Liebesliederwalzer

Zo, na alle politiek gedreutel van de afgelopen weken even terug naar de bron van Vocalies: zingen. Vandaag in 1868 was de première van de eerste cyclus Liebeslieder Walzer van Johannes Brahms; hij was er in de zomer van 1868 aan begonnen. Als het ooit over zingen in zijn puurste vorm gaat, is het hier wel (vind ik).

De twee korte cycli zijn geschreven voor vier zangstemmen en vierhandig piano. Je kunt voor die vier zangstemmen een koor kiezen, maar het wordt al gauw te log en te weinig puntig terwijl de stukkies als juweeltjes zijn als je ze maar wendbaar genoeg zingt.

Vier solisten dus, maar niet met een te solistische mentaliteit: ze moeten in verschillende samenstellingen zingen en af en toe elkaar de boventoon gunnen. Als je van die egotrippers hebt wordt het allemaal alsnog veel te zwaar en te schreeuwerig. Brahms moet het niet van het forte hebben, maar van de wendbaarheid en niet van de solo’s, maar van het subtiel samen zingen.

De liederen zijn allemaal in 3-delige maat geschreven, oftewel wals, oftewel Ländler (een soort van wals, za’k maar zeggen). De eerste cyclus heet Liebeslieder. Walzer en heeft als opusnummer 52, de tweede Neue Liebeslieder en die heeft opusnummer 65.

De teksten zijn op één na allemaal afkomstig uit de verzameling gedichten van Georg Friedrich Daumer, getiteld ‘Polydora’. Die teksten op hun beurt weer zijn een soort ‘nadichtingen’ (ik verzin het woord ter plekke…) van volksgedichten, vaak uit het Russisch, Pools en Hongaars vertaald. Tekstmupkes, die verloren zouden zijn gegaan, had Brahms ze geen tweede leven had bezorgd door ze op muziek te zetten.

Het is echt heerlijke muziek om te zingen en om naar te luisteren. Ik zing niet meer solistisch, maar potverdrie, ik zou er mijn techniek weer eens voor oppoetsen om ze een keer met een stel leuke collega’s en twee pianisten te kunnen zingen. Ik zou er nog behoorlijk aan te halen hebben ook, want ze zijn niet makkelijk.

Brahms zei er zelf over (ik vertaal vrij) “Ik vreet een bezem als er niet wat mensen zijn die plezier beleven aan deze liederen”. Hij kreeg trouwens bijna ruzie met zijn uitgever, want die wilde perse meteen de versie met tekst (en daarmee dus met zang) uitgeven, terwijl Brahms zelf liever eerst de versie voor vierhandig piano zonder tekst had uitgegeven. En Brahms zag ook liever dat solisten de liederen zongen, in plaats van een koor… Die zag natuurlijk ook dat het met koor mogelijk te log werd (sprak zij enigszins badinerend)

Je krijgt er energie van, van het zingen van deze liederen, al is de sfeer lang niet altijd vrolijk, vooral de tweede cyclus is af en toe bij het cynische af wantrouwig naar de liefde.

Van negen liederen is er ook een versie met orkest, ook met zang ad libitum, maar die kwam pas in 1938 in druk en wordt weinig uitgevoerd.

Ik ga u niet vermoeien met alle titels, dat wordt zo’n opsomming. Ik heb me suf gezocht op YouTube naar een goeie uitvoering en daar ligt nog een uitdaging… pfoe. Alles wat ik hierboven beschreef gebeurt: te log, met de boeken in de hand, onzuiver, onduidelijk, af en toe eenheidsworst, kortom: juf Vocalies was niet erg tevreden.

Ik vond één kort lied, zonder beeld en zonder beschrijving van wie het zingt. Die uitvoering kwam in de buurt. U mag verder zelf surfen… Koop ze anders… of bestel de bladmuziek, zoek drie goeie collega’s en twee pianisten bij elkaar en ga ze zelf zingen… Veel plezier ermee!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *