Grietje Oudenampsen, logopediste en zangpedagoog

Een midweekje naar Parijs, het zou genoeg stof op moeten leveren voor mooie stukkies over klassieke muziek. We begonnen onze ‘Tour de culture’ op het beroemdste kerkhof ter wereld Père Lachaise, Ik kwam mooie namen tegen voor een stukkie: Edith Piaf, Maria Callas, Gioacchino Rossini, Frederic Chopin, George Bizet… Ik zeg niet dat ik alle graven gevonden heb hoor, Pére Lachaise is een aangenaam doolhof; als u ooit gaat kijken: neem er de tijd voor…

Toch wordt het geen stukkie over de hierboven genoemden, want toen ik ‘s avonds op de I-pad van echtgenoot het NRC ‘doorbladerde’ (hij was douchen, dus het mocht…) floepte er nog een naam van een dode voorbij: Grietje Oudenampsen… Ik liet bijna het speeltje van mijn echtgenoot uit mijn handen glijden, er gaat potdomme iedere keer als ik op vakantie ga een bekende dood, kan ik nou nooit es even weg uit Nederland, zonder dat dat voor iemand onomkeerbare consequenties heeft? (Ik maak een grapje hoor… stel je voor zeg…)

Geen stukkie over Callas, over Chopin, over Rossini of Piaf, maar over de zangpedagoge die mijn stem net voor de poorten van de ondergang wegsleepte: Grietje Oudenampsen. Zoals voor mij onweerlegbaar uit de advertentie blijkt heeft ze zelf de regie over haar leven in handen gehouden, tot en met het aller- allerlaatste moment. Ze schrijft: “Na een actief leven, werd het tijd voor een actief einde…” Ze heeft haar lichaam ter beschikking gesteld aan de wetenschap: er zal geen begrafenis zijn. Ze groet iedereen die haar kende nog een keer hartelijk en dat was dat.

Net geen negentig is ze geworden; ze werd geboren in juli 1923. Ik vond niet zo heel lang geleden nog een filmpje van haar op YouTube, waarin ze er nog net zo uitzag als toen ik haar leerde kennen in 1984, toen ik, met een sopraanstem die op sterven na dood was, bijna wanhopig zocht naar iemand die me kon helpen met mijn stemproblemen. Het filmpje dateerde uit 2012 geloof ik en de ogen priemden nog net zo genadeloos dwars door de camera in de mijne als ze dat in 1984 hadden gedaan; met Oudenampsen in de buurt had je tijd noch lef voor streken of divakuren, ze zag ze van kilometers ver aankomen en gewerkt moest er worden, adem in!

Ik leerde haar kennen, als gezegd in 1984. Mijn stem was in de jaren daarvoor eerst veel te slap en daarna veel te fors behandeld; ik kon geen heldere toon meer produceren en zuiver was het rond het breukgebied (voor de knagers onder u: rond e-II) al lang niet meer. Een vriend die het beste met me voorhad nam me mee naar ‘La Oudenampsen’ en hij waarschuwde: zet je schrap, want niet iedereen kan het met haar, begraaf je ego maar een tijdje en doe wat ze zegt, misschien is het nog niet te laat…

Hij kreeg gelijk: ‘La Oudenampsen’ (toen vooraan in de zestig) keerde me binnenste buiten (tamelijk letterlijk trouwens: op een gegeven moment had ze mijn volle gewicht over haar rug getrokken en voegde ze van onder mij toe “Zing!”).

Na filering van mijn stem en persoonlijkheid ging ze thee zetten (thee met haar drinken was een voorrecht dat alleen voorbehouden was aan degenen die haar genegenheid gewonnen hadden, maar dat wist ik toen nog niet) en keek ze me daarna van over de rand van haar theekopje priemend aan: “Ik denk dat ik je kan helpen, er is niet genoeg aandacht besteed aan het machtigste deel van je instrument, je ademvoering. Als je bereid bent hard te werken, komt het waarschijnlijk wel in orde en halen we mogelijk de aansluiting naar het conservatorium in 1985 wel, maar alleen…. (Ik weet nog dat ik het hoofd boog voor haar doordringende blik)… alleen als je precies doet wat ik zeg!”

En wat doe je dan als sopraan die (dan nog) denkt dat de wereld op haar zit te wachten? Juist, je geeft je onvoorwaardelijk over.
We hebben het gehaald Grietje en ik en ik haalde, als voorspeld, de aansluiting naar het conservatorium. Het heeft struif gekost, en tranen, maar we haalden het…

En ze heeft niet alleen mij, maar heel veel mensen geholpen, in ieder geval diegenen die het ‘met haar konden’… Want het was ‘ginnen hèndigen’, zoals we in Brabant zeggen. Ze kon niet tegen dilettantisme en slapte; met haar werken betekende een ijzeren zelfdiscipline: geld werd aan les besteed en aan kwaliteit, niet aan ‘optreedjurken’. Je rookte vanzelfsprekend niet en dronk zeer met mate, je zorgde goed voor lijf en geest en alles stond in dienst van de muze. Volgens haar kon een relatie niet samengaan met een carrière (ik zit te grinniken terwijl ik dit type: in ieder geval in mijn geval had ze gelijk, toen…); zelf was ze een voorbeeld van die stelling: voor zover ik weet had ze tot het allerlaatste moment kind noch kraai, al weet ik dat er diepe vriendschappen waren.

Ik had en heb grote bewondering voor haar en daarom noem ik in de titel nog één keer haar naam, daarom schrijf ik deze kleine ‘necrologie’, iemand moet haar toch uitluiden?

Mevrouw, Dame, Grietje Oudenampsen, dank u voor wat u voor mij betekend hebt en voor misschien wel honderden anderen, dank voor uw nooit aflatende ijver voor ‘de stem’, voor uw doorzettingsvermogen, voor uw analytische, messcherpe geest, voor uw niet-zachtaardig heelmeesterschap, voor uw trouw en voor uw regie, tot en met het einde.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *