Onbekende opera ‘Dalibor’ van Bedrich Smetana

Nog anderhalve week en het carnavals-gedruis barst weer los. Ik zal er dit jaar niet veel van merken, hoewel… carnavals-zaterdag ben ik (met de Frankfurtreis van Musico) even in Mainz. Da’s op carnavals-gebied toch ‘nicht nichts’ in Duitsland, za’k maar zeggen. De ‘bonte avond’ ‘Mainz bleibt Mainz’ keken wij vroeger nog wel eens op TV; het heeft me geholpen om (een deel van) de Duitse dialecten ook te verstaan…

De gids van de rondleiding in Mainz (waar we onder meer naar de prachtige kerkramen van Marc Chagall gaan kijken) heeft ons verzekerd dat we er geen last van zullen hebben en ik heb geen hekel aan de goeie vrolijkheid van carnaval, hou me in de gaten, vóór je het weet ben ik in de vrolijkheid van een polonaise verdwenen (grapje…).

Wat we tijdens onze Frankfurtreis vooral gaan doen is ons onderdompelen in opera: La forza (Verdi), Carmen (Bizet), een ‘double bill’ van Weill en Brecht, Salome van Richard Strauss en Dalibor van Bedrich Smetana… Watte? Dalibor van Bedrich Smetana… nooooit van gehoord…
De enige opera die ik kende van Smetana is ‘Die Verkaufte Braut’, leuke en energieke muziek, maar geen hoogvlieger. De titel ‘Dalibor’ zei me niks. Rap aan het zoeken, wat een leuk werk heb ik toch…

De opera is geschreven voor de opening van het Neustädter Theater en had weinig succes omdat-ie teveel beïnvloed zou zijn door Duitse stromingen (vooral Wagner); de stemming was in die tijd in Praag niet zo pro-Duits en dan zeg ik het netjes…
Smetana had de Leit-motiv-techniek van Wagner overgenomen én de taal van de opera was Duits. Smetana leed onder deze kritiek. Tot aan zijn dood in 1884 is dit werk zijn grootste zorgenkind, maar ook meest geslaagde werk.

De Tsjechische ridder Dalibor (de naam betekent overigens zoiets als: hij die ver weg strijdt…) staat terecht voor de koning voor moord op een tiran: graaf Ploskovice. Tijdens de rechtszaak benadert de koning Milada, zuster van de graaf; zij eist de executie van Dalibor.
Later realiseert ze zich dat ze verliefd op Dalibor geworden is. Ze zet een plan op om hem te bevrijden.
Uiteindelijk volgt de koning volgt het advies van zijn raadgevers en veroordeelt Dalibor alsnog ter dood. Vergezeld van haar getrouwen bestormt Milada het kasteel. Ze slagen erin Dalibor te bevrijden, maar Milada raakt daarbij dodelijk gewond. Ze sterft in de armen van Dalibor. Die pleegt zelfmoord en is in de dood verenigd met zijn geliefde. (In een alternatieve versie wordt Dalibor ge-executeerd vóórdat Milada hem kan redden.)

Dalibor is een rythmisch en harmonische vooruitstrevende opera, die als onderwerpen zowel elementen van de klassieke bevrijdingsopera in zich heeft als tegen Wagner’s Lohengrin aanschuurt: een tragisch eindigende liefdesgeschiedenis tegen de achtergrond van inktzwarte politieke ontwikkelingen. Een onvergankelijk onderwerp in opera. Deze laatste alinea zegt trouwens de website van de Oper Frankfurt…

Het is lastig een filmpje te vinden dat ik hier zou kunnen downloaden: op YouTube vindt u vooral de hele versie (en oude versies) en Oper Frankfurt is ook al niet heel scheutig met zijn informatie.
Weet u wat: als ik terug ben kom ik erop terug en zal ik u vertellen hoe het was. En natuurlijk ga ik het hier ook nog hebben over de andere prachtige producties die we gaan zien tijdens carnaval in Frankfurt!

Juditha Thriumphans: meesterwerk van Antonio Vivaldi

Door een heleboel mensen en kranten erop geattendeerd kan ik het niet maken om níet te schrijven over een van de nieuwste producties van De Nationale Opera: Juditha Triumphans van Antonio Vivaldi. U kunt er 1, 3, 5 en 7 februari nog naartoe.

Het waren prachtige uitvoeringen die de afgelopen weken hebben plaatsgevonden. Een waanzinnig mooi decor, prachtige zang en een intrigerende regie. Alles begeleid door een geweldig orkest dat dit soort repertoire van haver tot gort kent.

Vivaldi componeerde dit meesterwerk voor de meisjes van het Venetiaanse Ospedale della Pietà. Hij was dus gewend voor vrouwenstemmen te componeren en deed dat dan ook uitstekend. Het werk is niet als opera geschreven, maar leent zich uitstekend voor een scenische uitvoering en regisseur Floris Visser heeft dat uitstekend gedaan.
En dan die prachtige ondertitel van de opera: Moed triomfeert
U kent het verhaal van Juditha? Vast wel. Het is een bloederig verhaal, ik waarschuw maar alvast:
De Joodse stad Bethulia wordt belegerd door de Assyriërs. Hun legeraanvoerder Holofernes krijgt bezoek van de mooie Judith, een jonge weduwe. Zij smeekt hem om medelijden; hij raakt onder haar bekoring. Na een weelderig banket met veel wijn valt hij in slaap. Judith onthoofdt hem en keert triomfantelijk terug naar Bethulia.

De Franse mezzosopraan Gaëlle Arquez zingt Juditha. Beeldschone vrouw die op haar goeie momenten als uit steen gehouwen kan kijken…

Ik laad het filmpje van De Nationale opera op, wat een stem die vrouw!

Een wreed sprookje

Pfoe, terugkomend van een weekje zon-midden-in-de-winter is er een mer a boire aan klassiek items om uit te kiezen… De Nationale Opera heeft een nieuwe: Porgy and Bess (heerlijk repertoire!), de Nederlandse Reisopera waagt zich aan Die Tote Stadt, De Munt doet een wat wonderlijke combi van Hertog Blauwbaards Burcht en De Wonderbaarlijke Mandarijn van Béla Bartók en er zijn stukken in de krant over de revival van Radio 4 (ze lijken het eindelijk een beetje door te hebben, maar daar zal niet iedereen het mee eens zijn…) en over al dan niet escapades in het kader van MeToo van dirigenten, waar ik wel wat van kan vinden, maar waar ik me hier niet aan waag; ik wil het met u hebben over de mooie kanten van de klassieke muziek.

Hertog Blauwbaards burcht triggerde in mij wat. Ik las als kind het sprookje en griezelde ervan. Na enig zoeken vond ik het terug in een van de ‘Groot Sprookjes Boeken’. Dat ik er als kind geen trauma aan heb overgehouden mag een wonder heten: het is een buitengewoon bloederig en wreed verhaal. Wat te denken van zinnen als: ‘Daar, op de grond, lagen zes lijken op een rijtje in een plas van bloed…’ Je zal er maar bij uitkomen als jonge, net gehuwde blom. Of ‘Hij greep zijn vrouw bij de haren en sleepte haar over de grond…’ en als laatste, als Fatima eindelijk gered is (waar bleven die sufferds van broers zo lang?) ‘de broers waren zo vervuld van afschuw en walging dat ze de wreedaard met zijn eigen zwaard onthoofdden. Zo kreeg hij zijn verdiende loon.’ De broers speelden met groot gemak even voor eigen rechter, maar ja, het is een sprookje hè…

Blijkbaar hebben (de meeste) kinderen een soort ingebouwd mechanisme dat hun geest beschermt tegen dit soort wrede verhalen – sprookjes zijn vaak wreed – , want ik kan me niet herinneren er destijds van wakker te hebben gelegen.

Hertog Blauwbaards burcht van Béla Bartók gaat overigens meer in op het psychologische aspect van het sprookje en er komt geen bloed aan te pas, wel geestelijke marteling, minstens even wreed, dunkt mij.

De titel triggerde mij ook omdat we in onze Frankfurt-reis van februari met Musico een van de avonden een double bill hebben: deze Hertog Blauwbaards burcht en Die sieben Todsünden van Weil/Brecht.
Bartok heeft er een uiterst subtiel en wreed psychologisch spel van gemaakt, met maar twee zangers: de hertog en Judith, zijn in dit geval vierde vrouw. De twee houden van elkaar, maar zijn door geestelijke barrières zo ver van elkaar verwijderd dat het alleen maar fout kan gaan en dat gaat het ook. Blauwbaards vorige vrouwen leven nog, maar zijn veranderd in zombies en Judith wacht hetzelfde lot.

Bartok’s muziek wordt naarmate de opera (eenakter!) vordert, steeds beklemmender. Ik zat naar een stukkie ervan op YouTube te kijken en werd onmiddellijk en bijna onvoorwaardelijk de muziek ingetrokken. Razendknap gecomponeerd, maar drie aktes lang kan een mens dit waarschijnlijk niet verdragen. Je moet een sterke geest hebben (dat moet je als zanger sowieso, maar hier nog eens extra) wil je dit een aantal keren achter elkaar zingen en er bij overeind blijven. Lange, lange lijnen moet je kunnen zingen en acteren, waarbij de onderstroom van je energie dóór moet blijven gaan om de aandacht vast te houden. Ik ben razend benieuwd wat ze daar in Wiesbaden mee gaan doen.

Ik laad voor u een filmpje op met Sylvia Sass als Judith en Kolos Kováts als Blauwbaard. Intrigerende muziek, die onder je huid kruipt…

Een interessante Vivaldi in Schwetzingen

Van de drie opera’s die we tijdens onze kerstreis mochten zien was Antonio Vivaldi’s ‘La verità in cimento’ de interessantste. Om te beginnen al de titel: vertaal die maar es ‘dekkend’, dat is al bijna niet te doen… ‘De waarheid in gevaar’ of ‘De waarheid op de proef gesteld’ komt denk ik het dichtste bij…

Vivaldi was een soort Mozart van zijn tijd in de zin dat hij een veelschrijver was. Wanneer die man geslapen heeft… En dan is er ook nog eens heel veel verloren gegaan, vooral van zijn opera’s. Deze ‘Verità’ wordt weinig uitgevoerd. In het theater van slot Schwetzingen (een snoepie uit 1753 trouwens!) hebben ze dit seizoen Vivaldi als huiscomponist én hadden ze een regisseur die in staat is gebleken het geheel uit zijn wat oubollige enscenering te halen en naar onze tijd te plaatsen. Dat gaat niet met alle opera, maar deze leent zich er prima voor. Het geheel is eigenlijk een soap-serie: ‘The bold and the beautiful’ avant la lettre za’k maar zeggen.

Ik zal zo kort mogelijk het plot vertellen: puissant rijke vader Mamud (een soort Eric Forrester voor de soap-knagers onder u) heeft een jaar of twintig geleden bij zowel bij zijn vrouw als bij zijn minnares gelijktijdig een zoon gekregen. Om zijn minnares ook ‘een beetje macht’ te geven heeft hij de knapen in de wieg al verwisseld. Alleen de minnares weet ervan; keje nagaan wat voor een relatie die met haar zoon heeft gehad, al die tijd… Stomme streek, want zoiets komt als een boemerang terug. Pa heeft twintig jaar later genoeg wroeging om de waarheid te willen onthullen, hetgeen minnares in kwestie geen goed idee vindt (en da’s zachtjes uitgedrukt). Pa is niet het type dat advies van anderen aanneemt en hij doet zijn onthulling, met alle gevolgen van dien.

De knapen en moeders weten niet waar ze het zoeken moeten. De moeder ontfutselt een van haar zonen een pistool en de minnares maakt een giftig drankje voor pa. En dan is er ook nog de minnares, een opportuniste van het zuiverste water, die op de rijkdom van de erfopvolger uit is en net zo makkelijk van relatie verandert als ze merkt dat niet de éne, maar de ándere zoon het fortuin zal erven… Kortom: dikke pret, maar niet heus.
Pa wil nietsvermoedend van de gifbeker drinken en ma zet hem net het pistool tegen het achterhoofd als het licht uitgaat: einde opera.

Vivaldi hield mij op het puntje van mijn stoel, ondanks de vele, vele noten die hij nodig heeft om zijn punt te maken. Een loeistrak en loepzuiver spelend orkest (dat de avond ervóór nog een flink deel van mijn gasten uitstekend had vermaakt met een instrumentaal Vivaldi-programma) en geweldig zangers.
Ik noem hier alleen David DQ Lee (een van de beide zonen), omdat het te ver voert ze allemaal te behandelen en omdat hij het counter-tenor zingen naar een nieuw hoogtepunt tilt. Hij gebruikt namelijk niet alleen het ‘counterdeel’ van zijn stem, maar ook zijn ‘eigen’ bariton en hij schakelt bijna ‘fretloos’ van zijn laagste borst-stem naar de hoogste toppen van zijn counter-stem. Pedagogen waarschuwen countertenoren altijd: kijk uit dat je strottenhoofd niet terugkantelt, want dan krijg je gekke dingen. Nou, Lee doet dat expres wél, dat terugkantelen en dat levert huiveringwekkende geluiden op. Ik vond het geweldig! Het leek hem niks te kosten. Da’s maar goed ook, want acterend werd er (van allemaal trouwens) nogal wat gevraagd.

Ik laad de trailer van de opera op, want ergens op 1 minuut 38 doet Lee een keer het kunstje. Op scherm minder indrukwekkend dan wanneer je in de zaal zit. U kunt dan ook zien hoe geweldig de opera vorm gegeven is en regisseur Yona Kim legt het zelf ook nog een keer uit.

La Cenerentola oftewel Assepoester

Er is geen betere opera om 2018 mee af te sluiten en 2019 mee te beginnen dan La Cenerentola oftewel Assepoester. Gioacchino Rossini laat zien dat het wel degelijk wat brengt als je je tijd afwacht, je bescheiden edoch rechtvaardig opstelt, als je vergevingsgezind kunt zijn. Opportunisme loont niet: de zussen en (vreselijke!) vader van Assepoester komen er bekaaid af.

Ik wens u dus voordat ik verder ga een 2019 toe als van Assepoester: moge u – als dat het geval is – uit uw patstelling komen en uw geluk vinden. En als u het al gevonden hebt: koester het zoals Cenerentola haar prins koestert en wees mild naar degenen die het allemaal niet begrijpen: ze zijn slechter af dan u en voor hen komt wellicht ook nog de tijd.

We genoten met volle teugen in Mannheim: vooral de kinderen, die ruim bediend werden met zotte situaties. Een paar rijen vóór mij zat een klein blond jongetje. Hij ging tijdens het tweede bedrijf even weg. Die moet plassen, dacht ik; ik zag hem in gedachten al alleen door het enorme theater dwalen. Een paar minuten later was hij echter terug en ik zag hem naar zijn moeder een van-plezier-kwispelende-beweging maken. Zijn geschater ging boven dat van het publiek uit en bereikte – zo te zien aan Dandini, die de show stal als knecht van de prins – ook de zangers op het toneel. Het was exemplarisch voor de avond: doldwaze situaties met een sterk theater-van-de-lach-gehalte: John Lanting moet vanaf zijn wolk vergenoegd hebben toegekeken.

De zang leed er niet onder, onder de vaart die bijna moordend was: Cenerentola overtuigde vanaf noot één. Vooral de stiefzus Clorinda (Ji Yoon) was hilarisch; wie nog zegt dat op het gezicht van Aziaten geen emotie zichtbaar is moet naar haar kijken: geweldig.

Voor mij was de absolute topper knecht Dandini: hij acteerde, sprong en danste, bespeelde zelfs de bezem-gitaar als een volleerde Elvis en zong daarbij de sterren van de hemel. De prins bleef een beetje achter bij de rest: zijn coloraturen waren niet overal even nauwkeurig en tsja, die hoge noten, dat weten we nou wel.

Ik laad het filmpje op van Nationaltheater Mannheim en laat regisseur Cordula Däuper het zelf even uitleggen; ze heeft geweldig werk verricht!

Kerst met La Boheme (en meer)

Soms moet opera schuren, zeggen liefhebbers wel eens. Soms ja, maar niet altijd. De producties die ik tijdens de kerstdagen met de Musico-groep in Heidelberg zag schuurden niet, nergens, nooit.

Met bovenstaande regeltjes begon ik mijn berichtje op Facebook een paar dagen geleden. Ik bedacht dat het ook een mooi beginnetje was voor mijn stukkie over La Boheme, de eerste opera die we zagen in Mannheim. Zo kunt u nog een beetje mee nà-genieten.

Voor de zesde keer bracht ik de kerstdagen niet thuis, maar in Duitsland door. Ik hou niet van het opgelegde pandoer van kerst en met mijn lief ben ik overeengekomen dat ik de kerstdagen elders doorbreng en dat we met oud en nieuw samen zijn. Ik ben hem er nog steeds dankbaar voor dat hij zich zo flexibel opstelt.

Goed, La Boheme dus. De enscenering van La Boheme is al decennia lang dezelfde: in het eerste bedrijf over elkaar heen buitelende bohemiens: dichter Rodolfo, schilder Marcello, filosoof Colline en componist Schaunard vieren op zolder hun eigen armoedige kerst. Creatief gaan ze om met de laatste compositie die Schaunard gemaakt heeft: ze fikken het papier waarop hij staat op in de kachel om het nog een beetje warm te hebben. Knap gecomponeerd van Puccini en geweldig geacteerd door de vier mannen, organische en vol vaart. Drie van de vier mannen slaan vervolgens aan het feesten in een restaurant in de buurt en dichter Rodolfo blijft nog even achter om een laatste product af te maken. Hij maakt kennis met naaistertje Mimi, in het laatste stadium van TBC.

In het tweede bedrijf dreigt het noodlot aan alle kanten en in het derde bedrijf slaat het ongenadig toe: Mimi sterft in een ademtocht. Razendknap gecomponeerd door Giacomo Puccini. Als altijd heftige emoties, in Heidelberg nog eens extra versterkt doordat de man die Schaunard speelde tijdens het tweede bedrijf vader werd: hoe hard en hoe mooi kan het vak zijn.

Ik laad het filmpje op waarin Renata Scotto uitlegt hoe Mimi sterft. Ik heb er niks aan toe te voegen, hóef er niks aan toe te voegen, zoals zij het uitlegt: dat is de kracht van opera.

Tot aan de andere kant van 1 januari 2019! Heb een goed en gezond en muzikaal jaar!

Onontkoombaar noodlot in Enescu’s Oedipe

Dappere programmering van de Nationale Opera dit seizoen.
Rond de kerst gaat er in Amsterdam George Enescu’s meesterwerk Oedipe, in de enscenering van regisseur Àlex Ollé. Muzikaal en visueel spektakel, zo schrijven ze zelf op hun website

U kent vast wel de plot uit de uitdrukking: een Oedipus-complex hebben (geschreven door Sophokles trouwens): zonder het te weten doodt Oedipus zijn vader Laius en trouwt hij met zijn moeder Jocaste.

De helderziende Tirésias voorspelt bij de geboorte van Oedipus dat dit zal gaan gebeuren. Hoe Oedipus ook probeert te ontsnappen aan de vloek die op zijn familie en op hemzelf rust, de vloek gaat toch in vervulling. Na deze gruwelijke ontdekking zwerft Oedipus nog jarenlang rond met zijn dochter Antigone en wil hij niet meer kunnen zien. In de versie van George Enescu vindt Oedipus een vredig levenseinde in een heilig woud in de buurt van Athene.

Regisseur Alex Ollé (van La Fura dels Baus en dan ben je een goeie!) maakt er een waar spektakel van.
Oedipe wordt gezongen door Johan Reuter en Jocaste door Sophie Koch. Die ken ik van een zeer enerverende finale uit Werther met Jonas Kaufmann. Top-duo!

Niet echt kerstrepertoire (er zijn nog twee voorstellingen: op 21 en 25 december), maar ik hou wel van een tegendraadse programmering. Dat opgelegd pandoer met kerst….
Ik laad een filmpje op waarin Johan Reuter, de Deense bariton die de titelrol zingt, zelf een en ander uitlegt.

Die Tote Stadt, een opera die naar je merg gaat

Ik weet het wel, ik weet het wel, in deze tijd van fake-news, gele hesjes en zwarte pieten-discussies moet je social media met een gezonde dosis wantrouwen tegemoet treden en dus hoor ik mijn neus op te halen voor facebook. Maar dat doe ik niet… Door consequent berichten te verwijderen die me niet aanstaan heb ik een pagina waar heel veel (klassieke) muziek op zit en voor de rest mooie natuurfilmpjes, katten- en honden-gekkigheid en leuke mode. In deze donkere decembermaanden kan ik me dus laven aan facebook en dat is een goed ding.

Vanochtend viel mijn oog op een heftig zwaaiende Gustavo Dudamel, die de ouverture van Otello dirigeert. Mij hemel, ik wou dat ik een tiende van zijn energie had. Ik werd er helemaal vrolijk van en mijn baas mag blij zijn, want door één minuut op facebook mee te swingen met Dudamel kan ik de dag weer aan!

Waar mijn oog ook op viel was de nieuwe productie van ‘Die Tote Stadt’ van Erich Korngold. De Nederlandse Reisopera heeft zich wat op de hals gehaald, zwaar repertoire en een hoofdrol waar je u tegen zegt. Ik zoek op hun website en zie de subtitel, die hard binnenkomt.

“Wie niet kan leven met de dood, heeft geen leven”
Die tote Stadt is een psychologisch gelaagd en onthutsend liefdesdrama met Hitchcock-achtige trekken, over Paul die, na het verlies van zijn geliefde Marie, langzaam maar zeker verstrikt raakt in een droomwereld van obsessies en waanbeelden.

In de handen van regisseur Jakob Peters-Messer wordt deze indrukwekkende opera een even hartstochtelijk als surrealistisch pleidooi voor rouwverwerking.
Paul kan zijn gestorven vrouw Marie niet vergeten. In melancholie verzonken krijgt hij hallucinaties, die op het toneel worden verbeeld met Korngold’s subliem georkestreerde tovermuziek. Hij dwaalt dagdromend door Brugge, voor hem ‘een dode stad’.

Tenor Daniel Frank zingt Paul en heeft daarmee een loodzware rol te pakken. Hij heeft tien jaar gewerkt als rock-zanger, vocal coach en drama-docent, dus hij zal het aankunnen.
In het korte leadertje dat ik oplaad zingt hij een stukje uit de meest bekende aria uit ‘Die Tote Stadt’, ‘Glück das mir verblleb’. Die bruine ogen gaan direct naar je merg, dus wapen u een beetje als hij zich al zingend naar de camera draait. Zijn stem is precies wat de rol nodig heeft en hij durft kwetsbaar te zijn; een grote, deze Daniel Frank!

Er is op YouTube veel te vinden over deze intrigerende opera. Surf, maar wees gewaarschuwd; het is niet een opera waar je voor je lol naar luistert. Louterend misschien, dat wel…

De tour loopt van 8 december tot en met 9 februari. De recensies zijn laaiend enthousiast. Gaat het zien!

Leonard Bernstein: A quiet Place

Als ik dit typ is het 1 december. Dat betekent dat de eerste van mijn drie minst favoriete maanden van het jaar alweer om is… bravo (alsof het een prestatie is dat de tijd verglijdt…). Ik ben niet zo van winter en dit jaar minder dan ooit. Maar er is troost: de tijd verglijdt inderdaad vanzelf en de feestdagen komen eraan, dat leidt af. In januari – als de winter ‘gekeerd’ is en we ons weer in een opgaande lijn bevinden – mag ik naar Kaapverdië, effe net doen alsof de winter niet bestaat en als we terug komen lengen de dagen alweer. U merkt het: ik ben er beter in geworden mezelf deze maanden ‘aan de gang’ te houden.

Wat me ook ‘aan de gang’ houdt zijn de stukkies voor Vocalies, alleen vond ik zo weinig te schrijven de laatste tijd. Heeft misschien ook wel met mijn herfst-winterdipje te maken. Hoe dan ook: terwijl ik een bietje zat te griepen ging Opera Zuid lustig door met werken en hadden ze een hedendaagse opera te pakken. Een niet zo bekende ook: ‘A quiet place’ van Leonard Bernstein. Ik heb het dus niet over de horrorfilm met dezelfde titel.

‘A quiet place’ ging in première in juni 1984 aan La Scala in Milaan. Het is Bernstein’s laatste werk voor de bühne. In 2018 is het 100 jaar geleden dat hij geboren werd en daarom brengt Opera Zuid zijn opera.
U kunt er nog net naartoe (sorry dus, dat ik er niet eerder over schreef): vanavond gaat-ie in Sittard, dinsdag 4 december in Utrecht, donderdag 6 december in Breda en zondag 9 december is de laatste voorstelling in – hoe juist voor Opera Zuid – Maastricht, de thuishaven.

‘A quiet place’ vertelt het verhaal van een eigentijds Amerikaans ‘suburban’ gezin dat worstelt met communicatie, met aanvaarding en met het verwerken van intense emoties na de tragische dood van een geliefde bij een door alcohol veroorzaakt auto-ongeval.
Bloedmooi en hartverscheurend, schrijft Opera Zuid zelf over deze productie.

Ik zit er wat informatie over bij elkaar te zoeken op YouTube en vind de typische Bernstein-klanken en behalve drama, ook kleur en savoir vivre… heerlijke productie!

Ik laad het filmpje op met de introductie voor de opera van Opera Zuid zelf: die kunnen het veel leuker zelf vertellen dan ik het hier kan opschrijven.

Een heerlijke Barbier bij de Nationale Opera

U kunt er nog naar toe, op het moment dat ik dit typ, nog negen avonden! Beginnend dinsdag 13 november en eindigend zondag 2 december. Ik bedoel naar ‘Il barbiere di Siviglia’, liefkozend door mij altijd ‘de barbier’ genoemd… En in Amsterdam naar de Nationale Opera. O, heerlijke opera. En dit keer is het feestje dat de barbier altijd is extra leuk: Lotte de Beer doet de regie. Ik zag de trailer en was verkocht, wat een kostuums en aankleding en vaart; iets wat opera – en vooral komische – nogal eens te kort komt.

Lotte de Beer regisseerde al eens eerder bij De Nationale Opera. Ik vond niet alles even mooi, maar vondsten waren het, dat valt niet te ontkennen. Over de regie van Hänsel und Gretel was destijds nogal wat te doen. Haar enscenering van Puccini’s Il Trittico bij de Bayerische Staatsoper, was een doorslaand succes en bracht haar naar de wereldtop.

Het verhaal in ‘Il barbiere di Siviglia’ draait om Rosina, op wie graaf Almaviva verliefd is. Zij beantwoordt zijn gevoelens, maar haar voogd Bartolo wil met haar trouwen om zo een flinke bruidsschat in de wacht te slepen. Na de nodige geestige verwikkelingen in het libretto krijgen de gelieven elkaar uiteindelijk, dankzij de hulp van Figaro. Uit Mozarts ‘Le nozze di Figaro’ weten we echter dat het tussen hen geen rozengeur en maneschijn zal blijven… soort van feuilleton dus, die twee opera’s…
Lotte de Beer werkt voor ‘Il barbiere di Siviglia’ samen met decor- en kostuum-ontwerper Julian Crouch. Het Nederlands Kamerorkest begeleidt en dirigent is Maurizio Benini, regelmatig te gast in de grote operahuizen.

Il Conte wordt gezongen door René Barbera, Misha Kiria is Bartolo en Rosina wordt gezongen door Nino Machaidze. Bariton Davide Luciano heeft misschien wel de grootste uitdaging met zijn wereldberoemde ‘Largo al factotum della città’, bariton-killer bij uitstek. Technisch buitengewoon lastig en overbelasting ligt op de loer. En iedereen (denkt dat-ie) weet hoe het moet klinken… Ik bracht een lekker half uurtje door met het bekijken van filmpjes met ‘het Largo’… een van de beste was Thomas Hampson die de aria zingt als ‘Einlage’, in volgens mij Die Fledermaus; mamma mia wat een tempo…

Ik zat te grinniken bij de trailer om de aria ‘Una voce poco fa’ van Rosina, heerlijk tetterstuk. Niet mijn stemvak, maar ik vond het altijd een heerlijk ding om mee in te zingen. Op de een of andere manier zat dat lekker in mijn stem en ik kan het stuk na al die jaren nog bijna van begin tot eind meezingen.

Ik laad het filmpje op met de trailer waarin Lotte de beer zelf vertelt hoe het zit. Waarom zou ik het dan gaan typen…
Ik word erg energiek en blij van het filmpje; gaan zien die opera!