Alweer Villazon?

Eerst even: Aflevering 60 staat erop! Zie de grote icoon hiernaast!

Mijn echtgenoot, de hoofdredacteur, speurt af en toe in programma bladen en kranten de kolommen van Cultura en Mezzo af, de twee zenders die op de kabel zitten en af en toe ineens de prachtigste programma uitzenden. Ik hol (overdrachtelijk gesproken) zo door het leven dat ik daar niet altijd toe kom. Hij holt trouwens ook, maar heeft soms zijn prioriteiten beter op orde dan ik. Hoe dan ook: hij nam voor mij een documentaire op over Rolando Villazon, een van de beste jonge tenoren van deze tijd. Had ik u al eens verteld dat ik hem ooit heb mogen interviewen? Nee? Bij deze dan: ik heb hem ooit mogen interviewen. Ik mag daarmee graag koketteren, zo merkt u wel! Het is al weer een paar jaar geleden dat ik met mijn bandrecordertje bij het gebouw van de Stopera stond aan het Waterlooplein. Ik heb er destijds over geschreven, dus ik ga er u niet weer mee lastig vallen. Als u het stukkie nogmaals wil lezen klik hier (ja u leest het goed: ‘nogmaals’ u hebt destijds natuurlijk gesmuld van dat stukkie!)

Ik zat drie kwartier ademloos te genieten van het menneke (zo zouden ze hem hier in Brabant noemen). Het is ook wel een muppet ook hoor, die Villazon. Ik wou dat ik een tiende van zijn energie had. Hij dartelt werkelijk door het programma en hij heeft een manier gevonden om al die loodzware partijen te zingen, zonder dat het hem de ziel kost. Zijn zenuwen blijft-ie de baas door te grappen en te grollen en iedereen achter de coulissen en in de kleedkamers hoorndol te maken. Op het toneel is hij buitengewoon betrouwbaar en het lijkt me een genoegen om met hem te mogen zingen, omdat er geen berekening in zijn persoon zit en omdat hij iets zuivers heeft (en dan bedoel ik niet zuiver in de zin van toonhoogte, noch bedoel ik het oubollig).

Hij zong de aria van Don José uit Carmen. Omdat ik die ook zing in mijn Carmenproject was ik extra oplettend. Hij neemt ‘m wat langzamer dan ik en ja hoor, hij heeft op dezelfde punten als ik er moeite mee (ik ben graag in goed gezelschap….). Luister maar eens aan het eind, het woordje ‘Car’ en ‘Q’a’, die tonen zijn niet helemaal stabiel. Omdat de aria maar doorstroomt is-ie lastig te behappen, je kunt nergens uitrusten. Metrisch is het allemaal ook nogal typisch verdeeld: een echte cadens is er niet in te krijgen, dus je raakt nooit ‘op een stroom’ . De tekst is prachtig, maar vooral van een man die obsessief verliefd is en niet meer aan iets anders kan denken dan aan ‘zijn’ Carmen. Dat liefde voor iemand betekent dat je die iemand de vrijheid geeft en niet bezit is al volledig uit beeld bij Don José. Hij heeft vóór deze aria een maand in de cel gezeten en is daar volgens mij hartstikke gek geworden. Reden waarom hij aan het einde zijn liefde en daarmee zijn leven vernietigt. Als je als zanger geen afstand houdt bij zo’n aria zing je je in de kortste keren aan gort. Die afstand wil het publiek echter niet zien, publiek wil juist die obsessie zien. Ik heb ermee geworsteld (ook al omdat het een tenor-aria is en geen sopraan-aria) en erover gedacht de handdoek in de ring te gooien en ‘m niet te zingen in de productie, maar uiteindelijk won de muziek en kan ik ‘m zingen. Dat voelt als een persoonlijke overwinning (dat wil het publiek vooral ook weer niet zien). Ik geef u hieronder de tekst en een (vrije vertaling).

La fleur que tu m’avais jetee / de bloem die jij me toewierp
Dans ma prison m’etait restee / bleef bij mij in mijn gevangenis.
Fletrie et seche, cette fleur / Verwelkt en uitgedroogd
Gardait toujours sa douce odeur / behield zij toch steeds haar zoete geur
Et pendant des heures entieres / en gedurende die uren
Sur mes yeux, fermant mes paupieres / bezatte ik mij, achter mijn gesloten ogen
De cette odeur je m’enivrais
Et dans la nuit je te voyais! / en in de nacht zag ik jou.
Je me prenais a te maudire / Ik begon je te vervloeken
A te detester, a me dire: / je te haten en mezelf af te vragen:
Pourquoi faut-il que le destin / waarom heeft het lot
L’ait mise la sur mon chemin? / jou op mijn weg gezet?
Puis je m’accusais de blaspheme / Later beschuldigde ik mezelf van blasfemie
Et je ne sentais en moi-meme / en voelde ik diep in mij
Je ne sentais qu’un seul desir / slechts één wens,
Un seul desir, un seul espoir: / één wens en één gedachte:
Te revoir, o Carmen, ou, te revoir! / je terug te zien, o Carmen,
Car tu n’avais eu qu’a paraitre / want jij hebt geen gelijke
Qu’a jeter un regard sur moi / die, door één blik op mij te werpen,
Pour t’emparer de tout mon etre / mijn hele wezen bezit
O ma Carmen!
Et j’etais une chose a toi / en ik heb jou slechts één ding te zeggen:
Carmen, je t’aime! Carmen, ik hou van jou!

Jippie, ik vond het filmpje op Youtube, waar de aria in zit. Prachtig. Hij krijgt me een applaus die Villazon, je ziet dat hij moeite heeft zo lang in zijn rol te blijven…. Als u dan toch bezig bent zoek dan de finale ook even op. Die is wat anders dan traditioneel: aan het eind wordt de suggestie gewekt dat Don José standrechtelijke ge-executeerd wordt. Je krijgt kippenvel als je ziet hoe hij zijn blinddoek afrukt en de adrenaline door zijn lijf giert. De enscenering is niet de mijne: die mensen in het wit gekleed, die in de traditionele setting niet op toneel zijn en Escamillo die afgevoerd wordt, hm…. Ik ben er niet kapot van, maar ach, smaken verschillen.

Der Bettelstudent

Donderdagochtend en nog geen onderwerp voor een stukkie. Ik zit in mijn handtas te rommelen op zoek naar iets anders en mijn fotomapje valt eruit en meer bepaald die ene foto en ineens weet ik waar mijn stukkie van deze week over moet gaan: Der Bettelstudent.

Ik heb u al eens eerder verteld dat ik jarenlang in het B-circuit heb gezongen. Van de hoofdredacteur moet ik dan schrijven dat ik in de eerste divisie mijn carrière gemaakt heb en niet in de eredivisie, maar hij denkt altijd in voetbaltermen, zelfs als het over klassieke muziek gaat.

De eerste divisie vind ik nog steeds tamelijk hautain klinken dus ik hou het op het populairdere ‘B-circuit’, dat sluit beter aan bij mijn volkse aard (en bij mijn prestaties misschien… ik maak de opmerking maar even zelf voordat u ‘m inkopt, oei alweer een voetbalterm…).

Afijn: ik zong dus in het B-circuit, drie levens geleden. En de voorbereiding voor de operette Der Bettelstudent verliep hemeltergend vervelend. We hadden een soort regisseur die je tegenwoordig gelukkig nog maar zelden tegenkomt: zo star als een looien deur en contactgestoord.

Hij had allerlei strookjes papier gemaakt met lijntjes daarop, die de punten A, B en C en verder met elkaar verbonden; zo trachtte hij ons duidelijk te maken hoe we moesten lopen. Ik leg het effe uit: bij opkomst bevind je je op virtueel punt A, bij maat 38 bevind je je op punt B en de aria eindigt bij punt C. En niks bij maat 39 pas bij punt B, dan kreeg je een donderpreek.

Er deden solisten mee zonder spatjes (wat in het B-circuit vaker voorkomt dan in het A-circuit of de eredivisie) dus wij probeerden zijn aanwijzingen op te volgen, maar liepen hopeloos vast in elkaars routes op het toneel en omdat we met de neuzen in de strookjes papier zaten in plaats van naar de dirigent keken werd die er ook al niet vrolijk van.

Het was slechts een van de vele niet op te volgen aanwijzingen die de regisseur bedacht. Het koor wist ook al geen raad met hem en toen de première naderde en de spanning opliep knalde het. Hij verliet woedend over zoveel onbegrip het pand, ons allen in verbijstering achter latend.

Het bestuur van het koor riep de hulp in van een oud-regisseur, een pragmaticus die het schip de haven in moest loodsen. Met de dirigent studeerden we in een avond zowel de muziek als de regie in van een van de lastigste finales in die het operettevak kent dus daar hoefde de invaller (die term doet hem geen recht: hij was buitengewoon kundig) niks aan te doen. De koorregie werd versimpeld en versneld zodat het koor ook in twee lange repetities wist waar het aan toe was.

Bleef nog over het grote duet voor de twee hoofdrolspelers. De regisseur had nog de voorgenerale en de generale tot zijn beschikking. Hij was slim (jammer dat de man ook al weer jaren dood is, hij was een goeie!): hij nam een sofa uit de decorwinkel, zette die midden op het toneel, zette er een spot op en sprak de legendarische woorden, die iedere zanger één keer in zijn carrière wil horen: ‘ga je gang!’

De hoofdrolspeler en ik keken elkaar eens aan… dat lieten we ons geen twee keer zeggen. Nou moet ik erbij vertellen dat de mijn tegenspeler van de herenliefde was en dat maakte de zaak er veel eenvoudiger op: niks heerlijker voor dan vrouw dan een homofiele tegenspeler in opera of operette. Die zijn in de regel niet eenkennig, niet billenknijperig en kunnen heel goed doen alsof.

Lieve Heer wat hebben we plezier gehad. Het lukte zo goed dat de regisseur, hoofdschuddend in de coulissen staand, toch af en toe maar eens ingreep. Het was wel de bedoeling dat het operette bleef en niet gewaagd cabaret zou worden. Uiteindelijk hebben we het binnen de grenzen van de oirbaarheid weten te houden en werd het duet een van de hoogtepunten van de uitvoering.

Heerlijk vak dat operettevak!

In het filmpje een medley uit Der Bettelstudent. Ik zat er naar te kijken en verhip: daar heb je de sofa! Tel er wat ondeugendigheid bij en je hebt ons in onze eigen Bettelstudent. Er wordt volgens mij schaamteloos geplaybackt, maar ja, die sofa!

Overheidswalhalla?

Het is nog augustus als ik dit schrijf. De enige rustige maand op mijn werk, zo heb ik in de afgelopen anderhalf jaar ondervonden. Vorig jaar zou ik het niet gedurfd hebben, maar dit jaar wel: de computer aanzetten en Vocalies laten streamen. Ik zet ‘m zachtjes hoor en als de telefoon gaat draai ik met één hand de knop naar bijna nul en met de andere neem ik de telefoon op. Door het jaar heen staat diezelfde telefoon tamelijk roodgloeiend en blijf je aan het heen en weer draaien aan de volumeknop, dus geef je het al gauw op. Bovendien zijn de meeste collega’s bepaald geen liefhebbers van klassieke muziek; dus die ga je niet plagen; de twee dagen per week dat een van de part-timers Radio 538 of iets dergelijks aanzet heb je maar te verdragen. Geeft ook lekker de gelegenheid om af en toe eens uit te halen naar al die onzin die erop klinkt dus je hoort mij verder niet mopperen.

De paar dagen dat Vocalies klinkt hebben mij trouwens een paar aangename gesprekken over klassieke muziek gebracht. De gedachte dat er hier in dit overheidswalhalla geen enkel klassieke muziekliefhebber te vinden was is daarmee definitief gelogenstraft. Ze zijn er wel… Ik vertel u twee anekdotes die dat bewijzen.

Er was die collega die bij ons wat kopieerwerk deed en onrustig rondkeek waar toch dat gekweel vandaan kwam. Ik zag het wel, maar deed maar net of mijn neus bloedde… Er klonken opera-noten van Verdi… Hij draaide zich met zijn papieren in de hand om en vroeg: Is dat nou Bach? Ik verslikte me bijna in de koffie. Niet van de toren blazen, dacht ik, ieder zijn vak en hij is een tamelijk briljante verkeersdeskundige… Nee, zei ik, dat is Verdi, een van de mooiste aria’s die hij geschreven heeft uit Rigoletto… De collega bromde iets onverstaanbaars en ging zijns weegs. Ik had nog graag een verdere poging gedaan hem binnen te hengelen in de operawereld, maar besloot mijn volgend moment maar af te wachten.

Een paar dagen later kwam hij over een lege stoel heen hangen.
Heb jij nou ook, nu je zo met die muziek bezig bent, een absoluut gehoor?, vroeg hij, op een toon alsof het hebben van een absoluut gehoor een enge afwijking is en de mens die het heeft een griezelige psychopaat. Ik kon hem geruststellen… Ik heb geen absoluut gehoor. Er is zelfs een tijd geweest zei ik grinnikend, (en denkend aan de tijd aan het begin van mijn conservatoriumjaren dat ik chronisch te hoog zong), dat ik absoluut géén gehoor had. Hij lachte mee. Ik had de gelegenheid hem te vertellen wat ik dacht van de term absoluut gehoor en kon mededelen dat ik een van de docenten solfège op het conservatorium (die wel een absoluut gehoor dacht te hebben…) bijna tot waanzin gedreven heb met mijn geschmier. Stel u voor wat een marteling het is om zelf precies te weten hoe iets moet klinken en vervolgens een student te hebben die zich schmierend en stuntelend door een cantaatetje van Bach worstelt. Blijf daar maar eens geduldig onder! Volgens mij trouwens, bestaat een absoluut gehoor helemaal niet, maar daarover moeten we in een volgend stukje maar eens van gedachten wisselen.

De collega leerde mij ook iets wat ik niet wist: wist u dat in de film Raging Bull (over het leven van bokser Jake La Motta, gespeeld door Robert de Niro) het Intermezzo uit Cavalleria Rusticana zit? We hebben het ter plaatse opgezocht en hadden ineens een klik: Mascagni schreef prachtige muziek!

De tweede anekdote ging over een uitspraak die een Amsterdamse pianist in een ver verleden ooit deed. Hij is nu pianist van het heren-zang-gezelschap Frommernann (genoemd naar de oprichter van The Comedian Harmonists). Destijds was hij repetitor aan het Mozarteum in Salzburg, tijdens de zomer-akademie. Ik studeerde er drie weken en was blij eens even geen Duits en Engels te hoeven spreken en ratelde even lekker onbezorgd Nederlands. Een Duitse collega hoorde ons praten en verbaasde zich over onze tongvallen: zijn harde Jordanees klonk in haar oren heel anders dan mijn Brabantse tongval. Toen ze het zich hardop afvroeg was hij sneller dan ik (dat zijn Amsterdammers vaak met hun mond: sneller dan ik). Hij wees naar mij sprak de legendarische woorden (die ik vandaag de dag nog steeds illustratief vind voor de verregaande arrogantie van Randstedelingen waar het hun spraak betreft): Ja, maar sssijijijij hep un akssent!!!!

We hebben er weer hartelijk om gelachen en als troost is hier een filmpje van het gezelschap Frommermann, om het even goed te maken naar David, in het begin van het filmpje vangt u een glimp van hem op…

Internationaal Vocalisten Concours

Het Internationaal Vocalisten Concours komt er weer aan. Om het andere jaar verzamelen zich zangers uit den lande en van ver daarbuiten (voornamelijk onze Aziatische en Oost-Europese medemensen) in en rond het Theater aan de Parade voor twee weken zang en les en stress en mooie, emotionele momenten.

Ik kan het dit jaar maar gedeeltelijk meemaken, (de week van de finales ben ik niet in de stad) en ik moet u eerlijk bekennen dat er jaren zijn geweest dat het geheel aan mij voorbijging. Maar niet in 1984 toen ik voor het eerst van het fenomeen hoorde. Ik ging aan de arm van mijn toenmalige zangpedagoog, een oude wijze dame, een dagje mee het theater in Den Bosch in. En keek mijn ogen uit. Ik was nog een tamelijk kuiken. In de jaren daarvoor had ik een beetje met de rollercoaster die een zangstudie kan zijn kennis gemaakt. Ik had talent, zo was mij van verschillende kanten duidelijk geworden en een gezonde strot. Ik ging ‘zanglessen halen’ (leuk hè die uitdrukking: ‘les halen’). Eerst op de muziekschool, waar ik knetter-gefrustreerd raakte van de zangpedagoog die duidelijk slecht in zijn vel zat en niks anders deed dan mij tegen houden, later bij een privé-pedagoog die mij weliswaar niet tegenhield, maar mij mijn stem bijna aan gort deed zingen en mijn ziel de eerste knauwen gaf: toen ik nog net niet helemaal kapot gezongen besloot de stem eens aan een andere pedagoog in behandeling te geven werd ik aan de buitentafel door haar en haar echtgenoot genadeloos afgemaakt. Hoe kon ik kiezen voor iets anders dan haar technieken; ze zou er voor zorgen dat ik nooit en nooit ook maar ergens nog eens zou zingen. Ik had geen persoonlijkheid en geen talent en wist mijn plaats niet en dat zou nooit meer goed komen, daar zou zij voor zorgen. Ik viel bijna van mijn stoel, maar had al eens eerder tegen de stroom in geroeid en overleefde haar (achteraf bezien ronduit schandalige) offensief. Die andere pedagoog was uiteindelijke de echte dame aan wiens arm ik het Theater aan de Parade betrad. Zij stoomde mij in minder dan een jaar klaar voor het conservatorium.

Ik keek mijn ogen uit die dag en zag wat mijn toekomst had moeten worden: gefrustreerd en nerveus heen en weer rennende kandidaten die in veel te grote jurken en pakken kamertje in uit renden: voortdurend de kelen schrapend (als er nou iets slecht is voor je stem….) en inzingend en proberend die ene hoge noot te halen. De onrust fladderde mijn ziel in en is er nooit meer weggegaan. Had ik toen voorzien wat er in de jaren daarna allemaal zou gebeuren, misschien was ik wel omgedraaid, hoewel dit statement toch ook weer niet helemaal eerlijk is: behalve onrust en frustratie heeft dit prachtige vak ook een aantal mooie dingen opgeleverd: mooie producties, een paar goeie vriendschappen, ontroering, troost, vervulling, ach, het is maar goed dat ik doorgelopen ben, toen in 1984.

Het Concours is dit jaar van 17 tot en met 26 september. Het is eindelijk tot Hilversum doorgedrongen: De NPS zendt twee programma’s erover uit: zondag 22 augustus en zondag 3 oktober, respectievelijk om 12.30 en om 13.00 uur op Nederland 2. Die van aanstaande zondag kan ik (al was-strijkend) bekijken.
De voorselecties voor het concours beginnen op maandag 13 september in muziekcentrum De Toonzaal. Zo’n 120 deelnemers hebben zich gemeld. Het IVC is opgerukt in de vaart der media: je kon dit keer zelfs auditie doen via YouTube, of een DvD.

Na de voorselecties zijn vanaf vrijdag 17 september de kwartfinales in het Theater aan de Parade. De halve finale is daar op 21 september en daarna volgt de finale in het weekend van 25 en 26 september. Tussendoor zijn er masterclasses van Evelyn Lear, Hein Meens, Edith Wiens en Sergei Leiferkus en een liedklas van mevrouw Elly Ameling , die wij, oh, schaamteloos! vroeger wel eens ‘moe Amelink’ noemden. Ze zei ooit bijna behaagziek tijdens een van haar masterclasses ‘moeder hoort alles’, toen een kandidaat een verkeerde noot probeerde weg te moffelen) Ik kan er niet zijn, maar misschien wilt u gaan… denk eens aan Vocalies als u er zit en grinnik dan niet al te hard en te cynisch: het zangersvak blijft een prachtig en vervullende vak!

De mooiste aria aller tijden?

Vandaag in 1893 stierf Alfredo Catalani. Niet de grootste componist aller tijden, maar wel de componist van een van de mooiste en meest gezongen ‘losse’ aria’s ooit. ‘Ebben, ne andrò lontano’ heet-ie. Een draak van een titel voor een prachtige melodie. Het betekent zo’n beetje Nou goed, welnu, ik zal ver weg gaan’. Na die eerste openingszin komt er trouwens een prachtige tekst hoor, maar ik vind dat begin zo klunzig…

Voor de goede orde eerst maar even over Catalani: hij werd geboren op 19 juni 1854 in Lucca, Italië (ooit geweest? Puccini heeft er gewoond en gewerkt, prachtig stadje in de buurt van Sienna in Toscane). Catalani begon zijn studie in zijn geboortestad. Een van zijn leermeesters was Fortunato Magi, een oom van Puccini. Voor verdere studie ging hij naar Parijs en Milaan.

Zijn eerste eenakter, La Falce (1875) had meteen succes, waardoor hij naam kreeg en financieel onafhankelijk werd. In 1886 volgde hij Ponchielli op als hoogleraar compositie aan het Conservatorio Giuseppe Verdi in Milaan. Voor de knagers onder u: hij was een van de vertegenwoordigers van het postverisme en de Italiaanse neoromantiek. Hij bewonderde Wagner, en dat is ook een beetje te horen in zijn muziek, die al begint te lijken op doorgecomponeerde muziek, een stijl die Wagner als geen ander beheerste en uitbreidde.

Catalani stierf op het hoogtepunt van zijn carrière, 39 jaar oud en veel te vroeg dus…

La Wally is een onmogelijke opera om te ensceneren. In de finale springt de hoofdpersoon La Wally (die die prachtige aria zingt) haar geliefde achterna in een lawine, nou ga dat maar eens vormgeven jongens van de moderne ensceneringen. Ik zit eigenlijk te wachten op een film van de opera. Daar kan je dan weer leuke dingen mee doen, maar dan moet je een operazangeres laten acteren en dat zijn niet altijd de sterkste actrices voor film… Verder is er ook niet al te veel moois in de opera.

Heel kort het plot:
Gellner, is verliefd op Wally, dochter van een landheer. Hij vraagt haar vader om haar hand, maar Wally is op haar beurt al verliefd op de jager Hagenbach. Wally’s vader stelt haar voor de keus: ze trouwt met Gellner of verlaat zijn huis voor altijd. Ze besluit te gaan om alleen in de bergen verder te leven.

Na enige tijd sterft haar vader en Wally erft zijn fortuin. Ze keert terug naar het dorp. Gellner overtuigt haar ervan dat haar oude geliefde Hagenbach inmiddels verliefd is op Afra. Wally gaat naar Afra en beschuldigt haar. Hagenbach, die niet weet dat Wally verliefd is op hem, komt op voor Afra, maar valt tegelijkertijd als een blok voor Wally. Die zegt Gellner toe met hem te zullen trouwen mits hij Hagenbach doodt.

Later krijgen ze beiden spijt van hun dommigheden. Wally wil Hagenbach waarschuwen voor een ontmoeting met Gellner, want ze weet hoe die af zal lopen. Een storm verhindert haar het dorp te verlaten. Hagenbach trotseert de storm om bij Wally te kunnen zijn en zijn excuses te maken voor zijn rare gedrag.

Gellner valt hem op weg naar Wally’s huis aan, maar valt in een ravijn. Wally redt hem en gaat weer de bergen in, nu voorgoed. Hagenbach zoekt haar op en verklaart haar zijn liefde. Net als alles goed lijkt te komen, wordt Hagenbach meegesleurd in een lawine (die onmogelijke lawine dus waar ik het zo-even over had….). Wally springt hem na.

Hier is de tekst en een vertaling van mij (voor wat die waard is). De aria is een heerlijke om enige tijd mee op YouTube te vertoeven om vergelijkend warenonderzoek te plegen. Hij lijkt qua opbouw een beetje op Vissi d’Arte uit Puccini’s Tosca: enigszins doorgecomponeerd en met een mooie hoge noot aan het eind en een prachtige melodie. Je moet wel oppassen als zanger dat een en ander niet ontaardt in sentimenteel geschmier; dat ligt bij dit soort aria’s altijd op de loer.

Ebben, ne andrò lontano; Nou goed, ik zal ver weg gaan
Come va l’eco pia campana; Zoals de echo van een kerkklok weggaat
Là fra la neve bianca; Daar ergens in de witte sneeuw;
Là fra le nubi d’ôr; Daar in de gouden wolken
Laddóve la speranza, la speranza; Daar waar slechts zorg is en spijt
O della madre mia casa gioconda; O, vanaf mijn moeders vriendelijke huis
La Wally ne andrà da te, da te! Zal La Wally weggaan van jou!
Lontana assai, e forse a te; Ver genoeg weg en misschien;
E forse a te, non farà mai più ritorno; Misschien zal ik nooit naar je terugkeren;
Nè più la rivedrai! Je nooit meer terugzien!

Het zoeken van een filmpje gaf problemen. Gheorgiu zingt weer prachtig maar ik word ibbel van haar valsige acteerwerk. De anderen hebben allemaal onnodig moeite met de hoge noot aan het einde, (een bes of een B?)… en dat etherische gedoe, jeetje, wees een waarachtig mens en doe niet zo… zo… zwelgerig…

Afijn, ik kies voor Renee Fleming omdat er zulke mooie beelden bijzitten…. U mag zelf verder ploegen op YouTube!

Pippo di Stefano

Zaterdag 24 juli in 1921 werd Giuseppe di Stefano geboren, ‘Pippo’ of ‘Beppe’ voor intimi. Hij werd geboren op Sicilië en had een korte, maar wel bijzondere carrière. Hij was een van de weinigen namelijk die het naast Callas langer dan een dag volhield (hier zit een beetje sopranennijd bij hoor….). Sterker nog: hij was erbij toen Callas een come-back probeerde te maken in 1974 en hij stopte ongeveer rond dezelfde tijd als zij. Hij zou een korte romance met haar gehad hebben en hij heeft een heleboel prachtige plaatopnamen met haar gemaakt in de vijftiger jaren: Lucia di Lammermoor, I Puritani, Cavalleria Rusticana, Tosca, I Pagliacci, Rigoletto, Il Trovatore, La Bohème, Un Ballo in Maschera, Manon Lescaut… Jammer genoeg zijn de opnamen wat ouder en nog van vóór de CD’s; inmiddels kunnen we meer, maar zullen we het moeten doen met wat er is. Er is een aantal duetten met Callas van latere opname-datum, maar daar bestaan alleen illegale kopieën van; ideetje om die eens uit te geven?

Di Stefano had een speciaal soort stem: net effe dat trompetterige van Pavarotti, maar niet te veel, net effe dat emotionele van Carreras en doe er dan nog een beetje Bocelli en een beetje Villazon bij en je hebt Pippo di Stefano. Hij was geen celebrale zanger, meer een intuïtieve, bijgevolg zong hij de veristische opera’s makkelijker en doorleefder dan wanneer hij een koning moest verbeelden. Hij was een aardse man…

Zijn debuut beleefde hij in 1946 in Reggio Emilia als Des Grieux in Jules Massenet’s opera Manon. Met dezelfde rol maakte hij een jaar later zijn debuut aan het Teatro alla Scala van Milaan. In 1948 debuteerde hij aan The MET als de Hertog in Rigoletto van Giuseppe Verdi; hij werd een geregelde gast in New York.
In 1957 maakte hij Di Stefano zijn Engelse debuut op het Edinburgh Festival (Nemorino in L’Elisir d’amore). In 1961 aan het Royal Opera House als Cavaradossi in Puccini’s Tosca.

Hij werd gracieus oud en zong na het beëindigen van zijn officiële carrière voor de lol nog overal en nergens tot…. hij in 2004 zwaar, heel zwaar gewond raakte bij een overval bij zijn tweede huis in Kenia. Daar is-ie niet meer van hersteld en uiteindelijk stierf hij in Milaan op 3 maart 2008.

In het filmpje de beroemde ‘kouwe handjes-aria’ (de beginwoorden: ‘che gelida manina betekenén in het Nederlands: ‘welk een koude handjes…’) uit La Boheme. Kijk vooral in het begin hoe mooi en makkelijk de tonen voorin geplaatst zijn. En die hoogte: hoe makkelijk! Het is geen groot acteur, maar zeker geen schmierder en hij voelt zich senang in eigen lijf. Ik mag dat wel…

Mahlerweek

Aanstaande woensdag, als al het voetbalgeweld weer achter derug is en wij in ons ‘normale’ doen raken begint-ie: de Mahlerweek; van 14 tot en met 18 juli 2010. Zijn eerste vijf symfonieën worden op TV uitgezonden (Nederland 2, 22.45 uur) en op Radio 4 wordt in het programma De Klassieken (op werkdagen van 9.00-12.00 uur) stilgestaan bij Mahler. Nou, wat is er dichterbij dan radio en TV? U hoeft nergens kaartjes voor te kopen, niet ergens naar toe, niet te parkeren, niks te regelen met babysit en ander oppas-spul. U krijg wonderschone, helende muziek op een presenteerblaadje aangeboden.

Het heeft bij mij even geduurd vóórdat ik Mahler ging waarderen. Dus misschien moet u op die manier ook wel even doorbijten. Ik heb al eens eerder geschreven dat mijn belangstelling voor klassieke muziek ergens bij Verdi en Puccini ophoudt; dat zware, doorgecomponeerde dat voor mijn oor en geest geen kop en geen staart heeft is wat lastig te behappen. Mahler doet dat ook: doorcomponeren, maar hij heeft genoeg mooie dingen geschreven en zijn zwaarte is een andere zwaarte dan die van Wagner. Over wat er na Wagner komt moet u trouwens niet bij mij zijn, not my cup of tea en omdat ik met kennis en kunde binnen de klassieke muziek niet (meer) mijn kost hoef te verdienen, wil ik er ook niks meer van weten ook. Respect is even genoeg…

Nog effe over Mahler: prachtige componist. Mijn oud-collega Hans van den Boom bij de AVRO (die trouwens sprekend op Mahler lijkt) houdt prachtige inspirerende lezingen over hem en laat daarbij de meest prachtige muziek horen. Zo goed onderlegd ben ik wat Mahler betreft niet, maar ik weet dat hij hele mooie dingen gemaakt heeft: zijn vocale muziek is vooral voor wat grotere stemmen: je moet over een heel orkest heen kunnen zingen, lange ademlijnen kunnen volhouden en uitstekend Duits spreken en verstaan. Kijk dat ligt mij wel: ik ben een witkwast-zangeres, heb een tamelijk behoorlijke ademhalingstechniek en Duits is ook al geen probleem. Mahler kan als geen andere componist zang aan instrumentaal koppelen en samen laten stromen. De melancholie bij Mahler is groot: hij had geen makkelijk leven (hij maakte het trouwens vooral zichzelf moeilijk). Zijn dochtertje stierf op jonge leeftijd en eigenlijk kwam hij daar nooit overheen. Hij kon ook als geen ander persoonlijke ervaringen verwerken in zijn muziek: vooral zijn lied (uit de Rückertlieder) ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ drijft mij de tranen naar de ogen. (Daar moet je trouwens geen last van hebben als je het lied gaat zingen, van tranen…)

Even kort over Mahler’s leven:
Hij werd geboren in Kaliště, Bohemen op 7 juli 1860 en groeide op in Oostenrijk. Hij was van joodse afkomst. Hij moest voor zijn kost dirigeren en deed dat graag en met verve: in een aantal grote operahuizen van Europa. Nadeel was dat men hem in zijn tijd meer zag als dirigent dan als componist. Dus wat doe je dan: je gaat componeren in je vrije tijd, in ‘componeerhuisjes’.

In 1902 trouwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (die dochter die dus vroegtijdig stierf) en Anna, die heel oud geworden is. het huwelijk was niet gelukkig. Mahler leed daaronder, hield zielsveel van zijn vrouw, maar kwam er niet door bij haar, za’k maar zeggen. Zij was mooi en slim en ze componeerde niet onverdienstelijk: heeft bijvoorbeeld mooie liederen geschreven.
Mahler maakte ook bewerkingen van symfonieën van onder andere Beethoven en Schumann. Ook voltooide hij, op verzoek van de familie, de opera “Die drei Pintos” van Carl Maria von Weber; leuke opera geworden trouwens.

Uiteindelijk bracht hij zijn muziek tot aan de rand van de tonaliteit, maar hij bleef altijd opvallend trouw aan de klassieke symfonievorm.

Op 18 mei 1911 sterft Mahler; hij had tijdens zijn leven veel last van keelontstekingen. Waarschijnlijk is-ie gestorven is aan een hartklepziekte en complicaties daarbij.
Tegenwoordig wordt Mahler beschouwd als de directe voorloper van Arnold Schönberg, Alban Berg en Anton Webern.
Op uitnodiging van Willem Mengelberg dirigeerde Mahler het Concertgebouworkest in 1903, 1904, 1906 en 1909 bij de uitvoering van zijn eigen werk. Mahler stond bekend als een lastig baasje, maar was vol lof over het orkest en zijn dirigent. Via Mengelberg raakte hij bevriend met Alphons Diepenbrock die hij ‘een interessante Hollandse musicus’ vond die ‘eigenaardige kerkmuziek’ schreef (grappig he?).

Dankzij Mengelberg en andere bevriende dirigenten als Bruno Walter en Otto Klemperer en na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse dirigent Leonard Bernstein groeide langzaam de waardering en belangstelling voor zijn muziek.

In het filmpje het eerder genoemde lied ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’, hier gezongen door José van Dam. Er zijn talloze interessante en ontroerende opnamen van. Dit is er een met orkest, maar er zijn er ook met piano en soms is dat mooier, omdat dan de zang nog beter uitkomt en de tekst…. Leeft u zich vooral uit op You tube, maar keer daarna wel terug naar het leven. Je wordt er niet vrolijk van, iemand in de commentaren op You tube schreef terecht:’it’s the saddest song ever written’.

Collage?

Pfoe, op zoek naar een stukkie voor vandaag kom ik allerlei leuke wetenswaardigheidjes tegen en ik kan niet kiezen. Dan maken we er maar een collage van, da’s ook wel eens leuk en in de mode dezer dagen. Bij alle voetbal-ellende komt u toch niet toe aan cultuur (sprak zij plagerig…)
De Classical Almanac vermeldt dat vandaag in 1987 (26 juni) Henk Badings overleed in Maarheeze, The Netherlands. Laat ik daar nou opgegroeid zijn… Maarheeze is een dorp van niks (en dat bedoel ik in de zin van grootte…) vlak bij de Brabants-Limburgse grens. Slaapdorp van Eindhoven, van oorsprong sterk argrarisch, en alleen bekend omdat de E9 (later de A2) er langs liep. Tot er een legerplaats kwam in Nato-verband. En totdat Philips er een dependance stichtte, die ‘vreemd’ volk aantrok. Toen hoorde je Maarheeze nog wel eens noemen. Inmiddels heet het dorp trouwens Cranendonck, sinds het samenging met Soerendonk en Budel . Grappig om zo’n dorp ineens in dat verband tegen te komen op een internationale website over feitjes in de klassieke muziek.

De Volkrant heeft een twee-pagina-groot stuk over de bezuinigingen op de conservatoria. Triest dat de kunsten zo moeten lijden. Ik kan er een heel eind in mee, in de klaagzang, maar ik weet ook dat veel kunstenaars toch wel gedijen, zelfs tegen de verdrukking in, soms zelfs dankzij die verdrukking. Bijna tussen de regels door lees ik dat sopraan Charlotte Margiono er neer gestreken is, (Conservatorium Utrecht bedoel ik, pardon Hogeschool van de Kunsten Utrecht…). Daar zou ik wel eens een zanglesje van willen van Margiono, lekker no nonsense mens en harde werkster volgens mij. Samen even lekker opera blèren, zonder gene…

Bij alle kabinets-ellende gaat het niet over de kunsten, alleen de economie telt nog. Rijk worden, desnoods over de ruggen van alles en iedereen heen. En zich niet realiserend dat dat alleen maar geestelijke armoe brengt…

Leuk hoor, die Classical Almanac, Moet u eens googelen: opvallend veel zangers-achtige zaken erin vandaag in het verleden: de geboorte van Giuseppe Taddei (prachtige bariton), de posthume première van Mahler’s Negende, gedirigeerd door Bruno Walter. Zal ongetwijfeld een emotionele avond geweest zijn…. Geboorte van Claudio Abbado, begenadigd dirigent van opera.Hartstikke ziek geweest en afscheid genomen van het podium, kon-ie het toch niet laten en stond-ie twee maanden later in Bologna toch weer te dirigeren. De foto’s uit zijn leven laten het verval zien: een mooie man in zijn hoogtijdagen, vrijuit zwaaiend en levenslustig tot en met, tot nu, een bijna uitgeteerde musicus, maar met de gloed nog in zijn ogen… Hopelijk blijft-ie nog even…

Een handjevol première van opera’s, zo’n snuffeltochtje Classical Almanac is altijd weer goed voor een paar genoeglijke uurtjes achter Youtube om er leuke muziek bij te zoeken. Je moet er wel tijd voor hebben. Want zoals al eerder in stukkies gezegd: je bent zo een paar uur verder. Dus als u aan het voetbal en/of Wimbledon-tennis wilt ontsnappen weet u de weg.

Anneliese Rothenberger

Vandaag in 1924 werd een van mijn favoriete zangeressen geboren. Anneliese Rothenberg. Laatste grote operette-ster en tv-persoonlijkheid. Er waren tijden dat ze niet weg te denken was van de Duitse TV en dat je zelfs een beetje Rothenberger-moe werd… Nu nauwelijks voorstelbaar. Ik ken haar stem van voor tot achter, want ik studeerde menig operette-aria met haar samen in. Zij vanuit de CD en ik vanachter de piano om hier en daar die ene noot mee te ondersteunen. Als ik met haar studeerde was het altijd in basis goed. Zuiver, goed te verstaan en tamelijk goed getimed, hoewel ze me af en toe te keurig was… Mijn hoofdvakdocent zei/zegt altijd: de spanning zit in de witjes: als je kunt wachten met die ene prachtige noot om er daardoor nog meer aandacht op te vestigen moet je het niet laten. Het is een beetje als timen bij stand up comedians: wachten tot het publiek het al snapt en dan het punt alsnog maken. Zo’n beetje als een doelpunt bij voetbal (om maar even bij de actualiteit te blijven: als ik dit type zitten we midden in het wereldkampioenschap voetballen): je ziet het been omhoog gaan en in de richting van de bal en je weet: dit wordt een doelpunt. Maar de voet heeft de bal nog niet geraakt en hangt nog in dat magische moment… Dat is het moment dat ik bedoel bij: de spanning zit in de witjes. Zo, nu snappen de mannelijke lezers van Vocalies het ook.

Als je met Rothenberger studeert zit de basis in ieder geval goed. Inmiddels beginnen haar opnamen een beetje gedateerd te klinken. Ze is net niet geraffineerd genoeg (waarschijnlijk omdat ze erg keurig was opgevoed) en de opnametechnieken uit de tachtiger jaren zijn inmiddels ook veel verbeterd. Jammer eigenlijk (en dat schreef ik al eens eerder) dat er geen nieuwe generatie operette-zangers is. Er wordt nog wel degelijk operette gezongen, maar vaak alleen losse aria’s en niet meer hele producties. Operettekoren vallen bij bosjes en de CD’s liggen bij De Slegte (als ze niet al eerder als onderzetter ge-eindigd zijn).

Terug naar Rothenberger. Op 24 mei van dit jaar overleed ze, 83 jaar oud. Als dat zo is, klopt mijn jaartal van geboorte, 1924, niet, dan zou ze namelijk 86 zijn geworden. Op het laatst loog ze graag een beetje over haar leeftijd. In een Duits tv-programma, waar ik al strijkend op de zondagochtend eens bij uitkwam zag ik een broze, ineengeschrompelde oude dame, die met het hondje op de arm (ja inderdaad: een witte poedel) door de tuin scharrelde en het haar dienstbode (oude diva’s hebben dienstboden in dienst, dat u dat weet…) tamelijk lastig maakte. Ze was nog slechts een schim van de schoonheid die ze in haar jeugd was. Trouwens tot op hoge leeftijd was, want ze was jarenlang eenvoudigweg niet te schatten qua leeftijd: de stem bleef jong en het lijf zag er nog steeds prachtig uit. Ze leek een beetje de Duitse variant van de koele schoonheid van Catherine Deneuve.

Nog even door haar leven: ze studeerde aan de Musikhochschule in Mannheim. In 1943 debuteerde ze aan het stadstheater in Koblenz en vanaf 1946 zong ze bij de Hamburgische Staatsoper. In 1952 debuteerde ze bij het festival van Edinburgh, in 1960 bij de Metropolitan Opera in New York en in 1961 bij het Teatro alla Scala van Milaan. Tevens was ze vanaf 1959 een regelmatige en graag geziene gast bij de Salzburger Festspiele.

In 1970 ging ze op een tournee door de Sovjet-Uni, voor die tijd een gewaagd experiment, en in 1972 door Japan. Vanaf 1970 werd ze bij een breed publiek bekend door haar presentatie voor televisie van het ZDF muziekprogramma ‘Anneliese Rothenberger gibt sich die Ehre’. Ik zou er graag nog eens een aflevering van zien., Volgens mij zouden mijn tenen ervan gaan krullen, maar toch…

Haar muzikale partners, zowel op de bühne alsook bij platenopnames, waren onder anderen Lisa della Casa, Dietrich Fischer-Dieskau, Fritz Wunderlich, Irmgard Seefried, Nicolai Gedda en Rudolf Schock.
Anneliese Rothenberger trouwde in 1954 met Gerd Dieberitz († 1999), die tevens haar manager was.

Aan het begin van haar carrière was een een hoge, licht lyrische sopraan, later kwam de stem meer op zijn plaats men ging ze was zwaardere lyrische partijen zingen: Konstanze in Mozart’s Die Entführung aus dem Serail, Fiordiligi in Così fan tutte, Zdenka in Richard Strauss’s Arabella, Marie in Berg’s Wozzeck, Soeur Constance in Poulenc’s Dialogues of the Carmelites, en ja hoor: Violetta in La traviata. Ze kon het hedendaagse repertoire net zo makkelijk aan als de ‘oudere’ opera’s en ze was een uitstekend lied-zangers. Haar Duits had een sausje van beschaving zonder bekakt te zijn.
In 1983 nam ze afscheid van het toneel. Na de dood van haar echtgenoot vestigde ze zich aan de oever van de Zwitserse Bodensee en daar bleef ze tot haar dood, afgelopen mei.
Ik heb veel aan haar te danken.

In het filmpje een duet uit de slotfase van La Traviata, met José Carreras, die ik ook zeer bewonder. Dat bedoel ik nou met gedateerd; we zouden dat nu anders ´stagen´, maar ze zingen prachtig!

Elitair?

De Volkskrant gelezen afgelopen woensdag? (dit is weer zo’n retorische vraag van mij om een stukkie in te leiden, let er maar niet op).
Elmer Schönberger, componist en essayist (dat betekent dat je stukkies kunt componeren èn stukkies kunt schrijven….) haalt uit naar Radio 4. Hij zat in de auto naar Radio 4 te luisteren (daar maakte-n-ie al zijn eerste fout: Radio 4 is lastig te beluisteren in de auto, want daar heb je het geluid van de motor en het verkeer erbij en mis je alle subtiliteit die de klassiek muziek nou eenmaal vóór heeft op de pop-muziek) en kwam ‘toevallig’ uit bij De Top 400 die Radio 4 vorige week uitzond. Even geen geld voor reguliere programmering, even veel presentatoren op vakantie, dus hup de Top 400 erin, die je inderdaad zonder enige vorm van enquête onder luisteraars kunt samenstellen, uit de bijna tien keer dat je de Radio-4-daagse hield, uit de Zomerprogrammering en door af en toe – eventueel tandenknarsend – naar Classic FM te luisteren; sterker nog: als je wil stel ik ‘m voor je samen… zo gebeurd).

Hij voelde zich aangesproken, Elmer Schönberger, want men repte op de radio van ‘u’, ‘gekozen door ‘u’ ‘(sinds kort mogen ze de luisteraar weer gewoon beleefd met ‘u‘ aanspreken, toen ik er zat, nog niet zo heel lang geleden, kreeg je op je donder als je ‘u ‘ zei, maar dat terzijde).

Ik ben geen grote fan van Radio 4; men bezorgde mij een van de lastigste periodes in mijn leven toen ik afscheid moest nemen van de kans ooit een presentator van klassieke muziek te worden en toen mij weghaalde bij wat het centrum van mijn leven destijds was: een omgeving die doordrenkt was van klassieke muziek. En dat allemaal zonder enige vorm van overleg of aankondiging. Het doet nog zeer, maar ik krabbel langzaam op, dank u… Ik word ibbel van de meeste presentatoren op onze nationale klassieke zender en ik word af en toe ronduit nijdig als ik bedenk hoe in-crowderig ze zijn daar in Hilverdorp, alsof er geen provincie bestaat (waar u onterecht ook naar uithaalt meneer Schönberger), terwijl het achterland ongeveer 96 procent van Nederland beslaat.

Hier moet ik echter toch een lans voor ze breken…. Radio 4 wordt (inderdaad) niet voor u gemaakt meneer Schönberger, u bent een eenzame exponent van de hedendaagse klassieke muziek, die alle aansluiting met de ‘gewone’ mens (en daarmee bedoel ik in het geheel niet Jan met de pet uit de Graafsewijk in Den Bosch, maar de enorme grote middenklasse die ons land kent) ten enenmale mist. Die zich op een eiland begeeft (en dat zij u gegund, begrijp me goed; ik zou me af en toe graag op datzelfde eiland verschansen maar dan met medeneming van onder andere Mozart, Verdi en Puccini) waar de hedendaagse componisten zitten, die(meestal) muziekstukken maken die niet van neo-middeleeuwse makelij zijn, maar van een piep-knor-gehalte waar een mens psychische stoornissen van krijgt in plaats van troost).

Ik weet dat ze bij Radio 4 zich het hoofd (moeten) breken over luistercijfers, over hoe meer mensen te bereiken, over hoe rond te komen van steeds minder geld, over hoe het maximale uit hun medewerkers te halen (met soms desastreuze gevolgen voor die medewerkers) om bij te blijven in de media-ontwikkelingen en ZE DOEN HET NOOIT GOED! Zeker bij de Volkskrant niet; De Volkskrant en Radio 4 lijken niet compatible te krijgen: in plaats van zich te verenigen en goeie dingen samen te doen blijven ze ieder in hun eigen hoek zitten loeren op wat de ene partij uitzendt en wat de andere partij daarover te ‘azijnpissen’ heeft… En ja, ik weet het wel: De Volkskrant schreef het stukkie niet, dat deed u, meneer Schönberger, maar de Volkskrant ruimde er wel een drie-kolommertje voor in en zal mijn reactie daarop waarschijnlijk afdoen met ‘gezeur uit de achterlanden’ en het niet plaatsen.

Kortom meneer Schönberger: hou op dat elitaire gezeur dat u ‘het niveau’ van Radio 4 te laag vind. Koop een CD-tje met dat stuk van viereneenhalf uur van Philip Glass, luister het helemaal uit (niet in de auto, want dan knalt u echt op een voorganger!) en bel vervolgens met de zendercoördinator van Radio 4 en bied (om niet) uw diensten aan als samensteller van ‘echte’ klassieke muziek, en daar zitten een heleboel hedendaagse stukken bij, geloof me!