Die Fledermaus

5 april 1874: de premiere van Die Fledermaus in Wenen.
Johann Strauss was Jacques Offenbach te vlug af. Offenbach liep namelijk rond met plannen om op basis van het toneelstuk van Heilhac en Halévy een operette te schrijven. Het kwam er maar niet van en dus was Strauss ‘m voor.

Het is een van de leukste operettes ooit, al is-ie wel eens het slachtoffer van platte lol en slechte orkesten. De muziek zit gepokt en gemazeld in elkaar. Ik heb zelden een rol gezongen (Rosalinde) die zo logisch voelde en zo makkelijk zong. De aria ‘Klänge der Heimat’ lijkt wel voor mij geschreven.

Er zit niet zo heel veel koor in, reden waarom de Fledermaus niet heel vaak wordt uitgevoerd: amateurkoren worden vervelend als ze niet genoeg te doen hebben…. (ja hoor: bedoeld als prikje…!).

Het was ook de eerste keer dat een tenor aan mijn borsten mocht zitten zonder daarvoor een dreun te krijgen. Leo van der Plas (want die was het) kweet zich tijdens het ‘Uhrduett’ met verve van zijn taak en liet mijn en zijn integriteit daarbij in tact.

Het werd een heerlijke productie, waarbij ik in nieuwe kostuums mocht optreden, speciaal voor mij gemaakt en voor het eerst een visagist/kapper tot mijn beschikking had (nou ja, ‘mijn’ beschikking: hij schminkte alle solisten).

De plot? Och, niet heel interessant: huwelijksperikelen, drank, een weddenschap, verkleedpartijen… even schudden en je hebt een van mijn lievelingsoperettes.

Volgens mij zingt Kiri Te Kanawa een deel in het Hongaars… de vertolking is de beste van een rijtje slechte op Youtube. Het is allemaal niet erg gelijk, maar wie maalt daarom met zo’n prachtvrouw en zo’n prachtige enscenering… Let ook eens op de (kale) travestierol van Prins Orlofsky: een heerlijke rol voor een mezzo!

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *