Met stip op één… in 1814!

Vandaag in 1814 scoorde Franz Schubert zijn eerste hit. Het lekker hysterische ‘Gretchen am Spinnrade’ kwam binnen met stip op één.

De tekst is gebaseerd op een tekst uit Goethe’s Faust.
Overal waar ik informatie over Gretchen – zo zullen we het lied maar even noemen in dit stukkie – probeer op te halen, lees ik dat het een lastig lied is, zowel voor de zangeres (in het origineel een sopraan – en da’s maar goed ook, want die kunnen zo lekker hysterisch tetteren en dat heeft dit lied nodig, het moet vooral niet geestelijk gezond klinken…) als voor de pianist.

Gretchen zit aan haar spinnewiel en zingt, onderwijl denkend aan Faust en alles wat hij haar beloofd heeft. De pianist doet het spinnewiel na en dat is verrekes lastig. Op de eerste plaats werkt het spelen van zo’n repeterende figuur hypnotisch. Tenminste dat vertelde mijn pianist. We hebben het lied bij een concert één keer gezongen en daarna zei hij het nooit meer te willen begeleiden. Hij is voor geen kleintje vervaard, maar hij was me volledig kwijt geraakt, zo zei hij. Op de tweede plaats raken de spieren in je linkeronderarm op den duur in een soort kramp. Steeds maar die figuur die door en door gaat en niet te luid mag zijn, dus tegenhoudend spelen, daar word je als pianist ook niet vrolijk van. De figuur in de linkerhand moet met Gretchen mee, met haar emoties alsof hij haar voet is als het ware.

Op de climax van het lied stopt de piano; bij het woord ‘Kuss’ raakt Gretchen zo bezig met haar emoties dat ze vergeet te spinnen. Ze realiseert zich dat en begint weer hortend op gang te komen met haar voet. Briljant gevonden trouwens, van Schubert. Bovendien is het net alsof het lied ook weer opnieuw begint, hoewel het eigenlijk – in rondo-vorm – gewoon doorgaat.

Het lied is zo ongeveer door alle grote sopranen ooit gezongen (en door alle kleinere ook trouwens). Sommige zangpedagogen beginnen met hun leerlingen Lied(eren) te laten zingen en dan komt Gretchen nogal eens langs. Ik vind dat geen goed idee, beginnen met Liedzang; Lied moet je zingen als je kunt fijnpenselen en ik zou eerst willen leren de witkwast te hanteren. Niks zo slecht voor een stem dan steeds te moeten inhouden met zingen. Ik zou ze opera laten zingen en operette en desnoods Musical (zonder te belten) tot ze het instrument onder controle hebben en weten wat luid is. En net als bij een hond die pas ophoudt met steeds te blaffen als hij weet wat commando ‘luid’ betekent en wat commando ‘stil’, zo kan een sopraan pas inhouden als ze eerst weet waar de grenzen van de stem liggen en haar techniek verder gevorderd is. Het is maar een mening hoor en het is mijn mening, dus als u er anders over denkt hoor ik het graag… en mijn excuses voor de onelegante vergelijking van een hond met een sopraan…

Van de grote sopranen zijn er opnamen met Elly Ameling, Renée Fleming, Barbara Bonney, Janet Baker, Anne Sofie von Otter in onze tijd en met Kathleen Ferrier, Christa Ludwig, Irmgard Seefried, Elisabeth Schumann, Lotte Lehmann, Rosette Anday en Elisabeth Schwarzkopf in een wat verder verleden.
De grap van YouTube is dat je ze zo leuk met elkaar kunt vergelijken en daarbij ook kunt zien dat de inzichten over interpretatie en techniek met de jaren aardig kunnen veranderen.

Hieronder de tekst. Ik hoef ‘m niet te vertalen toch? Spreekt voor zich.

Meine Ruh’ ist hin, Mein Herz ist schwer, Ich finde sie nimmer und nimmermehr.
Wo ich ihn nicht hab ist mir das Grab, Die ganze Welt ist mir vergällt.
Mein armer Kopf ist mir verrückt, Mein armer Sinn ist mir zerstückt.
Nach ihm nur schau ich zum Fenster hinaus, nach ihm nur geh ich aus dem Haus.
Sein hoher Gang, sein’ edle Gestalt, seine Mundes Lächeln, seiner Augen Gewalt,
Und seiner Rede Zauberfluß, sein Händedruck, und ach, sein Kuß!
Mein Busen drängt sich nach ihm hin. Ach dürft ich fassen und halten ihn,
und küssen ihn, so wie ich wollt, an seinen Küssen vergehen sollt!

Tsja en dan heb je een probleem: een heleboel opnamen van ‘Gretchen’, en hysterisch genoeg (en ook een paar hele slechte…), maar veel zonder beeld en veel met orkest en niet met piano. Dusss…
twee filmpjes opgeladen: een met Angelika Kirchslager en Melvin Tan aan de piano en eentje met Renée Fleming en Claudio Abbado als dirigent. Persoonlijk vind ik dat de hypnose van het spinnenwiel een beetje verloren gaat in het orkest, maar oordeelt u vooral zelf en ga zelf zoeken. Af en toe rijzen de haren je te berge, maar er zit veel moois tussen! Mocht u ooit zelf aan het lied gaan studeren: hou uw motor (de adem) rustig en verder wens ik u veel hysterie, geloof me, het kan louterend werken!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *