Père Lachaise en een leeg graf

Dit rondje Père Lachaise had u nog van me tegoed. Het wordt een muziek-rondje; het kerkhof is te groot om alle beroemdheden die er liggen te ‘behandelen’. Ik beperk me daarom tot degenen die er liggen die iets met klassieke, of vocale muziek te maken hebben.

De eerste is meteen al een giller. Gioacchino Rosini. Hij ligt er namelijk niet…. Hebben wij naar een lege crypte staan kijken. Ik lachte me een kriek toen ik het (naderhand) las… Zoiets bizars maak je met klassieke muziek mee… Maar goed, even heel kort over zijn leven: Hij werd geboren in 1792 in Pesaro en had zijn eerste successen met zijn opera Tancredi in 1813. In 1824 vestigde hij zich in Parijs.

De laatste dertig (!) jaar van zijn leven componeerde hij nog nauwelijks. Zijn zwanenzang was de wonderschone Petit Messe Solennelle, waarvan sommige bronnen vermelden dat hij die puur voor zijn plezier componeerde en andere dat hij ‘m componeerde om verzekerd te zijn van een plek in de hemel… zucht…

Ik was een aantal jaren geleden in zijn huis in Pesaro en kon me herinneren daar een foto te hebben gezien (kon men in 1868 al fotograferen of zou het een schilderij geweest zijn?) waarin er mannen met zakdoeken voor hun neus rond een lijkkist stonden. Die foto flitste door mijn herinnering toe ik op Père Lachaise stond.

Ik weet niet meer of de foto kort na zijn dood genomen is, of bij de herbegrafenis, negentien jaar na zijn dood. Ik kan ‘m ook niet meer terugvinden op internet. Hoe dan ook: Rossini ligt in de Basilica di Santa Croce in Florence. Samen met vriend Bellini, van wie ook een lege tombe staat op Père Lachaise

George Bizet’s graf ziet er al net zo verwaarloosd uit als dat van zijn componistenbroer Rossini. Twee gedachten bestormden mij toen ik bij zijn zerk stond. De eerste was: wat bezielt mensen toch dat ze zich laten begraven met een zerk op hun graf? Willen ze herdacht worden? Er komt na enige tijd geen hond meer om die graven bij te houden: getuige een kerkhof van 47 voetbalvelden groot, waarvan negentig procent van de graven zwaar onderkomen is… Doe mij maar een crematie.

De tweede gedachte was: geef me eens een borstel, dan poets ik het graf van de componist van mijn lievelingsopera (Carmen) even schoon. Tegenstrijdige gedachten dus, daar op Père Lachaise…

George Bizet werd geboren in Parijs in 1838, hij studeerde aan het Conservatoire national supérieur de musique van Parijs. Op zijn negentiende won hij de Prix de Rome. Hij is vooral bekend door zijn opera’s, maar schreef ook symfonieën en liederen.

Zijn bekendste symfonie is zijn eerste, de Symfonie in C uit 1855. Een van zijn weinige directe successen was de opera ‘Les pêcheurs de perles’, vooral bekend om het duet voor tenor en bariton, ‘Au fond du temple saint’ (door collega’s ooit oneerbiedig vertaald als ‘ik vond in de tempel een cent’, foei!).

Zijn bekendste werk is de opera Carmen (1875). Bizet maakte het succes van Carmen niet meer mee. Kort na de première overleed hij op 36-jarige leeftijd.

En nu zouden we naar het graf van Callas kunnen lopen, of naar dat van Jim Morrison; geen klassieke muzikant, maar een hopeloos aan de drugs verslaafde en naar mijn mening zwaar overschatte zanger van popgroep The Doors.

We kunnen naar Chopin, of naar Enescu, of naar een van de andere componisten die er begraven liggen (een heleboel!) maar ook dat doen we niet, we lopen, uiteindelijk op aanwijzing van een gids, naar het graf van Édith Piaf. Via haar graf vinden we later ook de uitgang van de begraafplaats en lopen de wijk in waar Piaf geboren en opgegroeid is.

Édith Piaf werd in Parijs geboren als dochter van een Italiaans-Berberse kroegzangeres en een Franse acrobaat. Ze werd door haar grootmoeder, bordeelhoudster, opgevoed. Haar debuut als zangeres maakte ze rond haar vijftiende. Het drama begon vroeg in haar leven: op haar zeventiende werd ze al moeder; het kind stierf na twee jaar aan een hersenvliesontsteking.
Nachtclubeigenaar Louis Leplée gaf haar de bijnaam ‘La Môme Piaf’ (Het Meisje Mus).

De bokser Marcel Cerdan was dé liefde van Piaf, ze werd zijn maîtresse. In 1949 overleed Cerdan door een vliegtuigongeluk. Misschien is ze over die klap nooit heen gekomen, want echt gelukkig werd ze niet meer (zo ze dat al ooit geweest was….) Ze was kort getrouwd met de zanger Jacques Pills en in 1962 trouwde ze met Theophanis Lamboukas, een 20 jaar jongere zanger en acteur.

Piaf stierf op 10 oktober 1963. Jean Cocteau, haar grote vriend, werd binnen enkele uren na het horen van het nieuws door een hartaanval getroffen en stierf. Haar begrafenis trok honderdduizenden mensen naar de straten van Parijs en de ceremonie bij de begraafplaats werd bezocht door meer dan veertigduizend fans.

Charles Aznavour, die vaak met haar zong merkte op dat de begrafenis van Piaf het enige moment was na de Tweede Wereldoorlog dat het hele verkeer van Parijs stillag.

In het filmpje haar lied ‘Le droit d’aimer’. Er was nogal wat kritiek op haar laatste huwelijk, de nieuwe echtgenoot was twintig jaar jonger dan Piaf en er werd – naar – gefluisterd dat hij haar voor haar geld zou hebben getrouwd.

Je hart breekt als je dat kleine vrouwtje ziet, krom gegroeid door de reuma en aan het einde van haar krachten, maar mijn hemel, wat een charisma, wat een innerlijke kracht. Ze staat in haar recht die kleine mus. Het is lang niet altijd zuiver, maar dat deert hier niet. Zoek vooral zelf op YouTube, er is veel te genieten

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *