Rolando Villazon

Eindredacteur AVRO-klassiek bij bureau: ‘Heb jij tijd om naar Amsterdam te gaan en Rolando Villazon te interviewen voor een stukkie op onze website?’ Slik, mijn hart zakt naar de bodem van mijn maag. Rolando Villazon? Dat is toch….? Hij knikt: een aanstormende tenor, met de potentie tot de top vijf van de wereld te gaan horen. Er kan niemand anders en ik weet toch wat van vocaal? Nou dan?

Mijn vocale opleiding zorgt ervoor dat ik zonder trilling in mijn stem vraag: ‘Wanneer? waar?’ Antwoord: ‘Vanmiddag in het gebouw van de Stopera in Amsterdam, je weet wel, bij het Waterlooplein. Wees hem genadig.’

En dus sta ik die middag bij de balie van de artiesteningang. Ik moet eerlijk toegeven: het geeft me een satanisch genoegen ontkennend te kunnen antwoorden op de vraag of ik auditie kom doen. Die frustrerende tijd ligt gelukkig achter mij. Maar ik kom wel voor Rolando Villazon en of ze ergens een kamertje hebben? Liefst met stopcontact voor mijn bescheiden bandrecordertje . . .?

Ik mag in de kamer van de chef-dirigent. Natuurlijk zit ik net onder het bureau mijn stekker in het stopcontact te doen toen hij binnenkomt: klein van stuk, wat ondeugenderig. Mijn ongelukkige pose breekt meteen het ijs. Heel veel gekker kun je er niet bijstaan en niks menselijks is Villazon vreemd.

Het wordt een prettig gesprek. Hij, Villazon, heeft de tijd van zijn leven: een prachtige rol in Don Carlo van Verdi in Amsterdam in de lente, wat wil je meer? Iedere avond na de voorstelling op pad met vrienden; als je jong bent kun je doorzakken en toch de volgende dag weer zingen… Ik vraag en vraag en vraag en hij vertelt en vertelt en vertelt.

Als ik zeg dat ik een hekel heb aan moderne opera-enscenering gaat hij meteen proberen of hij de tenor-aria uit La Traviata zou kunnen zingen terwijl hij zogenaamd een tennisbal serveert, precies op de manier waarop ik het op tv heb gezien. We hebben lol.

Nadat de bandrecorder uit is speel ik mijn laatste troef. Een collega heeft me geadviseerd: vraag hem eens of hij zijn mister Bean imitatie wil doen. Hij lijkt op Rowan Atkinson en hij is meesterlijk. Mijn woorden zijn niet koud of de onderkaak schiet in de bekende overbite en de motoriek werd schokkerig en onhandig. Hij herschikt de papieren op het bureau van de chefdirigent en ik schater. Een top-tien moment in mijn klassieke leven.

Villazon is binnenkort in Nederland: op 28 maart en 2 april zingt hij in het Muziektheater (in hetzelfde theater waar hij dus ooit door die beroemde sopraan geïnterviewd werd).

Klik hieronder voor een link naar You Tube, waar Villazon de mooiste aria voor tenor ooit geschreven zingt: ‘E lucevan le stelle’ (vrij vertaald: ‘Wat zijn de sterren aan het schitteren’)uit de opera Tosca van Giacomo Puccini.

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *