Kol Nidrei van Max Bruch

Vandaag in 1883 was de première van een van de mooiste muziekstukken ooit: ‘Kol Nidrei’ van Max Bruch. ‘Kol Nidrei’ is Hebreeuws, het schijnt zoveel te betekenen als ‘alle beloften’. Vóórdat ik de loftrompet begin te steken over het muziekstuk maar even iets over de betekenis van die twee woorden. ‘Kol Nidrei’ is een soort verklaring die uitgesproken wordt in de synagoge aan het begin van de avonddienst op Yom Kippoer. Het is niet echt een gebed, meer een soort statement, dat in het Aramees (dus niet in het Hebreeuws) wordt uitgesproken. Het ‘verlost’ de gelovigen van beloftes die ze het afgelopen jaar gedaan hebben.

Ik ga hier niet in op de politiek achter deze twee simpele woorden, want toen ik op internet opzocht wat de woorden betekenden kwam ik al in een soort polemiek terecht die zijn weerga niet kent. Ik heb er geen oordeel over, hetgeen al bijzonder is, want uw Vocalies heeft normaliter overal een mening over. De verklaring kan uitgelegd worden als een vraag om vergiffenis voor het komende jaar en voor het afgelopen jaar aan diegenen aan wie je een belofte gedaan hebt die je niet hebt gehouden of niet kon houden. Voor de polemiek over dit onderwerp moet u op andere websites zijn, ik beperk me even tot het muziekstuk.

De compositie van Max Bruch (opus 47) is geschreven voor cello en (klein) orkest. Bruch maakte de compositie af in Liverpool en het stuk ging in première in Berlijn. Het werd opgedragen aan en gespeeld door Robert Hausmann, beroemd cellist in zijn tijd.
Alle thema’s van het stuk zijn variaties op twee Hebreeuwse melodieën. Het gaat mij vooral om het eerste thema, een imitatie van de stem van de Hazzan, de cantor, de zanger, za’k maar zeggen.

Bruch kwam in aanraking met de Joodse gemeenschap in Berlijn. Cantor Abraham Jacob Lichtenstein steunde Bruch’s interesse en Joodse muziek en wakkerde die aan. Volgens wat ik lees was Bruch er niet per se op uit ‘Joodse’ muziek te schrijven, alswel Joodse invloeden in zijn eigen muziek ‘in te voeren’.

Hoe dan ook: het is een prachtig stuk geworden, bijna therapeutisch van sfeer. En het ondersteunt mijn adagium dat muziek in zichzelf goed is. Dat gedoe dat je geen Wagner zou moeten spelen in Israel, geen Klezmer-muziek in sommige delen van Amerika, geen Rock ’n roll in kerkelijke gemeenschappen en geen Gospel in staten waar men de kerk buiten de deur wil houden is natuurlijk een door mensen bedacht criterium dat er alleen op gericht is ons gescheiden te houden en arm van geest. Muziek is niet goed of slecht in zichzelf, ze is dat hoogstens van kwaliteit.

In de opname hieronder een buitengewoon emotioneel spelende Jacqueline du Pre. Er zitten hier en daar ‘glijertjes’ in, die nu niet meer zo gespeeld zouden worden. Ik besef dat ik nogal wat van u vraag, potdorie, bijna 12 minuten… maar mooi!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *