Hoe het begon


Ik een gastcolumnpje schrijven over klassieke muziek? Ik??? Pfoe, nee hoor, effe niet. Ik heb van de heilige muze alleen maar verdriet geh . . .

Stel je niet aan, dat verdriet doe je jezelf aan en je hebt er al die jaren ook veel plezier aan beleefd en mooie verhalen over verteld en dat was heus niet allemaal kommer en kwel. En die mooie verhalen willen mensen misschien wel lezen, in plaats dat je ze alleen aan de keukentafel aan vrienden vertelt.

Pfoe, de keukentafel, het mocht wat?

Put your money nou maar es where your mouth is . . . Die repetitie die zo chaotisch verliep, dat verhaal over die karbonaadjes van Mozart en die keer dat je in je onderrok de finale uit Der Zigeunerbaron hebt staan zingen . . . met tegenlicht . . .

Ha, ha, ja dat was me het avondje wel toen.

Stilte

O, en dat interview met Villazon in het nieuwe gebouw van de Stopera dat was ook leuk en ik kan es iets over zangtechniek schrijven. Nee, ik doe het niet hoor, ik vond het al zo moeilijk om in mijn werk afscheid te nemen van de klassieke muziek, ik wil er niet steeds aan herinnerd worden.

Joh, mauw nou niet. Zo kun je mooi je eigen klassieke wereldje scheppen en er nog anderen van mee laten genieten ook. Je hoeft je aan geen enkel keurslijf te houden.

Ha ha, weet je dat wel zeker, meneer de hoofdredacteur?

Nou ja, het mag natuurlijk niet langer zijn dan 200 woorden, anders leest geen mens het en ik wil continu

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *