Een verjaardag in de Algarve… en Fado

Een weekje in Portugal geweest. Heerlijk gehad. Het is er stil om deze tijd van het jaar. Stil op de weg, stil aan de stranden, stil in de restaurants en winkels. Veel Portugezen zijn zelf op vakantie en wat er in de loop van de laatste decennia uit de rest van Europa in Portugal is geland en er is gebleven, gaat om deze tijd van het jaar ook nog even naar huis, familie opzoeken. Ergens in februari, als de dagen lengen en de zon weer lang genoeg schijnt om het vocht uit de huizen te jagen (aan verwarming doen ze niet in de Algarve, niet nodig voor die paar maanden) komt het toerisme weer op gang en is iedereen weer op zijn post.

Maar de prachtige, steile kliffen aan de zuid- en westkust van Portugal bleven en de sinaasappel-, mandarijnen- en citroenenbomen droegen vrucht, evenals de vijgenbomen, Johannesbroodbomen (nooit van gehoord, maar hij bestaat, de Johannesbroodboom, de vrucht schijnt naar chocolade te smaken), hazelnootstruiken, en weetikveelwatvoorbomennogmeer stonden óf in de bloesem, of droegen vrucht en de bloemetjes bleven er niet bij achter. Wij genoten. Het weer was óf goed, of niet-zo-slecht-of-het-deerde-ons-niet en we sjouwden door het land en de kurkeiken- of parasoldennenbossen.

En wat is dan de bijdrage voor een blog over vocale klassieke muziek zult u vragen…. Nou op die vraag is slechts één antwoord mogelijk en dat weer u eigenlijk ook al: de Fado. Ook in het winterseizoen zijn er Fado-zangers en zangeressen thuis en houden de plaatselijke restaurants die wél open zijn hun wekelijkse Fado-avondjes en stoken voor die gelegenheid de tent enigszins warm met houtkachels. Zo ook op de dinsdagavond van mijn verjaardag. Ja, dank u, 55 alweer, het gaat nog steeds goed, het lijf wordt ‘gewoon’ ouder en de geest verbaast zich daarover en over het leven en over hoe weinig ik nog eigenlijk weet en dus zal het nog wel een paar jaar zo verder gaan, vooraleer de échte ouderdom toeslaat….

Mooiste manier – voor mij – om je verjaardag te vieren: niet thuis en met twee lieve mensen die me dierbaar zijn gaan eten; als daar dan nog muziek bij komt is mijn dag goed. We aten ‘vis-cataplan’, een Algarviaanse schotel, klaargemaakt in een grote koperen pan, loeiheet en erg lekker, met kruimige aardappeltjes en lekkere al-dente groenten, besprenkeld met een lichte landwijn, een feestmaal….

In de hoek van het restaurant zat een dramatisch geklede en opgemaakte mevrouw met ravenzwart haar (uit een potje zei mijn vriendin, want haar kennersoog had gezien dat de middenscheiding dringend bijgewerkt moest worden) en dito bril, geflankeerd door drie middelbare heren die met gitaren in de weer waren alsof het hun kleinkinderen waren: op schoot werden de instrumenten zachtjes gestemd en als er niet gespeeld werd, ging er liefdevol een vilten doekje (tegen het vocht, waarschijnlijk) over de snaren. Terwijl wij de graten uit de vis pulkten en lekker zaten te smikkelen, opende de restaurant-eigenaar de avond. Eerst in het Portugees (waarvan je de drie eerste woorden verstaat en vervolgens vruchteloos bezig bent te proberen het einde van het ene woord van het begin van het volgende woord te onderscheiden) en daarna in gebrekkig Engels kondigde hij de mevrouw aan. Die kwam naar voren, legde haar bril af (had ze niet nodig, want ze deed tijdens het zingen haar ogen dicht) en begon zonder enige aankondiging te zingen. Ze stond vlakbij me en blies me bij tijd en wijlen bijna van mijn stoel.

Fado-zingen is eigenlijk ‘belten’ avant la lettre: je zingt vooral op het middenregister van de stem en laat af en toe de stem naar het kopregister overslaan, voor het dramatisch effect. Als je dat als techniekje goed ontwikkelt kun je het doen zonder stem-problemen te krijgen. In dit geval was het geoefend: ze wist precies wat ze deed, of in ieder geval had ze het lang genoeg gedaan om zonder enige moeite een enorm geluid te produceren en ons te doordringen van de drama’s des levens.

U merkt misschien aan mijn licht-ironische toon dat Fado, niet echt my cup of tea is… Voor mij is het een beetje over de top. Ik heb echter wel degelijk genoten! Voor zover ik het kon beoordelen werd het goed gedaan en de mevrouw had veel succes…

Nog even over Fado: het is het Portugese levenslied, een in Portugal zeer gewaardeerde zangkunst die vroeger in armoedige kroegen werd gezongen. In de loop van de twintigste eeuw werd Fado een erkende zangkunst die ook vaak uitgevoerd wordt in de betere uitgaansgelegenheden. Fado geeft stem aan de gemoederen van het leven. Amália Rodrigues wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste en invloedrijkste Fadozangeressen ooit.

De stijl is ontstaan begin negentiende eeuw in de arme wijken van Lissabon; Alfama, Bairro Alto, en Mouraria. Fado, afgeleid van het Latijnse fatum, betekent zoveel als het noodlot, vertaald in muziek. Er is waarschijnlijk geen andere muzieksoort op aarde waarin melancholie en fatalisme zo worden gecultiveerd.
In het begin van de negentig van de vorige eeuw werd Fado opnieuw populair met een nieuwe generatie: Mafalda Arnauth, Cristina Branco en Mariza.
In het filmpje een Fado van Cristina Branco. Omdat haar stem niet zo zwaar is, lijkt het allemaal wat minder zwaar aangezet en dat vind ik mooier, maar dat is een kwestie van smaak. Kijk en surf vooral zelf: er zijn prachtige opnamen en vreselijke… net de Fado en het leven zelf…

Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *