Moeilijk kwartetten

Pfoe, een moeilijke week deze week: dingen waarvan ik vind dat ik er wat van moet vinden (rustig lezen deze zin; hij gaat kloppen…), maar waar al zoveel mensen wat van vinden; mijn mening (hoe onbescheiden ook….) voegt er niet veel meer aan toe: de dood van Maarten van Roozendaal, een jonge Nederlandse operaregisseur die een belangrijke prijs krijgt, het Belvedère operaconcours in Amsterdam, waar ik al eerder over schreef…

Mijn echtgenoot bracht orde in mijn heen en weer springende gedachten: hij had de hand weten te leggen op de film (regiedebuut van Dustin Hoffman) ‘Quartet’ en van de week krulde ik naast hem op de bank van voorpret.

Die voorpret werd niet helemaal waar gemaakt: het is een aandoenlijke film en vooral voor liefhebbers van de wat traditionele klassieke muziek is-ie een feest van herkenning. Hoffman maakt echter zijn film niet rafelig genoeg: er zijn een heleboel clichés waar je iets mee zou moeten: de eenzaamheid van de diva en de tenor wordt niet echt uitgesponnen, hoe verlaten de blik van (fabelachtig actrice) Maggie Smith ook is. En de beroerte die een van de andere hoofdrolspelers (Billy Connolly) gehad zou hebben ook al niet. De dementie van actrice Pauline Collins wordt hier wel erg Amerikaans geflatteerd weergegeven en het constante zware weer waar de ouderenverzorging (en zeker die van gepensioneerde artiesten) in verkeert komt ook al niet uit de verf. Daar hadden mogelijkheden gelegen, maar Hoffman wilde waarschijnlijk vooral een comedy maken over oudere artiesten en dat is gelukt. Ik vind wel dat hij er zich aan het einde met een Jantje van Leiden van afmaakt… Dat hij zijn acteurs niet kan laten zingen snap ik, de muziek is veel te moeilijk… maar hij had er iets op kunnen verzinnen!

Rode draad in de film is een van de moeilijkste kwartetten ooit geschreven in de opera-literatuur: ‘het ‘Bella figlia-kwartet’ uit Verdi’s Rigoletto. Ik moet er ooit over geschreven hebben, want ik heb er ooit zelf een partij van gezongen. We hadden destijds behoorlijk wat moeite het onder de knie te krijgen en hadden er de harde hand van een opera-fanatieke dirigent bij nodig om de noten erin gestampt te krijgen. Uiteindelijk werd het een van de hoogtepunten van de avond.
Het kwartet wordt in de laatste acte van Rigoletto gezongen. Deelnemers: de Graaf en Maddalena, bij elkaar staand (binnen) en Rigoletto en Gilda (buiten). De Graaf probeert Maddalena te verleiden en Rigoletto probeert zijn dochter over te halen wraak te nemen.

Gilda en haar vader staan buiten (voor zover dat kan in opera dan hè, maar in opera kan alles…) en Gilda hoort de Graaf zijn verleidingskunsten botvieren op Maddalena en is daardoor erg van streek. Dat heeft Verdi heel knap in haar partij verwerkt, die ontreddering. Gilda’s vader Rigoletto voegt haar toe dat huilen niet zal helpen…

De Graaf blijft het proberen bij Maddalena en Rigoletto blijft proberen zijn dochter te ontnuchteren en onder controle te krijgen. Maddalena neemt de Graaf niet serieus, maar lijkt toch toe te geven. Aan het einde zingt de Graaf nog een keer “Vieni!” , maar dan is het een verzoek, geen verleiding meer en Maddalena weet: ze gaat het pleit winnen: de Graaf is voor haar en niet hij, maar Gilda zal sterven door de dolk van Maddalena’s broer. Rigoletto krijgt zijn wraak er niet door en Gilda is alleen maar als in trance: ze zal bijna slaapwandelend haar dood tegemoet lopen.

Wat het kwartet tegelijkertijd razend knap gecomponeerd én razend moeilijk maakt is dat alle stemmen een zelfstandige partij hebben met een daarbij behorende emotie. Ze bezingen dus alle vier iets anders, maar moeten wel goed samen zingen: een uitgesproken solisten-kwartet dus en dat in de letterlijke zin van het woord. Als je teveel naar de anderen luistert vlieg je eruit, en als je te weinig luistert ga je overheersen en krijg je de dirigent over je heen.

Voer voor knagers misschien deze keer: er valt op YouTube veel te genieten, want het kwartet is door veel goeie zangers opgenomen. Ik koos voor de versie van Pavarotti/Sutherland/Nucci/Jones. Beter zingen kan bijna niet, al begint het vibrato van Sutherland in deze opname een beetje naar beneden te slaan. Saillante details: kijk hoe Pavarotti ongegeneerd naar de borsten van Isola Jones kijkt. Ze zijn prachtig hoor, daar niet van, maar ik zou bang zijn dat ze uit mijn hesje zouden floepen… Sutherland is prachtig qua stem, maar veel te fors van gestalte voor de rol en te oud: ze is hier waarschijnlijk ouder dan de man die haar vader speelt: Leo Nucci. Ik koos toch deze opname vanwege de bijna griezelig perfecte zang. Er is ook een mooie opname met Domingo (die dan Rigoletto zingt, een baritonrol) en Grigolo…. Maar daar wordt geplaybackt volgens mij en wat erg wild geacteerd… U kent het devies: zelf surfen!!!!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *