Repetities

Koorrepetities kunnen nogal eens verschillen is mijn ervaring.

Bij het projectkoor, dat zondags repeteert, van tien tot twee in een ‘zaalgelegenheid’ met tap. Om 10.25 uur: in rookwolken en de lucht van verschraald bier: ‘Dames en heren kom nou! Het is al minstens kwart over tiehien! We moeten nog zoveel doehoen. En we zouden niet roken in de ruimte waar gezongen wordt en MAG DIE ACHTERGRONDMUZIEK AF???!!! En waarom zijn er maar twee van de zeventien bassen? Oh, op de camping dit weekend…’

Bij het Brabantkoor, dat ook bij elkaar komt en hele zaterdagen en zondagen repeteert, van tien tot vijf. Om 10.02 uur: ‘Dames en heren, wat heerlijk dat u er weer allemaal bent. Welkom bij dit Mozart Requiem. Het wordt een prachtige serie concerten. Ik wilde om te beginnen er maar even gewoon doorheen slaan… twee, drie, vier…’

Bij het projectkoor halverwege de repetitie: ‘Nee, we pauzeren vandaag maar een kwartiertje in plaats van een half uur, jullie waren al zo laat bij het begin. Sopranen, jullie kijken niet, zodra jullie beginnen te lopen kijken jullie niet meer en je kunt mij toch echt vanaf overal op het toneel zien, als je maar wil. En het is toch echt ‘D`e`e`e is de prins, hoeoeoeoe komt hij hier? in plaats van ‘Dé is de priiiins hoe komt hij hier?’

Bij het Brabantkoor, vlak voor de grote middagpauze: ‘We maken dit deeltje nog even af, dan is dat maar klaar voor vandaag… Tenoren, het zou de goede afloop van het stuk bevorderen als u allemaal in maat 44 een Es zong in plaats van sommigen een E. Doen we het overigens niet voor over…

Bij het projectkoor om twee uur: ‘Kunnen we niet nog even doorgaan, we begonnen al zo laat… O, u moet met de kinderen naar oma, het bos in, de hei op, of terug naar uw luie zondag. Tsja… dank voor uw aandacht en tot volgende week EN DAN BEGIINNEN WE ECHT OP TIJD!!!’

Bij het Brabantkoor heeft de dirigent in zijn eentje vanaf tien uur de repetitie geleid en om vijf voor vijf zegt hij: ‘Kijk dames en heren, het is in maat 14 erg ongelijk. Let op, ik doe es een dansje in plaats van zwaaien, dan zingt u wel gelijk…’ en hij huppelt het koor met zijn houtigere, maar charmante motoriek in een ruk door naar het einde van de moeilijke fuga, inderdaad nu wel gelijk. Om tien over vijf spoedt ieder zich voldaan – ook de dirigent – huiswaarts.

Er waren tijden dat ik zaterdags in het ene koor, als koorlid en zondags in het andere koor, als solist zong. Kunt u zich voorstellen dat ik af en toe schakelmoeilijkheden had?

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *