Mozart’s Mis in c

Dit weekend staat in het teken van het Brabantkoor. Hieraan voorafgaand stonden er trouwens nog drie weekenden in het teken van het Brabantkoor, maar toen waren we aan het repeteren, nu gaan we uitvoeren. Vanavond, zaterdagavond 1 november in Muziekcentrum Frits Philips en morgenmiddag, zondag 2 november in het Theater aan de Parade in Den Bosch. Ik heb er wel eens over gerept in deze kolommen, over het Brabantkoor. Ik was ook voornemens het er verder niet meer over te hebben, maar we hadden vorige week in het midden van een repetitie een kleine lezing van Clemens Kemme en die gaf weer zoveel inspiratie dat ik besloot u deelgenoot te maken van zijn bevindingen (en mijn visie daarop).
Who the f… is Clemens Kemme? zult u zich misschien (wellicht wat beleefder dan ik) afvragen. Ik kende hem ook niet. Het is een leuke, erudiete, prettig gestoorde meneer uit Amsterdam, die de hiaten in Mozarts mis in c heeft proberen op te vullen en wij zingen het Sanctus uit de mis in een arrangement van zijn hand. Daarom kwam hij met ons kennis maken. Ik vind geen eigen website van hem, maar als u zijn naam googelt komt hij in allerlei artikelen terug.

Mozart schreef zijn mis in c louter voor zijn plezier. Dat was ongebruikelijk, want in zijn tijd (en in zijn financiële situatie) had hij er beter aan gedaan ervoor te zorgen dat de mis betaald werd én dat-ie ‘m schreef volgens de regels van de kerk (die wilde namelijk geen lange missen, reden waarom er in die tijd zoveel korte missen geschreven zijn: Missa Breve). De mis is niet af en duurt nu al zo’n kleine 55 minuten, zou-ie helemaal af geweest zijn dan had-ie waarschijnlijk een kleine anderhalf uur in beslag genomen. De sopraansolo ‘Et in carnatus est’ is een van de mooiste sopraansolo’s ooit en zou door Constance (zijn jonge echtgenote) gezongen zijn bij de première in de Petruskerk in Salzburg op 26 oktober 1783 (grappig detail: de ‘lezing’ van Kemme vond plaats op 26 oktober 2008, precies 325 jaar later). De mis schijnt bedoeld geweest te zijn als verzoening: Mozart was tegen de wil van zijn vader Leopold (nogal een tiran trouwens) vertrokken naar Wenen na ruzie met de leiding van de Dom in Salzburg (daarom mocht de mis daar niet uitgevoerd worden en week Mozart uit naar de Petruskerk). En hij had nog iets gedaan tegen de wil van papa: hij was getrouwd met Constanze Weber, een familie die Leopold absoluut niet zag zitten.

Heel langzaam verbeterden de betrekkingen tussen Salzburg en Wenen weer en na de geboorte van hun eerste kind besloten de jonge Mozartjes maar eens een verzoeningsreisje te maken richting Salzburg. Ze lieten zoontje Rudolph achter bij een verzorgster in Wenen en togen richting Salzburg. De mis was bij de première niet af en Mozart heeft ‘m niet meer afgemaakt ook. Dat had wellicht (het blijft koffiedik kijken, zelfs voor erudiete meneren als Clemens Kemme) twee redenen: de eerste lijkt de meest voor de hand liggende: er kwamen opdrachten binnen die wel betaalden (en die had-ie hard nodig), de tweede, meer dramatisch en minder voor de hand liggend, want niet te checken): tijdens hun verblijf in Salzburg stierf de kleine Rudolph in Wenen. Je kon toen niet effe op en neer, dus bij terugkomst viel er aan dat harde feit niks meer te veranderen en kwam de mis in een la te liggen (veronderstel ik).

Na Mozart’s dood hebben verschillende componisten/arrangeurs zich op de mis geworpen, met wisselend succes. Zelfs de geheel ontbrekende delen zijn á la Mozart gecomponeerd, maar ze worden nooit samen met de mis uitgevoerd. Kemme heeft zich integer gekweten van zijn taak: hij heeft niet zelf noten verzonnen, maar na intensieve studie geprobeerd met het materiaal van Mozart de hiaten op te vullen; hij heeft niet de ontbrekende delen gecomponeerd; de mis is dus niet af: er zit geen Agnus Dei in en de laatste delen van het Credo ontbreken. Wij zongen voor hem aan het einde van zijn lezinkje de fuga van het Sanctus (donders moeilijk) die hij bewerkt heeft en hij bleef prompt de rest van de repetitie luisteren, in een hoekje van het podium, zijn benen ondergekruld en genietend).

De mis is van een wonder schoonheid: vooral het dubbelkorige Qui tollis (het lam dat het lijden van de wereld draagt) kan me af en toe zo aangrijpen dat ik in het begin eerst tranen moest wegslikken vóórdat ik in kon zetten (iets wat je als ‘professionele’ sopraan uiteindelijk natuurlijk overwint).
Kortom: als u in de gelegenheid bent: komt luisteren: zaterdag om kwart over acht in Muziekcentrum Frits Philips in eindhoven en zondagmiddag om kwart over twee in het Theater aan de Parade (waar u het met wat mindere akoestiek moet doen).

Zondag na het laatste concert gaat de kaartenbak van het Brabantkoor weer op slot en keren de zangers moe maar tevreden huiswaarts, om ergens in januari weer opgetrommeld te worden voor het Davide Penitente in Dortmund, maar daarover later meer.

In de link een werkelijk prachtige opname van het Kyrie uit de mis, gedirigeerd door Leonard Bernstein. Andere opvatting dan onze dirigent Jos van Veldhoven heeft, maar wel mooi. Ik zou de slag van maestro Bernstein trouwens niet kunnen volgen, maar ach, wie ben ik en hij is dood…

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *