Johannessen, Matteussen, Messiahassen, allemaal werkwoorden

We gaan weer einde vastentijd, richting Pasen en dus duiken ze weer op: de meezing Messiassen, Matteussen, Johannessen en Stabat Maters, hoewel, van die laatste ken ik geen meezing-versie, u?

Ik zucht wel eens als ik weer zo’n aankondiging zie, wat bezielt al die mensen die daar in de zaal met de partituur op schoot gaan zitten… Ga bij een goed koor, denk ik dan, en studeer ze mee in op de juiste en degelijke manier, dan mag je ‘gewoon’ op het podium en kun je daar meezingen en pik je er veel meer van op dan zo’n vrijblijvend avondje-met-de-partituur-op-schoot. Maar het zal wel aan mij liggen: de groepen mensen die vrolijk richting theater of kerk lopen met een partituur onder de arm worden almaar groter en het kwam mij via facebook ter ore dat de AVRO een extra uitzending van ‘De Tiende van Tijl’ gaat besteden aan de tijdloze schoonheid van de Matteus (woensdag 27 maart). Gelijk hebben ze; met dat programma maken ze de blunder van dat vreselijke dirigentenprogramma weer een beetje goed. Je moet sowieso niet boos worden op een club die probeert de klassieke muziek aan de man te brengen, ook al hebben ze je persoonlijk honds behandeld. Tijd heelt vele wonden, of tenminste maakt ze minder pijnlijk…

Maar goed, waar gaat u nou naar toe en met welk boek onder de arm?
Eerder besprak ik hier al eens het verschil tussen de Johannes en de Matteus van Bach. Mocht u dat stukje nog eens willen lezen, klik dan op het rode tekstgedeelte. Naar de Matteus hebt u een dikker boek nodig dan naar de Johannes, daar komt het hele verhaal – lekker prozaïsch – op neer (Bach zou zich in zijn graf omdraaien als hij dit las). Dus voor de Matteus en Johannes zijn we eruit…

Over de Stabat Maters:
Allereerst de vertaling: ‘Stabat mater dolorosa’ betekent letterlijk ‘de moeder stond bedroefd’. Eigenlijk moet er nog achteraan: ’naast het kruis’, want het is zo’n dolend zinnetje zonder die toevoeging, maar alla, dat zinnetje zetten ze bijna nooit in de programmaboekjes. Het zijn de eerste woorden van een van de beroemdste middeleeuwse gedichten over het verdriet van Maria om haar gekruisigde zoon. De schrijver was waarschijnlijk een Fransiscaner monnik. De bekendste componisten van een Stabat mater: Boccherini, Diepenbrock, Dvořák, Haydn, Jenkins, Palestrina, Pärt, Pergolesi, Poulenc, Rheinberger, Rossini, de beide Scarlatti’s, Szymanowski, Verdi en Vivaldi.
Die van Rossini is misschien de bekendste, want net een opera. Ik zie ‘m u nog niet onvoorbereid wegzingen, u kunt aan het einde van de avond waarschijnlijk geen pap meer zeggen, laat staan zingen…

Meestal beginnen de concerten waar het Stabat mater op het programma staat met de Gregoriaanse versie, prachtig, maar wel een beetje doorwerken, want er zijn maar liefst 10 flinke strofen. Ik heb er een paar versies van meegezongen in een koor en moet u zeggen dat ik eigenlijk ook Rossini de leukste vind (hoewel: ‘leuk’ is een slechte term in dezen; zoals het Requiem van Mozart een bijna vrolijk Requiem is, zo is het SB van Rossini een bijna vrolijk stuk, omdat het zo sterk aan opera doet denken en dan zit je bij mij al gauw gebakken…).

Dan de Messiah:
‘Messiah, an Oratorio’ (let op: zonder lidwoord!), ook wel ‘A New Sacred Oratorio’ van (dus) George Frederic Händel werd gecomponeerd en voor het eerst uitgevoerd in 1742 in Dublin. Voordeel ten opzichte van de hiervoor genoemde werken is dat het niet zo lang duurt; minder dan tweeënhalf uur. In de Angelsaksische landen wordt de Messiah (we doen er het lidwoord hier maar weer bij, praat gemakkelijker) ook rond de Kerst uitgevoerd.

De tekst voor de Messiah werd door Charles Jennens geschreven: een groot aantal losse, korte teksten uit het Oude en het Nieuwe Testament. Händel componeerde het werk in 24 dagen; wat goed is gaat snel, moet-ie gedacht hebben.

Ik denk dat, als u wat koorervaring hebt, u de Messiah wel ‘wegzingt’, uiteraard niet vlekkeloos…. Je moet wel een antenne hebben voor de hierboven genoemde muziek. In de Messiah zitten een heel stel stukken die bekend zijn geworden, het meest bekend zijn de aria ‘Ev’ry valley’ (swingt de pan uit!) en (voor koor) het Hallelujah. Het Hallelujah ken ik zo goed dat u me midden in de nacht kunt wakker maken en dan een bestelling kunt doen of u de sopraanpartij in het Engels of het Latijn wil horen. Ik ken alle tussenspelletjes en alle inzetten van de andere partijen; ik heb het stuk enkel-bezet gezongen en zodanig gebruld dat de koster van de kerk naderhand kwam kijken waar al die andere koorleden waren. Ik heb het ook ooit aan de bar van ons stamcafé gezongen, om tien voor twee ’s nachts, niet dronken, maar wel teut, met een aantal andere stamgasten, die het stuk net zo goed kenden als ik. Ook teut en niet ingezongen haal ik de hoge a (in de partij voor de sopranen en de tenoren) met gemak, altijd…. Mijn echtgenoot viel bijna van zijn kruk over zoveel vocaal geweld en de barman genoot, heerlijk…

In het filmpje een stukje uit het SB van Pergolesi, deze versie gekozen omdat het bijna therapeutische muziek is. Misschien dekt hier de muziek het meest volledig de droevige tekst. Anna Netrebko en Marianna Pizzolato zingen de sterren van de hemel. Elders op You tube is ook de hele versie te vinden, mag u zelf naar surfen. Let op de lange lijnen, die schrijven het tempo zo’n beetje voor. Ik ontdekte dat verschillende dirigenten, verschillende opvattingen hebben over dat tempo. Hier is het het meest ‘organisch’.

Ik wens u, religieus of niet, een mooie paastijd toe!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *