ze in Den Bosch ter gelegenheid van het Jeroen Boschjaar gaan maken achter de schermen meewerken en nog zo wat dingen en als ik dit lijstje lees, word ik alweer moe van het typen. Ik weet dat ik teveel hooi op de vork laad, maar dat zit in mijn aard.

Mijn vriend de piano heb ik daarbij niet meer nodig: als ik eens een lijntje voor mijn zang moet opzoeken kan dat ook op een key-boardje en de piano kan daar naartoe waar hij bespeeld wordt. Hij is van onschatbare waarde, maar hij mag de deur uit voor 750 euro, zie de foto hieronder als u wil weten of hij er nog netjes uitziet. U moet ‘m dan wel op eigen kosten uit het raam laten takelen. De meneer die dat bijna 30 en bijna 29 jaar geleden deed zal wel niet meer in de piano-business zitten.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *